Tag: straatnamen

Op (het) Parliament Square

Door Henk Wolf

  • […] op het moment dat uit de speakers op Parliament Square de aantallen klinken – 329 voor, 300 tegen – klapt ze halfslachtig met een slap handje.

De zin hierboven stond afgelopen donderdag in een voorpagina-artikel van de Trouw. Met die zin is iets aan de hand: er staat geen lidwoord voor de naam van het plein Parliament Square. Dat is geen foutje: het lidwoord blijft heel vaak weg bij Engelstalige namen van straten, pleinen en parken. Nog een paar voorbeelden van internet:

Lees verder >>

Goten in Rotterdam

Door Roland de Bonth

Enkele jaren geleden werd bij de publieke omroep een televisieserie uitgezonden over vier ambitieuze, hardwerkende jongeren uit Rotterdam. Het programma ontleende zijn naam aan een bekende uitdrukking uit de Maasstad: ‘’Niet lullen, maar poetsen’’. Niet voor niets worden in de havenstad – zo wil het verhaal – de overhemden met opgestroopte mouwen verkocht. Die hands-on mentaliteit komt ook duidelijk naar voren in het clublied van Feyenoord, waar ‘’geen woorden, maar daden’’ de boventoon voeren.

Bijnamen

Dat Rotterdammers van aanpakken weten, is genoegzaam bekend. Maar ook verbaal staan ze hun mannetje. Wanneer er aan de openbare ruimte gezichtsbepalende gebouwen, bruggen of beelden worden toegevoegd, duiken er in de media binnen de kortste keren – al dan niet humoristische – bijnamen op. Is dit typisch Rotterdams of toch veeleer sprake van een door de VVV en de afdeling communicatie van de gemeente met graagte instandgehouden mythe? Lees verder >>

Waalse kar in Vlaamse stad: de Bagattenstraat

Door Peter Alexander Kerkhoff

In de stad Gent kan de middeleeuwse geschiedenis je om elke hoek onverwacht bespringen. Vaak in de vorm van verwaarloosde trapgevels die verdwaald tussen de achttiende-eeuwse panden staan, maar soms ook in de vorm van geheimzinnige straatnamen. Straatnamen waarvan je soms echt geen flauw idee hebt waar ze vandaan komen en wat ze betekenen. De Bagattenstraat is er zo eentje.

De Bagattenstraat is een oost-west georiënteerde straat in de binnenstad van Gent die tussen Leie en Schelde de Nederkouter met de Sint-Pietersnieuwstraat verbindt. Zij wordt al in de dertiende eeuw in de diploma’s als pargattenstrate (1229) en pargatenstrate (1268) genoemd. De spelling met begin-p domineert in de dertiende en veertiende eeuw. Pas aan het einde van de veertiende eeuw komen we de eerste attestaties met <b> tegen, i.e. baghattestrate (1392). Tevens zien we in de veertiende eeuw een variatie in spelling van de klinker in de eerste lettergreep en verdwijnt de /r/, i.e. baghattestrate (1392), bogatte strate (1399) en begatterstrate (1428). Lees verder >>

Inburgeren in eigen land

Over straatnamenIk ben geboren aan een Berkelplein, op een steenworp van de Geul, en ik woon nu aan een Berkelstraat, op een boogscheut van een Geulstraat. Maar terwijl de Berkel- en de Geulstraat allebei naar riviertjes zijn genoemd, heet het Berkelpléín via kronkelwegen naar ene Heinric van Birckelaer. Tussendoor heb ik aan een Dorpsstraat gewoond, een staatsliedenstraat (Treub), een professorenstraat (Huijbers), een gracht (Oudezijds Achterburgwal), een dwarsstraat (Rustenburger-) en een schrijversstraat (Brederode).

Daarmee biedt mijn wooncarrière een aardig representatief beeld van de Nederlandse straatnamen, begrijp ik uit Over straatnamen met name van René Dings: zowel de thema’s (lokale historische figuur, rivier, geleerde, enzovoort) als de achtervoegsels (straat, dwarsstraat, plein en wal) komen veel voor. Moderne buitenwijknamen als Stuurboord en Koolwitje, zonder achtervoegsel, zijn me bespaard gebleven, maar mijn ouders hebben jaren aan de Wegedoorn gewoond, en mijn moeder daarna nog aan een ‘weg’ genoemd naar een bedrijf en een ‘baan’ genoemd naar een historisch beroep. Straatnaamtechnisch zijn we een familie Doorsnee. Lees verder >>

Het einde van de straatnaam

Door Marc van Oostendorp



Ik woon in Leiden op de Rijn en Schiekade. Moet er geen streepje achter Rijn staan? Nee, dat moet niet. Waarom niet? Daarom niet, die kade heet nu eenmaal zo en wanneer jullie erover willen discussiëren, meld je je maar bij de Taalprof. Klaar.

Gisteren had ik desalniettemin een discussie over straatnamen. Zijn die niet ten dode opgeschreven?

En waarom hebben we eigenlijk straatnamen? Het zijn onhandige administratieve hulpmiddelen uit een bijna vervlogen tijd. Wanneer je vroeger iemand wilde bereiken, lieve kindertjes, moest je die persoon een brief sturen of een bloemetje, of bij die persoon langs gaan. Er was dus een systeem nodig waarop je de postbode of de bloemist of jezelf kon duidelijk maken waar die persoon precies woonde. Maar nu?

Lees verder >>