Tag: stijl

Het schrijven van een zakelijke brief als een way of life

Door Marc van Oostendorp


Jullie zitten nu met de eerste ochtendkoffie achter je beeldscherm en julie probleem is dat jullie reuze benieuwd zijn waarover ik vandaag ga uitwijden. Welnu, ik ga jullie onderhouden over het aerotoxisch syndroom.

Gisterennacht zat ik mijn stukje te tikken in het vliegtuig. Jullie hebben dat misschien wel gemerkt, want mijn hoofd wordt er altijd een beetje lichter van. Daar heb ik nu een nieuw woord voor geleerd, voor dat lichte gevoel: het aerotoxisch syndroom.

Ja, die vorige alinea’s, die zijn nog eens leesbaar, he? Omdat ik nog steeds wacht tot mijn nieuwe officiële schrijfleraar zich verwaardigt om mij een les te geven, heb ik me de afgelopen dagen teruggetrokken met het boek Tekststructuur. Effectiever en efficiënter schrijven van Freerk Teunissen en Aleid van de Vooren. Die titel klinkt een beetje degelijk en het onderwerp – het schrijven van zakelijke teksten – klinkt ook niet meteen opzwepend.

Maar Tekststructuur blijkt meer in huis te hebben dan lesjes oorzakelijke verbanden leggen. Het schrijven van een eenvoudige zakelijke brief wordt met Teunissen en Van de Vooren ineens een way of life, waarvoor je wonderlijke oefeningen moet doen.
Lees verder >>

Niet de versregel of de zin, maar de woorden

Door Marc van Oostendorp

Schrijven over de techniek van het schrijven,” schrijft C.O. Jellema in het eerste opstel in de posthume essaybundel In beelden aanwezig, “lees ik graag. Nieuwsgierig als ik altijd ben naar anderen, of ze het anders en soms beter doen dan ik.” Hij had zijn hart kunnen ophalen aan deze bundel, wanneer hij iemand anders was geweest – de bundel bevat een aantal meestal ongepubliceerde stukken uit de jaren negentig – opstellen, lezingen, dankwoorden wanneer hij een prijs gekregen had – die grotendeels vooral gaan over, inderdaad, die techniek.

Het instrument van de dichter is, voor Jellema, niet het gevoel of het beeld, maar de taal. Om preciezer te zijn lijkt hij de taal te zien als een verzameling woorden, althans hij heeft het in In beelden aanwezig nergens over zinsbouw of versbouw, over klank of letterbeeld. Hij heeft het wel telkens over woorden.

Die woorden zijn volgens Jellema “van nature niets-zeggend”:

Lees verder >>

Nieuw Couperus Cahier: ‘De taal van Couperus’

Op zondag 13 april, tijdens de jaarlijkse dag van het Louis Couperus Genootschap in Den Haag, werd het veertiende deel in de serie Couperus Cahiers gepresenteerd.

Een willekeurige passage van Couperus is direct herkenbaar. Maar wat maakt zijn taal nu zo speciaal? Wat zijn nu precies de kenmerken van zijn stijl? En hoe is een typische Couperuszin opgebouwd?

‘De taal van Couperus’ was het onderwerp van een symposium op 23 mei 2013, ter gelegenheid van de 150ste geboortedag van de auteur. Voor dit cahier zijn drie van de toen gehouden lezingen tot artikel bewerkt.
Lees verder >>

De boekenweekgeschenkclub en het fruit

Door Marc van Oostendorp


Een keer per jaar komt onze boekenweekgeschenkclub bij mekaar: op de zaterdagavond na het boekenbal. Tot een paar jaar geleden, toen het boekenbal nog midden in de week plaatsvond, hadden we dan altijd een paar dagen tijd om het boekenweekgeschenk te lezen, maar de laatste tijd hebben we alleen de zaterdag. Dat is niet erg – het betekent dat die dag gevuld is met het boekenweekgeschenk. En als dat Een mooie jonge vrouw van Tommy Wierenga is, is dat een goed bestede zaterdag.

’s Avonds dineren we en praten over het cadeautje van dat jaar. Dit jaar kwamen we naar aanleiding van Een mooie jonge vrouw van Tommy Wierenga, al snel te spreken over fruit.
Lees verder >>

Hoe ik een dialoog leerde schrijven

Door Marc van Oostendorp


Hoe gaat het inmiddels met mijn goede voornemens? Ik ging toch beter leren schrijven dit jaar? Waarom merken jullie daar dan zo weinig van?

Het kwam, mijn leraar is Ilja Pfeijffer is veel te aardig voor mijn medecursist die haar opdrachten steeds veel te laat inlevert. Affijn, ik heb dus sinds de vorige keer ook heel lang moeten wachten, maar inmiddels ben ik toch echt wel een stapje verder. Want inmiddels kan ik ook een dialoog schrijven, waar je bij staat.

De tweede opdracht luidde:
Lees verder >>

Leren dat je niet kunt schrijven

Door Marc van Oostendorp


Er gloort hoop! Wetenschappelijk gefundeerde hoop! Althans wanneer jullie wanhopig zijn over de schrijfvaardigheid van studenten aan de KH Leuven. Je hebt dan weliswaar, volgens onderzoekers in het tijdschrift Over taal, aan de ene kant volkomen gelijk: die studenten inderdaad niet kunnen schrijven en ze beseffen dit bovendien zelf nauwelijks.

Maar wanneer ze een semester schrijfvaardigheidsonderwijs hebben gehad, komt de hoop. De studenten kunnen dan weliswaar nog steeds niet goed schrijven, maar ze weten tenminste dat ze het niet kunnen.

Lees verder >>

De stijlcomputer

Door Marc van Oostendorp


Hoe moet je schrijven? Dat is de vraag die ik tot de vraag van het jaar heb uitgeroepen. Ik neem schrijfles, maar leg natuurlijk ook mijn oor te luisteren bij de wetenschap.

Nu opgelet, want in het kader van de leesbaarheid komt er een lange zin. Een aantal onderzoekers bij de afdeling informatica van de universiteit in Stony Brook hebben het probleem opgelost en zij hebben een computerprogramma ontwikkeld dat automatisch kan bepalen hoe ‘succesvol’ een tekst zal zijn aan de hand van een aantal stijlkenmerken en nu hoef je dus alleen maar ervoor te zorgen dat je die stijlkenmerken toepast om ervoor te zorgen dat je stijl voortaan succesvol is en ‘succesvol’ is door de onderzoekers gedefinieerd in termen van hoe vaak je gedownloaded wordt op de website van Gutenberg – en wie wil er nu niet vaak worden gedownloaded op de website van Gutenberg.

Een van de dingen die dus werkt, volgens die onderzoekers, is dat je vaak de woorden en, maar en of gebruikt. (Het echte artikel vind je door hier te klikken; het artikel begin op pagina 1745.)

Lees verder >>

Schrijfles van Pfeijffer: begin uw zinnen met ‘hoewel’

Het jaar van de stijl

Door Marc van Oostendorp

Beter leren schrijven – dat was mijn voornemen aan het begin van dit jaar. Dus meldde ik me bij mijn eerste privé-leraar: de gelauwerde Italiaans-Nederlandse schrijver Ilja Leonard Pfeijffer. Hij accepteerde me na enige onderhandelingen als leerling in een schriftelijke cursus die bestaat uit een aantal opdrachten die door de meester van commentaar worden voorzien. Er is ook een andere cursist die ik niet ken maar die volgens Pfeijffer “wel heel slim is”, en die dezelfde opdrachten uitvoert.

Op 8 januari kregen we ons eerste huiswerk:

Je eerste opdracht is om een grote kerststal te beschrijven. Je weet wel. Met honderden poppetjes in papier-maché-bergen die elektrisch zijn aangedreven. Kort. Een alinea. 100/200 woorden.

Lees verder >>

Ik wil in 2014 beter leren schrijven

Het jaar van de stijl (1)

Door Marc van Oostendorp


Tango leren dansen is makkelijker dan leren schrijven. Stel je wilt dat eerste, dan neem je in je eigen stad een paar groepslessen bij een goede leraar, en daarna ga je dansen.  Tussendoor neem je af en toe lessen bij een goede privéleraar of -lerares, om je stijl een beetje bij te houden. Je hoeft niet eens zo heel veel te kunnen, als je de ander maar een prettig gevoel kunt geven en niet verveelt. Af en toe komt er een grote internationale maestro naar Nederland, bij wie je ook lessen kunt nemen om wat aardige technieken over te nemen.

En dan schrijven. Je leert de basis op school, en de rest van je leven moet je het zelf maar zo’n beetje uitzoeken. Terwijl de gemiddelde mens toch heel wat meer schrijft dan tango danst.
Lees verder >>

Het gewicht van de auteur. Stylometrische auteursherkenning in Middelnederlandse literatuur.

De Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde nodigt u uit voor de boekvoorstelling van 

Het gewicht van de auteur. Stylometrische auteursherkenning in Middelnederlandse literatuur.

op vrijdag 29 november 2013


Het gewicht van de auteur. Stylometrische auteursherkenning in Middelnederlandse literatuur.
door Mike Kestemont 
2013, 324 p. (Studies op het gebied van de oudere Nederlandse letterkunde, 5) 
ISBN 978-90-72474-91-9
35 €



Lees verder >>

Is Twitter een genre?

Door Marc van Oostendorp


Sinds een paar dagen staat de oratie die Wilbert Spooren een paar weken geleden uitsprak, op de plaats waar hij hoort: online. De laatste jaren houdt Spooren zich bezig met genre-onderzoek: wat voor (ongeschreven, onbewuste) regels hanteren mensen wanneer ze elkaar gemoet treden? Die regels zijn anders wanneer bijvoorbeeld een leraar met een leerling praat dan wanneer twee vrienden in de bar zitten: wanneer de leraar een vraag stelt, doet hij dat meestal niet omdat hij het antwoord op die vraag zelf niet weet. De les en het kroeggesprek zijn daarom twee verschillende genres.

Volgens Spooren zijn nieuwe media bij uitstek geschikt om genres te onderzoeken, omdat de regels zich daar nog aan het ontwikkelen zijn: mensen zijn nog volop aan het uitproberen wat nu wel of niet ‘werkt’ op die nieuwe media. Hij doet daarom met studenten en promovendi onder andere onderzoek naar Twitter.

Lees verder >>

Over strategische verzoeken om honing en 1-maandsrente, zoete-saus-watjes en culturele vloeiendheid

Door Suzanne Aalberse


Vandaag stonden in de Volkskrant een aantal fragmenten afgedrukt uit een emailwisseling tussen een handelaar van de Rabobank en een submitter. De handelaar wil graag de eenmaandsrente wat hoger en hij mailt de submitter: “Als het effe ken, dan wil ik het voor de eenmaandsrente wel wat hoger.” Hij schrijft niet iets formelers als:” mocht het mogelijk zijn, dan zou ik op prijs stellen als u de eenmanssrente wat hoger maakt”maar hij gebruikt het zeer informele “ken” en  “effe”. Dat informele taalgebruik suggereert een band. Voor iemand met wie je een band hebt, doe je meer. Strategisch informeel taalgebruik zou je kunnen zeggen. Een oud voorbeeld van informeel praten om wat gedaan te krijgen zit in de Vos Reynaerde. Bruun de Beer wil honing van Reynaerd. Hij vraagt: “Reynaert, wat haetste wat?” Waar in het hele verhaal de formele aanspreekvorm ghi gebruikt wordt, zit hier de informele aanspreekvorm te (. Die informele aanspreekvorm suggereert een band en Reynaerd hoopt zo meer honing te krijgen. Alweer strategisch informeel. Lulofs schreef er een prachtig artikel over.

Lees verder >>

Het lokaal is te klein

Over mooie beeldspraak en het gelijk van het poldervolk

Door Marc van Oostendorp


De opiniebijlage van NRC Handelsblad staat dit weekeinde in het teken van de taalvaardigheid. Eerst mag A.F.Th. van der Heijden klagen dat rockzangers niet kunnen lezen. Daarna pakt de redactie uit met twee pagina’s klachten dat mensen juist niet kunnen schrijven.

Wie over zulke dingen klaagt, heeft bijna automatisch gelijk. Wie zo iemand tegenspreekt, laat in de eerste plaats zien dat hij niet zo’n verfijnd gevoel voor stijl heeft als de schrijver. En toch ga ik dat hier doen.

Driewerf natuurlijk

door Jan Stroop 
                                                                          over een verminkt katholiek gezang

In de periode dat de katholieke kerk aan vernieuwing deed, is ook ’t smeekgebed  aan ’t begin van de mis, ’t Kyrie eleison, onder handen genomen. Dat Gregoriaanse gezang bestond vanaf de 8e eeuw uit drie maal drie Griekse tekst- annex muziekregels: 

Kyrie eleison  (‘Heer ontferm u onzer’
Kyrie eleison
Kyrie eleison
Christe eleison
Christe eleison
Christe eleison
Kyrie eleison
Kyrie eleison
Kyrie eleison
Er bestaan op die tekst verschillende melodieën, genoteerd zoals op dit voorbeeld uit Vierde mis. Achter elke regel is met [iij] aangegeven hoe vaak die gezongen wordt. De allerlaatste (9e) regel heeft een extra versiering.

Het beter ik van Simon Carmiggelt

Door Marc van Oostendorp



Omdat Simon Carmiggelt vandaag honderd jaar zou zijn geworden, gaf Van Oorschot onlangs een keuze van honderd verhalen uit zijn werk: Gedundrukt. Koop dat boek vandaag, dan kan het de hele week op de woonkamer liggen en elke dag kunt u er even in snuffelen en u verheugen op aanstaande zondag wanneer u het helemaal kunt lezen.

Ik vermoed dat er verhoudingsgewijs meer autobiografische stukjes in de selectie zitten dan in het hele werk van de schrijver – misschien omdat Carmiggelts zoon heeft meegeholpen bij de keuze. Die keuze maakt het mogelijk om een bepaald stijlmiddel van Carmiggelt wat beter te bekijken: zijn gebruik van het woord ik.

Er zijn drie soorten Carmiggelt-verhaaltjes.

Lees verder >>

Zin

Gert de Jager

Toevallig ben ik bezig in Het boek Ont, de roman van Anton Valens waarvan de eerste zin zojuist werd bekroond met de Tzum-prijs 2013. De beste zin van 2012 is hier te vinden met de motivering van de jury. De zinnen waaruit de jury kon kiezen, staan hier 

Een aardige zin wat mij betreft. Mooie motivering ook: muziek, nostalgie, paradijsvogels. Geen perfecte zin: twee keer ‘dat’ op een parallelle plaats – de eerste keer een aanwijzend en de tweede keer een betrekkelijk voornaamwoord. Bij mij doet het de lectuur stokken. Dat is niet helemaal de bedoeling van een eerste zin, geloof ik. Het boek Ont bevat 349 bladzijden en daarmee duizenden zinnen. Daar zitten er meer tussen die onhandig of omslachtig zijn geformuleerd.  

Lees verder >>

Lees Renate Rubinstein!

door Jan Stroop

’t Zal Karel van het Reve wel weer geweest zijn (of W.F. Hermans) die zei dat de houdbaarheid van een schrijver niet afhangt van de inhoud van zijn verhaal maar van zijn stijl. Als iemand daar ’t  bewijs van is, is ’t wel Renate Rubinstein. 
Terwijl ik bezig ben aan een artikel over dan in combinaties als niets dan afgunst, niemand dan Marc, en ook ’t beruchte niet dan nadat, schiet me te binnen dat ik over dat laatste bij Renate Rubinstein wel eens ’n slimme opmerking gelezen heb. Ik wil die in dat artikel citeren want ’t wordt er beslist aardiger door.
Maar waar staat die passage?! Ik weet alleen: ergens op een linker bladzijde. De drie delen Verzameld Werk van RR, die na haar dood verschenen, dat zijn bij elkaar ruim 1200 linkerbladzijden! Dus maar bladeren, bladeren, bladeren. Gaandeweg werd dat bladeren lezen, want er is geen bladzijde in die gigantische stapel papier die niet minstens even, en vaak langer je aandacht vasthoudt. En eindelijk toch die passage gevonden, op ’n rechterbladzijde!  Hij volgt hier.

Lees verder >>

Echte Literatuur

Door Paul Dijstelberge

Alles is meetbaar – als je maar weet hoe – en wat meetbaar is, wordt vanzelf tot wetenschap. Faust wist dat, al besteedde hij er verder niet veel aandacht aan: wetenschap is uiteindelijk saai, je kan beter vriendschap sluiten met Mephisto en je overgeven aan de liefde, wijn drinken, met studenten vechten in de kroeg of omringd door helse geesten woest door de nacht rijden op een vliegend paard.

Ik moest aan Faust denken toen ik voor de tweede maal een computerprogramma tegenkwam dat in staat zou moeten zijn het literaire gehalte van teksten na te meten.
Lees verder >>

‘Ik ken hem oppervlakkig’

De stijl van Flair

Marc van Oostendorp (45) werkt in het onderwijs en is getrouwd met Roberta.

‘Maar waarom heb je nou weer een stapel vrouwenbladen gekocht’, zei Roberta, terwijl ze wees op de Libelle, Margriet en Flair, die ik op onze Ikea-bank had gelegd.

“Ik weet het niet,” gaf ik toe. “Ik vind dat je alles moet lezen. Ik ben geïnteresseerd in tijdschriften, in hoe daarin geschreven wordt. Daar kun je volgens mij altijd wat van leren. Ze doen daar natuurlijk hun best hun lezers te bereiken. Hoe doen ze dat?” Ik blies over mijn espresso.

“En, wat heb je ontdekt?” Ze klonk vrolijk en schudde haar haar los.

Lees verder >>

Een huishoudknip vol zwijggeld

De helleveeg : Spreken, zwijgen en schrijven

Door Marc van Oostendorp

‘Ik had zo gedacht dat jij de toespraak doet’, zegt oom Koos aan het eind van A.F.Th. van der Heijden’s nieuwe roman De helleveeg tegen Albert Egberts. De vrouw van oom Koos, tante Tiny is overleden. Haar hele leven heeft zij gepraat – met een schelle stem, zoals meerdere malen wordt meegedeeld – en dwong ze mensen naar haar te luisteren. Nu ze dood is, moet er iemand anders het woord doen.

Waarom Albert? “Natuurlijk,” overweegt hij, “als je een theaterstuk of een televisiedrama kon schrijven, dan draaide je je hand toch zeker niet om voor een afscheidsrede bij de begrafenis van je tante.”

Spreken en zwijgen waren altijd al belangrijke thema’s in de cyclus De tandeloze tijd waarvan De helleveeg het vijfde deel is.
Lees verder >>

Handen af van Louis Couperus!

Door Marc van Oostendorp

Vandaag wordt in Den Haag de taal van Couperus gevierd, en ik mag daarbij zijn. Ik ben daar heel blij en vereerd mee, want ik houd enorm van Couperus en van Den Haag en van taal en van het Den Haag van Couperus en van de taal van Couperus en de taal van Den Haag, en ga zo maar door. 

De dag gaat besloten worden met een discussie over het ‘hertalen’ van Couperus om het werk toegankelijker te maken. Hoe langer ik over dat begrip nadenk, hoe absurder ik het vind. Ja, als mij vandaag een mening over die kwestie gevraagd wordt zal ik zeggen: wie Couperus wil hertalen, begaat een grote vergissing. Je kunt zijn werk op die manier helemaal niet toegankelijk maken, omdat je het werk kapot maakt door het te hertalen.
Hertalen gaat uit van een idee over stijl die heel gewoon is in Nederland, maar die nou net met Couperus niks te maken heeft.
Lees verder >>

De taal van Willem Frederik Hermans

Door Marc van Oostendorp

We gaan een quiz doen. Welke naoorloogse Nederlandse schrijver schreef de volgende zin? “Nederlanders zijn er aan een kant van overtuigd dat in het buitenland alles beter is en aan de andere kant dol tevreden met de werkelijk allertreurigste manier waarop hun taal beheerd en geadministreerd wordt”.

Ja, ik weet wel, dit is een enigszins mislukte quiz, met het antwoord al in grote letters boven het stukje afgedrukt, en dan ook nog die foto hiernaast. Het is dan ook een, laten we zeggen, retorische quiz. Ik ben dezer dagen De boze brieven van Age Bijkaart aan het herlezen. Ik denk dat het 30 jaar geleden was dat ik het voor het laatst las, maar de toon is meteen onmiskenbaar.

Het gaat in dit geval niet eens om de stijl, want die is in deze zin, nu ja, wat zullen we ervan zeggen.
Lees verder >>

Ook een slecht lied verdient een goede criticus

Door Gaston Dorren
Dat het k-lied te slecht geschreven was om de tand des tijds te doorstaan, was meteen al duidelijk – al had ik ook weer niet verwacht dat het zó’n kort leven beschoren zou zijn. Maar bijna even tenenkrommend als het lied zelf was de manier waarop taaladviseur Wim Daniëls gisteravond bij Pauw en Witteman de zwaktes van de tekst wilde aantonen.
Hij begon – uiteraard – met de zin die binnen luttele uren landelijke beruchtheid verwierf, ‘de dag die je wist dat zou komen’. “Daar zitten acht fouten in”, aldus Daniëls. Want die, legde hij uit, moest waarvan zijn en achter dat moest nog hij. Dat is samen kennelijk acht; de andere zes fouten noemde hij althans niet.

Lees verder >>

Mooie woorden zijn een ziekte

Door Marc van Oostendorp

De onlangs teruggetreden Leidse hoogleraar Jaap Goedegebuure is geloof ik niet een erg polemisch ingestelde persoon. Ik kan me niet herinneren dat er vlammende essays tegen hem geschreven zijn, of dat hij zelf auteurs kwetsend beschreven heeft. Ook in zijn academische carrière heeft hij geloof ik geen grote vijanden gemaakt.

Het is dan voor de buitenstaander (want wat weet ik er eigenlijk van) ook enigszins wonderlijk dat Goedegebuures Leidse collega’s nu net Strijd! tot het onderwerp van hun afscheidsbundel gekozen hebben. Maar dat wil niet zeggen dat het geen interessant boek geworden is.

Integendeel. De Nederlandse literatuur bloeide vaak pas op wanneer er een potje geknokt kan worden, misschien omdat chagrijn bij ons vanoudsher de meest geaccepteerde emotie is. Enthousiasme of liefde houd je liever voor je, maar als je pissig bent, zeg je het. Dat laat Strijd! goed zien.
Lees verder >>

Wie waren Tante Betje?

Door Marc van Oostendorp

 

Er is een ‘stijlfout’ die Tante Betje of de tantebetjeconstructie heet. Ik kan nooit onthouden wat die fout ook weer precies is. Dat komt natuurlijk doordat de naam niets te maken heeft met wat de fout feitelijk is. (Tante Betje zou een tante zijn geweest van de taalpurist Charivarius, en zij zou de desbetreffende fout vaak hebben gemaakt.)

Opzoeken is makkelijk: de Taaladviesdienst geeft een uitgebreide uitleg. (Het gaat over samengestelde zinnen waarin de subjectsinversie niet helemaal parallel loopt: we gaan nu naar huis en komen we op tijd weer aan). Maar die ‘officiële’ uitleg is misschien wel de minst interessante.

Lees verder >>