Tag: standaardtaal

De geordende kijk op aardrijkskunde van de standaardtaalspreker

Door Henk Wolf

Wie geen streektalen kent, vindt soms andere dingen normaal dan wie er wel een spreekt. De standaardtaalspreker heeft bijvoorbeeld een veel overzichtelijker visie op aardrijkskunde dan de streektaalspreker.

Een paar dagen geleden schreef ik een stukje over het gebruik van lidwoorden in aardrijkskundige namen. In het Standaardnederlands bestaan wel namen van landen, eilanden, plaatsen enz. met lidwoorden, maar ze zijn ongewoon. Veel van die lidwoorden zijn bovendien ‘opgeslokt’ in de naam en geen echt lidwoord meer. In veel Nederlandse streektalen, misschien wel in alle, is dat anders. Daar zijn lidwoorden voor aardrijkskundige namen juist heel gewoon. Lemmer is in het Fries de Lemmer en Ameland is it Amelân. Leek is in het Gronings de Laik en Schiermonnikoog wordt in het Gronings vaak t Ailaand genoemd. Marcel Plaatsman schreef hier dat op Texel ’t Skil voor Oudeschild werd gezegd, Wikipedia vertelt me dat Meterik in het Limburgs De Mieëterik en België ’t Belsj wordt genoemd en zo zijn er nog talloze andere voorbeelden te bedenken.

Lees verder >>

De zegen van de standaardtaal

Door Peter Debrabandere

Het Vlaamse denken over standaardtaal moet ‘genezen’ en ‘gedeïdeologiseerd’ worden. Er moet een ‘grote schoonmaak’ gehouden worden. Vlamingen hebben ‘verlammende ideeën’ over taal. En het wordt tijd dat die ideeën ‘uit de voegen loskomen’. Zo valt te lezen in een opiniestuk van Stefan Grondelaers: De kwaal van de standaardtaal (De Standaard, 22-02-2019). Dat is even schrikken, vooral omdat Grondelaers lid was van de commissie die op verzoek van de Nederlandse Taalunie de nieuwe Visie op taalvariatie en taalvariatiebeleid (2019) geschreven heeft. En daar is de toon een stuk milder.

Vreemd is dat Grondelaers de overtuiging van de verdedigers van de Nederlandse standaardtaal een ideologie noemt, terwijl zijn eigen visie op het functioneren van taal in een maatschappij net zo goed ideologisch gekleurd is. Het is de ideologie van de variatie- of sociolinguïstiek. De hierboven al genoemde commissie bestond uitsluitend uit sociolinguïsten en dialectologen en steunde op een literatuur die voor een goed deel door henzelf geschreven is. Alleen al daardoor is de visie van de Taalunie (nu geleid door de sociolinguïst Hans Bennis) ideologisch gekleurd door de sociolinguïstiek. Lees verder >>

Standaardnederlands en Standaardnederlands

Door Henk Wolf

“Volgens mij is het probleem dat iedereen op een fiets denkt dat de weg van hem is en dat anderen zich maar vooral aan hun moeten aanpassen.”

“Dat spreekt me in grote lijnen wel aan, maar hun hebben het over homeopatische korrels die zouden moeten beschermen tegen kinkhoest en ik weet niet of ik daar zoveel vertrouwen in heb.”

“Acht van de tien Nederlanders heeft vertrouwen in de kwaliteit van het drinkwater.”

Bovenstaande zinnetjes heb ik van internet geplukt. Ze zijn geschreven in het Nederlands, maar zijn ze ook geschreven in het Standaardnederlands? Die vraag is nog niet zo makkelijk te beantwoorden. Dat komt doordat dat woord minimaal twee verschillende betekenissen kan hebben.

Betekenis 1

De eerste betekenis van de term Standaardnederlands is mooi te illustreren met de volgende citaten: Lees verder >>

Sik, soekie, noede: een gat in het Standaardnederlands

Door Henk Wolf

Van Schiermonnikoog tot Poperinge delen mensen een standaardtaal waarin ze vrijwel dezelfde woorden gebruiken, bijvoorbeeld: brood, straat, rotzak, mispunt, groen, wit, veertien, achtendertig, combineren en zwemmen. Wie op Schier is opgegroeid, kan door die gemeenschappelijke taal zonder veel moeite als journalist in Poperieng aan het werk en omgekeerd.

Die standaardtaal die mensen in Nederland en Vlaanderen (en uiteraard ook op de Antillen en in Suriname) zich naast of in plaats van de plaatselijke of regionale taal eigen maken, is het resultaat van een standaardiseringsproject dat in de zestiende eeuw begonnen is. Dat project is uiterst succesvol: hoewel we relatief veel aandacht geven aan het beetje variatie in die standaardtaal (de kwestie pinpas of bankkaart, bijvoorbeeld), is er in alle levensdomeinen toch vooral eenheid van taal. Lees verder >>

De standaardtaal als vorm van arrogantie?

Door Peter Nieuwenhuijsen

In U als scheldwoord (het artikel in de gelijknamige bundel) schetst Marc van Oostendorp de situatie dat iemand een beetje boos wordt omdat Marc haar met ‘u’ aanspreekt. Ik word vaker geconfronteerd met iets wat je het omgekeerde zou kunnen noemen. De verwarring – ook Van Oostendorp gebruikt dit woord – is groot. Misschien helpt het als ik het kader verbreed.

Daartoe begin ik met een voorbeeld uit de multiculturele samenleving dat u vast wel herkent. Een serveerster op een terras begroet twee nieuwe gasten en vraagt:

‘Kan ik u iets te drinken brengen?’

Het komt er vlot uit, een licht accent verraadt dat Nederlands niet haar moedertaal is. Er klinkt een wedervraag:

‘Waar kom je vandaan?’ Lees verder >>

Laat duizend bloemen bloeien? Een debat over taalvariatie in Vlaanderen en Nederland

Taalvariatie is de nieuwe mantra in de taalwetenschap. Niemand ontkent ze; ze is er, net zoals diversiteit in de samenleving. De vraag is: hoe gaan we ermee om?

Is de tussentaal in Vlaanderen nu een usurpator of een legitieme, want bestaande en door meer en meer mensen als vanzelfsprekend beschouwde variëteit van het Nederlands in België?

In Nederland kun je dezelfde vraag stellen over het Poldernederlands, en de streektalen. En wat met de instroom van Engelse woorden, en woorden uit andere talen? Zie ook de recente discussie in Vlaanderen over de plaats van de thuistaal in het onderwijs. Lees verder >>

Goeiemorgen

Door Marc van Oostendorp

Er is geen ontsnappen aan vooroordelen. Ik weet natuurlijk wel dat uit allerlei onderzoek blijkt dat mensen sprekers van het standaard-Nederlands betrouwbaarder en deskundiger vinden dan mensen die een accent hebben of dialect spreken. Ik heb daar allerlei onderzoeken over gelezen en wanneer men mijn deskundige mening erover vraagt, zeg ik: ik keur dat soort vooroordelen af.

Maar soms betrap ik me erop dat ik er ook zelf niet ongevoelig voor ben. Dit is een bekentenis die mijn professionaliteit in een kwalijk daglicht stelt; maar dat moet dan maar. Ik heb me de afgelopen maanden op de Utrechtse huizenmarkt begeven. Wat een markt! En wat zijn makelaars toch een kranen van taal! We waren op zeker moment geïnteresseerd in een huis dat in de verkoop werd gezet door de makelaar die ons normaliter hielp met het zoeken van een huis. We moesten daarom razendsnel op zoek naar een ándere makelaar die voor ons de onderhandelingen wilde doen.  Lees verder >>

Hoe Vlaming te zijn?

Door Marc van Oostendorp

Er is, voor een Nederlander, nauwelijks een curieuzer cultuur dan de Vlaamse: zo dichtbij in zoveel verschillende opzichten en tegelijkertijd zo vreemd. Over Engelsen, over Duitsers, over Fransen, over Luxemburgers of Denen wordt in Nederland minder in termen van sjablonen gesproken dan over Vlamingen. (Het enige volk dat nóg onbekender is, zijn de Walen. Over een Waal weet een Nederlander helemaal niets.)

Die sjablonen gelden bijvoorbeeld voor de taal. Vlamingen zouden daar enorm gehecht aan zijn, aan onze gezamelijke taal, veel meer dan Nederlanders die om het minste of geringste bereid zijn deze taal aan de kant te schuiven. Vlamingen daarentegen wonnen het Groot Dictee ieder jaar moeiteloos, totdat de Nederlandse publieke omroep een harteloos einde maakte aan dat taalevenement. Dat tegelijkertijd er momenteel nauwelijks sprake is van enig openbaar taalleven in Vlaanderen – er is geen vereniging van taalliefhebbers, het enige publiekstijdschrift Over taal is onlangs zonder plichtplegingen opgeheven, het enige publieke taaldebat lijkt altijd en alleen maar te gaan over ‘tussentaal’ – past niet in dat plaatje, dus wordt genegeerd. Dat de VRT het Groot Dictee ieder jaar gratis kreeg doorgestuurd door de Nederlandse omroep en er dus nóóit aan meebetaalde, eveneens. Lees verder >>

Standaardnederlands op school

Door Jan Uyttendaele

In mijn bespreking van Nederlands voor Taalhelden heb ik de wens geuit dat de Taalunie ooit eens een publicatie voor het onderwijs zou laten verschijnen, waarin duidelijkheid wordt gegeven over het standaardtalige gebruik van een aantal courante schooltermen. Wat is het nu eigenlijk: kopies of kopieën, klassenleraar of klastitularis, nota’s of notities, beraadslagen of delibereren, bordveger of bordenwisser, quoteren of beoordelen, onderlijnen of onderstrepen, schoolagenda of klasagenda, uurrooster of lesrooster enz.? Wat is precies het verschil tussen verlof en vakantie, alinea en paragraaf, synthese en samenvatting, examen en proefwerk enz.? Ook in mijn bespreking van het boekje Hoe Vlaams mag uw Nederlands zijn? heb ik gepleit voor de publicatie van een woordenlijst met taaladvies voor leraren. Ik ben er nog altijd van overtuigd dat we daarmee met name de Vlaamse leerkrachten een grote dienst zouden kunnen bewijzen, maar ik heb moeten constateren dat mijn wens bij de Taalunie (en elders) in dovemansoren is gevallen. Ik heb dan maar zelf het initiatief genomen en ik heb zelf zo’n (beperkte) lijst samengesteld en gepubliceerd op de website van KlasCement, het leermiddelennetwerk van het Departement Onderwijs en Vorming van de Vlaamse Gemeenschap. <Zie hier.> Lees verder >>

Van standaardtaal naar harmonie

Door Marc van Oostendorp

Verdwijnt het Standaardnederlands? Over die belangrijke vraag buigen twee van de belangrijkste experts op dit gebied, Stefan Grondelaers, Roeland van Hout en Paul van Gent, zich samen in een artikel in het nieuwste nummer van het vakblad Taal en Tongval.

Er zijn mensen die denken dat de standaardtaal er onherroepelijk aan gaat. Mensen geloven niet meer aan normen en aan autoriteit en binnenkort praat iedereen hoe hij wil. De dialecten verdwijnen misschien ook wel, maar daarvoor in de plaats komen dan allerlei typische eigen manieren van praten van sociaal afgebakende groepen – sociolecten.

Inderdaad: het oude ideaal dat ooit alle Nederlandstaligen precies hetzelfde zou spreken, in volzinnen die recht uit de lijst voorbeelden van de Algemene Nederlandse Spraakkunst zou zijn ontnemen en een woordenschat uit Van Dale, minus de woorden die de labels ‘regionaal’ of ‘ongebruikelijk’ kregen – dat ideaal heeft zijn laatste tijd waarschijnlijk wel gehad.  Lees verder >>

Zich beseffen, zich bedenken, zich begrijpen

door Jan Stroop
Een paar weken geleden (12 januari) hoorde ik ’t weer, een nieuw wederkerend werkwoord. In ’t programma Nieuwsuurop NPO2 was oud-politiecommissaris Eric Nordholt present vanwege de voorvallen in Keulen. Hij ontrolde daar de volgende zin: “Ik denk dat, waar hij niet de problematiek, zoals die in Keulen was en is, eerder aan de orde heeft gesteld, kan ik me wel begrijpen dat als zoiets gebeurt, dat hij nu weg moet, omdat ie de zaken verzwegen heeft.” 

Nordholt zegt: me begrijpenOmdat ik ’t al eens gehoord heb uit de mond van oud-minister Jan Pronk, begin ik me af te vragen of we hier misschien met een taalverandering van doen hebben, van ’t type beseffen wordt zich beseffen

Lees verder >>

Een nieuwe taal voor Nederland?

Door Marc van Oostendorp


Het 8 uur-journaal heeft het vorige week niet gehaald, het bericht dat Nederland desgewenst ineens een taal rijker zou kunnen zijn: het Bildts, de taal die gesproken wordt in de Friese gemeente It Bildt. De Friese pers besteedde er wel enige aandacht aan: in het gemeentehuis was een rapport aangeboden van de Fryske Akademy en Mercator waarin stond dat het plaatselijke dialect best de status van een regionale kon krijgen volgens het Europees Handvest voor Regionale Talen of Talen van Minderheden.

Het Bildts heeft in de provincie Fryslân een aparte status. Het is van oorsprong een Hollands dialect dat in de loop der eeuwen sterk door het Fries beïnvloed is. Volgens het rapport geeft het dat een unieke status: het raakte al van het Hollands afgescheiden voordat er een Nederlandse standaardtaal ontstond en kan dus geen ‘dialect van het Nederlands’ genoemd worden. Het is bovendien ook duidelijk geen Fries dialect.

Dat is het argument, dat heel vernuftig in elkaar zit, maar dat niemand zal overtuigen.

Lees verder >>

Het huis van wantrouwen

door Miet Ooms

Tussentaal. Het is het afgelopen decennia een begrip geworden. Vlamingen hebben er een haat-liefdeverhouding mee (‘van ons’ versus ‘dat taalverloederende brabbeltaaltje’), sommige Nederlanders vrezen ze als voorbode van wederzijdse onverstaanbaarheid. De term roept meer emoties op dan om het even welke andere aanduiding van een taalvariant of -register. Laat hem ergens vallen, in een artikel, een discussieprogramma, en hop, je hebt gegarandeerd een heftig debat. Vaak weet men niet eens waar de discussie zelf precies om draait. Het gaat over tussentaal, en dan heeft iedereen een heel pertinente mening, pro of contra, met steeds dezelfde argumenten. Eén van die argumenten, dat intussen ook tot Nederland is doorgedrongen, is dat van de verstaanbaarheid. Zullen we elkaar in de toekomst nog wel verstaan als we de tussentaal (wat dat in de praktijk ook moge wezen) accepteren, en dus een soort status geven? Misschien nog net niet die van de standaardtaal, maar toch gevaarlijk dicht in de buurt. Lees verder >>

Call for papers Taal & Tongval 2014


Op 28 november vindt in Gent de 2014-editie van het Taal & Tongvalcolloquium plaats, dit keer met als thema (De)standardisation in Europe: Qualitative and quantitative approaches:
“The 2014 edition of the Taal & Tongval colloquium aims at bringing together researchers to debate about standard language ideologies and the ways in which these are best studied. More specifically the following questions will be at the centre of discussion:

(1)    Which methods can be implemented to gain insight into standard language use and standard language ideologies? Do new, experimental methods yield results comparable to those of traditional methods?

(2)    What can the different methods tell us about the standard language situation, both in the Dutch language area and beyond? To what degree do we find traces of destandardisation and demotisation?

(3)    What are interesting contexts to study standard language ideologies in?

These and other topics will be further explored in the colloquium, which will host invited talks by Winifred Davies (Aberystwyth University), Stefan Grondelaers (Radboud University Nijmegen), Tore Kristiansen (University of Copenhagen) and Barbara Soukup (University of Vienna). In addition, there are a number of slots on the program for regular 20-minute conference presentations.

Lees verder >>

Te Belgisch

Door Marijke De Belder
Omdat ik onderzoek naar woordvorming doe, plaats ik soms vragenlijsten online. Die vragenlijsten worden enthousiast ingevuld, waarvoor ik zeer dankbaar ben. Na elke vragenlijst ontvang ik steevast mails van bezorgde Nederlanders om me te melden dat mijn taalgebruik te Belgisch is. Het is niet gewoon Belgisch, zoals ikzelf. Het is té Belgisch. Net omdat ik met deze taalgebruikers de liefde voor de standaardtaal deel, wil ik er graag wat over kwijt.
Ik beken schuld. Mijn woordenschat is Belgisch. Ik gebruik bijvoorbeeld woorden als jobstudent. Goedbedoelende Nederlanders moedigen me daarom aan de belgicismen te vervangen. Ik vrees echter dat mijn taalgebruik dan te Hollands wordt. Het is namelijk niet zo dat de volledige Noord-Nederlandse woordenschat in de oren van Vlamingen neutraal klinkt. Een Vlaming trekt de wenkbrauwen evenzeer op bij ontbijtkoek als een Nederlander dat doet bij peperkoek. Er is een deel van de Nederlandse woordenschat dat nu eenmaal varieert. Ik stel voor dat we die verschillen in onze woordenschat met de mantel der liefde bedekken. Ik zie namelijk niet onmiddellijk een alternatief.

Lees verder >>

Vacancy for 2 PhD students on VIDI research programme Going Dutch, LUCL Leiden University

Deadline: October 1, 2013

The Leiden University Centre for Linguistics (LUCL, www.hum.leiden.edu/lucl/), the institute of linguistics at the Faculty of Humanities, Leiden University, is hosting a VIDI research programme entitled “Going Dutch. The Construction of Dutch in Policy, Practice and Discourse, 1750-1850”, funded by the Dutch national research council NWO.

The project will investigate the origins of linguistic nationalism, focusing on the opposition of standard and non-standard Dutch in public and academic discourse on linguistic diversity, on educational policies aimed at the spread of standard Dutch, and on the effects of educational policies on language use.

We are looking for

2 PhD STUDENTS
(4 years, 38 hrs a week)

Lees verder >>

Sjiek plat

De afgelopen tijd heb ik meer in het Limburgs gecommuniceerd dan ik gewend ben. Ik ben al bijna dertig jaar een ‘Limburger om utens’ en daardoor spreek ik die streektaal vooral met – eveneens geëmigreerde – familieleden. Maar nu praatte ik opeens bijna twee uur met drie Venlonaren (hier een kwartier daarvan), en voerde met een van hen zelfs een korte mailcorrespondentie in het Limburgs. Er vielen mij drie dingen op.

Lees verder >>