Tag: streektaal

De staat van het Limburgs

Subtiele verschillen weerspiegelen taalpolitieke opvattingen over het Limburgs

Door Leonie Cornips en Roeland van Hout

Sinds 6 november is er een Convenant inzake de Nederlandse erkenning van de Limburgse taal getekend in Venlo door de minister van Binnenlandse Zaken en de provincie Limburg. De titel van dit Limburgse convenant wijkt af van het convenant voor het Nedersaksisch waarboven de Nederlandse erkenning van de regionale Nedersaksische taal prijkt. Het woord regionaal is in het Convenant voor het Limburgs weggelaten. Dat verschil lijkt misschien subtiel, maar door het weglaten van regionaal klinkt de Limburgse taal een stuk sterker en zelfstandiger. In het eerste deel van deze bijdrage zullen we uitleggen hoe subtiele verschillen in omschrijvingen en benamingen van een taalvariëteit gekoppeld zijn aan taalpolitieke opvattingen. De terminologische verwarring is groot en dat is vooral een gevolg van de onwelwillendheid om het Limburgs in Nederland als een erkende taal te beschouwen. Lees verder >>

Streektaal kun je leren!

Bestuur Stichting Nederlandse Dialecten

Op 11 oktober jl. vond de streektaalconferentie van de Stichting Nederlandse Dialecten plaats in Mechelen (B.). Het thema, streektaal kun je leren, draait om vragen zoals: 

  • Als je dialect wilt leren als volwassene, waar kun je dat dan doen? 
  • Hoe belangrijk is streektaal voor anderstaligen zoals nieuwkomers? 
  • Waarom zingen niet-dialectsprekers toch in het dialect? 
Lees verder >>

De geordende kijk op aardrijkskunde van de standaardtaalspreker

Door Henk Wolf

Wie geen streektalen kent, vindt soms andere dingen normaal dan wie er wel een spreekt. De standaardtaalspreker heeft bijvoorbeeld een veel overzichtelijker visie op aardrijkskunde dan de streektaalspreker.

Een paar dagen geleden schreef ik een stukje over het gebruik van lidwoorden in aardrijkskundige namen. In het Standaardnederlands bestaan wel namen van landen, eilanden, plaatsen enz. met lidwoorden, maar ze zijn ongewoon. Veel van die lidwoorden zijn bovendien ‘opgeslokt’ in de naam en geen echt lidwoord meer. In veel Nederlandse streektalen, misschien wel in alle, is dat anders. Daar zijn lidwoorden voor aardrijkskundige namen juist heel gewoon. Lemmer is in het Fries de Lemmer en Ameland is it Amelân. Leek is in het Gronings de Laik en Schiermonnikoog wordt in het Gronings vaak t Ailaand genoemd. Marcel Plaatsman schreef hier dat op Texel ’t Skil voor Oudeschild werd gezegd, Wikipedia vertelt me dat Meterik in het Limburgs De Mieëterik en België ’t Belsj wordt genoemd en zo zijn er nog talloze andere voorbeelden te bedenken.

Lees verder >>

Nederlandse Rijksoverheid tevreden over eigen beleid voor minderheidstalen

Door Henk Wolf

De Nederlandse Rijksoverheid heeft zichzelf ertoe verplicht zorg te dragen voor vijf kleine talen: het Fries, Nedersaksisch, Limburgs, Jiddisch en Romanes. Dat is gebeurd door het Europees Handvest voor regionale talen en talen van minderheden te ratificeren. Om de drie jaar onderzoekt een groep deskundigen (juristen, politici, onderzoekers) in opdracht van de Raad van Europa of Nederland z’n verplichtingen wel nakomt en om de paar jaar moet het Ministerie van binnenlandse zaken een zelfrapportage schrijven. De laatste is deze week verschenen en heel veel verantwoordelijkheidsbesef spreekt er niet uit.

In het document, waarin geen auteur wordt genoemd, gaat het ministerie vooral in op kritiek en suggesties van drie partijen: de genoemde groep deskundigen, het Comité van ministers van de Raad van Europa en het eigen adviesorgaan voor de Friese taal Dingtiid. Die zijn op diverse vlakken niet zo tevreden, maar de kritiek wordt luchtig weggewuifd.

Lees verder >>

Huulbessem

Door Henk Wolf

Streektaalbewegingen in Nederland doen op het moment hun best om het Nedersaksisch en het Limburgs een plekje in het onderwijs te geven. RTL Nieuws zond daar in februari een reportage over uit. Die begon ermee dat de ene duopresentator tegen de andere zei: “Jij als Groninger zou die streektaal goed moeten kennen” en haar vervolgens vroeg om een paar onhandig uitgesproken Nedersaksische woorden in het Nederlands te vertalen: hoes, huulbessem en slepkökken. Dat laatste is trouwens geen Gronings, maar Achterhoeks.

Stel je nou voor dat RTL een reportage uitzendt over de verengelsing van Nederlandse universiteiten. Stel dan dat een van de presentatoren in die uitzending een lijstje pakt met daarop de tekst:

Lees verder >>

Vandaag is het de ‘Dach fan ut Stadsfrys’

Door Reitze Jonkman en Henk Wolf

Het Stadsfries of Stads is al bijna vijfhonderd jaar een van de talen van Fryslân. Het wordt – met kleine onderlinge verschillen – gesproken in Bolsward, Dokkum, Franeker, Harlingen, Leeuwarden, Sneek en Stavoren. Soortgelijke taalvarianten worden overigens ook op het platteland gebezigd in Kollum, Midsland op Terschelling, in het Bildt en op Ameland. Deze verschillende varianten staan door de concurrentie met het Fries en Nederlands onder druk.

Dach fan ut Stadsfrys

Om het Stads opnieuw schwung te geven zoeken, heeft een groep liefhebbers van de taal de manifestatie ‘Dach fan ut Stadsfrys’ georganiseerd. Die vindt vandaag plaats in Franeker. Lees verder >>

Nedersaksisch: naast het Fries, onder het Nederlands

Door Henk Wolf

‘Nedersaksisch is nog steeds geen Fries’ stond er donderdag in Trouw. Ook andere media meldden dat de vage beleidsvoornemens voor het Nedersaksisch niet in de buurt komen van de Friese taalpolitiek. Dat is natuurlijk waar, maar waarom de vergelijking tussen die twee talen getrokken?

Toen ik wat googelde op ontwikkelingen rond het Nedersaksisch, kwam ik in het Twentse regionale dagblad Tubantia een paar artikeltjes tegen van een ambitieuze ijveraar voor het Nedersaksisch, het Overijsselse Statenlid Jos Mooiweer. Mooiweer wil het Nedersaksisch graag in officiële functies kunnen gebruiken. Daarbij vergelijkt hij de positie van zijn streektaal met die van het Fries. Hij zegt:

“[…] het gekke is dat een Friestalige in het officiële circuit veel meer mag dan een spreker van het Nedersaksisch. Ik wil aandacht vragen voor deze ongelijke behandeling. Want het steekt mij dat ik, als volksvertegenwoordiger in Overijssel, de eed niet in onze eigen taal mag afleggen. Maar, en nu komt het, ik mag als niet-Fries de eed wel in het Fries afleggen. Dat is toch bizar?”

Lees verder >>

Aan de slag met streektaal op het vmbo

In samenwerking met het Cedin heeft de IJsselacademie een aangepaste uitgave van de lesbrief ‘Jouw taal hoort bij jou’ uitgebracht, speciaal voor vmbo-leerlingen in regio’s waar thuis ook dialect gesproken wordt.

Nedersaksisch erkende regionale taal

10 oktober jongstleden ondertekenden de verschillende Nedersaksische overheden een convenant met het Rijk waarin het Nedersaksisch als taal erkend wordt. Veel jongeren hebben echter nog de (onjuiste) aanname dat hun lokale, Nedersaksische dialecten een vorm van ‘slecht’ Nederlands zijn, in plaats van dialecten van een andere taal: het Nedersaksisch. Met deze uitgave hoopt de IJsselacademie discussie over de rol die taal bij de eigen identiteit van jongeren speelt op gang te brengen.  Lees verder >>

Nedersaksisch is niet opeens officieel ‘deel van het Nederlands’

Door Henk Wolf

Delen van Nederland waar Nedersaksisch wordt gesproken

In het oosten van Nederland en het noorden van Duitsland worden Germaanse dialecten gesproken die in de taalwetenschap traditioneel als Nedersaksisch worden benoemd. Die term is een paar decennia geleden wat algemener bekend geraakt, vooral door de streektaalbeweging in het Nederlandse deel van het verspreidingsgebied. In 1996 kreeg de naam zelfs een plaatsje in de wet, toen het Nederlandse parlement het Europees Handvest voor regionale talen en talen van minderheden goedkeurde. Dat is een document waarin nationale overheden beloven goed voor hun erkende kleine inheemse talen te zorgen. De Nederlandse regering erkende het Nedersaksisch als een van die talen.

Het Fries heeft altijd een veel specifiekere vorm van stimulering gekregen dan de andere erkende kleine inheemse talen van Nederland (Nedersaksisch, Jiddisch, Limburgs en Romani). De vorm van die stimulering hebben de Minister van Binnenlandse Zaken en het provinciebestuur van Friesland uitgewerkt in een serie schriftelijke afspraken, zogenaamde convenanten of bestuursafspraken. Nu was er afgelopen woensdag nieuws: de besturen van de provincies waar Nedersaksisch wordt gesproken, hebben voor die taal toen ook zo’n convenant met het Rijk gesloten.

“Deel van de Nederlandse taal”

De media hebben van de ondertekening van dat convenant iets heel vreemds gemaakt. Verschillende nieuwssites, omroepen en kranten melden namelijk dat het Rijk het Nedersaksisch “als deel van de Nederlandse taal” zou hebben erkend. Zelfs het Genootschap Onze Taal deed dat op z’n website. Hier een paar voorbeelden: Lees verder >>

“Kind moet over op het ‘plat’”

Door Leonie Cornips

“Kind moet over op ‘plat’”, kopt De Limburger afgelopen week boven een artikel van verslaggever Jule Peeters. Waarom besteedt De Limburger juist nu aandacht aan Limburgs op de peuterspeelzaal en waarom op deze wijze? Waarom ik namens de leerstoel Taalcultuur in Limburg pleit voor meertalige peuterspeelzalen schreef ik in twee eerdere columns (hier en hier), en over de urgentie om aandacht te besteden aan de toekomst van het Limburgs (het Limburgs is de officiële benaming volgens het Europees Handvest voor regionale talen of minderheidstalen hoewel de Provincie Limburg de noemer streektaal hanteert en sprekers in Limburg dialect of plat) schreef ik hier en hier.

Het verslag in De Limburger bevat dus niets nieuws. De Gedeputeerde van Cultuur van de Provincie Limburg zei in november 2017 al toe op basis van onderzoek door mijn leerstoel een taalbeleid te ontwikkelen voor de peuterspeelzalen in Limburg. De organisaties in Limburg die zich bekommeren om de toekomstige vitaliteit van het Limburgs delen in oktober 2015 dit pleidooi in het visiestuk ‘Sjiek is miech dat!’ dat als belangrijke input diende voor de Erfgoednota van de Provincie Limburg. Lees verder >>

Taalwetenschap en streektaalbeleid

De casus Europees Handvest voor Regionale Talen of Talen van Minderheden

Door Marc van Oostendorp

De anonieme toehoorder die na afloop van een lezing ooit tegen de Amerikaanse dialectoloog Uriel Weinreich zei dat ‘a sprakh iz a dialekt mit an armey un flot’ (een taal is een dialect met een leger en een vloot, in het Jiddisj), heeft niet geweten hoe invloedrijk zijn dictum zou zijn in de taalwetenschap – hoe het zou uitgroeien tot een van de meest geciteerde zinnetjes van het vakgebied. Het verschil tussen taal en dialect, zo vinden waarschijnlijk vrijwel alle taalkundigen heden ten dage, is geen taalkundige kwestie maar een sociaal-politieke.

Soms komt een taalkundige echter in de verleiding: de kwestie kómt inderdaad op de polititieke agenda en vervolgens blijken de politici behoefte te hebben aan deskundig advies. Omdat het logisch lijkt om te denken dat de taalwetenschap iets verstandigs kan zeggen over de vraag ‘wat is een taal?’ wordt gekeken naar onze discipline. Dat gebeurt anders zelden – meestal wordt ons geesteswetenschappers ingewreven hoe maatschappelijk nutteloos het is wat we doen. Dan moet je wel heel stevig in je schoenen staan om alleen maar te verwijzen naar leger en vloot. Lees verder >>

Leeuwarden, 8 en 9 juni 2018: Zin en onzin van streektaal- en dialectpromotie.

13de jaarlijkse streektaalconferentie van de Stichting Nederlandse Dialecten

De jaarlijkse streektaalconferentie is een initiatief van de Stichting Nederlandse Dialecten (SND) en wordt dit jaar georganiseerd door de Fryske Akademy in samenwerking met de Afûk en de Nederlandse Taalunie. De conferentie is te gast in het Talenpaviljoen en de Talentuin van Lân fan taal in Leeuwarden op 8 en 9 juni.

Lân fan taal?

Leeuwarden is in 2018 Culturele Hoofdstad van Europa. Een van de belangrijke projecten is Lân fan taal (land van taal). Een deel van de binnenstad is ingericht als een vrijstaat voor talen. Friesland wil zich met dit project als een belangrijk publieks- en kenniscentrum voor meertaligheid positioneren. In 2018 viert het Lân fan taal de taal met activiteiten, voorstellingen, kunstwerken, tentoonstellingen en ruimtelijke installaties in Leeuwarden en Friesland. Lees verder >>

Positiepaper: De positie van de erkende regionale talen in Nederland

Door Roeland van Hout, Henk Bloemhoff, Leonie Cornips, Goffe Jensma en Joep Leerssen

Onderstaand positiepaper is uitgedeeld tijdens de Rondetafelbijeenkomst van de Nederlandse Taalunie over taalvariatie, 14 maart 2018, Rotterdam.

De Taalunie wil een taalbeleid gestalte geven met nadrukkelijke, positieve aandacht voor variatie in het Nederlands. Het lijkt ons belangrijk dat die benadering rekening houdt met de specifieke status van het Fries, Nedersaksisch en Limburgs, die als regionale talen wettelijk erkend zijn onder het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden van de Raad van Europa. We betreuren het dat het taalvariatiebeleid van de Taalunie een tendens vertoont om voorbij te gaan aan de maatschappelijke en publiekrechtelijke status van deze regionale talen en roepen de Taalunie op om zich expliciet te committeren aan hun specifieke status en erkenning. We hebben hiervoor de volgende argumenten: Lees verder >>

Nieuw Limburgs taalbeleid: Een convenant is drijfzand voor het Limburgs

Sinds enkele maanden is er weer volop discussie over een nieuw Limburgs taalbeleid. De Provincie Limburg heeft de Raod van ’t Limburgs gevraagd een nieuwe visienota voor te leggen. De vraag is of er een verdere erkenning voor het Limburgs naar Fries model moet komen óf een taalbeleid op basis van een door de Nederlandse overheid aangeboden convenant? Welke weg biedt de meeste zekerheid voor een volwaardig taalbeleid voor het Limburgs?

Door Yuri Michielsen-Tallman

Het Limburgs is sinds 1997 door de nationale overheid erkend als regionale taal onder het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden. Die erkenning geldt ook voor het Fries en het Nedersaksisch. De nadruk zal hier echter liggen op het Fries en het Limburgs. Waar nodig wordt het Nedersaksisch vermeld.

Het Handvest is door de Raad van Europa in het leven geroepen om regionale talen te beschermen. Regionale talen zijn vaak in een achterstandspositie ten opzichte van nationale talen gekomen. Door wettelijke maatregelen, taalbeleid en financiering voor gebruik in het openbare leven, in het onderwijs en de media hebben nationale talen (zoals het Nederlands) een dominante positie verworven. Dat heeft onder andere geleid tot een afname in het gebruik van regionale talen en vaak een stigma voor de sprekers ervan. Er bestaan vooral ook wettelijke en financiële hindernissen, die het gebruik en de aanpassing van de regionale taal aan de moderne tijd belemmeren. Het Handvest beoogt regionale talen te beschermen door deze veel van de rechten en mogelijkheden te bieden die ook aan nationale talen ter beschikking staan. Lees verder >>

Nieuwjaarsboodschap Taalunie

Door Leonie Cornips

Onder de ‘beste-wensen’-boodschappen kreeg ik ook de nieuwjaarsfolder Tal van Talen. In en Om het Nederlands van de Taalunie onder ogen. De folder visualiseert en verwoordt de boodschap van de Taalunie anno 2018: Nederland en België is rijk aan variatie en meertaligheid. De strip op de voorkant van de folder bevat noodgedwongen een dosis versimpeling in de poging om de complexiteiten van taalvariatie en meertaligheid als een soort netwerk van knooppunten in kaart te brengen. Meer precies beeldt de strip uit dat talen aan plekken en zelfs heel expliciet aan gebouwen in Nederland en België verankerd zijn. Lees verder >>

Over streektaalgrenzen heen

Door Marcel Plaatsman

Als bierliefhebber bezoek ik regelmatig bierfestivals, als thuisdialectoloog voortaan ook taalconferenties. Gisteren was ik in Amsterdam voor een streektaalconferentie – dat is een soort festival met in plaats van bier lezingen, en in plaats van bierliefhebbers taalkundigen om mee te praten. Voor mij toch wel gefundenes Fressen, zoiets. Ik heb er ′n welbestede dag gehad.

De titel van de conferentie luidde: De wondere wereld van streektaalgrenzen en over de grenzen tussen dialecten, en over de grenzen tussen taal en dialect, gingen de lezingen, die werden afgesloten met een debat.

streektaalconferentieZoeken naar streektaalgrenzen

Het ochtendprogramma was gevuld met lezingen over dialectverschijnselen en hun verspreiding, met daarbij de vraag of die verschijnselen harde streektaalgrenzen konden opleveren. De actualiteit van het Catalaanse referendum gaf die vraag nog wat welkome urgentie. Kun je op basis van wat taalverschijnselen werkelijk grenzen trekken? Ja, je kunt kaarten tekenen, met isoglossen, met kruisverbanden, Wilbert Heeringa van de Fryske Akademy liet er prachtige zien. Maar zijn dat nu echt de taalgrenzen zoals we die voelen? Lees verder >>

De wondere wereld van streektaalgrenzen

Indelingskaart Nederlandse dialecten
Indelingskaart Nederlandse dialecten. Jo Daan, 1968

Op 13 oktober 2017 organiseren de Stichting Nederlandse Dialecten (SND), Variaties vzw en het Meertens Instituut de jaarlijkse streektaalconferentie in de Posthumuszaal in het Internationaal instituut voor sociale geschiedenis (IISG) in Amsterdam (Cruquiusweg 31, 1019 AT Amsterdam). Tijdens deze conferentie gaan wetenschappers, beleidsmensen en dialectliefhebbers op zoek naar welke criteria er bestaan om van een dialectgebied of een streektaal te kunnen spreken. Lees verder >>

13 oktober 2017: Conferentie ‘De wondere wereld van de streektaalgrenzen’

Op 13 oktober 2017 organiseren de Stichting Nederlandse Dialecten (SND), Variaties vzw en het Meertens Instituut de jaarlijkse streektaalconferentie in de Posthumuszaal in het Internationaal instituut voor sociale geschiedenis (IISG) in Amsterdam (Cruquiusweg 31, 1019 AT Amsterdam). Tijdens deze conferentie gaan wetenschappers, beleidsmensen en dialectliefhebbers op zoek naar welke criteria er bestaan om van een dialectgebied of een streektaal te kunnen spreken.

Erkende streektalen: criteria?

Zoals bekend zijn binnen het Nederlandse taalgebied de Limburgse en de Nedersaksische regionale variëteiten officieel erkend als ‘streektalen’. De criteria die hiervoor als argument worden aangedragen zijn meestal van historische, sociologische, psychologische of politieke aard. Een voorbeeld: het Limburgs is een ‘Duits dialect’ en het heeft op die gronden de status van officieel erkende streektaal. Het Brabants en het Zeeuws, daarentegen, hebben dat niet, want dat zijn ‘dialectvarianten’ van het Nederlands. Een vraag die gesteld zou kunnen worden is in hoeverre deze criteria geobjectiveerd kunnen worden en in hoeverre ze valide zijn. Lees verder >>

‘Limburgs’, dialect, mosterd en de onderbuik

Een open brief aan Leonie Cornips

Door Frans Hinskens
Coördinator van de Nederlandse poot van het StaatNed project

Beste Leonie,

Anderhalve week geleden is het eindverslag gepresenteerd van een grootschalig onderzoek naar de plaats van het Nederlands in de huidige Nederlandse en Vlaamse samenlevingen. Het door de Nederlandse Taalunie (NTU) geïnitieerde onderzoek, dat alle twee jaar herhaald zal worden, heet Staat van het Nederlands (oftewel StaatNed). Het onderzoek is gebaseerd op twee typen gegevens: enerzijds de antwoorden van ruim 6.500 Nederlandstalige Nederlanders en Vlamingen op een serie online enquêtevragen, anderzijds cijfers in bijv. jaarverslagen en verkooplijsten en eigen tellingen van allerlei zaken waarvoor al dan niet het Nederlands ingezet kan worden. Naar aanleiding van de enquête (waarin de antwoordoptie ‘dialect’ ontbrak) en een onwelwillende uitleg van een antwoord van een ambtenaar van de Taalunie op een vraag daarover van een Limburger, heb jij een actie ontketend die onder meer bestaat uit columns van jouw hand, een TV optreden van jou op L1 en een petitie.

Verschuiven

Dat je dat allemaal gedaan hebt verbaast mij nogal. Toen je hiermee begon, wist je al (onder meer uit een gesprek met mij) dat het protest zowel wat de enquête als de positie van de NTU betreft mosterd na de maaltijd zou zijn. Lees verder >>

Hebben streektalen nog toekomst in Nederland?

Stichting IJsselacademie deed verkennend onderzoek

[Persbericht]

We denken weleens dat alleen ouderen nog streektaal spreken, maar er zijn ook voorbeelden van jongeren die streektaal gebruiken. Op verzoek van de IJsselacademie deed student Meertaligheid, Daan Brandenburg, onderzoek naar streektaal in Steenwijk onder de jongeren zelf (12 tot 18 jaar). Hoe is hun houding ten opzichte van streektaal en wanneer gebruiken ze de streektaal?

De onderzoeker concludeert dat de streektaal onder jongeren nog steeds wordt gebruikt. Het is wel opvallend te zien dat het streektaalgebruik van de jongeren meestal plaatsvindt in het contact met hun grootouders. Als het doorgeven van de taal voornamelijk van de grootouders moet komen, zal het gebruik van de streektaal blijven afnemen.

Lees verder >>

Nedersaksisch: de verzwegen taal

Een van de meest onderbelichte talen in het Nederduitse taalgebied is het Nedersaksisch. Dat is niet zo gek, want het besef dat het een internationale taalgroep is, is nogal vertroebeld. En niemand heeft een goedwerkend filter.
Ten eerste is er zoveel taalvariatie dat je het moeilijk als één taal kunt bevatten. Ten tweede zijn de sprekers er zelf niet erg van overtuigd. Die denken dat vier kilometer verderop een compleet andere taal wordt gesproken; ze reageren als door een wesp gestoken als jij warkzegt terwijl het in hun dialect waark is. Verder vinden veel Nederlandse taalonderzoekers nog steeds dat Nedersaksisch eigenlijk een soort Nederlands is. Onderzoek blijft dus uit en daardoor ook de algemene acceptatie.

Waarom het Nedersaksisch nooit erkend wordt

Door Marc van Oostendorp 

Het was niet langer de ultieme poging, maar inmiddels toch echt de laatste ultieme poging, waarmee de Drentse gedeputeerde Rein Munniksma het nieuws zocht en vond. Na deze laatste ultieme poging kan hij eventueel nog een allerlaatste ultieme poging doen, maar daarna resteert hem alleen nog een finale allerlaatste ultieme poging om het Nedersaksisch erkend te krijgen.

Zaterdagochtend gaf Munniksma een kort interviewtje aan het Radio1-journaal, en daar zit eigenlijk alles in. De hopeloosheid van de situatie. Het merkwaardige feit dat de grootste strijder voor het Nedersaksisch zelf niet de moeite genomen heeft de taal voldoende te leren om ‘dank je wel’ te kunnen zeggen. Munniksma’s onbegrip van wat de erkenning van streektalen eigenlijk inhoudt.

Wat is er aan de hand?
Lees verder >>

Na bijna een eeuw een veel betere Thei

door Gaston Dorren

Dit wordt een enthousiast stukje, en wel over een dialectwoordenboek: De Vallekebergsen Dieksjenaer. Het beschrijft het dialect van Valkenburg aan de Geul en omliggende dorpen, en dat doet het in een aantal opzichten op een bijzonder goede manier.

Nu zal mijn enthousiasme voor een deeltje voortkomen uit persoonlijke omstandigheden. Mijn opa sprak Valkenburgs, mijn vader tot op zekere hoogte ook, in de inleiding tot het boek komen enkele mensen voor die ik heb gekend en bovendien wordt er volop geciteerd uit het vorige Valkenburgse woordenboekje (1917), samengesteld door mijn verre familielid Theodoor (‘Thei’) Dorren. Maar zoals gezegd: het lijkt me ook gewoon een goed dialectwoordenboek, met een paar kenmerken die ik nog niet eerder ben tegengekomen.
Lees verder >>

Sjiek plat

De afgelopen tijd heb ik meer in het Limburgs gecommuniceerd dan ik gewend ben. Ik ben al bijna dertig jaar een ‘Limburger om utens’ en daardoor spreek ik die streektaal vooral met – eveneens geëmigreerde – familieleden. Maar nu praatte ik opeens bijna twee uur met drie Venlonaren (hier een kwartier daarvan), en voerde met een van hen zelfs een korte mailcorrespondentie in het Limburgs. Er vielen mij drie dingen op.

Lees verder >>