Tag: spelling

Transgender is helemaal geen bijvoeglijk naamwoord

Door Henk Wolf

Via een linkje in Taalpost van het Genootschap Onze Taal belandde ik laatst bij een artikeltje met de titel ‘Transvrouwen bestaan niet, trans vrouwen wel‘. Het ging over de spelling van ‘transvrouwen’, met of zonder spatie. De schrijfster van het artikel, Olave Nduwanje, gebruikt wel een spatie. Ze pleit daarbij niet voor spellingrebellie, maar motiveert haar keuze met een taalkundige analyse. Ze schrijft: ‘Transgender (oftewel trans) is namelijk […] een bijvoeglijk naamwoord’.

Als dat waar zou zijn, dan had ze natuurlijk gelijk: dan was in de officiële Nederlandse spelling de correcte schrijfwijze ‘trans vrouwen’ geweest, zoals we ook ‘dikke vrouwen’ en ‘slimme vrouwen’ met een spatie erin schrijven.

Alleen deugt de analyse niet. Transgender en trans zijn geen bijvoeglijke naamwoorden. Dat kun je vrij makkelijk laten zien. Lees verder >>

Wat was het effect van een officiële spelling op het Nederlands?

Dit stuk verschijnt in het kader van de Nieuwsbrief Neerlandistiek voor de klas. Het bevat geen origineel onderzoek, maar is een vereenvoudigde weergave van recent onderzoek op het gebied van het Nederlands, speciaal bedoeld voor leerlingen van de middelbare school.

Door Marten van der Meulen

Als je een willekeurig iemand op straat vraagt: “Wat gebeurde er in 1804 en 1805?” dan zullen ze je hoogstwaarschijnlijk glazig aankijken. Misschien dat een geschiedkundige nog weet dat Napoleon in 1804 tot keizer werd gekroond; een pianist zal misschien paraat hebben dat Beethoven zijn 23e Sonata ‘Appassionata’ in 1805 componeerde. Of je veel meer dan dat krijgt durf ik te betwijfelen. Maar vraag een neerlandicus, en zijn ogen zullen beginnen te stralen. In die twee jaar verschenen er namelijk twee belangrijke werken op het gebied van de neerlandistiek: de eerste officiële spelling en grammatica. Een Leidse onderzoeker zocht uit hoeveel effect die hadden. Lees verder >>

Hoe nuttig zijn regels bij het leren van spelling?

Door Marc van Oostendorp

Het vermogen om dingen te leren is een van de wonderlijkste eigenschappen van de mens. Wat gebeurt er bijvoorbeeld allemaal in die al die bolletjes in de eerste klassen van de basisschool, als ze leren schrijven?

Die taak is behoorlijk lastig, zelfs als we afzien van het soort zaken waar zelfs volwassenen elkaar mee blijven plagen, zoals de spelling van werkwoordsvormen of van guichelheil. Neem een kwestie als de spelling van de lange a-klank (die van maan, in het fonetisch alfabet: [a]) tegenover die van de korte (die van man, [ɑ]). Waarom schrijf je [a] soms als aa (maan) en soms als a (manen)? Dat is natuurlijk afhankelijk van het verschil tussen open en gesloten lettergrepen, maar hoe makkelijk past dat verschil in een 6-jarig hoofd?

Over dit probleem gaat een artikel <€> van drie Amsterdamse pedagogen in het tijdschrift Learning and Instruction. Die titel van het tijdschrift is erg toepasselijk voor dit artikel, want dat is waar het precies over gaat: de vraag wat de relatie is tussen expliciet onderricht en leren. In hoeverre hebben kinderen er wat aan als je ze uitlegt wat de regel is? Lees verder >>

Lezen en Schrijven maakt het de leerling te moeilijk

Door Felix van de Laar

 

In Trouw van 15 mei stond een artikel over taallessen die bajesklanten elkaar geven. Een initiatief van de Stichting Lezen en Schrijven. In de gevangenis zullen laaggeletterden vast oververtegenwoordigd zijn; en als je niks te doen hebt is Nederlands leren een uiterst nuttige tijdsbesteding.

Voor je collega-gedetineerde die zo aardig is om je te onderwijzen, is het potentieel een dankbare bezigheid.

Verontrustend was de afbeelding bij het artikel. Een bladzijde uit het leerboek. De letters van het alfabet in hoofdletters en kleine letters, in een schreefloze heldere letter. OK. Maar daaronder, lijkt een toelichting te staan op de klinkers en op drie medeklinkercombinaties in het Nederlands. Dit staat er: Lees verder >>

’T FoKSCHaaP, Nu!

Door Roland de Bonth

Generaties leerlingen hebben de werkwoordspelling onder de knie gekregen met het door L.A. te Winkel populair gemaakte ezelsbruggetje van ’T KoFSCHiP. Het enkel noemen van dit woord was jarenlang afdoende om een leerling een fout gespeld werkwoord te laten verbeteren. Meer dan honderd jaar later wisten leerlingen echter niet meer wat een kofschip was. En omdat de aanwezige klinker i verwarring opleverde bij de spelling van werkwoorden als gooien en stoeien is, heeft vanaf het midden van de jaren negentig van de vorige eeuw ’T FoKSCHaaP zijn intrede gedaan in het spellingonderwijs. Soms wordt aan dit beest ook nog het epitheton SeXy toegevoegd, om de vervoeging van aan het Engels ontleende werkwoorden als faxen eenvoudiger uit te kunnen leggen.

Hoewel het enige moeite kost om dit ezelsbruggetje onder de knie te krijgen – denk aan het geworstel met werkwoorden als verhuizen en verloven – lukt het de meeste leerlingen na gedurige oefening (exercitatio) deze regels toe te passen in hun schriftelijk taalgebruik. Lees verder >>

zooitje / zootje

Verwarwoordenboek Vervolg (54)

Door Jan Renkema

In het Verwarwoordenboek worden zo’n 500 woordparen behandeld met vaak onduidelijke verschillen: afgunst-jaloezie, bloot-naakt, geliefd-populair, plaats-plek, enz. Talrijke lezers hebben woordparen aangedragen met het verzoek om ook die te behandelen. Vandaar deze wekelijkse rubriek.

Mocht u ook een ‘verwarpaar’ behandeld willen zien, plaats dan een reactie onder deze rubriek. Kijkt u dan wel even op de website om te zien of de woorden al zijn opgenomen.

zooitje / zootje

De woorden verschillen niet in betekenis, maar wel in stijl.  Lees verder >>

Gij hadt: een t of geen t?

Door Johan De Schryver

Griet Op de Beeck voegt in haar nieuwe roman ‘Het Beste Wat We Hebben’ systematisch een t toe aan verledentijdsvormen van sterke werkwoorden met ‘gij‘ als onderwerp: ‘gij hadt’. Dat leverde haar een berg bozelezersmails op in De Standaard. Konden die lezers dat niet even opzoeken, vraagt ze zich af in De Standaard (25 oktober 2017), want de officiële spelling vergt duidelijk een t. De schrijfster heeft formeel gelijk, maar als ze had gekozen voor t-loze vormen, dan had dat een begrijpelijk en te verdedigen protest kunnen zijn tegen een betreurenswaardige regel, die taalgebruikers begrijpelijk genoeg in verwarring brengt en (minder begrijpelijk) aanzet tot boze mails.

In ons taalgebied is de spelling officieel geregeld. Dat houdt concreet in dat overheidsinstellingen en door de overheid gesubsidieerde instellingen die regeling moeten volgen. Wie daar niet toe behoort, is in principe vrij om te spellen hoe hij wil en schrijvers met haar op hun tanden durven dan ook wel eens af te wijken van bepaalde regels. Harry Mulisch was er zo een. De regel dat afleidingen van aardrijkskundige eigennamen een hoofdletter moeten hebben, vond hij bijvoorbeeld grote onzin en dus schreef hij zelf ‘duits’, ‘nederlands’ enzovoort. Mocht Mulisch straks als Vlaams schrijver reïncarneren, dan zal hij misschien stelselmatig ‘ge had’ schrijven. Lees verder >>

Limburgs als taal bij Microsoft

Door Leonie Cornips

Hoe een dialect in Limburg te spellen levert altijd discussie op. De ouderen schrijven en ondersteunen vaak de Veldeke 2003 of Raod veur ’t Limburgs-spelling in meer conventionele media. De jongeren vertonen veel variatie in hun schrijven op sociale media – Whatsapp, Snapchat, Twitter en Facebook. Hoe aan vele manieren van schrijven tegemoet te komen, inclusief die van Veldeke 2003, is vanaf eind augustus opgelost. Want dan is Microsoft voor nu het eerste grote IT bedrijf dat het Limburgs als taal toevoegt voor mobiele applicaties. Hun afdeling Swiftkey stelt de Beta (of test-)versie beschikbaar in de nacht van 17 op 18 augustus voor het Limburgse keyboard en spellingschecker voor alle mobiele Android applicaties. Bij elk Microsoft Swiftkey keyboard komt het Limburgs dan als taalkeuze voor. Uiteindelijk is het de bedoeling dat het intikken van de vele diakritische tekens zoals ë, ò, é, äö, oë, oeë, àè, ieë, ieè, eë, ië, aeë, èë, èw, àèë, àèw, aoë geen probleem meer oplevert. Gebruikers kunnen snel blijven tikken. Lees verder >>

Het Nedersaksisch kan het leren van ei en ij scaffolden

Door Willemijn Zwart

Woorden met ei of ij leren spellen is lastig. De meeste spellingmethoden laten leerlingen vanaf groep drie of vier zoveel mogelijk woorden met ei uit het hoofd leren, ondersteund door een ei-verhaal, een ei-plaat, een ei-rap of een ei-poster. Woorden die ze niet als ei-woord geleerd hebben, schrijven ze met een ij. Deze aanpak is erop gebaseerd dat er minder woorden met ei dan met ij zijn. Woorden met achtervoegsels als –lijk, –heid en –teit worden hierbij buiten beschouwing gelaten: deze worden aangeleerd met een andere didactiek.

Stel nu dat streektaal kinderen zou kunnen ondersteunen bij het aanleren van woorden met ei of ij, dan zou dit de cognitieve belasting verminderen en daarmee lucht creëren in een vaak als overvol ervaren lesprogramma. Lees verder >>

Over het ‘en passant’ toetsen van spelling en grammatica in het Centraal Eindexamen Nederlands

Door Michel Couzijn

Over het Centraal Eindexamen Nederlands wordt veel geklaagd. Over de teksten, over de vragen, over de beoordeling en nog zo wat. Sinds vorig jaar kunnen de klagers hun ongenoegen op een nieuw aspect richten: de aftrekregeling voor taalgebruik.

Het CE Nederlands toetst tekstbegrip – leesvaardigheid dus – plus een beetje argumentatieleer. Recent werd in de landelijke media de klacht geuit dat de opvatting van leesvaardigheid die aan het CE Nederlands ten grondslag ligt, weinig valide zou zijn. In de zin van: weinig relevant voor de leesvaardigheden die leerlingen in vervolgopleidingen en in het maatschappelijk leven tentoon moeten spreiden. Mede om die reden is bijvoorbeeld de ‘geleide samenvatting’ uit het hv-examen verdwenen.

Vorig jaar werd er een nieuw domein toegevoegd aan ‘wat het examen toetst’: schrijfvaardigheid. Nu ja, enkele aspecten daarvan, te weten spelling en grammatica. Omdat de noodzaak werd gevoeld leerlingen op dit vlak centraal de maat te nemen, zonder een aparte taaltoets in te voeren. Een poging om een apart CE Schrijfvaardigheid in te voeren, strandde onlangs op de gebrekkige validiteit daarvan. Lees verder >>

‘Hoe taal ons in 2016 als maatschappij verdeelde’

Door Steven Delarue

Voor de taalkundige in mij was 2016 opnieuw een geweldig boeiend jaar, met de voorbije decembermaand als kers op de taart: begin deze maand barstte er een storm aan opiniestukken los in de nasleep van de PISA-resultaten, daarna waagde schrijfster Saskia De Coster zich aan het relativeren van spelling in de aanloop naar het Groot Dictee, en vorige week nog kregen aspirant-leerkrachten een hoop bagger over zich heen toen bleek dat één derde van hen niet het vereiste niveau Nederlands haalde tijdens de instaptoets die dit academiejaar proefdraaide. Taal, taal en taal – het thema leek dit jaar niet uit de media weg te slaan.

Eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat ik die hype ook wel deels mee heb gecreëerd. Op 1 september verdedigde ik mijn doctoraatsproefschrift over de (standaard)taalpercepties van Vlaamse leraren, en ook dat haalde toen probleemloos de Vlaamse media. Niet alleen zijn de media op het einde van augustus extra hongerig naar onderwijsgerelateerd nieuws, daarnaast hebben ze ook een neus voor alles wat enigszins met standaardtaal (en vooral wat daarvan afwijkt) te maken heeft. Succes gegarandeerd, met andere woorden – opeens prijk je bovenaan op de startpagina van De Standaard, hangt het radionieuws van Q-Music aan de lijn voor een quote en staat er de dag van je verdediging een stukje in Het Laatste Nieuws. Nog wat meer taal in de krant dus. Lees verder >>

De freakshow der Nederlandse taal

Door Tessa Sparreboom
(student Nederlands, Universiteit van Amsterdam)

a-f-th_Vanavond was het weer zover: Philip Freriks en Freek Braeckman bezetten primetime NPO 2 om in smoking de meest ondefinieerbare woorden zo helder mogelijk voor te lezen. Juist, het was tijd voor Het Groot Dictee der Nederlandse taal, het (zoals de genitief al verraadt) meest elitaire taalfeestje van het jaar. In woorden als Hyperboreeërs, conciliatie en fotovoltaïsche cellen vond het przewalskipaard vanavond weer waardige opvolgers.

Ook dit jaar was de NTR erin geslaagd een club BN’ers en BV’ers te strikken voor de gevreesde spellingtest. Prima, moeten de ‘prominenten’ hebben gedacht, dan neem ik van tevoren nog even het Groene Boekje door. Natuurlijk valt zoals ieder jaar te betwijfelen of hun voorbereiding verder is gegaan dan het googlen van tweeëntwintig en de vervoeging van het werkwoord sms’en. Zie hier het grote verschil met de niet-prominenten: die zijn uiteraard allemaal vastbesloten het minste aantal fouten te maken, of, als het even kan, helemaal geen fouten.

Voor aanvang dronk iedereen zich moed in in de foyer. Lees verder >>

Opzoek de mist ingaan

Door Robert Chamalaun

Soms kom je in schrijfproducten van leerlingen constructies tegen die op het eerste gezicht niet zo verwonderen, behalve dan dat ze ieder jaar weer terugkeren. Bij nadere beschouwing blijken ze echter onverwacht heel interessant. Zo moesten mijn leerlingen vorige week een sollicitatiebrief schrijven en menig leerling bleek opzoek naar een interessante baan. Zonder spatie dus. Nu is spatiefetisjisme niet direct aan mij besteed, maar de formulering prikkelde me wel.

Een zoektocht op Google liet zien dat niet alleen pubers zich ‘schuldig’ maken aan de verwarring tussen op zoek en opzoek. Lees verder >>

Spellingsvariatie als betekenisvariatie: over De Hond, Floddertje en de Statenbijbel

Door Feike Dietz

floddertjeOphef over ij en ei

Vorige week pleitte Maurice de Hond in de Volkskrant voor afschaffing van de ‘korte ei’, omdat het onderscheid geen enkele functie heeft, terwijl het zijn zevenjarige dochter veel verspilde energie kost om te leren welke woorden met de ‘ei’ en de ‘ij’ gespeld moeten worden. Het voorstel maakte bijzonder veel los: er verschenen columns en ingezonden brieven, er is getwitterd en gefacebookt. Tegenstanders wezen op het feit dat onze taal allerlei woorden bevat waarbij het spellingsverschil een betekenisverschil markeert: denk maar aan ‘mei’ en ‘mij’, of ‘rouw’ en ‘rauw’, of ‘mouw’ en ‘mauw’. Spellingsvariatie is dus niet nutteloos, betoogden velen, maar juist bijzonder functioneel, want het leidt ons naar de betekenis van een woord. De Hond haalde in een reactie op alle ophef uit naar de hoogopgeleide elite, die een traditioneel regelsysteem in stand probeerde te houden en daarmee lageropgeleiden de toegang tot hun wereld Lees verder >>

Spelling als remmer van klankverandering?

Bedankjes voor de kinderen die deelnamen aan het onderzoek
Bedankjes voor de kinderen die deelnamen aan het onderzoek

Door Maartje Lindhout

In veel gebieden van het Nederlands gaat de z steeds meer als de s klinken en de v als de f. “Ik heb de son sien sakken in de see”, is een stereotype uiting van een Amsterdammer. Het verschil tussen de s en z en tussen de f en de v is wel eens groter geweest. In het zuiden van het land is dat verschil nog het meest aanwezig. Daar vind je ook nog een onderscheid tussen de (geschreven) ch en g. In Zuid-Holland, waar ik woon, is er zo goed als geen verschil meer tussen die klanken. Maar je schrijft ze dus nog wel anders! Over deze klankverandering wilde ik meer te weten komen. Sterker nog: hier wilde ik het scriptieonderzoek voor mijn master Taalwetenschappen over gaan doen.

Ik ging op onderzoek uit om te weten te komen hoe Zuid-Hollandse kinderen deze wrijfklanken precies aanleren. Hierbij wilde ik antwoord op de volgende vragen. Maken de kinderen überhaupt wel een onderscheid tussen de korte variant (v, z, g) en de lange variant (f, s, ch)? Zo ja, op welke leeftijden doen ze dat? En speelt de klankomgeving eigenlijk nog een rol? Lees verder >>

Lang leve de kommaneukers?

Door Marc van Oostendorp

Attachment-1 (3)Het is een bekende anekdote, die Jolenta Weijers onlangs ophaalde op het weblog van het NWO-project Begrijpelijke taalZe trekt er, zoals veel mensen, alleen de verkeerde conclusie uit. Of in ieder geval een onvolledige.

Een man is veroordeeld ter dood. Terwijl hij over de binnenplaats van de gevangenis in de richting van de galg schrijdt, komt er ineens een bode binnen met een telegram. Halt! Wat zou de koning te melden hebben? Nieuwsgierig opent de gevangenisdirecteur de brief, en leest:

  • Wacht niet, hangen! [1]

Onverwijld wordt de gevangene inderdaad ter dood gebracht. Pas later constateert men dat de boodschap van de koning eigenlijk luidde:

  • Wacht, niet hangen! [2]

Conclusie van de meeste mensen: wanneer men in de tijd van strop en telegram de komma juist had weten te plaatsen, was er menig mensenleven gespaard gebleven. Wat fijn dat er zulke duidelijke afspraken zijn. Lees verder >>

Afscheidsrede Anneke Neijt

Door Anneke Neijt

“Maar taalkunde is een prachtig vak”, dat zeg ik aan het begin van de rede waarmee ik afgelopen vrijdag afscheid nam van de Radboud Universiteit Nijmegen. De rede, getiteld “Zelf taalkundige worden” is hier te vinden. De voorpublicatie van de uitgebreidere tekst staat hier.

Met “geen mooier vak dan Nederlands” sluit ik af. Voor iedereen een aanrader: zelf taalkundige worden.

Ga toch weg met je correcte spelling

Door Marc van Oostendorp

Onlangs was het weer mis. Ik heb weer menigeen onder jullie geërgerd door mijn optreden tegen iemand die net zo grappig zijn superioriteit aan het demonstreren was. Ik moet dat niet meer doen, want velen van jullie houden daar niet van, het is ook eigenlijk onaardig.

Ik had een aankondiging van een tentoonstelling geplaatst waarin een bibliotheek ‘instant gehouden werd’, en daar kwam de volgende reactie op van iemand van wie we alleen weten dat hij of zij zich Roeland noemt:

“instant houden”? Interessant woordgebruik…
Zij doet dat door het houden van letterkundige en wetenschappelijke bijeenkomsten, door het uitgeven van werken en geschriften, door het toekennen van prijzen en door het instant houden en uitbreiden van haar bibliotheek.
Moet ik me hierbij een boek in poedervorm voorstellen?

Lees verder >>

Worstelen met onbekende woorden in het Groot Dictee

Door Maartje Lindhout

Schrijvende pers, dat was ik. De zaal waarin ik moest wachten nadat ik me had gemeld bij de balie druppelde langzaam vol met allerlei mensen die ik zou moeten kennen van de Nederlandse of Vlaamse televisie. Uit het ruime aanbod drankjes koos ik een glas versgeperste sinaasappelsap en ik ging aan een tafel zitten om nog eens op mijn laptop te kijken wie er ook alweer als BN’ers aanwezig zouden zijn. Een man kwam op me af met het Groene Boekje in z’n hand. “Zo, ben je ook nog aan het voorbereiden?” Ik vertelde dat ik redacteur was van Neder-L en even was ik bang dat ik hem van tv zou moeten kennen. Hij bleek een Volkskrantlezer te zijn, een Amsterdamse spellingfanaat. Gelukkig.

Lees verder >>

Irritantste woord van het jaar?

Door Robert Chamalaun


Eergisteren maakte het Instituut voor Nederlandse Lexicologie (INL) bekend dat de verkiezing voor het irritantste woord van het jaar gewonnen is door het foutief gebruik van het woord me. 30 procent van de 25.000 stemmen ging naar meen daarmee is het woord de overtuigende verliezer van dit jaar. Dit nieuws is opgepikt door diverse media en in vrijwel alle reacties en commentaren is te lezen dat de meeste mensen echt wel begrijpen dat me geen bezittelijk voornaamwoord is. De vraag is dan natuurlijk wel waarom mensen toch me moeder en me vader zeggen, en vooral schrijven.

Allereerst is van belang onderscheid te maken tussen de verschillende vormen van de persoonlijke voornaamwoorden. Afhankelijk van de positie in de zin, moet je kiezen voor ofwel de onderwerpsvorm ofwel de voorwerpsvorm. De meeste persoonlijke voornaamwoorden hebben naast een volle vorm zoals jij, wij, zij, ook een gereduceerde vorm zoals je, we, ze. Sommige persoonlijke voornaamwoorden hebben helemaal geen afzonderlijke volle en gereduceerde vorm, zodat ze in alle posities in dezelfde vorm worden geschreven en uitgesproken. Denk aan voornaamwoorden als jullie en ons. Voor de bezittelijke voornaamwoorden geldt dat deze eveneens een volle vorm en een gereduceerde vorm kennen. Zo hebben we mijn en jouw met de gereduceerde varianten m’n en je. Er zijn slechts enkele bezittelijke voornaamwoorden die alleen in volle vorm voorkomen (uw, ons, onze).

‘Hij wilt’: het magt!

Door Marc van Oostendorp


Ik weet dat er mensen zijn die de afgelopen weken, sinds het verschijnen van het nieuwe Groene Boekje, iedere dag wel even naar de spellingwebsite van de Taalunie gingen om te zien of het er nog stond.

En ja hoor, het staat er nog steeds:

willen

willen
ik wil
jij wilt
hij/zij/het/u wilt
wij willen
jullie willen
zij willen

Zo mag je ook jij kun schrijven volgens dit machtige overheidsorgaan, en jij zul. En gedownload naast geforwarded

Kijk, dat is nu eens een mate van anarchisme die wij hier op Neder-L kunnen waarderen.
Lees verder >>

Tweedeling tussen zwarte piet en Zwarte Piet


Vorige week werd uiteraard in diverse media uitvoerig stilgestaan bij de aankomst in Nederland van de heilige Sint-Nicolaas en zijn gevolg. In deze berichtgeving maar ook in de bij tijd en wijle oververhitte discussies over de gelaatskleur van de pieten (of Pieten?) viel mij ook een taalkundig interessant fenomeen op: de rol van de hoofdletter. Vooral de schijnbare willekeur prikkelde mijn nieuwsgierigheid. We zien namelijk zwarte pieten en Zwarte Pieten. En door de komst van nieuwe exotische pieten krijgen we nieuwe verwarring: schrijven we Regenboogpiet of regenboogpiet? Hoe zit het toch met die vermaledijde hoofdletter?

In de Technische Handleiding uit 2009, waarin de regels voor de officiële spelling van het Nederlands zijn weergegeven, treffen we een op het eerste gezicht heldere hoofdregel aan: soortnamen worden met een kleine letter geschreven en eigennamen met hoofdletter. Voorheen werd de ‘knecht van Sinterklaas’ aangeduid als Zwarte Piet, mét hoofdletter dus. We kunnen dan overduidelijk spreken van een eigennaam.

Lees verder >>