Tag: spreekwoorden

Gheen graefschap boven Vlaenderen

Vlaemsche en Walsche spreekwoorden en spreuken van Goedthals

Door Marti Roos

In 1568 verschijnt bij de bekende drukker Plantijn in Antwerpen Les proverbes anciens flamengs et françois, een tweetalig, Nederlands-Frans spreekwoordenboek van de hand van François Goedthals, rechtsgeleerde en ingezetene van Gent. In hun inleidingen vermelden de uitgever en de samensteller uitdrukkelijk dat zij geen vertalingen over en weer aanbieden, maar traditioneel bekende spreuken in de respectievelijke talen, waarbij Nederlandse en Franse spreuken met een soortgelijke strekking bij elkaar zijn geplaatst. De doelgroep is duidelijk een tweetalig geschoold publiek dat juist het taaleigen van elke taal zou weten te waarderen. Het recreatieve element voert de boventoon, zoals verwoord in het Latijnstalige gedichtje van Microbius Philopotes (Kortlevende Drankliefhebber) aan het einde van het boek.

Het is niet bedoeld als naslagwerk, en dat verklaart ook dat het geen alfabetische volgorde heeft, en feitelijk ook geen thematische, al opent het boek enigszins obligaat met een spreuk over god, en staan er soms een aantal spreuken met hetzelfde thema bij elkaar.

Lees verder >>

Berbers spreekwoordenboek

Door Riemer Reinsma

We kunnen er, wat mij betreft, nooit te veel van hebben: van die boeken over spreekwoorden uit verre landen. Een exotische wereld doemt voor je op, met uitheemse planten, dieren, spijzen en zo meer. En dan de merkwaardige paradox: ondanks die grote verschillen in vorm, door de afwijkende culturele achtergrond, is de betekenis van de spreekwoorden vaak universeel. Zo heeft het huiselijk klinkend Nederlandse gezegde ‘De beste breister laat wel eens een steek vallen’ in Japan de tegenhanger ‘Zelfs Boeddha leest wel eens de Heilige Schrift fout’. Strekking: iedereen maakt wel eens een fout. 

De jongste aanwinst is Tien op een ezel. Berbers spreekwoordenboek van Mohammed Benzakour. Het boek laat zien dat de culturele achtergrond van sommige spreekwoorden volstrekt onbegrijpelijk kan zijn als ze niet nader toegelicht worden. Neem het spreekwoord dat ook de titel is van het hier besproken boek. De volledige versie, zo begrijp ik uit het Woord Vooraf, luidt ‘Hij ziet er tien op een ezel”. Tien wat? Vogels? Kruiken? Meloenen? Dat wist schrijver Benzakour zelf aanvankelijk óók niet, maar zijn vader wist hem te vertellen dat het gaat om tien berijders. Tien man op één ezel kan natuurlijk niet, de uitdrukking beschrijft een hallucinatie. Ze is het Berberse equivalent van het Nederlandse “hij ziet ze vliegen”.

Lees verder >>

Nu komt de aap naar de berg

Door Marc van Oostendorp

Ineens kwam van verschillende kanten dezelfde observatie: de jongeren kennen geen gezegden en uitdrukkingen meer! Ze staan met hun tanden te klapperen wanneer je tegen zegt dat je met je handen in het haar zit. Ik hoorde dat docenten aan de universiteiten er over klagen, maar dat ook leraren op middelbare scholen merkten dat het vermogen om uitdrukkingen te gebruiken afnam. Er zaten mensen bij met echt taalgevoel, dus het leek me een serieus te nemen observatie.

Ik had er nog niet eerder over gehoord, die klacht. Je hoort natuurlijk wel van alles over d’s en t’s, over hunnen en hennen, over logische alineaindelingen en waar de jeugd van tegenwoordig nog meer allemaal tenenkrommend slecht in kan zijn. Maar dat ze kennelijk allerlei spreekwoorden en utidrukkingen niet meer kennen, daar hoor ik van op.

Het eerste wat ik dacht was: wat zou Joop van der Horst hier van denken? Lees verder >>

Zeeuwse feestdronk

Door Jan Bethlehem

Gaarne voldoet de redactie aan het verzoek tot plaatsing van den navolgenden onlangs te Middelburg, op eenen groten maaltijd, met genoegen gehoorden Toast:

kielen, wielen, rand om ’t land

De aloude toast van onze vadren,
Heel kort, naïf en vol verstand,
Die op hun feesten werd gedronken
Was: Kielen, Wielen, Rand om ’t Land!

Thans is die spreuk omtrent vergeten,
’t Gebruik bijna geheel ontwend;
En menig’ Zeeuw van onze dagen
Is haar beteek’nis onbekend.

Verlangt men echter die te weten?
Welaan ik zeg het, luister dan:
De Kielen moest de scheepvaart wezen,
Daar dronk men dan de welvaart van. Lees verder >>

Johan de Brune: Gesuyckert met goe tael, gekruydt met scherpe reden

057bruneemblema27Door Ton Harmsen

Constantijn Huygens is een Hagenaar, maar zijn hele leven lang heeft hij ook iets met Zeeland. Het begon toen hij nog jong, ambteloos en onbekend was: de Zeeuwse pensionaris Jacob Cats vroeg hem bij te dragen aan de gedichtenbundel Zeeuwse nachtegaal. Ook Johan de Brune de Oude, die Cats als pensionaris zou opvolgen, leverde werk voor de lyriekbundel die in 1623 de grote literaire gebeurtenis was. De twee gedichten die Huygens inzond waren te lang, maar geweigerd zijn ze niet: ze verschenen zelfs al een jaar eerder daar in Middelburg, bij Jan Pietersz. van de Venne. ’t Voor-hout en ’t Costelick Mal waren de eerste grote stappen van de Hagenaar in de wereld van de dichtkunst. De drie hebben altijd contact gehouden als diplomaten, dichters en vrienden.

Meer dan andere literatoren raakt dit drietal gefascineerd door spreekwoorden, die in die tijd in heel Europa de status hebben van een volwaardig literair genre. Spreekwoorden spreken het vernuft aan. Humanisten systematiseren, rubriceren, vertalen, variëren. Cats gebruikt duizenden spreekwoorden, alleen al in zijn Spiegel van den ouden en nieuwen tyt (1632) staan er 1600. De disticha en kwatrijnen die Huygens in 1658 als ‘Spaensche wysheit’ publiceert is de vertaling van 1309 Spaanse spreekwoorden. Een jaar eerder toont De Brune’s laatste boek Banket-werck van goede gedachten de onverminderde voorliefde voor spreekwoorden die vrijwel al zijn publicaties kenmerkt. Lees verder >>

Nu komt de uit de

Door Marc van Oostendorp

“Dit is een gevalletje aap-mouw”, zei een collega gekscherend. Want dat is de toon waarop die dingen gezegd worden: ironisch. Je hoort het de laatste tijd vaker, of ík hoor het in ieder geval de laatste tijd vaker, samenvattingen van spreekwoorden in twee zelfstandig woorden: ‘spijker-kop’, ‘zwaluw-lente’, ‘boer-kiespijn’.

Het zijn geloof ik altijd zelfstandig naamwoorden en het werkt natuurlijk het best als die zelfstandig naamwoorden buiten het spreekwoord niet zo vaak in elkaars omgeving verkeren. Mensen praten nu eenmaal niet vaak over apenmouwen, maar noch ‘zongen-piepen’ noch ‘ouden-jongen’ roept onmiddellijk het beeld op van continuïteit tussen de generaties.

Lees verder >>