Tag: spelling

Te verschijnen: Jacob van Lennep – Een en ander over letters

Op 8 december 1962 hield de auteur Jacob van Lennep een lezing voor de afdeling Letterkunde van de Koninklijke Nederlandsche Akademie van Wetenschappen (KNAW). De tekst van zijn lezing, getiteld Een en ander over letters,verscheen in druk in het jaarboek 1863 van de KNAW. Nu wordt de tekst na 151 jaar opnieuw uitgegeven bij HaEs producties, als geschenkboekje in een genummerde oplage. Aan de oorspronkelijke tekst van de lezing is een uitleiding toegevoegd, geschreven door publicist en naamkundige Riemer Reinsma.

Inhoud

Van Lennep beweert in Een en ander over letters iets over letters te willen zeggen en hij begint over de wildgroei in het gebruik bij verschillende historieschrijvers van verschillende lettervormen als cursief, kapitaal, romein en gotisch. Maar al snel heeft hij het over de manier waarop geslachtsnamen gespeld worden en dan vooral het gebruik van het voorvoegsel van bij namen van adellijke oorsprong. Dat gebruik is hem een doorn in het oog. Hij eindigt met een pleidooi voor een correct gebruik van de apostrof. Opvallend is in ieder geval dat vrijwel alles waarvoor Van Lennep pleit, decennia later in het tegendeel is beslecht.

Nederlands voor taalhelden: een gemiste kans?

Alle eerstejaarsscholieren van het middelbaar onderwijs in Nederland en Vlaanderen hebben op 1 september 2014 een gratis taalboekje gekregen van de Nederlandse Taalunie: Nederlands voor Taalhelden. Volgens een bericht op de website vande Taalunie is het ‘niet bedoeld als leerboek, wel als naslagwerk. Het is getoetst aan het referentieniveau Nederlandse taal dat in Nederland voorgeschreven wordt voor de beoogde leeftijd en bij wat er in Vlaanderen in het secundair onderwijs aan taalkwesties moet worden behandeld. De terminologiekeuze is afgetoetst aan de Advieslijst Taalbeschouwelijke termen Nederlands.’ Verder lezen we dat het boekje dankzij de uitgevers Van Dale en Pelckmans gratis werd uitgedeeld aan 300.000 leerlingen ter gelegenheid van de start van het nieuwe schooljaar. Bovendien is het ook in de boekhandel verkrijgbaar voor 4,99 euro.


Ik ben geneigd om te zeggen: een toost op dit voortreffelijk initiatief! We leggen de lat hoog voor de talen, speciaal voor de moedertaal, en zijn dus blij met elke actie die daartoe wil bijdragen. Maar bij nader toezien is het toch wel een wat vreemde gang van zaken.
Lees verder >>

Een laatste restje ‘sch’

Door Marc van Oostendorp

Sommige taalkundigen beweren wel dat ze zich niet met spelling bezighouden, maar een collega van me had de afgelopen week wel degelijk ruzie gehad met zijn vrouw over de juiste schrijfwijze van het woord ‘Chinezen’. Zij wilde het zo, maar hij beweerde bij hoog en laag dat het ‘Chinese’ moest zijn. Tot ze erachter kwamen dat zij het zelfstandig en hij het bijvoeglijk naamwoord bedoelde.

Hij kwam zijn echtelijke sores met me delen, en we praatten er nog even over door. Het geldt voor meer woordparen: je hebt ook Friese Friezen en Balinese Balinezen. Het is bovendien natuurlijk niet strikt genomen een spellingkwestie, of in ieder geval niet alléén maar, want sommige sprekers maken ook verschil in uitspraak tussen de [s] en de [z].

Ik dacht dat ik een leuke regel had gevonden, een lekker ingewikkelde, maar die ging niet op.

Lees verder >>

De wedergeboorte van de indifferentialis

Sans amertume ni rancune: mijn laatste antwoord aan Neijt

Ten tijde van de Chomskyaanse hegemonie was het voor ‘andersdenkenden’ niet gemakkelijk een eigen persoonlijk geluid te laten doorklinken. Ook voor mij als structuralist. Bovendien was ik verbonden aan een Franstalige universiteit waar de middelen voor onderzoek van het Nederlands uiterst beperkt waren. Desondanks heb ik het door mij geïntroduceerde begrip indifferentialis verder kunnen onderzoeken en uitwerken. Ik heb voor mijn weinig orthodoxe visie inzake het (a)numerieke aspect van het substantief uiteindelijk niet alleen (zoals Neijt beweert) bijval gevonden bij Balk-Smit Duyzentkunst, maar o.a. ook bij Booij, Schermer-Vermeer, Hoekstra, (zie W.H.M. Mattens, “De jongste spellingswijzigingen”. Cahiers van het Meertens Instituut, 1998,  111.)

Lees verder >>

Ritme en meervoudigheid

Commentaar op het commentaar van Wim Mattens

Met het taalsysteem heb je een representatie van de wereld tot je beschikking. Die kun je beschrijven, je kunt erover nadenken, je kunt toekomstige of onmogelijke werelden verzinnen en je kunt de betekenis van je gedachten doorgeven aan anderen. Dat is waarom taalonderzoek zo fascinerend is.

Ons onderzoek naar de tussenklank en in samenstellingen gaat uit van het perspectief dat je met taal betekenissen uitdrukt. Morfologisch onderzoek gaat dan over de invloed van de vormen die je gebruikt op het wereldbeeld dat je schetst. Wim Mattens vindt het maar niks. Hij meent dat taalkundigen de taal moeten beregelen en dat de indifferentialis daarbij een rol moet spelen.
Lees verder >>

Ook uitkomsten van onderzoek moeten linguïstisch en methodologisch verantwoord worden.

Door Wim Mattens
Er is geen enkele medicus die op het idee zou kunnen komen een onderzoek in te stellen naar prostaatkanker bij vrouwen. De anatomie van het vrouwelijke lichaam geeft namelijk geen enkele indicatie om te veronderstellen dat een dergelijk onderzoek tot medisch relevante resultaten zou kunnen leiden. Een medicus die een dergelijk onderzoek zou willen instellen, wordt waarschijnlijk dringend aangeraden een bepaalde collega-medicus te raadplegen.

Aan dit voorbeeld moest ik denken, toen ik enkele jaren geleden voor het eerst kennis maakte met het idee van de Nijmeegse school voor morfologie, waartoe o.a. Banga, Hanssen en Neijt behoren, om een onderzoek in te stellen naar de numerieke specificatie van het eerste lid van nominale samenstellingen op een zevenpuntsschaal van singularis tot pluralis. Ik vroeg me namelijk af welke indicatie de anatomie van de Nederlandse taalsystematiek de Nijmeegse morfologen zou kunnen geven om te veronderstellen dat een dergelijk onderzoek tot formeel en semantisch relevante resultaten zou kunnen leiden.

Vorm en wereldkennis verklaren samen de interpretatie van samenstellingen

Door Arina Banga

Het duurt altijd even voordat ik ze gerustgesteld heb, de mensen op feestjes die bij het horen van het onderwerp van mijn proefschrift meteen in paniek raken. “Dat vind ik zo moeilijk! Ik weet nóóit of het nou pannuhkoek is of pannennnnnnkoek!” Hoewel ik deze regels zelf niet zo heel moeilijk vind, is mijn missie in zulke situaties niet om mijn gesprekspartners (met een biertje in de hand) kennis van de Nederlandse spelling bij te brengen, maar om ze enthousiast te maken over een fascinerende uitkomst van mijn onderzoek. Mijn proefschrift gaat immers helemaal niet over hoe de Nederlandse spelling zou moeten of kunnen zijn.
Voor mijn experimenten nam ik de spelling simpelweg als feit aan, zoals ik eigenlijk mijn hele leven al doe als ik lees of schrijf (in september 1995 ging ik naar de brugklas: “In de nieuwe spelling!” prijkte er in opvallende letters op de schoolboeken van al die nieuwe vakken die ik zou gaan volgen – op mijn twaalfde vond ik de middelbare school zelf een stuk spannender dan de discussie over de spelling). Ook mijn proefpersonen, studenten, deden dat, want die konden meestal nog niet eens schrijven toen de spelling veranderd werd, laat staan zich druk maken om een nmeer of minder.
Lees verder >>

De spelling is vrij

De laatste weken is er, onder andere op Neder-L, weer een discussie opgelaaid over de precieze manier waarop de tussen-n moet worden geregeld. Volgens sommigen is er een rigoureuzere maatregel nodig: de spelling moet worden vrijgelaten. Dat vindt bijvoorbeeld Wil Bijlsma, taalkundige, oud-docent Taalbeheersing aan de Sociale Akademies in Amsterdam, oud-docent Nederlands aan een Pedagogische Akademie, en oud-schrijver van de taalrubriek in De Groene. De bijdrage is geschreven in ‘zyn ygen spelling’.

door Wil Bijlsma
Ook zonder ′het Groot Diktee′ van Kees van Kooten en Philip Freriks is byna iedereen bang om spelfouten te maken. Ik niet meer.
En u? Breekt u zig nog het hooft over: De meid mijdt de kaas met de mijt. Of Vind je dat zinvol, en vindt je broer dat ook? Is het begravenisvanwege begraven? En probleemen vanwege probleem? En is hetlieteren gieter ofliteren giter?

We sgryven volgens het Groene Boekje. Maar de ontwerpers van onze spelling (De Vries en Te Winkel) hebben ons het regt gegeven om onze eigen spelling te schrijven. Wist u dat?
In het laatste Groot Diktee hat ik 13 fout, maar nu is het mooj geweest. Ik maak gebruik van dat regt. Ik zet boven al m’n mails: myn ygen spelling.

Ik zal uitleggen hoe myn spellingin elkaar zit.

Geenvoud en gemeenvoud

Door Felix van de Laar

Toen ik kennismaakte met de indifferentialis van Mattens, opende mij dat de ogen voor het feit dat er méér onder de zon is dan het begrippenpaar enkelvoud en meervoud waarin vorm en inhoud zo innig samengingen. Ik kwam hem helaas pas in 2000 op het spoor, ná het gekrakeel over de “tussen-n” in 1995, want toen ging ik nog – en velen met mij – van die simpele dichotomie uit. Indertijd stoelde ik mijn pleidooi (in Tekstblad 1996 en 1997, later gepubliceerd in “De nieuwe kleren van de spelling – de tussen-n is een verzinsel!”, eigen beheer, Amsterdam, 1998) om de taalgebruikers vrij te laten of ze “pereboom” of “bessensap” zouden schrijven, nog steeds op de notie van het enkelvoud “één peer is genoeg” en het meervoud “vele bessen voor je wat te drinken hebt”, als vrijgevochten variant op hoe we het tussen 1953 en 1995 hadden geleerd.

Lees verder >>

Het roemloze einde van de tussenklank en van het ritmisch element!


De repliek van Neijt in Neder-L van 3 januari op de bijdrage van Van de Laar en mijn reactie daarop gaat geheel voorbij aan de essentie van onze bijdragen, nl. het ontbreken van het begrip indifferentialis in recente studies over samenstellingen, terwijl o.a. Balk-Smit Duyzentkunst overtuigend heeft aangetoond dat dit begrip een belangrijke rol kan spelen bij de beschrijving daarvan. Ik heb me verbaasd over het ontbreken van dit begrip in het proefschrift van Banga, alsmede over het feit dat Banga een verkeerde voorstelling van mijn linguïstische inzichten geeft. Op geen van beide opmerkingen gaat Neijt in.
Wel wijst ze op de glasheldere uitkomsten van haar onderzoek: “de tussenklank wordt net als de meervoudsuitgang vaak mét een n uitgesproken. De spelling van de tussenklank en is dus niet in strijd met het grondbeginsel van de uitspraak.” “Daarnaast (…) is de tussenklank een ritmisch element.”

Lees verder >>

Taalkundig geroezemoes rondom het Groot Dictee van 2013


De mooie bijvangst van Het Groot Dictee 2013 is dat dit dictee leidde tot maar liefst vier taalkundige discussies. Het gaat om hardnekkige kwesties, vragen die nog niet bevredigend beantwoord zijn, hoezeer taalkundigen ook hun best doen: (1) “dan of als?”, (2) “spelling is wel/niet taal”, (3) “weg met de standaardspelling”, en (4) “hoe lossen we kippenhok – kippeëi en bessenwijn – bessestruik op?”

Ten eerste de discussie over dan en als: Kees van Kooten laat zien dat dan helpt om dubbelzinnigheden te voorkomen, terwijl Helen de Hoop laat zien dat daarmee niet alle dubbelzinnigheden de wereld uit zijn. Tja – taal blijft dubbelzinnig. Als schrijver moet je je daar bewust van zijn, en je kunt die dubbelzinnigheid zelfs uitbuiten, denk aan wiewauwen in Het Groot Dictee dat naast ‘krioelen’ ook ‘raaskallen’ betekent.

Lees verder >>

Sanksies

Door Wil Bijlsma

Op het overtreden van de regels voor de taal staan geen sanksies. Dat sgrijft prof dr Marc van Oostendorp in Trouw.

Dat is een sympathiek standpunt, maar is het waar? Ik kijk naar de taaltoets voor het examen NT2, Nederlands als 2de taal voor nieuwkomers. De toets heeft 20 keuze-vragen. Hier zijn er 12.

1 Waarom ga je zo laat naar huis / naar thuis?
2 Ze weet zeker / is zeker dat ze niet geslaagd is.
3 Aan die docent kun je alles vertellen, hij is betrouwbaar / vertrouwbaar.
4 Harry Potter woont in / op de Ligusterlaan.
Lees verder >>

Toch nog een keer die vermaledijde spelling

In zijn bijdrage De knoedel van de taal van 19 december 2013 vindt Felix van de Laar het merkwaardig “dat zowel de spellingcommissie die het Groene Boekje in elkaar heeft geknutseld, als taalgeleerden die er later onderzoek naar hebben gedaan, de inzichten van Wim Mattens over de ”indifferentialis” volstrekt hebben genegeerd.” Deze opmerking behoeft enige nadere toelichting.
Voor een correcte geschiedschrijving van de jongste spellingwijzigingen lijkt mij de volgende informatie niet onbelangrijk. De Werkgroep ad hoc Spelling van de Nederlandse Taalunie verzocht in maart 1988 collega Maarten van den Toorn en mijzelf een analyse te maken van het probleem van de tussenklanken. Collega Van den Toorn kon om hem moverende redenen niet ingaan op dit verzoek. Zelf heb ik wel positief op dit verzoek gereageerd. De Werkgroep wilde “onderzoeken of er principes te formuleren zijn aan de hand waarvan een betere regelgeving ten aanzien van de spelling van de verbindingsfonemen kan worden voorgesteld. Uiteraard mag U in Uw betoog zelf ook suggesties doen voor die principes”(uit de opdracht van 3 maart 1988).

Lees verder >>

De knoedel van de taal


“De knoedel van de taal” is een hele mooie (nieuwe) uitdrukking van Marc van Oostendorp. En ja, wat mij betreft zit het schrift in die knoedel, gelukkig maar want anders had ik geen werk, ik ben dan ook geen taalgeleerde maar een zelfstandige tekstschrijver, redacteur, vertaler en wat dies meer zij. Het komt bij mij altijd in letters terecht en toen ik begon was ik een echte frik, ik merkte elk lettertje op dat (in 1986, volgens het oude Groene Boekje) niet goed op zijn plaats stond, en ik vond het belangrijk om ze goed te zetten. Maar wel in het voorbijgaan, want de inhoud kwam voor mij ook toen al altijd op de eerste plaats en dat is nog steeds zo.

In de loop der tijd – spelling is sowieso een hobby van ouder wordende mannen – ben ik me steeds meer gaan afvragen hoe zinnig het dichttimmeren van het schrift in spellingregels eigenlijk is. Ik sloeg gade met hoe veel ijver (en geheimhouding) er bij de Taalunie werd toegewerkt naar dat ene volledig kloppende systeem, het ultieme antwoord op de vraag van de mensen “hoe schrijf ik dat?”.
Lees verder >>

Spelling is wel degelijk taal

Door Marc van Oostendorp


Tot de rituelen van de decembermaand hoort dat er een taalkundige opstaat die erop wijst dat ‘spelling geen taal is’; en dat je van taalkundigen dus echt niet hoeft te verwachten dat ze weinig fouten maken bij het groot dictee.

Gisteren was het aan de beurt aan Felix van de Laar. In een mooi stukje in NRC Handelsblad van gisterenavond roept hij op om ‘met de taal te doen waar die voor bedoeld is: (…) er in vrijheid mee spelen, erom lachen en erin dichten en zingen’. Daar kan een mens het alleen maar mee eens zijn. Maar een paar zinnen eerder verkondigt hij nog dat ‘de hele gedachtengang dat spelling taal zou zijn en dat je eenvoudig zou kunnen toetsen of iemand het Nederlands goed beheerst, berust op het misverstand dat taal – anders dan techniek, muziek, kleding – in principe onveranderlijk is en dat in grote lijnen ook moet zijn.’

Daar wringt iets.
Lees verder >>

Het gezeur van de groene golfjes

Door Viorica Van der Roest
Mijn spellingcontrole houdt er een heel andere mening over taal op na dan ik. Ik heb het niet over de rode golfjes, die meestal wel zinnige suggesties voor verbetering doen (behalve wanneer je een Middelnederlandse tekst overtypt). En als ze een woord niet kennen, voeg je het toe aan de woordenlijst, en dan blijven de rode golfjes weg. Maar dan die groene! Die hebben volgens mij helemaal geen verstand van taal. Ze zijn er vooral goed in om je af te leiden van je werk. Misschien zijn er mensen die ze kunnen negeren, maar ik hoor daar niet bij. Ik wil weten wat ik zogenaamd ‘fout’ heb gedaan. Meestal staat er dan zoiets als ‘formeel taalgebruik’, of ‘ambtelijk taalgebruik’. Aangezien ik nogal eens werk met ambtelijke teksten lijkt dat me niet meer dan normaal, maar de spellingcontrole heeft er blijkbaar iets tegen.

De spelling van het Sittards: nu binnen handbereik

Wie tot voor kort zich wilde informeren over de spelling van het Sittards moest zich daarbij heel wat moeite getroosten. In de Spelling 2003 van de Limburgse dialecten staat dan wel de spelling van de Limburgse dialecten, gerangschikt naar plaats maar het vraagt van gebruiker toch nog een en ander zoekwerk.
Door de presentatie van de vernieuwde website van de Willy Dols Stichting is deze situatie grondig gewijzigd. De website van de Stichting heeft met steun van de Raod veur ’t Limburgs in hele verjonging ondergaan. Ze is aangepast aan de moderne wijze van presenteren, waardoor het veel gemakkelijker is gegevens op te zoeken. Door deze verandering kan ze tevens deel uitmaken van de koepelorganisatie ErfgoedeXtra.

Lees verder >>

Hoe de taal dicht gaat slibben

Het taalnieuws van het jaar

Door Marc van Oostendorp

Het belangrijkste taalnieuws van het jaar staat deze week ergens achteraf in een donker hoekje van Onze Taal, alsof het er helemaal niet toe doet. In een artikel dat verder gaat over het curieuze verschijnsel dat tekstschrijvers soms expres woorden afwijkend spellen op webpagina’s om hoger in de ranking van Google te komen – ze schrijven bed and breakfast mogelijkheden, omdat niemand ooit zoekt op breakfastmogelijkheden –, schrijft Marieke Kolkman ineens:

Twee jaar geleden vulde Google zijn zoekmachine aan met een rangschikkingsfactor die de kwaliteit van een webpagina meeweegt, door te kijken naar correcte spelling, grammatica en stijl.

Ik vermoed dat dit op den duur weleens de manier waarop wij kijken naar ‘correcte taal’ ingrijpend kan veranderen. Misschien is het zelfs wel het belangrijkste nieuws van de afgelopen paar jaar.
Lees verder >>

Een nieuwe spelling voor ‘droog’, ‘eeuw’ en ‘televisie’?

Sprekers van het Fries vinden het vaak lastig om hun taal goed te spellen. Geen nieuws op zich, maar dankzij facebook en twitter komen op een soms aandoenlijke, soms onthutsende wijze ook heel alledaagse schrijfsels in de spreektaal van gewone Friezen aan het oppervlak. Nogal wat Friestaligen blijken elementaire Friese spellingconventies amper onder de knie te hebben. Toegegeven: de Friese spelling ís iets waar je aan moet wennen. De voornaamste reden voor de vele schrijffouten in het Fries zal echter zijn dat de meeste sprekers op school niet of nauwelijks les gehad hebben in (en over) hun moedertaal.

In 2011 kwam het idee voor een Fries ‘Groen Boekje’ op, met als doel om eindelijk eens deugdelijke Friese spellingscontrole te kunnen hebben. Het provinciebestuur gaf de Fryske Akademy opdracht om zo’n standaardwoordenlijst samen te stellen. De lexicografen van de Akademy zijn voortvarend aan de slag gegaan met de bestaande spellingbesluiten en -conventies (de laatste ingrijpende wijziging kwam uit 1979/1980). Geruchten begonnen te circuleren dat er meer op stapel stond dan alleen het vaststellen van wat algemeen als norm geldt.
Lees verder >>

Rijks museum

door Jan Stroop

In haar column van maandag 8 april (Volkskrant) uit Aaf Brandt Corstius haar ongenoegen over de spatie tussen Rijks en museum zoals die te zien is in ’t nieuwe logo van ’t museum. Ze is niet de eerste. Zelden heeft een lege ruimte zoveel beroering veroorzaakt, in kleine kring welteverstaan. Aaf stoort zich vooral aan de argumenten van ontwerpster Irma Boom. Twee ervan gaan over ontwerpaspecten, maar ’t tweede argument raakt de taalkunde en dus mij.  Ik citeer Aaf: “Voor haar ‘gevoel’ zijn het twee woorden, vanwege de koosnaam Rijks.”  Haar is dus Irma Boom.

Ik denk ook dat Rijks en museum twee woorden zijn, maar dan vanwege de historie.
Lees verder >>

Kommarust, komma, en rust

Door Marc van Oostendorp

Milfje Meulskens vertegenwoordigt de jeugd in de Nederlandse taalblogrepubliek. Zij is een creatie van twee jonge aanstormende taalkundigen en schrijft op haar blog over taal en af en toe over seks.

Zo ging het deze week over de komma. Milfje haalde een interessante kwestie aan: het verschil tussen de volgende twee zinnen.

Hier sta ik op de foto met mijn vrienden, Piet, en Jan.
Hier sta ik op de foto met mijn vrienden, Piet en Jan.

Lees verder >>

Tegen spellingvereenvoudiging!

Het lijkt een sympathiek betoog, dat Erno Mijland houdt op de website Onderwijs van morgen: de spelling moet nu eens radicaal vereenvoudigd worden. Mijland heeft daar duidelijk geen persoonlijk belang bij — hij werkt als eindredacteur dus hij heeft er baat bij als hij hoge tarieven kan rekenen voor de vele typefouten die hij moet verbeteren.

Hij ziet vooral een maatschappelijk belang: er wordt te veel onderwijstijd verspild aan het leren van onzinnige spellingregels. Bovendien wordt de schriftelijke communicatie door (onder andere) het internet gedemocratiseerd en, zoals Mijland schrijft, ‘een expert in houtbewerking, fietsreparatie of metselwerk is niet per definitie een spellingheld.’

Ik ben het met allebei de argumenten eens. Maar ik deel de conclusie niet.

Lees verder >>

Vos en Haas en de toekomst van de taal

De toekomst van de geschreven taal moeten we natuurlijk zoeken in het kinderboek. De kinderboekenserie Vos en Haas van de Vlaamse schrijfster Sylvia Vanden Heede en de Nederladse illustrator Thé Tjong-Khim gaat eigenlijk over taal. De boekjes schijnen in eerste instantie vooral bedoeld te zijn om kinderen zelf te leren lezen, maar ook populair te zijn voor kinderen die dat allang onder de knie hebben. Er worden spelletje in gespeeld met de spelling en met woordbetekenis.

En er wordt ook iets gedaan met de typografie waar ik nog wel een toekomst voor zie buiten het kinderboek.

Lees verder >>

Ze hebben me gedumt

Er stond onlangs weer een interessante melding op Meldpunt Taal (10 oktober 2012, 10:29):

‘Zij heeft mij gedumt’ als ondertiteling bij gesproken “She dumped me”. Interessant, daar men dit meestal wel als zodanig hoort, maar in de context interpreteert als behorend tot dumpen en dan gedumpt schrijft.

 Het is niet moeilijk om andere voorbeelden van gedumt te vinden, of van gedumd, al komt die laatste vorm veel minder voor (85.500 tegenover 10.900 keer op Google). Het is mogelijk voor de twee belangrijkste betekenissen (het uitmaken met een geliefde, het lozen van afval):
Lees verder >>