Tag: spelling

Verdediging van de d/t-fout

Af en toe komt er per ongeluk iemand hier op Neder-L terecht, ziet in de linkerhoek ‘tijdschrift voor neerlandistiek’ staan en ziet daarin een aanleiding om zich vreselijk op te winden over een zogenoemde ‘dt-fout’ die hij ergens op deze pagina’s aantreft. Ik wil niet zeggen dat zulke mensen allemaal dom zijn. Veel van hen zijn ook eenvoudig te goedgelovig en accepteren te kritiekloos wat de cultuur hun aanreiktt als belangrijk. Er bestaat geen enkel, geen enkel (geen enkel) argument waarom iemand ik vind zou moeten schrijven in plaats van ik vindt.

Lees verder >>

De geheimen van de Leidse [ɻ]

Het is vandaag drie oktober, de dag van een groot volksfeest in Leiden.  In de stad zelf zeggen ze [dɻi ɔktoʷbəɻ], met een ‘Amerikaanse’ [ɻ] die je verder in geen enkel Nederlands dialect hoort, zeker niet voor een klinker (u kunt hem hier beluisteren).

Waar die [ɻ] vandaan komt, weet niemand. De Leidse taalgeleerde Hans Heestermans heeft wel geopperd dat het komt doordat in de 17e eeuw een groot aantal Vlaamse tekstielarbeiders naar de stad gekomen zijn – terwijl ze daarvoor een tijd in Engeland gewoond hadden. Maar bewijzen dat er in Engeland toen al zo’n uitspraak van [ɻ] bestond zijn er niet, en het is ook niet zo waarschijnlijk dat je binnen een paar jaar zo’n klank oppikt en die vervolgens naar elders meeneemt.

Lees verder >>

De Griekse klinkeroorlog

We leven in een tijd waarin wetenschappers het hebben gedaan – ook als ze alleen maar de waarheid zeggen. U herinnert zich misschien de discussie nog wel van een paar jaar geleden tussen Helen de Hoop en Ronald Plasterk. De Hoop had met haar onderzoeksgroep vastgesteld dat ‘hun’ niet alleen steeds vaker als onderwerp werd gebruikt, maar dat dit vooral gebeurt als het onderwerp van de zin mensen zijn: hun liggen op bed gaat eerder over de gasten op een uitgelopen feestje dan over hun jassen.

Plasterk zag zich genoodzaakt om deze ontwikkeling een halt toe te roepen. Hun als onderwerp! Niet onder zijn ministerschap! En suggereerde ondertussen dat die neerlandici maar de hele tijd de taal aan het veranderen zijn.

Lees verder >>

Monniken en notarissen

Waarom schrijf je een enkele k in monniken, een enkele g in hevige en een enkele l in stencilen, maar een dubbele s in notarissen? Waarom een enkele m in Mokumer en een enkele l in wandelen, maar een dubbele s in bolussen? Daarover schreef de roemruchte Groningse hoogleraar A. Sassen (1921-1999) in 1977 een artikel in het Groningse tijdschrift Tabu, dat de DBNL deze week gedigitaliseerd heeft.

De kwestie is bij mijn weten in de afgelopen 35 jaar niet meer onderzocht. Toch lijkt me er wel het een en ander over te zeggen; de fonologie is voldoende voortgeschreden om de kwestie duidelijker te maken. De algemene regel is dus dat je geen dubbele medeklinker schrijft na een klinker die een sjwa weergeeft: dat is immers wat monn[ə]ken, hev[ə]ge, stenc[ə]len, Moku[ə]mer.

Lees verder >>

Hij loopd

Gisteren bleek Jan de Spellingman ineens met vakantie. Jan is de naam van een robot die automatisch een berichtje stuurt aan twitteraars die een spelfout maken en bijvoorbeeld hij probeerd schrijven in plaats van hij probeert. (Je kunt zien dat het een robot is doordat hij altijd dezelfde zinnetjes verstuurt en wel zo regelmatig en inmiddels al zo langdurig dat een mens het allang zou hebben opgegeven.) De Spellingman doet dat dan op een uitermate aggressieve en beledigende toon (‘zelfs mijn demente moeder weet dat…’); ik heb al eens gespeculeerd dat de programmeur eropuit is om leraren Nederlands, of zelfs een bepaalde leraar Nederlands, in een kwaad daglicht te stellen door niets vermoedende twitteraars zo te plagen.
Lees verder >>

Met de KLM naar de V.A.E. v.v.: 10.000 km

Hoe schrijf je afkortingen? Liefst met mate, mijns inziens, want e.a., a.d.h.v. en i.h.a. kunnen best, ja zelfs beter, voluit worden geschreven. Maar goed, je komt lang niet altijd om afkortingen heen. En dan moet je als speller twee keuzes maken: Schrijf je hoofdletters, kleine letters of een combinatie daarvan? En plaats je meerdere punten, alleen een punt aan het eind of helemaal geen?

Lees verder >>

Steeds meer hij wilt: nieuwe spelling?

Maandagochtend maak ik altijd een uitstapje, want dan ben ik op Radio Noord-Holland met een taalrubriek.

Op die uitzendingen krijg ik altijd veel reacties van luisteraars, en dat is misschien wel mijn intensiefste contact met mensen die wel ‘gewone taalgebruikers’ worden genoemd. Deze week bijvoorbeeld:

Ik heb een brandende vraag voor Marc van Oostendorp.
Ik hoor en lees tegenwoordig, ook in literatuur, steeds meer: Hij wilt i.p.v hij wil.
Is dit correct? Is er onlangs een nieuwe spelling geweest?

Lees verder >>

Waarom De Vries en niet De Fries?

We zaten gisterenavond aan de waterkant bij café De Omval en het gesprek kwam op de Friezen. Hoe komt het toch dat de familienaam De Vries is en er niemand De Fries heet? Die naam wijst toch op herkomst uit Friesland?

(Dat laatste is strikt genomen waar, maar er zit een kleine draai aan. Er zijn geen mensen meer die De Fries heten. Volgens de Nederlandse Familinamenbank was er in 2007 niemand met die naam, maar bij de volkstelling in 1947 werden er nog drie geregistreerd. Ter vergelijking: in 1947 waren er 49.658 mensen die De Vries heetten en in 2007 71.065. Ja, de De Vriezen rukken nog altijd op! Als we niet uitkijken, hebben ze dadelijk ongemerkt ons land overgenomen!)

Lees verder >>

Ukelele

Heeft iemand zich al eens verdiept in de geschiedenis van het woord ukelele? Waarom schrijven wij dat woord in het Nederlands bijvoorbeeld met drie e‘s, terwijl men het overal elders als ukulele schrijft, met twee u’s en twee e’s (in het Hawaiaans betekent uku ‘vlo’ en lele ‘springend’)? En waarom wij het uitspreken op zijn quasi-Engels, namelijk als [juːkəlɪli] in plaats van als [juːkəleiliː] zoals in het Engels, of [ʔukulɛlɛ] zoals in het Hawaiaans?

Het woord moet ergens in de vroege jaren twintig van de twintigste eeuw, of zelfs nog iets eerder, naar Nederland gekomen zijn. Lees verder >>

HET bestaat niet!

Er zijn mensen die jeuk krijgen van een woord met een apostrof erin (’t en ’n bijvoorbeeld); zie de commentaren bij mijn blog EYE: ’n doorn in ’t oog  Anderen voelen zo’n weerzin dat ze niet verder kunnen lezen. Arme apostrof. En hij heeft nog wel zo’n lange traditie en ’t is juist zo’n zinvol letterteken.

De oudste vermelding van ’t TEKEN apostrof dateert uit 1550, maar de apostrof werd al veel eerder gebruikt, bijvoorbeeld door Jan van Boendale (ca. 1300) : in ’t lant van Ludicke.  De apostrof diende om aan te geven dat er letters weggelaten waren. Die letters werden ook niet uitgesproken. ’t Citaat van Van Boendale, in ’t lant klonk waarschijnlijk als intlant. Die t is een reductie van ’t toenmalige lidwoord dat, als dat z’n klinker verloor doordat ’t ‘aanleunde’ tegen een volgend of voorafgaand woord:  tvolc (’t volk); int lant.

Lees verder >>

Nog geen spoor van het verdwijnen van de slot-n

In Onze Taal (2012:138) schrijft Marc van Oostendorp: “De uitspraak zonder slot-n is duidelijk de standaard geworden in de grootste delen van Nederland.” (Zie ook dit stukje waarop het artikel in Onze Taal gebaseerd is.) Dat strookt niet met wat we in recent onderzoek vonden voor de slot-n van meervouden zoals druiven. Om de invloed van de spelling uit te sluiten, gebruikten we plaatjes van woorden die in een zinnetje moesten worden uitgesproken. De meerderheid van de door ons ondervraagde proefpersonen, jonge mensen, leerlingen van regionale middelbare landbouwscholen, blijkt nog steeds in meer dan de helft van de gevallen een slot-n uit te spreken. Er zijn wel grote individuele en regionale verschillen. In Heerenveen en Doetinchem vinden we in driekwart van de zinnen een slot-n, in Roermond in ruim de helft van de zinnen, in Barneveld ruim 40% en in Rijnsburg ruim 30%. Dus zelfs in het westen, dat bekend staat om zijn n-loze uitspraak, wordt nog vaak een slot-n uitgesproken.
Ons onderzoek ging overigens ook over de tussen-n in het midden van samenstellingen. We vergeleken op basis van plaatjes van druiven en plukken de uitspraak van zinnen zoals Hij wil nu de druiven plukkenmet de uitspraak van zinnen zoals Dit is echt een druivenplukker. Het blijkt sprekers die vaak een slot-n uitspreken ook vaak een tussen-n gebruiken. De tussen-n wordt wel minder vaak uitgesproken dan de slot-n, wat verklaarbaar is op grond van het verschil in context. De twee woorden van een samenstelling worden immers sneller uitgesproken dan de woorden van een woordgroep en dat bevordert weglating van de n. Doel van ons onderzoek was om na te gaan of de tussenklank die we met en schrijven als meervoud beschouwd kan worden. Op grond van de uitspraakovereenkomsten kun je die vraag met ‘ja’ beantwoorden.


Esther Hanssen, Arina Banga, Anneke Neijt en Robert Schreuder
Bron: Esther Hanssen, Arina Banga, Anneke Neijt en Robert Schreuder (te verschijnen). The Similarity of Plural Endings and Linking Elements in Regional Speech Variants of Dutch. Language and Speech. Dit artikel is ook gepubliceerd als hoofdstuk in het proefschrift van Esther Hanssen, http://dare.ubn.kun.nl/dspace/bitstream/2066/91445/1/91445.pdf. Zie de resultaten op p. 42 en in de bijlage, p. 64-5. 

Oh, een spelfout

Een veel gebruikt Nederlands woord is ‘a’ . Je weet de weg niet en je ziet een voetganger: A, die kan ik even vragen. Je bent benieuwd na ar het weerbericht en dan kondigt de radio het net aan: ‘A, stil even jongens!’ Vreemd genoeg léés je nooit ‘A’ en het staat ook niet in Van Dale. In de gegeven voorbeelden zal men eerder ‘Ha’ schrijven, dat wel in het woordenboek staat, maar je hóórt heel vaak alleen maar ‘A’ . Er lijkt een zekere angst te bestaan om zo’ n enkele a te schrijven; vandaar ook liever twee of drie a’ s achter elkaar: Drentse Aa, Zeg ‘ns aaa. En er zijn mensen die er ‘ah’ van maken, maar dat klinkt eigenlijk anders en wordt door Van Dale een uitroep van teleurstelling genoemd.

Iets soortgelijks is aan de hand met ‘O’ . Lees verder >>

Hielden de hippies wél van korrekt spellen?

Volgens Hans van Driel, cultuurwetenschapper in Tilburg, veranderen de tijden. Vroeger vond Van Driel het nog belangrijk dat er correct gespeld werd, schrijft hij in Taalschrift, het tijdschrift van de Taalunie, maar nu ziet hij ‘de urgentie ervan steeds minder in’.

Dat Van Driel zijn rode pen heeft opgeborgen komt niet doordat hij zelf is gaan inzien dat het allemaal onzin was, die schoolmeesterij. Nee, hij schrijft het toe aan een totale omwenteling in de westerse cultuur:
Lees verder >>

Taaltoets Krakkemikkig Nederlands

Het faculteitsbestuur van Rechten van de Universiteit Leiden sprak onlangs harde woorden over de ‘taaltoets Juridisch Nederlands’ die eerstejaarsstudenten enkele maanden geleden aflegden. Een meerderheid van de studenten was gezakt voor die toets en dat was onacceptabel, zei Pauline Schuyt, portefeuillehouder onderwijs, in Mare(24april 2012): ‘Eigenlijk moet je Nederlands foutloos zijn als je hier studeert.’

Dat klinkt krachtdadig: weg met de lankmoedigheid! Leve de hoge norm! Wij doen geen concessies aan de kwaliteit! Maar wat betekent het in de praktijk? Wat meet de toets precies? Welke maatregelen gaat het faculteitsbestuur nemen? En wat heeft het ervoor over?Ik was benieuwd of ik, als taalkundige, wel aan de eisen zou voldoen, en vroeg de taaltoets op, om precies te zijn, de herkansing van afgelopen januari. Wat bleek: Lees verder >>

Taal als kleurplaat

Dat onze taal een mengeling is van woorden uit alle tijden, dat kun je laten zien met kleuren. Neem bijvoorbeeld de eerste zin uit de Max Havelaar:

Ik ben makelaar in koffi, en woon op de Lauriergracht, 37. Het is myn gewoonte niet, romans te schryven, of zulke dingen, en het heeft dan ook lang geduurd, voor ik er toe overging een paar riem papier extra te bestellen, en het werk aantevangen, dat gy, lieve lezer, zoo-even in de hand hebt genomen, en dat ge lezen moet als ge makelaar in koffi zyt, of als ge wat anders zyt. Niet alleen dat ik nooit iets schreef wat naar een roman geleek, maar ik houd er zelfs niet van, iets dergelyks te lezen, omdat ik een man van zaken ben.

Ik heb hier de leenwoorden uit het Frans lichtoranje gemaakt, die uit het Latijn donkeroranje en die (dat) uit het Turks groen. Dat het Nederlands veel minder woorden geleend heeft dan het Engels blijkt dan in één oogopslag uit de vergelijking met de eerste zin Tom Sawyer (gekopieerd van deze pagina, waaraan ik ook het idee om leenwoorden te kleuren ontleend heb):
Lees verder >>

Dubbele dubbelepunt

De roman Vallende ouders van A.F.Th. van der Heijden is verschenen in 1983 en is inmiddels aan zijn 26e druk toe. De uitgever heeft hem onlangs ook als digitaal boek uitgebracht. Terwijl ik die onlangs herlas viel me de volgende zin op:

Maar het was al niet meer nodig: rond de zevende slag van de klok werd er gescheld: een hoog belletje tussen twee sombere gongslagen.

Lees verder >>

Waneer? Heb jij je school wel afgemaakt?

Op Twitter is een zekere Jan Berens actief (@jan_spellingman) die onvermoeibaar de hele dag het netwerk lijkt te monitoren op spelfouten. Zodra hij er een vindt, stuurt hij de Twitteraars — zo te zien volslagen onbekenden — berichtjes zoals:

– het is mij een doorn in het oog als mensen “locale” en niet “lokale” twitteren
– Hier spreekt een neerlandicus. Doe er je voordeel mee. “pauze” en niet “pause”!
– zelfs mijn demente moeder weet dat je “elektron” schrijft en niet “electron”
– Mijn eerste les is gratis. Het is “akkoord” en niet “akoord”.
– Ik krijg er altijd zo’n pijn in mijn buik van als mensen “Russich” in plaats van “Russisch” schrijven.
– Heb jij je school wel afgemaakt? Het is “wanneer” en niet “waneer”.

Lees verder >>

De tussen-n in het Concertgebouw

Door Marc van Oostendorp

Taalkundigen zijn lieden die groot belang hechten aan een correcte, uniforme en duidelijke spelling. Taalkundigen zijn lieden die de volgende vraag stellen: ‘Hoe moet een leerkracht straks in de klas de leerlingen motiveren voor goed spellen als het er allemaal niet meer toe doet?’ Taalkundigen zijn lieden die vinden dat het er ‘allemaal’ wel zeker toe doet, reken maar.

Dat is in ieder geval het beeld dat zes hoogleraren in de taalwetenschap gezamelijk schetsen in een artikeltje in het oktobernummer van Onze Taal – een artikel waarvan ik alleen kan hopen dat niemand die het leest, weet dat ik ook taalkundige ben. Jarenlang heb ik mijn vrienden en kennissen proberen uit te leggen dat taalkundigen géén schoolmeesters zijn, die zich ergeren aan iedere spelfout en die vinden dat correctheid ‘ertoe doet’. Ik heb ze geprobeerd wijs te maken dat wij een wetenschap bedrijven, dat we ons zo enthousiast storten op de talloze wonderen van de menselijke taal te bieden dat we geen tijd hebben voor muizenissen. En dat de spelling zo ongeveer het oninteressantste is dat er bestaat. Lees verder >>