Tag: stijl

Meet hier uw eigen stijl

Doordat ik de afgelopen week zoveel positieve gevoelens heb gehad, en over mijn lichamelijke toestand heb geschreven, én zo vaak het woordje het heb gebruikt – door dat alles weet een computer in Antwerpen dat mijn schrijfsels tot het genre van de non-fictie gerekend moeten worden.

Ik heb zojuist mijn Neder-L-stukjes van de afgelopen week gevoerd aan een demoversie van Stylene, een online programma dat aan stijlanalyse doet. Het bepaalt of je mannelijk of vrouwelijk schrijft (Ik zit precies halverwege. Precies!) Of je ‘wetgeving’, ‘poëzie’, ‘literair’, ‘sprookje’ of ‘non-fictie’ schrijft (misschien de bizarste genre-indeling ooit).

Lees verder >>

Drie keer knijpen

De mooiste zin van 2011 kennen we nu ook, dankzij het onvolprezen literaire weblog Tzum:

Ik zou mijn moeder nog wel eens in die dikke Velsense vissersneus van haar willen knijpen, een neus die van geen ophouden wist, in tegenstelling tot mijn moeders nieren, die het begaven onder de druk van alle medicijnen – nu ja, niet echt knijpen, want een beetje zoon die knijpt zijn moeder niet, die eert het wijf dat moeder heet, maar die dikke kokkerd van een gok van haar, dus, tussen mijn wijs- en middelvinger en duim pakken, zoals ik vroeger vaak deed, om te plagen, als een soortement van liefkneuzing, dat zou ik graag nog eens een keertje doen.

De jury heeft 52 woorden nodig om de 99 woorden van die zin te prijzen, maar volgens mij gaan ze nog moedwillig aan een belangrijk constructieprincipe van de zin voorbij: het getal 3.

Een laconiek gevoel voor taal

Lang leve Frank Jansen

Als er een nieuw nummer van Onze Taal in de bus ligt, hoop ik altijd dat er een artikel van Frank Jansen in staat. De Utrechtse taalkundige is onlangs zestig geworden. In het septembernummer van Onze Taal viert hij die verjaardag met een artikel over de kunst van het schrijven voor ouderen. Dat begint zo:

Een tijdje geleden, toen ik nog onder de 60 was, viel mijn oog op een advertentie van een Duits kasteelhotel. Je kon er door een sprookjesachtig landschap wandelen naar het klooster Oybin, “dat u onder andere ook met de Zitauer smalspoorbaan kunt bereiken.” Een aanlokkelijk aanbod, maar waarom die nadruk op de verschillende wegen naar dat klooster? Pas enkele zinnen verder, over tuin- en borduurwerktentoonstellingen en de huur van nordicwalkstokken, had ik het door. De advertentie was voor ouderen, de wandeltocht waarschijnlijk alleen een prikkel tot weemoedig terugblikken, en het treintje een hele geruststelling.

Lees verder >>

Leve het dorre geleerdenproza

Waarom schrijven taalkundigen zo slecht? Af en toe wordt mij die vraag gesteld. Of de presuppositie van die vraag (taalkundigen schriven slecht) waar is, weet ik eigenlijk niet – de enige aanwijzing die ik heb is dat hij wel eens aan mij gesteld wordt, door mensen die verstand hebben van schrijven en die weleens, of nou ja, minstens één keer in hun leven, wat van taalkundigen gelezen hebben.

Ik ken inmiddels wel alle theorieën die over dat veronderstelde gebrek bestaan. Mijn favoriet: dat mensen vaak een vak gaan studeren omdat ze er moeite mee hebben. Mensen die met zichzelf in de knoop zitten worden psycholoog, mensen die geen normale zin kunnen maken, gaan taalkunde sturen. Maar dat vind ik toch vooral een grappige theorie, zonder dat ik er echt in geloof. (Een probleem van die theorie is dat het moeilijk te verklaren is waarom mensen pakweg scheikunde of geschiedenis gaan studeren: omdat er iets mis is met hun lichaamssappen? Omdat ze gisteren niet van vandaag kunnen onderscheiden?)

Lees verder >>

Ergernis of irritatie?

Het begon ermee dat ik gisteren in een koele kamer in de nieuwe roman van A.H,J. Dautzenberg aan het lezen was, Extra tijd. Ergens in het tweede hoofdstuk (ik lees de elektronische versie op mijn iPhone en kan daarom helaas geen paginanummer geven) staat:

Het duurt niet lang voor zijn ergernis uitgroeit tot irritatie.

Daar bleef mijn lezend oog haken. Een ergernis die uitgroeit tot irritatie? Maar die woorden zijn toch synoniemen?

Lees verder >>

Wendy van Dijk (41) lacht niet meer

De taal van Party

Een reden waarom ik het tijdschrift Party moeilijk lezen kan, is dat de redactie iedere persoonsnaam consequent vet én schuin drukt:

Ferry heeft zich (…) al laten ontvallen dat hij hoopt met Nuno iets blijvends op de bouwen voor de toekomst. Aan zijn buitenlandse avontuur met Nuno hoeft Ferry niet veel woorden vuil te maken.
(Menno Smit. ‘Ferry Doedens heeft het goed voor elkaar. Liefdesvakantie’, in: Party no. 34, 12 augustus 20012)

Ik kan zulke schuingedrukte namen alleen met nadruk lezen, maar dat botst in zinnen zoals deze.

Lees verder >>

Arnon Grunberg doet zijn stijl weg

Moderne schrijvers willen niet opvallen door hun stijl. Ze willen verhalen vertellen die je zo kunt begrijpen, zonder afgeleid te worden door het taalgebruik. Neem Arnon Grunberg. Volgens de Utrechtse hoogleraar Geert Buelens zijn de grote drie van de Nederlandse literatuur – Hermans, Mulisch en Reve – inmiddels vervangen door één persoon, Grunberg. Om dit te bewijzen heeft Buelens zijn studenten de afgelopen maanden een, heel aardige, website laten maken die helemaal aan Grunberg gewijd is. Er staan stukjes op over ‘Grunberg als zoon’, ‘Grunberg en de receptie in Duitsland’, ‘Grunberg en de Jood’, ‘Grunberg als (ex-)geliefde’ en nog een hele lijst onderwerpen. De stukjes zijn over het algemeen kort, maar goed geschreven en geven samen een aardige inleiding in het werk van de grote één. Lees verder >>

Taaltoets Krakkemikkig Nederlands

Het faculteitsbestuur van Rechten van de Universiteit Leiden sprak onlangs harde woorden over de ‘taaltoets Juridisch Nederlands’ die eerstejaarsstudenten enkele maanden geleden aflegden. Een meerderheid van de studenten was gezakt voor die toets en dat was onacceptabel, zei Pauline Schuyt, portefeuillehouder onderwijs, in Mare(24april 2012): ‘Eigenlijk moet je Nederlands foutloos zijn als je hier studeert.’

Dat klinkt krachtdadig: weg met de lankmoedigheid! Leve de hoge norm! Wij doen geen concessies aan de kwaliteit! Maar wat betekent het in de praktijk? Wat meet de toets precies? Welke maatregelen gaat het faculteitsbestuur nemen? En wat heeft het ervoor over?Ik was benieuwd of ik, als taalkundige, wel aan de eisen zou voldoen, en vroeg de taaltoets op, om precies te zijn, de herkansing van afgelopen januari. Wat bleek: Lees verder >>

Auteur Karel ende Elegast schreef meer boeken

In 1973 werd er postuum in Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde een artikel gepubliceerd van K.H. Heeroma waarin hij betoogde dat Karel ende Elegast, Moriaen en Lantsloot vander Haghedochte door één auteur geschreven zijn. Hij had hiervoor een hele lijst met overeenkomsten tussen deze drie werken aangelegd. Toch vonden velen zijn argumentatie niet overtuigend genoeg, er is heel lang niets met deze stelling gedaan. Hoewel Frits van Oostrom er altijd rekening mee heeft gehouden dat de dichter van Moriaen en Lantsloot één en dezelfde persoon zouden kunnen zijn.

Vandaag promoveerde Mike Kestemont aan de Universiteit Antwerpen op het proefschrift Het gewicht van de auteur. Kestemonts aanpak is een statistische stijlanalyse: hij laat een computerprogramma alle rijmwoorden uit Middelnederlandse versteksten tellen en op een rijtje zetten. Dat lijkt heel saai, maar is bijzonder opwindend. Door deze analyse is naar voren gekomen dat Heeroma wel eens gelijk zouden kunnen hebben, sterker nog: statistisch gezien had Heeroma gewoon gelijk. Heeroma’s stelling is door Kestemont geverifieerd, het is aan de tegenstanders en twijfelaars om hem te falsificeren.

Voorlopig blijft de conclusie staan dat Karel ende Elegast, Moriaen en Lantstloot vander Haghedochte door één auteur geschreven zijn. Ik neem aan dat dit inzicht in de eerstvolgende drukken van de literatuurboeken terug te vinden zal zijn.

Gastblog: Wat niet vergeten mag worden…

Vanaf vandaag publiceert Neder-L ook gastblogs met commentaar van neerlandici op actuele onderwerpen. De eerste gastblog komt van Arie Verhagen, hoogleraar Nederlandse Taalkunde in Leiden. Heeft u een idee voor een bijdrage, neem dan contact op met redactie.neder.l@blogspot.com
Elk jaar schrijft het Nationaal Comité 4 en 5 mei een gedichtenwedstrijd uit onder scholieren. De hoofdprijs is dat de auteur van het winnende gedicht het mag voorlezen bij de nationale dodenherdenking op de Dam. Ik ben eigenlijk elk jaar onder de indruk van de kwaliteit van de gedichten; en de jury maakt dus eigenlijk altijd een goede keus. Dit jaar ging het mis. Er ontstond ophef over het winnende gedicht “Foute keuze” van de 15-jarige Auke, die op 25 april naar buiten kwam (zie bijvoorbeeld dit artikel in NRC Handelsblad). Het Centrum Informatie en Documentatie Israël en het Auschwitz-Comité kondigden een boycot aan, en standpunt-NL ging er prompt over. Op 26 april besloot het Nationaal Comité 4 en 5 mei dat het gedicht niet op de dodenherdenking zal worden voorgelezen.
Dit is het gedicht (zoals weergegeven op de bovengenoemde webpagina van de NRC):

Lees verder >>

Dubbele dubbelepunt

De roman Vallende ouders van A.F.Th. van der Heijden is verschenen in 1983 en is inmiddels aan zijn 26e druk toe. De uitgever heeft hem onlangs ook als digitaal boek uitgebracht. Terwijl ik die onlangs herlas viel me de volgende zin op:

Maar het was al niet meer nodig: rond de zevende slag van de klok werd er gescheld: een hoog belletje tussen twee sombere gongslagen.

Lees verder >>

Vrolijk mooie zinnen tellen

Als je ervoor in de stemming bent, kun je behoorlijk vrolijk worden van het artikel You had me at hello: How phrasing affects memorability van Cristian Danescu-Niculescu-Mizil en anderen. In dat artikel ondernemen de schrijvers een op het eerste gezicht hopeloze taak: met de computer bepalen wat een zin in een film precies zich in het geheugen doet nestelen. Als Jean-Luc Picard in Star Trek: Nemesis eerst zin 1 zegt en even later zin 2, hoe komt het dan dat iedereen zich de eerste zin wel herinnert en de tweede niet?

1. I think it’s time to try some unsafe velocities.
2. No cold feet, or any other parts of our anatomy

Lees verder >>

ze Breken gemakkelijk af

Het zal wel geen toeval zijn dat De buurman, de titel van Voskuils posthume roman, bijna hetzelfde klinkt als Het bureau. Het nieuwe boek is een vervolg op de successerie en er tegelijkertijd een spiegelbeeld van. Waar Maarten en Nicolien in Het bureau vaak ruzie hadden over Maartens werk, daar kibbelen ze in het nieuwe boek over Nicoliens vriendschap met de homoseksuele buren. Maarten heeft zijn bureau, Nicolien heeft de buurman.

De buurman is veel harder dan Het bureau. Er wordt echt in gescholden. Lees verder >>

Dieventaal

Een maand geleden werd in Antwerpen de Taalunie-scriptieprijs uitgereikt, een prijs voor de beste masterscriptie over Nederlandse taalkunde. (De prijs ging dit jaar naar Barbara Snel uit Leiden.) Bij die gelegenheid hield de jonge schrijver Daan Heerma van Voss een toespraakje, waarin hij zich plaatste in de traditie van schrijvers die denken dat hun stijl verbetert door deze luidkeels aan te prijzen: Lees verder >>

Schrijven voor het beeldscherm

Twee jaar geleden had ik een plan voor een website die een naar bedrijf in de afgrond zou storten. LeugensvandeNederlandseSpoorwegen.nl zou die site heten en het concept was eenvoudig: de pagina’s zouden gevuld worden met foto’s van een NS-klok met daarnaast een informatiebord over aankomst van de treinen. Op het informatiebord zou bijvoorbeeld de trein van 7:12 naar Eindhoven aangekondigd staan met de mededeling ‘Vertraging ongeveer 5 minuten’. Op de klok kon je duidelijk zien dat het inmiddels vijf over half acht was.

Zulke foto’s waren in die tijd makkelijk te maken. Het enige wat je nodig had was een kaartje om op het perron van een station te komen en een digitale fotocamera. Het leek erop alsof de NS systematisch de vertragingen onderschatte: ‘ongeveer vijf minuten’ betekende ‘minstens tien minuten’, ‘ongeveer een kwartier’ betekende: ‘het is beter om de volgende trein te nemen, maar dat zeggen we lekker niet’. Het maakte de spoorwegen duidelijk helemaal niets uit dat iedereen kon in een oogopslag kon zien dat de gegeven informatie onjuist was.

Inmiddels is het moeilijker geworden om zo’n website een beetje levendig te houden, maar dat komt eerder doordat de treinen beter zijn gaan rijden, dan doordat de spoorwegen zoveel beter zijn gaan communiceren. Want met de manier waarop de spoorwegen de reiziger bejegent is altijd iets vreemds aan de hand. Zo is er sinds een paar maanden een af en toe vrijwel onverstaanbare computerstem die het menselijke geluid is komen vervangen.

Ook schrijven voor een beeldscherm blijkt een vak te zijn dat de medewerkers van de NS niet bijzonder interesseert. Sinds enige tijd hangen er op de stations informatieborden waarop vertragingen worden gemeld. Met die borden is vrijwel altijd iets merkwaardigs aan de hand: de tekst is net iets langer dan strikt noodzakelijk zou zijn. Daarom moet hij in stukken worden gehakt, die na elkaar worden getoond. Het laatste stuk is dan opvallend vaak extreem oninformatief:

Bord 1: “Door werkzaamheden rijden er geen treinen tussen Alphen a/d Rijn en Leiden Centraal en tussen”

Bord 2: “Leidschendam-Voorburg en Rotterdam Hofplein. NS zet bussen in. Houdt u rekening”

Bord 3: “met extra reistijd.”


Omdat de delen na elkaar worden vertoond, loopt de haastige reiziger naar Rotterdam Hofplein de kans dat hij alleen de tekst ‘met extra reistijd’ leest als hij het perron op komt rennen, tenzij hij de tijd neemt om te wachten op het tweede bord waaruit hij dan zou kunnen leren. Terwijl iedere tekst natuurlijk makkelijk zo kan worden herschreven dat hij wél op een bord zou passen. De zinsnedes ‘rijden er’ en ‘houdt u rekening’ zouden bijvoorbeeld – tenzij je vindt dat het belangrijker is om een persoonsvorm te gebruiken dan om snel te informeren – zonder bezwaar kunnen worden weggelaten.
Als je erop begint te letten, valt op dat er systeem inzit.


Bord 1: “Door werkzaamheden rijden er geen treinen tussen Leidschendam-Voorburg en”

Bord 2: “Rotterdam Hofplein. NS zet bussen in. Houdt u rekening met extra reistijd.”


De zin ‘Houdt u rekening met extra reistijd’ kan natuurlijk in ieder geval weggelaten worden. Als ik het goed uitreken, kan de informatie van deze tekst op één bord, als we ervan maken: ‘Werkzaamheden tussen Leidschendam-Voorburg en Rotterdam Hofplein. NS zet bussen in.’

Het merkwaardige is dat het gebruikte stramien kennelijk nog niet eens zo heel strak is. Een dag na de vorige maakte ik de volgende foto’s, waarin dezelfde mededeling nét iets anders wordt verteld.


Bord 1: “Door werkzaamheden rijden er tussen Leidschendam-Voorburg en Rotterdam Hofplein geen”

Bord 2: “treinen. NS zet bussen in. Houdt u rekening met extra reistijd.”

Een stramien is er kennelijk wel, en wordt door de schrijvers van de borden soms zo stevig vastgehouden, dat ze maar liefst vier borden nodig hebben voor een tamelijk eenvoudige mededeling:


Bord 1: “Door werkzaamheden rijden er vanaf 22:20 uur geen treinen tussen Roosendaal en Bergen op”

Bord 2: “Zoom. NS zet bussen in. Houdt u rekening met extra reistijd. Door werkzaamheden rijden er”

Bord 3: “geen treinen tussen Leidschendam-Voorburg en Rotterdam Hofplein. NS zet”

Bord 4: “bussen in. Houdt u rekening met extra reistijd.”

Ik heb het idee dat je mensen zou moeten opleiden om te leren schrijven voor het beeldscherm altijd een beetje belachelijk gevonden. Maar bij de NS zou heel wat werk aan de winkel zijn voor een goede schrijftrainer — als de NS zou willen luisteren.


Taalkunde en taalgevoel

Door Marc van Oostendorp

Aan mensen met taalgevoel heb ik een broertje dood. Ze hebben vaak zo weinig plezier in het leven. Muziekliefhebbers kunnen nog wel eens enthousiast vertellen over een mooie opname van de Winterreise zonder de hele tijd aan je kop te zeuren over het deuntje dat het 8-uurjournaal inluidt.

Vogelliefhebbers leven hun liefde niet alleen maar uit door ingezonden brieven te schrijven over de lelijkheid van de tegenwoordige duiven op de Dam. Van sommige francofielen heb je de indruk dat ze liever over een fles goede wijn praten dan over een natte kurk. Maar voor taalminnaars lijkt de ergernis zwaarder dan het enthousiasme: hen hoor je nooit over een prachtige nieuwe ontwikkeling in de taal, hen hoor je alleen maar klagen over hoe lelijk alles is en hoeveel lelijker alles almaar wordt. Lees verder >>

Een onderzoek naar linguïstische competenties in de LOT-prijsvraag

Door Marc van Oostendorp

In deze bijdrage willen we ingaan op de vraag wat de mogelijke factoren zijn die veroorzaken dat een proportioneel groot aantal publicaties van neerlandici slechts door een kleine groep belangstellenden gelezen wordt. We richten ons hierbij in de eerste plaats op de volgende in de literatuur nog nauwelijks onderzochte, maar daarom niet minder relevante deelvraag: is het het geval dat een linguïstische opleiding ook een grotere linguïstische competentie tot gevolg heeft? Hierbij is de term ‘competentie’ een technische term die ontleend is aan de theoretische linguïstiek en die daarom voor een breder publiek in eerste instantie een nadere uitleg verdient. Uit de vakliteratuur kunnen we opmaken dat de term verwijst naar de totale hoeveelheid van kennis en vaardigheden, mogelijkerwijs deels onbewust aanwezig, die een mentale representatie heeft gekregen in de geest van de spreker of — zoals in dit concrete geval — van de schrijver. Het is overigens van belang om op te merken dat het hier een zogeheten ‘leenvertaling’ uit het Amerikaans Engels betreft, al kunnen we op deze kwestie niet nader ingaan, vanwege de aan dit artikel toegekende hoeveelheid ruimte.

De hierboven geformuleerde vraag is op dit moment in zoverre actueel en daarom geschikt voor een populariserend betoog, dat de Landelijke Onderzoeksschool Taalkunde (in de wandelgangen ook wel kortweg LOT genoemd) dit jaar voor de derde keer een ‘prijsvraag’ heeft uitgeschreven waarin ze alle onderzoekers die bij deze organisatie zijn aangesloten, opgeroepen heeft om een essay te schrijven dat ‘recent taalkundig onderzoek’ tot thema heeft en dat op een dusdanige manier geschreven zal moeten zijn dat het geschikt mag worden geacht voor een breder publiek, dat wil zeggen een publiek zonder speciale linguïstische training of professionele achtergrond. We mogen veronderstellen dat ook dit jaar weer vele onderzoekers een poging zullen doen de hierboven genoemde prijs in de wacht te slepen, en dat ze hierbij niet zullen schromen hun linguïstische competentie (definitie: zie boven) in te zetten. Lees verder >>

Digitaal schrijven

Door Marc van Oostendorp

Ik werd onlangs gegrepen door sombere gedachten over deze column. Wat ben ik toch een verschrikkelijke amateur. Ik doe maar wat. Een systeem zit er niet in, en hoe ik de lezers onder ogen durf te komen is welbeschouwd een raadsel.

Hoe moet je schrijven voor de digitale media? Daar wilde ik eindelijk wel eens wat meer over weten. Dus kocht ik twee boeken. Het eerste boek zag er zeer hip uit, was geschreven door redacteuren van een bekend modern tijdschrift van de Amerikaanse westkust, en beloofde tips te geven over het onderwerp waarin ik geinteresseerd was geraakt. Dit boek was helaas een miskoop. ‘Gebruik geen moeilijke woorden’, ‘Schrijf het woord ftp met kleine letters’. Wie graag dergelijke zinnen ontcijfert als ze in merkwaardige letters staan afgedrukt op bontgekleurd glimmend papier, zal misschien zijn voordeel kunnen doen met Wired Style. Wat mij betreft was het alleen maar een slecht stijlboek — een dat misschien wel ingaat op enkele modieuze kreten uit de digitale cultuur, maar niet echt op het onderwerp dat mij interesseerde: schrijven voor het scherm. Lees verder >>