Tag: syntaxis

Overleden: P.C. (Piet) Paardekooper

door Marc van Oostendorp

De Nederlandse taalkundige P.C. Paardekooper (1920-2013) is deze week overleden.

Paardekooper was een van de productiefste, origineelste en veelzijdigste Nederlandse taalkundigen van de twintigste eeuw. Hij publiceerde onder meer over de Nederlandse zinsbouw, de standaarduitspraak, spelling en over de taalpolitiek in Nederland, Vlaanderen en Zuid-Afrika. Ook publiceerde hij schoolboeken en didactische werken. In de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren zijn sommige van zijn werken in gedigitaliseerde vorm te vinden.

Paardekoopers werk wordt gekarakteriseerd door een groot opmerkingsvermogen en een al even grote eigenzinnigheid.
Lees verder >>

Hoog boven de stoel

Over de ongelooflijke dikte van de Nederlandse grammatica

Door Marc van Oostendorp

Aan een van de grootste monumenten van de Nederlandse cultuur wordt momenteel in stilte gewerkt. Onlangs verscheen het derde deel van Hans Broekhuis’ gigantische Syntax of Dutch. 635 pagina’s telt alleen al dat derde deel, en het gaat alleen maar over bijvoeglijk naamwoorden en bijvoeglijknaamwoordgroepen. (Het is gratis te downloaden.)

Zoiets gaat kennelijk ongemerkt voorbij in de ‘gevestigde media’ – althans ik geloof niet dat Broekhuis ooit op de radio of de tv is geïnterviewd over dit gigantische werk, of dat er besprekingen zijn verschenen in de kranten. Terwijl het toch een opmerkelijk werk is: zoveel zo dikke delen (alles over het werkwoord moet nog komen, en wie weet hoeveel delen dat nog zijn). De zinsbouw van geen enkele taal is voor zover we weten in zoveel detail beschreven.

Hoe is het mogelijk dat er zoveel details te melden zijn? En dat iedere moedertaalspreker al die details van al die duizenden pagina’s op een bepaalde manier weet – Broekhuis beschrijft alleen het gangbare taalgebruik, niet een of andere norm?

Toen ik het er met Hans Broekhuis een keer over had, raadde hij me aan om eens in de pdf te zoeken op further research.
Lees verder >>

Als jij nou eens koffie zet!

De betekenis van halve zinnen

Door Marc van Oostendorp

Als Saskia Daalder nou nog niet blij is! Bij haar afscheid van de Vrije Universiteit kreeg ze door haar collega’s een mooie bundel met artikelen over taal en taalwetenschap aangeboden. En het eerste artikel is al prachtig! Ronny Boogaart en Kim Verheij behandelen er halve zinnen die als hele zinnen gebruikt worden, zoals:

Hans, of je even naar Edith wil bellen.
Dat je dat durft!
Dat ze maar een grote meid mag worden.
En óf ik dat weet!
Alsof ik daar tijd voor heb!
Als jij nou even koffie zet…
Voordat hij eens een keer klaar is!
Zoals zij kan schrijven!

Zulke halve zinnen zijn nooit zomaar halve zinnen, laten Boogaart en Verheij zien. Hun halfheid voegt wel degelijk iets aan de betekenis toe.
Lees verder >>

De grammaticale hype die ik niet verwachtte dat zou komen

Door Barend Beekhuizen 

Minstens even interessant als het koningslied zelf is de nasleep ervan. Ook, nee, zeker voor een taalkundige. In de dagen rond de rel kon je Facebook en Twitter niet openslaan zonder stukjes van de tekst in allerhande vertimmerde vormen aan te treffen. Soms met als voornaamste doel om met het liedje te spotten, soms omdat je er mooi mee kon laten zien dat je ook heus het nieuws wel volgde, terwijl het over iets heel anders ging. Wat vooral opviel was de hoeveelheid mutaties van de roemruchte versregel de dag die je wist dat zou komen is eindelijk hier, je weet wel, die zin die acht fouten zou bevatten.
Dit soort in het oog springende stukjes grammatica worden wel vaker opgepikt door de creatieve taalgebruiker. Dat moeten we niet willen met z’n allen is de laatste die ik me kan herinneren. Hij werd te pas en te onpas gebruikt, maar hij vertoonde lang niet zoveel variatie als dit epidemische stukje taal in een kleine week heeft laten zien.
Er zijn namelijk heel veel dingen die je wist dat zouden komen: wist je bijvoorbeeld dat je wist dat het shirt, de vertaling, rekening,hoes, wallpaper, dogmatiek, pizza, de economische groei en de kleine burgeroorlog om straatruimte zouden komen?

Lees verder >>

Nogmaals ‘doodziek’

Een vragenlijstje


Door Marc van Oostendorp  

Ruim een jaar geleden schreef ik al eens over ons onderzoekje naar de klemtoon in doodziek en zeeziek.  In het laatste bijvoeglijk naamwoord ligt de klemtoon onveranderlijk op het eerste lid (dat geef ik aan met onderstreping):

– Het kind is zeeziek.
– Het zeezieke kind ligt in bed.

Maar bij doodziek is dat anders. Daar ligt de klemtoon soms op het eerste lid en soms op het tweede:

– Het kind is doodziek.
– Het doodzieke kind ligt in bed.

Het werkt vooral wanneer het eerste lid het tweede versterkt: een doodziek kind is heel ziek. Sterker nog bij constructies met versterkers als heel en erg werkt het ook:
Lees verder >>

Verschenen: Syntax of Dutch. Adjectives and Adjective Phrases

Deafgelopen vijftigjaar zijner tallozewetenschappelijkeen vaakspecialistischewerken overgrammaticaverschenen. Indiezelfde periodeis echterniet alleende discussieover grammaticaveranderd, maarook depresentatie vanformelestructuren ende interpretatievan informatie.Gedegenantwoorden overde structuurvan eenbepaalde taalzijn daaromniet eenvoudigte vinden. SyntaxofDutch slaagthier echteruitstekend in.

‘Minder verbeteringen zorgt voor meer succes.’ Zorgen of zorgt?

Door Marc van Oostendorp

De afgelopen week was ik op reis, maar gelukkig zijn er altijd collega’s die me op de hoogte houden van wat er ondertussen allemaal thuis gebeurt. Zo werd ik vorige week vrijdag tijdens mijn mijmeringen aan de Zweedse kust ineens iogeschrikt dit bericht:

Heet van de naald: vanmiddag verscheen in de Volkskrant dit artikel onder wisselende koppen. Inhoudelijk is het artikel natuurlijk sowieso interessant voor ons allen. Maar ook taalkundig: toen ik het stuk voor het eerst las, luidde de kop “Beste Michiel, minder herkansingen zorgT voor meer discipline”. Toevallig had ik deze constructie, met enkelvoudige persoonsvorm, net onder de aandacht van mijn studenten gebracht (vb. hier). Ik wilde het artikel daarom documenteren voor op college, maar toen bleek de kop plotseling te zijn veranderd in “…minder herkansingen zorgEN voor meer discipline”. Vermoedelijk het werk van een overijverige redacteur; het enkelvoud was m.i. veel eenduidiger. En het aardige is dat je de oorspronkelijke titel nog steeds kunt teruglezen in de URL, die (tot nu toe) onveranderd is gebleven: <...minder-herkansingen-zorgt-voor...>


Lees verder >>

Iets specifieks menselijks. Specifieks?

Door Marc van Oostendorp

Wij hebben het geluk te leven in de tijd dat de omvangrijkste grammatica van enige taal aller tijden wordt uitgegeven. En dat die taal de onze is. Nog maar een paar maanden geleden puliceerde Hans Broekhuis met coauteurs twee imposante dikke delen over het zelfstandig naamwoord en de zelfstandig naamwoordgroep ; nu heeft hij een voorbeeldhoofdstuk online gezet over bijvoeglijk naamwoorden. Dat hoofdstuk gaat in het bijzonder over de constructie iets moois.

Broekhuis citeert werk van Ellen-Petra Kester, die er onder andere op wijst dat bijwoorden soms ook een –s krijgen (voorbeeld (13b’) in Syntax of Dutch):
Lees verder >>

Nul bananen of nul banaan

Door Marc van Oostendorp

“We hebben hier een taalprobleem,” schrijft een lezer. “Volgens de volgende stelling is nul (0) namelijk meer dan één (1). Je zegt namelijk nul bananen en één banaan.”

Het blijkt een van de vele onopgeloste kwesties in de Nederlandse taal. De Taaladviesdienst van Onze Taal weet bijvoorbeeld niet veel meer doen dan de handdoek in de ring gooien: “Taal en logica hebben soms weinig met elkaar te maken.” En in het grote recente naslagwerk van Hans Broekhuis wordt de kwestie niet eens genoemd.

Je zou in eerste instantie kunnen denken: het is een bewijs dat kennelijk alleen één met enkelvoud samengaat. Maar zoals Onze Taal zegt, dat klopt ook niet. Je zegt namelijk wel zeveneneenhalve banaan en niet zeveneneenhalve bananen.

Lees verder >>

Hoeveel druppels mogen er vallen voor het niet meer gaat regenen?

Door Marc van Oostendorp

Gisteren kwamen we op het Meertens Instituut ineens te spreken over het hulpwerkwoord gaan. We gebruiken dat natuurlijk om de toekomende tijd aan te duiden (‘ik ga dit boek lezen’), maar mijn collega Leonie wees erop dat vooral kinderen gaan ook wel gebruiken in de tegenwoordige tijd.
Hier is een kind dat verontwaardigd reageert als een vriendje een mop begint te vertellen:
Lees verder >>

Dat jij mij best mag haten

De magistrale zinsbouw van Maarten van Roozendaal


Door Marc van Oostendorp

Van alle zangers die nu in het Nederlands zingen, is Maarten van Roozendaal zonder twijfel de meester van de zinsbouw. In bijna al zijn liedjes gebeurt er iets bijzonders: zinnen strekken zich bijvoorbeeld over heel veel regels uit (Zwerver) of een tekst bestaat alleen uit imperatieven (Red mij niet). Maar het mooist vind ik Alsof, in de clip hierboven. (De tekst staat hier.)

In deze liedtekst past Van Roozendaal een simpele, maar heel effectieve truc toe. Hij laat iemand aan het woord die alleen bijzinnen zegt en geen enkele hoofdzin:

Lees verder >>

Noam Chomsky vindt wat ik doe onzin

Het fonologie-congres in Istanboel waar ik de afgelopen dagen was, had zaterdag een mystery guest: de beroemdste taalwetenschapper aller tijden, Noam Chomsky. De dag ervoor had hij een lezing gegeven ter nagedachtenis van de Armeense journalist Hrant Dink, maar de organisatoren hadden hem ervan overtuigd om ook bij ons een uur te komen praten.

Dat was een bijzondere gebeurtenis. Chomsky publiceerde samen met zijn vriend Morris Halle in 1968 het boek The Sound Pattern of English, dat allerwegen wordt beschouwd als een van de belangrijkste boeken in het vakgebied, al is het natuurlijk inmiddels in veel opzichten achterhaald. Sindsdien heeft hij zich nooit meer met het vak bemoeid.

Hij beweerde in interviews altijd dat dit was omdat hij het inmiddels te druk had met zijn werk aan syntaxis en politiek, maar zaterdag bleek dat er iets achter zit. Hij vindt fonologie niet de moeite waard!
Lees verder >>

Gezocht: intuinzinnen

Intuinzinnen worden ze wel genoemd: zinnen waarbij er op een bepaald moment even iets knarst in je hoofd omdat je erachter komt dat je hem verkeerd aan het ontleden was. Hier zijn er een paar die ik her en der van het internet geplukt heb:

  • De raad geeft een opsomming van leerstoelen Nederlands en Neerlandistiek is hierbij niet als afzonderlijke studie geteld.
  • Experimenten met regen maken lijken succesvol.
  • Jan legt het snoep op tafel in de kast.
  • Jan vertelde het meisje dat de hond beet dat de man was weggegaan.
  • Schepen vergaan in een storm zijn zelden verzekerd. Lees verder >>

Promotie Eefje Boef: structuur van betrekkelijke bijzinnen in Nederlandse dialecten


Op 13 januari 2013 promoveert taalwetenschapper Eefje Boef aan de Universteit Utrecht op haar onderzoek naar morfosyntactische microvariatie (verschillen in zinsstructuur tussen verschillende dialecten) in het Nederlands.
Voor haar proefschrift deed Boef onderzoek naar betrekkelijke bijzinnen en gerelateerde constructies, zoals vraagwoordvragen. In het bijzonder staat het aspect van verdubbeling centraal: het verschijnsel waarbij bijvoorbeeld een voornaamwoord wordt verdubbeld in lange betrekkelijke bijzinnen (bijvoorbeeld: Dat is de man dieik denk die het gedaan heeft) en in lange vraagwoordvragen (bijvoorbeeld: Wiedenk je wie het gedaan heeft?). Boef presenteert in haar proefschrift nieuwe empirische data over de manier waarop betrekkelijke bijzinnen zijn opgebouwd.
Dissertatie Eefje Boef: Doubling in relative clauses. Aspects of morphosyntactic microvariation in Dutch.
Promotoren: prof. dr. Sjef Barbiers, prof. dr. Norbert Corver
Datum: vrijdag 18 januari 2013
Tijd: 16.15-17.30
Locatie: Universiteit Utrecht, Academiegebouw, Domplein 29, Utrecht

Zie: http://nieuws.hum.uu.nl/events/promotie-eefje-boef-over-structuur-van-betrekkelijke-bijzinnen-in-verschillende-dialecten/

Echter

Mijn Utrechtse collega Jacomine Nortier wees onlangs op een taalverandering die ze opmerkte in de werkstukken van haar studenten. Die schrijven:

Echter heb ik dat nog niet gedaan.

Ik ben een oude man, want ik kan dat ook niet zeggen, geloof ik (voor de duidelijkheid: ik zou zeggen Echter, ik heb dat gedaan of beter nog ik heb dat echter nog niet gedaan).

Waar komt zo’n verandering vandaan?
Lees verder >>

Waarom vinden autisten vragen makkelijker dan beloften?

Door Marc van Oostendorp

Ik was de afgelopen dagen in Parijs, waar ik een congres heb bijgewoond over taal in het brein. Zo was er een fascinerende lezing over taalproblemen van autisten. Een van die problemen heeft te maken met zinnen zoals de volgende:

1.- Rob vroeg Roos dat boek te lezen.

2.- Rob beloofde Roos dat boek te lezen.

Voor niet-autistische lezers is een verschil tussen deze twee zinnen onmiddellijk duidelijk: in zin 1 is Roos de beoogde lezer, maar in zin 2 is dat Rob. Met de eerste zin hebben autisten geen probleem, maar met de tweede soms wel. Hoe komt dat?

Lees verder >>

Hem zien, Miekes vriendje

Hoera, vandaag gaan we ontleden! In de nieuwe LIN-bundel staat een artikel van de Groningse taalkundigen Dennis Ott en Mark de Vries (het artikel staat ook op hun eigen website) over een aardig probleem: hoe ontleed je zinnen als de volgende.

1. – Joop heeft ze al gezien, die nieuwe tablet-pc’s.
2. – Joop heeft iets moois gezien: een tablet-pc van 10,1 inch.

Het probleem is natuurlijk dat in die zinnen het lijdend voorwerp twee keer wordt uitgedrukt. De eerste keer meestal met een algemenere beschrijving, en de tweede keer – aan het eind van de zin iets preciezer. Dat kan verder niet zo makkelijk, een lijdend voorwerp (of enig ander zinsdeel) twee keer uitdrukken. Waarom nu wel?
Lees verder >>

Verschenen als Open Access-publicatie: Syntax of Dutch. Nouns and Noun Phrases

Op 5 november kondigden we al het verschijnen van de eerste twee delen van de Syntax of Dutch aan, een Engelstalig naslagwerk over de bouw en de interne organisatie van zinnen en woordgroepen in het Nederlands dat tussen 2012 en 2016 verschijnt en maar liefst zeven delen zal tellen. Het werk, dat voornamelijk beschrijvend van aard is, is in eerste instantie bedoeld voor taalkundigen maar biedt ook veel voor geïnteresseerde leken die meer willen weten over de syntaxis van het Nederlands.

Dit unieke naslagwerk verschijnt niet alleen in boekvorm bij de Amsterdam University Press maar zal ook beschikbaar komen als open access publicatie via Oapen.org. Vanaf vandaag zijn de eerste twee delen, die handelen over zelfstandig naamwoorden en zelfstandignaamwoordgroepen, dankzij een subsidie van NWO gratis te downloaden. Dit geldt zowel voor deel I, dat geschreven is door Hans Broekhuis (Meertens Instituut) en Evelien Keizer (Universiteit van Wenen), als voor deel II, dat geschreven is door Hans Broekhuis en Marcel den Dikken (New York University).

Vandaag 92 jaar geleden

Hij heeft zich geloof ik teruggetrokken uit het openbare leven, maar vandaag viert een van de belangrijkste Nederlandse taalkundigen ooit zijn verjaardag: P.C. Paardekooper wordt vandaag 92. Paardekooper werd bekend vanwege zijn eigen ontleedmethode, zijn eigenzinnige en vaak controversiële taalpolitieke standpunten (hij vindt bijvoorbeeld dat Vlaanderen niet zo raar moet doen en zich bij Nederland moet voegen), zijn gigantische Beknopte ABN-syntaxis, en nog veel meer. In de DBNL zijn veel van deze werken te vinden.

Er zou een keer iemand een studie moeten maken van het werk van deze oorspronkelijke, eigenzinnige en veelzijdige geleerde. In afwachting publiceert de DBNL nu al regelmatig werk van Paardekooper.

Lees verder >>

Verschenen: Syntax of Dutch. Nouns and Noun Phrases

De afgelopen vijftig jaar zijn er talloze wetenschappelijke en vaak specialistische werken over grammatica verschenen. In diezelfde periode is echter niet alleen de discussie over grammatica veranderd, maar ook de presentatie van formele structuren en de interpretatie van informatie. Gedegen antwoorden over de structuur van een bepaalde taal zijn daarom niet eenvoudig te vinden. Syntax of Dutch slaagt hier echter uitstekend in.

Lees verder >>

Taal is simpeler dan gedacht

Zonder de Amerikaanse taalkundige Noam Chomsky (1928) zouden persberichten over de taalkunde er heel anders uit zien. Ik heb een archiefje van dat soort persberichten van de afgelopen dertig jaar en over die hele periode vind je regelmatig aankondigingen van wetenschappelijke doorbraken die nu definitief laten zien dat Chomsky ongelijk heeft.

Het lijkt me heel naar om zo’n onderzoeker te zijn die in 1989 definitief heeft aangetoond dat Chomsky ongelijk heeft om dan 23 jaar later in de krant te lezen dan een jongere collega nu echt definitief heeft aangetoond dat Chomsky het bij het verkeerde eind had.

Een paar dagen geleden kwam de Universiteit van Amsterdam weer met zo’n bericht:

Lees verder >>

De tafel ruimen

Wat moet je bestuderen als je Nederlands bestudeert? Wat zijn de data precies? Hoort het werk van Jacob van Lennep, een zeer populaire schrijver uit de negentiende eeuw, er bijvoorbeeld bij? Die vragen hebben me sinds gisteren in hun greep

Dat computers alles veranderen in de taalkunde, daaraan zullen mensen twijfelen. Neem de studie van de zinsbouw. Twintig jaar geleden moesten taalkundigen noodgedwongen eigenlijk wel zelf de zinnen construeren die ze bestudeerden: waarom is Jan ziet zich niet goed (moet zijn: Jan ziet zichzelf) en Jan schiet zich in de voet wel? Het vak van syntacticus vereiste een zekere creativiteit in het bedenken van dat soort voorbeelden; Peter-Arno Coppen schreef er onlangs nog een miniatuurtje over.

Lees verder >>

Een paar tien

De deskundigen zijn eruit: honderd is een zelfstandig naamwoord. Nu moeten ze het nog eens zien te worden over tien!

Dat honderd een zelfstandig naamwoord is, is duidelijk. Je kunt er een meervoud van maken (honderden), je kunt er een lidwoord en een bijvoeglijk naamwoord voor zetten (een dikke honderd) en ook een voorzetsel (boven de honderd) dat zelfs weer nader bepaald kan worden (ruim boven de honderd).

Hoe zit dat met tien?
Lees verder >>

Ik ben uit vissen

Mijn collega Hans Broekhuis heeft een aardig artikel op het internet geplaatst over een van mijn favoriete zinsconstructies van het Nederlands: ik ben vissen.

Over die constructie is al eerder geschreven, en Hans vat dat goed samen. Zo kun je de constructie X is Y alleen gebruiken als het onderwerp van de zin, X, de met Y benoemde handeling ook uit eigen vrije wil kan uitvoeren. Je kunt bijvoorbeeld niet zeggen ik ben sterven of ik ben vallen omdat je er niet voor kunt kiezen om die dingen te doen, terwijl je er wel voor kunt kiezen om een hengel uit te werpen.

Lees verder >>

Gek interessant

Het nieuwe nummer van het taalkundige tijdschrift TABU staat weer vol prachtige artikelen. Zo heeft de Groningse hoogleraar Nederlands Jack Hoeksema een artikel dat gaat over gek, waanzinnig en krankzinnig als ‘bijwoorden van graad’, dat wil zeggen, in zinnen zoals de volgende:

  • Het is krankzinnig duur. 
  • Het is waanzinnig duur. 
  • Het is niet zo gek duur.

Zoals uit deze voorbeelden al blijkt is er een verschil tussen de drie: gek kan alleen gebruikt worden in combinatie met niet (zo). Het is gek druk kun je niet goed zeggen.
Lees verder >>