Tag: sprookje

Groenkapje en de bekeerde wolf: hoe sprookjesfiguren zich weten te emanciperen

Adnan Uddin: White Mosque (free stock photo)

Door Iris Stofberg

‘De mensenrechtenjurist in mij zei: eis je rechten op, hier is vrijheid, breek los uit de gemeenschap. Ik verwachtte dat de meeste moslimvrouwen zich zouden aanpassen aan de dominante groep in het Westen. Dat ze als individuen voor hun eigen keuzes zouden gaan en bijvoorbeeld de hoofddoek minder zouden dragen en zouden breken met tradities als het gearrangeerde huwelijk.’

Bovenstaand citaat is afkomstig van Naema Tahir – advocate, schrijfster, moeder, en moslima. In het citaat beschrijft Tahir haar vroegere houding jegens de positie van de moslima binnen de islam. Het was een kritische houding, waar ze – naar eigen zeggen – de moslima veroordeelde in plaats van probeerde te begrijpen. Deze kritische houding dateert echter van tien jaar geleden en volgens Tahir is haar mening sindsdien grondig veranderd. Zelf zegt ze dat deze omwenteling het gevolg is geweest van haar zwangerschap, waardoor ze zich verbonden voelde met alle vrouwen in haar Pakistaanse familie. Tahir beschrijft haar nieuwe houding tegenover de moslimvrouw als volgt:

Lees verder >>

De baard van de mop meten

Door Marc van Oostendorp

Wie een verhaal meerdere keren vertelt, vertelt geen twee keer precies hetzelfde verhaal. Het raakt gestroomlijnd doordat details die er niet zoveel toe doen gaandeweg verdwijnen, je past het bewust of onbewust aan je gesprekspartners aan, de veranderde omstandigheden doen een bepaald detail pregnanter naar voren komen. En na verloop van tijd kent je publiek het verhaal en begint er alleen al om die reden anders op te reageren.

Dat geldt bijvoorbeeld voor sprookjes, misschien wel de verhalen met de grootste herhalingsfrequentie. Wie Roodkapje vertelt, weet vrijwel zeker dat zijn publiek het al tot in detail kent. Dat kun je merken aan de lidwoorden, laten Folgert Karsdorp en Lauren Fonteyn zien in een nieuw artikel in Palgrave Communications.

Het idee is eenvoudig: er is in het Nederlands net als in veel (maar niet alle) andere talen een verschil tussen bepaalde (de, het) en onbepaalde (een) lidwoorden:

Lees verder >>

Ilja Leonard Pfeijffer als moderne sageschrijver ♥

De taal van Ilja Leonard Pfeijffer (13)

Door Marc van Oostendorp

Een van de minst begrepen boeken van Ilja Leonard Pfeijffer is Harde feiten. 100 romans (2011). Veel recensenten hebben gedacht dat het ging om een parodie, of een verzameling parodieën. Je kunt het immers niet serieus menen dat je romans kunt schrijven van minder dan 500 woorden. Een van de romans heeft zelfs een titel (‘Zelfportret van de dichter op negendertigjarige leeftijd’) die een woord (vijf lettergrepen) langer is dan de feitelijke roman (‘Gewoon. Maandag. Lekker treurig. Verder niets.’)

De mooiste bespreking van het boek werd op De Reactor gegeven door Hans Demeyer, die erop wees dat de verhalen in Harde feiten niet alleen maar verhaaltjes zijn, en niet alleen parodieën of stijloefeningen. Ze gaan ergens over: de machteloze manier waarop we aan het leven vorm en betekenis proberen te geven door er verhalen van te maken. Het grotere belang dat verhalen uiteindelijk hebben dan ‘harde feiten’. Lees verder >>

450 maal Roodkapje

Door Marc van Oostendorp

Onlangs promoveerde Folgert Karsdorp op een proefschrift waarin hij analyseerde hoe volksverhalen zoals sprookjes mondeling worden overgedragen, en hoe die sprookjes daarbij veranderde. Ik sprak in deze video met Folgert over de 450 versies van Roodkapje die er in omloop zijn en waarom het zin heeft die versies met de computer te analyseren.

Hoe kort mag een verhaal zijn?

De nieuwjaarsgeschenken van het Meertens Instituut zijn altijd de moeite waard. Het zijn kleine boekjes waarin een onderzoek iets uitlegt over zijn werk voor een wat breder publiek. Ja, dat mag ik natuurlijk eigenlijk niet zeggen, omdat ik zelf op het instituut werk. Maar er gebeurt daar van alles dat ik ook niet allemaal precies kan bijhouden — zodat ik zelf ook regelmatig tot het bredere publiek behoor.

Dit jaar legt mijn collega Theo Meder uit hoe hij een nieuwe kant wil opgaan met het onderzoek naar volksverhalen zoals sprookjes en moppen: hij wil bekijken of je een ‘grammatica’ kunt opbouwen voor dat soort verhalen — een structuur waar ze allemaal aan moeten voldoen, of in ieder geval een set structuren waaruit je kunt kiezen wanneer je een nieuw verhaal vertelt. (Er moet een held zijn, die wordt tegengewerkt maar uiteindelijk wint. Dat lijkt me een structuur voor een sprookje, maar je kunt het nog eerder verfijnen.)

Lees verder >>