Tag: straattaal

Marokkaanse markeerders in straattaal

Door Khalid Mourigh

Volgens René Appel was in 1999 het Sranan Tongo zo dominant in straattaal omdat Surinaams Nederlandse jongeren de populaire cultuur domineerden. Hun kledingstijl, hun haarstijl, hun raps én hun manier van praten domineerden de scene. Inmiddels is daar enige verandering in gekomen en moeten Surinaams Nederlandse jongeren het podium delen met vooral Marokkaanse Nederlanders. En dat is eigenlijk wel vreemd. Zijn zij immers niet regelmatig het onderwerp van negatief nieuws?

Lees verder >>

Marokkanen assimileren wel, maar anders

Door Khalid Mourigh

Eerder schreef ik dat de meeste woorden in straattaal uit het Sranan Tongo afkomstig zijn; waggie ‘auto’, mattie ‘vriend’,  os(so) ‘huis’ en torrie ‘verhaal’ zijn voor grootstedelijke jongeren inmiddels net zo Hollands als stroopwafels en kaas. Het lexicon is ook het eerste waar mensen aan denken bij straattaal. Toch vormt het gebruik van ‘vreemde’ woorden maar een deel van het verhaal. Lees verder >>

Tav jij hem? Verlan in Nederland

Door Khalid Mourigh

Alweer twintig jaar geleden schreef René Appel het eerste wetenschappelijke artikel over straattaal waarin hij een aantal veelgebruikte woorden signaleerde, zoals doekoe ‘geld’, loesoe ‘weg’, chick(ie) ‘meisje’, osso ‘huis’, faja ‘erg/vies’, kill ‘jongen’, fatoe ‘grapje’, tata ‘nederlander’. Veel van die woorden zijn inmiddels gemeengoed geworden en sommige, zoals fittie, hebben zelfs Van Dale gehaald:

Lees verder >>

Straattaal: onnavolgbaar?

Door Khalid Mourigh

Iedereen die met jongeren te maken heeft, als ouder, als leraar of als agent, kent het fenomeen straattaal. Lukraak strooien tieners en volwassenen met exotische woorden die voor ouderen onverstaanbaar zijn. Hun gesprekken zijn onnavolgbaar. Hoe kunnen wij straattaal toch proberen te begrijpen? In dit eerste blog ga ik in op de belangrijkste, maar zeker niet de enige, bron van de woorden in straattaal: het Sranan Tongo, oftewel Surinaams.

Daarvoor gaan we een straattaalbericht lezen dat de politie vorig jaar publiceerde.

Lees verder >>

‘Straatpraat’: jammerrrr

Door Marc van Oostendorp

Zouden er wetenschappers zijn die niet af en toe het verzoek krijgen om scholieren te helpen met hun profielwerkstuk? Ik probeer altijd aan dat soort verzoeken te voldoen, althans als de leerlingen in kwestie het me niet al te lastig maken om ze te bereiken.

In mijn geval gaan de meeste verzoeken vermoedelijk over straattaal en ik vermoed daarom dat dit al jarenlang hét taalkundig onderwerp is voor profielwerkstukken over taal. Ik weet bijvoorbeeld helemaal niet veel over het onderwerp, mijn grootste claim to fame op dit gebied is eigenlijk dat ik 20 jaar geleden op één kamer zat met René Appel toen hij het fenomeen min of meer ontdekte als onderwerp van wetenschappelijk onderzoek. Dus als een scholier bij mij terecht komt om er meer over te weten, moeten ze wel heel wanhopig zijn.

Er is nu een nieuw boekje over straattaal, Straatpraat, van de psychologe Jiska Duurkoop. Ik heb daarover goed nieuws en slecht nieuws.  Lees verder >>

Van bonefluijter tot faya

Een reis langs straattaal door de eeuwen heen: van bonefluijter en zwabberkappetijn tot kill en smatje. Van het Archief van de Amsterdamse Notarissen tot aan het Smibanese woordenboek van vandaag. Gefilmd door Come Amsterdam & Swinkels & Swinkels, in opdracht van het Stadsarchief Amsterdam.

Met Soort Kill, Kiddo Cee, Leonie Cornips, Ewoud Sanders, Ronald Ockhuizen e.a.

(Bekijk deze video op YouTube.)

‘Ik zit bhel shi zombi achter de laptop’

Door Marc van Oostendorp

Dat Marokkaanse jongeren in Nederland graag hun taal kruiden met woorden uit het Berber en het Arabisch, dat weet vermoedelijk iedereen. Maar waarom doen ze dat eigenlijk?

De reden is aantoonbaar niet dat ze niet beter weten. Wanneer een Marokkaanse jongere een officiële brief moet schrijven, komt hij heus niet ineens met wollah aanzetten. Maar waarom doen ze het dan wel? In het meeste onderzoek tot nu toe wordt ervan uitgegaan dat de jongeren het doen om hun identiteit uit te drukken of vorm te geven: door dat soort woorden te gebruiken laat je zien wie je bent, wie je wilt zijn, tot welke groep je hoort. Je creëert een onderlinge band door te laten merken dat je Marokkaanse woorden kent.

Maar in een interessant nieuw artikel in Nederlandse Taalkunde laat de hoogleraar Berber-talen Maarten Kossmann zien dat ook nog een andere factor een rol kan spelen: Marokkaanse jongeren gebruiken dat soort woorden ook om een wat lichtere toets aan te slaan – om te laten merken dat ze wat ze zeggen licht ironisch is. Lees verder >>

‘Straattaal In Nederland’ 1997-2017

Door Leonie Cornips en Vincent de Rooij

Eind 1997 brak er in Nederland een moral panic los over de vermeende verloedering van het Nederlands van jongeren van vooral Surinaamse, Turkse, Marokkaanse of Antilliaanse afkomst. In een artikel van Frans van Deijl in Het Parool van 24 december 1997, werd dit taalgebruik door middelbare schooldocenten aangeduid als ‘smurfentaal.’ Met deze benaming wilden ze aangeven dat het hier ging om een lexicaal verarmde variant van het Nederlands. Een variant die bovendien voor buitenstaanders onverstaanbaar was door het mengen van Nederlands, Arabisch, Turks, Surinaams en garant zou staan voor achterblijvende leerprestaties. Lees verder >>

Helemaal de moeder

artworks-000059947872-pa224g-t500x500

Door Marc van Oostendorp

Er is een nieuwe uitdrukking, geheel en al van Nederlandse bodem, niks geen Engels. Ton den Boon schreef er zaterdag al over in zijn onvolprezen taalrubriek in Trouw (hier op Blendle, dus €) en op het Meldpunt Taal werd het een paar dagen eerder ook al opgemerkt: helemaal de moeder. De melder had de volgende zin van de website van het Eindhovens Dagblad gehaald (het ging over die jongens die voor een vlog op de dak van een trein waren gesprongen):

  • Stelletje debielen. Hopelijk procederen zowel Veolia als ProRail jullie helemaal de moeder

Wat is de geschiedenis van deze constructie? Lees verder >>

Smurfentaal

Door Marc van Oostendorp


Ik herinner me smurfentaal. Aan het eind van de jaren negentig kwam er ineens aandacht – in eerste instantie in Het Parool – voor het feit dat jongeren, vooral jongeren uit etnische minderheidsgroepen, een eigen taalgebruik hadden ontwikkeld. De journalist gebruikte daar die term smurfentaal voor omdat hij dacht dat het om een vereenvoudigd soort taalgebruik ging; dat die jongeren zich maar een beetje onbeholpen uitdrukten.

De Amsterdamse taalkundige en schrijver René Appel raakte als een van de eerste geïnteresseerd in het fenomeen. De naam smurfentaal was wel erg denigrerend en daarom stelde hij een andere term voor: straattaal, ook omdat sommige jongeren dat zelf gebruikten. Die term is sindsdien, in ieder geval in de vakliteratuur, blijven hangen.

In een onlangs verschenen artikel bespreken Leonie Cornips, Jürgen Jaspers en Vincent de Rooij de geschiedenis van de term sindsdien. Ze laten zien hoe het woord, ondanks Appels goede bedoelingen, in de loop van de tijd vooral in de populaire pers een aantal negatieve connotaties krijgt. Ook wijzen ze op het opvallende feit dat in Vlaanderen niet alleen de term straattaal niet bestaat, maar dat er eigenlijk geen equivalente term is om de verschijnselen die in Nederland zo genoemd worden, te beschrijven.

Lees verder >>

Kankermoer voor kinderen

Door Marc van Oostendorp
Ik weet niet hoeveel u kunt verstaan van de coupletten van het bovenstaande nummer, uitgevoerd door de jonge Amsterdamse aanstormende rapper Lil Kleine (‘de 17-jarige loodgieter‘). Ik vind het in ieder geval jammer dat ik nergens een uitgeschreven tekst kan vinden, want ik versta hooguit een enkel fragment (‘Ik hoef niks te weten van je holy ghost, ik weet alleen dat ik smoke till an overdose‘ is het langste aaneengesloten stukje dat ik kan volgen). Maar ik hoor wel dat de tekst op een eigenaardige manier contrasteert met het engelachtige gezicht van de Kleine.

Dat geldt ook voor het refrein. Het enige dat daar enigszins in character lijkt, is het feit dat roken als een bewijs wordt gezien voor het stoere karakter van de zanger:

Lees verder >>

Geil in de U-bocht

Christelijke huisvrouwen geilen op hun eigen echtgenoot, had er in juli in NRC Handelsblad gestaan. Een lezer had zich daaraan gestoord en de ‘ombudsman’ van de krant, Sjoerd de Jong, schreef er daarom gisteren een stukje over (Opiniebijlage, pagina 25).

De Jong rekent in zijn stukje voor dat het gebruik van het woord geil in de krant de afgelopen decennia een beetje is gestegen – al is zijn empirische basis daarvoor een beetje wankel (in de eerste helft van 1992 stond het woord twee keer in de krant, in de eerste helft van 2002 elf keer, en in de eerste helft van dit jaar weer elf keer). Dan volgt een bespiegeling over de verruwing van het taalgebruik in de hele samenleving en het probleem van de journalist die aan de ene kant niet te nuffig wil doen, maar aan de andere kant ook geen opzichtige ‘straattaal’ gebruiken. De Jong noemt dat laatste ‘een burgerlijke vorm van antiburgerlijkheid’.

Eén ding meldt De Jong niet: behalve straattaal is geil ook een keurig woord (in de gewenste betekenis) dat we al bij Vondel en in zestiende-eeuwse vertalingen van de bijbel tegenkomen.
Lees verder >>

Leibniz in de Bijlmer

Door Marc van Oostendorp

Sommige zeventiende-eeuwse wetenschappers waren ontevreden met de bestaande talen, die rommelig in elkaar staken, vol kronkels zaten en waarin de structuur van het woordenboek geen enkel verband hield met de structuur van de werkelijkheid; als je de woorden alfabetisch rangschikte kwamen er woorden naast elkaar te staan die geen enkel verband met elkaar hielden.

Ze lieten het er niet bij zitten. Ze bedachten nieuwe, ‘filosofische’, talen die gemakkelijk te leren zouden zijn en waarmee wetenschappers in heel Europa op een efficiënte manier konden communiceren. Een van hen, Gottfried Wilhelm von Leibniz, dacht zelfs dat zo’n filosofische taal een instrument zou kunnen zijn om het denken aanzienlijk te verbeteren: wat de microscoop was voor het oog, was een verbeterde taal voor het rationele denken en zoals de formule ‘a2 + a3‘ in zekere zin makkelijker te begrijpen en in gedachten te manipuleren is dan ‘de som van het kwadraat van een getal en de derdemachtswortel van datzelfde getal’, zo zou de juistheid of onjuistheid van zinnen in de armetierige bestaande talen zoals het Latijn veel gemakkelijker kunnen worden aangetoond als ze werden omgezet in een filosofische taal. Lees verder >>