Tag: syntaxis

Helemaal terug naar de basis van het ontleden

Door Henk Wolf

Mijn stukje van vorige week over de ontleding van ‘De paus is in Nederland’ heeft heel wat oude discussies opgerakeld en nieuwe doen ontbranden, met de nodige emoties hier en daar. Zoals dat gaat op internet.

Omdat ik vermoed dat niet iedereen alles precies zo heeft begrepen als ik het bedoeld had, wil ik hier nog eens de basaalste basis van het ontleden bespreken en dan mijn overwegingen daaronder zetten. Hopelijk doe ik dat nu zo helder dat iedereen het kan volgen.

Lees verder >>

Kijkende naar de toost van de koning

Constructies met houden/krijgen en een tegenwoordig deelwoord

Door Maarten Bogaards

Ter afsluiting van de eerste (en hopelijk gelijk laatste) Koningsdag die via computerschermen moest worden gevierd, bracht koning Willem Alexander een toost uit op ‘iedereen die Nederland op dit bijzondere, bizarre moment draaiende houdt’. Een gepast sentiment dat ook nog eens op een interessante manier is geformuleerd, namelijk met een tegenwoordig deelwoord: draaiende. Een tegenwoordig deelwoord krijg je door aan een infinitief (draaien) de uitgang –d (draaiend) of -de (draaiende) toe te voegen. In de toost van de koning heeft het deelwoord de langere uitgang en is het niet-attributief gebruikt (daarover zo direct meer). Normaal gesproken doet dat wat ouderwets en plechtig aan: ‘Kijkende naar de toost van de koning at ik een oranjetompoes’, om dat niet-ironisch te kunnen zeggen moet je minstens honderd jaar oud zijn. Toch voelt de formulering van de koning niet alsof die onder drie lagen stof vandaan is gehaald. Hoe kan dat?

Lees verder >>

Een beetje anders zitten te doen

Door Marc van Oostendorp

Aan de constructie Wij lopen te lopen moet ieder zichzelf respecterend online tijdschrift voor Nederlandse taal- en letterkunde op gezette tijden aandacht besteden. Neerlandistiek deed dat bijvoorbeeld hier, hier en hier. Nu het respectabele Journal of Linguistics ook online is, konden zij natuurlijk niet achterblijven. Onlangs publiceerde het dit artikel waarin een groep Antwerpse onderzoekers zich over de constructie buigt.

Lees verder >>

Wanneer we onze zinnen niet meer afmaken

Door Lauren Fonteyn

Als u denkt dat u weet hoe de dingen in elkaar zitten, en als u dat graag zo wil houden, dan gaat u beter niet het internet op.

Zelf dacht ik dat ik echt heel goed begreep hoe zinnen in elkaar zitten, en dat ik heel goed kon uitleggen wanneer een zin niet af is. Als talendocent moet ik het daar overigens vaak over hebben met mijn studenten. “Een zin,” zeg ik dan, “maak je niet door er een hoofdletter en een punt aan te plakken. Je kan dan wel iets geschreven hebben dat lijkt op een zin, omdat het de typische decoratie van een zin heeft, maar het is niet per se een zin.” Ik wil maar zeggen: u kan bijvoorbeeld ook alle meubels in huis een broek aandoen, maar daarom zijn het nog geen mensen.

Lees verder >>

Vijf personeelsleden hebben positief getest op het Covid-19-virus

Door Henk Wolf

Een paar weken geleden kwam ik in de media voor het eerst zinnen tegen waarin stond dat iemand ‘positief was getest (op corona)’. Ik begreep de zinnen natuurlijk wel, maar ik vond het een gekke constructie.

Positief lijkt in zulke zinnen ‘met positief resultaat’ te betekenen (natuurlijk niet in morele zin, maar in de zin dat het gezochte is gevonden). Voor mijn taalgevoel wil dat niet. Een kort zoektochtje in woordenboeken gaf ook geen meldingen van deze constructie.

Lees verder >>

Waar zijn de kleinkinderen van Natasja Froger (54) logeren?

Door Ronny Boogaart

Euh, ja, ik heb de app van RTL Boulevard op mijn telefoon. Als je die opent, kleurt je hele scherm fel oranje, dus je moet daar in gezelschap een beetje mee oppassen. Ik zou er ook niet over begonnen zijn als ze daar niet regelmatig zo onhandig formuleerden. Neem nou dit bericht van 9 februari jl.

Natasja Froger (54) kan haar geluk niet op. Dit weekend waren al haar kleinkinderen logeren bij opa en oma Froger. 

Iedereen begrijpt wat hier staat, maar toch wringt er iets. Of eigenlijk twee dingen. 

Lees verder >>

Linguïstisch miniatuurtje CLXVIII: Wat staat er op een ontmoeting met Ad Foolen?

Door Peter-Arno Coppen

Ik schrijf bijna nooit meer een Linguïstisch Miniatuurtje, en ook op mijn weblog waaien de tumbleweeds door een lege tijdlijn. Niet dat de inspiratie op is, maar tegenwoordig probeer ik mijn taalobservaties te vangen in mijn taalrubriek in het dagblad Trouw. Als je drie van die afleveringen per week schrijft blijft er weinig tijd over voor andere media. Zo’n rubriek in de krant kan dan wel niet veel langer zijn dan 200 woorden, maar dat is meestal genoeg om de essentie van een kwestie te raken. Totdat ik gisteren in de supermarkt Ad Foolen tegenkwam. Ad is dan wel met pensioen, maar dat weerhoudt hem er niet van om in Utrecht in te vallen voor een collega bij Duits. Daar geeft hij een grammaticacollege, en van de week had hij een interessante kwestie met zijn studenten besproken, die hij me graag voorlegde. Daar heb ik meer dan 200 woorden voor nodig.

Het ging om de (traditionele) ontleding van de zin ‘Op die misdaad staat drie jaar gevangenisstraf’. En dan niet zozeer het getal van het werkwoord, maar om de benoeming van ‘op die misdaad’. Wat is dat voor een zinsdeel?

Lees verder >>

ProRail vernieuwt

Door Marc van Oostendorp

Volgens de meeste naslagwerken is vernieuwen een overgankelijk werkwoord: iemand vernieuwt iets. De laatste jaren komt er een nieuw gebruik bij, constateert Gea Dreschler van de Vrije Universiteit in een artikel in Linguistics in the Netherlands. De laatste decennia tref je ineens koppen aan als de volgende, waarin het werkwoord onovergankelijk wordt gebruikt:

  • Centrum Zeist vernieuwt.
  • Tumuli vernieuwt.
  • ProRail vernieuwt.
Lees verder >>

Laaghangende of laag hangende takken?

Door Henk Wolf


Ik maak graag een wandelingetje over het kerkhof bij ons in de buurt. Als ik daar aankom, ben ik altijd even gefascineerd door de twee bordjes aan weerskanten van het pad. Op het ene bordje staat ‘laag hangende takken’ en op het andere ‘laaghangende takken’ – het verschil is een spatie.

Ik vroeg me af wat ik zelf zou schrijven. Als ik de officiële regels volg, dan zou ik geen spatie schrijven als laaghangend één woord was, en wel als laag en hangend allebei aparte woorden waren.

Lees verder >>

Dit is het einde van de zin, offeh

Door Lucas Seuren

Het einde van de zin is in gesproken Nederlandse een ware schatkamer van bijzondere taalfenomenen. Het is de plek waar we inhoudelijk niks meer toevoegen aan de zin, maar waar we signalen geven over hoe de zin “pragmatisch” begrepen moet worden. Vorige week besprak ik hoe of niet gebruikt wordt om urgentie uit te drukken of om kritiek af te zwakken. Deze week ga ik in op een sterk gerelateerd fenomeen: zinnen die eindigen met of.

Lees verder >>

Het gaat bij deze oproep niet om het bedenken van een resultaat maar om het resultaat van het bedenken

Door Peter-Arno Coppen

De Radboud Universiteit heeft onlangs een nieuwe slogan in gebruik genomen. Of slogan, ik weet eigenlijk niet wat de bedoeling is, maar we krijgen hem nu al enige tijd op ons inlogscherm. Hij luidt: ‘Het gaat niet om het overbrengen van kennis, maar om de kennis van het overbrengen’. Het schijnt een bedenksel van een communicatiebureau te zijn, want de belegen opvattingen achter deze zin verraden geen actuele kennis van het onderwijsonderzoek of de vakdidactiek, laat staan van de onderwijspraktijk. Op de universiteit gaat het bijvoorbeeld helemaal niet enkel om kennis, maar conform de in 2004 afgesproken Europese Dublindescriptoren om kennis, toepassing van die kennis, oordeelkundigheid, communicatie en leervermogen. Als ik voor één woord zou moeten kiezen zou dat trouwens eerder ‘inzicht’ zijn en niet ‘kennis’.

Lees verder >>

Dit is het einde van de zin, of niet?

Door Lucas Seuren

Het einde van de zin is in gesproken Nederlandse een ware schatkamer van bijzondere taalfenomenen. Het is de plek waar we inhoudelijk niks meer toevoegen aan de zin, maar waar we signalen geven over hoe de zin “pragmatisch” begrepen moet worden. Je kunt denken aan kleine woordjes zoals toch of die lastig te definiëren zijn, maar die we regelmatig inzetten om duidelijk te maken wat we willen. Omdat het einde van de zin een grote rol speelt in gesproken en minder in geschreven taal, is het uitermate geschikt voor gespreksonderzoekers. We kunnen wat zeggen over de taal, waar traditionele benaderingen wat meer moeite mee hebben, omdat het lastiger is om goede experimenten en tests te ontwerpen. In een korte serie bespreek ik wat mensen in spreektaal doen met het einde van hun zin. En ik begin vandaag met of niet.

Lees verder >>

Wie komt hun of hen te hulp?

Door Ton van der Wouden

Het Nederlands heeft al eeuwen geen derde naamval (datief) meer. Dat heeft de architecten van onze standaardtaal er in de zeventiende eeuw evenwel niet van weerhouden om een onderscheid te construeren tussen hem (4e naamval enkelvoud mannelijk) en hom (3e), en tussen hen (4e meervoud) en hun (3e). Hom heeft het niet gered, maar het opgelegde verschil tussen hun (indirect object) en hen (direct object en na voorzetsels) bestaat tot op de dag van vandaag. Niemand maakt spontaan het onderscheid, maar het heeft zich gaandeweg ontwikkeld tot een sociale markeerder die je kunt gebruiken om te laten merken dat je niet van de straat bent. Onze middelbare scholen zijn de erfgoedinstellingen die deze folklore bewaren en haar doorgeven aan de volgende generaties.

Lees verder >>

Overlappende zinnen

Taalkunde van 1919

In een onregelmatig verschijnende reeks bespreek ik af en toe taalkundige publicaties van 100 jaar geleden.

Door Marc van Oostendorp

Honderd jaar geleden werden er soms zaken geobserveerd in het Nederlands die nog altijd bestaan en nog altijd niet goed beschreven zijn.

Zo publiceerde J. Kooistra in 1919 een artikel over ‘twee Hollands-Engelse parallellen in de syntaxis‘ in De Nieuwe Taalgids. Het ging in beide gevallen om zaken die in het formele Engels wel zijn toegestaan terwijl ze in het Nederlands worden fout gerekend terwijl ze zelfs 100 jaar geleden (toen van invloed van het Engels op het Nederlands, zeker op het niveau van de zinsbouw, nog geen sprake was) al wel voorkwamen.

Op één van die parallellen kwam in hetzelfde nummer nog een kritische reactie; die parallel is ook later nog regelmatig besproken. Het gaat om het vooropplaatsen van een zelfstandignaamwoordgroep zonder het voorzetsel. Hier zijn een paar van Kooistra’s zinnen:

  • een koe krijg je zo maar honderd gulden meer voor
  • dat stuk land begint nu eindelik wat op te groeien
  • die kommissie zat hij zelf ook in
  • de melk is een raar smaakje aan
Lees verder >>

Niet gevangen zijn of hebben, maar zitten: hoe zit dat?

Door Maarten Bogaards

Prinses zit gevangen bij Goejanverwellesluis. Bron: Pricryl

Werk moet lonen voor iedereen die in de bijstand gevangen zit’, betoogt NRC eerder dit jaar in het redactioneel commentaar. Op zich geen baanbrekend standpunt, maar de formulering ervan bevat wel een interessante constructie van het Nederlands: de combinatie van een voltooid deelwoord, gevangen, met het houdingswerkwoord zitten.

Zo’n soort combinatie kennen we vooral van de voltooide tijd. Daarin gaat een voltooid deelwoord vergezeld van een hulpwerkwoord van tijd, zijn of hebben. ‘Zelfs de choreografie van de zangers is gevangen in notenschrift’, schrijft NRC bijvoorbeeld over de recente uitvoering van een experimentele opera van de twintigste-eeuwse componist Stockhausen. En over het werk van fotograaf Christian Voigt, die dinosaurusskeletten vastlegde in ultrahoge resolutie: ‘zoals Voigt ze heeft gevangen zag je ze nog niet’. Is en heeft gevangen zijn voorbeelden van de voltooide tijd. Maar in het voorbeeld waarmee we begonnen, staat geen is of heeft, maar zit. De vraag ligt voor de hand: hoe zit dat?

Lees verder >>