Tag: spelling

Numeri fixi, numerus fixussen of numerus fixi? Dat is geen groeneboekjeskwestie

Door Henk Wolf

Mensen in het Nederlandse taalgebied kennen ten onrechte allerlei vormen van autoriteit aan het Groene Boekje toe. Marc van Oostendorp deed dat recent ook, toen hij de vraag kreeg wat het meervoud was van numerus fixus.

Om die vraag te beantwoorden raadpleegde Marc het Groene Boekje. Tijdschrift Ad Valvas citeert hem als volgt: “Ik kan weinig anders doen. Een hoogleraar heeft geen betere toegang tot de norm dan een ander. Er zijn boekjes waar de norm in opgeschreven staat en die sla je dan open.”

Het Groene Boekje is alleen niet zo’n boekje. Er staat wel een norm in beschreven, maar dat is een spellingnorm: je kunt erin opzoeken op een bepaalde schrijfwijze is toegestaan onder de spelregels die de overheid zichzelf en het onderwijs heeft opgelegd.

Lees verder >>

De officieuze spellingshervorming

Door Lauren Fonteyn

Een van de simpelste dingen die je kan doen om een taalkundige een diepe zucht vol Weltschmerz te doen slaken, is iets zeggen over spelling of punctuatie en doen alsof dat over taalkunde gaat. Ik kan dat bevestigen. Als ik pakweg op date zou zijn, ofzo – en ik ben er helemaal klaar voor, onderbroek met klein strikje aan enzovoorts – en het zou over Engelse taalkunde gaan (want #mijnpassie), en mijn gezel zou zeggen “de Engelse taal is al 400 jaar niet veranderd” – ja dan zou er gewoon iets bréken in mij. Sterker nog: als iemand vijf keer “de Engelse taal is al 400 jaar niet veranderd” in de spiegel zegt, dan verschijnt mijn patroonheilige Professor Helen de Hoop om te zuchten: “Spelling. Spelling. Spel-ling. Dat heeft helemaal niets met taal te maken.” En toch zit ik hier weer, voor de tweede keer, met een verhaal over spelling en punctuatie.

Ik zou niet willen beweren dat de regels van de Nederlandse schrijftaal totaal nergens op slaan, maar er zijn wel een paar voorbeelden waarvan ik me afvraag of ze wel zo handig zijn. U herinnert zich misschien nog het bescheiden relletje dat uitbrak na de spellingshervorming in 2005, toen bleek dat appel en appel plots hetzelfde geschreven moesten worden. Als u ook even terug moest gaan om de eerste keer appel en de tweede keer appel te lezen (en dus niet twee keer appel) dan is het ook meteen duidelijk hoe handig dat is.

Lees verder >>

Maathouden versus orde houden

Door Robert Chamalaun

Een van mijn favoriete momenten tijdens de spellingles is altijd het moment waarop iets ogenschijnlijk eenvoudigs plots heel wat ingewikkelder blijkt te zijn. Het vormt meestal een mooi aanknopingspunt om met leerlingen dieper in te gaan op de taal zelf. Spellingregels lijken soms totaal niet logisch en dan is het des te interessanter om te beredeneren waarom een woord op een bepaalde manier gespeld moet worden.

Zo waren mijn leerlingen in vwo 5 afgelopen week bezig met een opdracht ‘aaneenschrijven’. Ze kregen verschillende combinaties van woorden voorgelegd en de opdracht was om de woordcombinaties goed te spellen. Combinaties als een + eerste + klas + coupé of school + examen + onderdeel zorgden nauwelijks voor problemen, maar toen kwamen er twee combinaties die voor de nodige verwarring zorgden.

Lees verder >>

Herzie het eerste woord van elk woordenboek!

Door Peter Nieuwenhuijsen

Behalve de uitroep ‘oh!’, waarover ik eerder publiceerde op Neerlandistiek, vermeldt Van Dale (15e dr.) ook de uitroep ‘ah!’. Die zie je dan ook geregeld voorkomen in teksten: ‘Ah. Op de paal!’. Het is de ongespannen a van bak, al maakt Van Dale dit deze keer niet duidelijk met een fonetische notatie. Wel wijzen de woorden die het woordenboek opsomt als ‘betekenisomschrijving’ ondubbelzinnig in die richting: verwondering, toorn, ongeduld, droefheid, verdriet. Het gebruik van de h is een slimme manier om met behulp van een medeklinker een gesloten lettergreep te schrijven, waarin (dus) een ongespannen a klinkt, zonder dat die medeklinker zelf te horen is.

Zoals je van uitroepen kunt verwachten,  wordt ah nogal eens danig uitgerekt: ‘Ahhh! Dat kán toch niet?’ ‘Aàààh! Tegen de lat!’ Niet zelden krijg ik echter de indruk dat met ah helemaal niet de a van bak wordt bedoeld. Wat zeg je bijvoorbeeld als je naar iemand uitkijkt die te laat is, op het moment dat je hem of haar eindelijk in het vizier krijgt: 1 of 2? Lees verder >>

‘The TH will surely trouble you’

Een gedicht op rijm als cursus Engelse uitspraak voor Nederlandse docenten die college geven in het Engels

Door Nico Keuning

Charivarius

Wetenschappelijk onderzoek van cognitiewetenschapper Johanna de Vos aan de Radboud Universiteit Nijmegen heeft uitgewezen dat studenten die college krijgen in het Engels op het examen lager scoren dan studenten die het college in het Nederlands hebben gevolgd. Een van de mogelijke oorzaken is dat studenten in het Engels de lesstof ‘minder goed begrijpen’. Dit laatste lijkt mij zeer aannemelijk. Nog los van de woordenschat is voor een goede verstaanbaarheid en begrijpelijkheid de uitspraak, the pronunciation, van de docent van eminent belang. Een verkeerde uitspraak leidt tot onverstaanbaarheid, verwarring, misverstanden. Wie in Londen de weg vraagt naar Islington met de uitspraak als in island, wordt niet begrepen. Het is, op z’n Nederlands, Is-lington.

Niemand die dat beter weet dan Gerard Nolst Trenité (1870-1946), Nederlands letterkundige en anglist, die onder het pseudoniem Charivarius, tal van taalkwesties in proza en gedichten aan de orde heeft gesteld die nog steeds actueel zijn. Hij is vooral bekend door zijn boek Is dat goed Nederlands?, Ruize rijmen en Klusjes en kliekjes. Maar hij zette ook De geschiedenis des vaderlands, in twee delen, op rijm: ‘O jeugd van Nederland! Door burgerzin gedreven, / Heb ik dit heldendicht om uwentwil geschreven,’. Lees verder >>

De h is goedkoop

Door Peter Nieuwenhuijsen

Van de bekende versregel ‘O, kom er eens kijken’ bestaan, zo leert het internet, diverse varianten. Een daarvan is dat het eerste woord ook wel als ‘Oh’ wordt geschreven. In Van Dale (ik gebruik de 15e druk) vormt zowel O als Oh een lemma.

Bij O lezen we dat het een uitroep is van (ik doe een greep) verrukking, bewondering, verwondering, verbazing, vreugde of voldoening. Voorbeelden worden gegeven als ‘O, rijkdom van het onvoltooide’, maar ook: o foei, o wee, o gut, o ja? en o zo netjes. (Tussen twee haakjes: wat we precies met ‘O!’ willen uitdrukken, maken we duidelijk via de toonhoogte. Zo is het Nederlands toch een toontaal.)

Bij Oh vallen woorden als spijt, droefheid, schrik en (wederom) verbazing. Bij wijze van uitzondering geeft Van Dale ook een fonetische notatie: oh wordt gerealiseerd als de o van os. Het rijmt dus, heel logisch, op joh en goh. Lees verder >>

Verliefd op een beiaardier  of  internationaal studentendictee

Door Agata Kowalska-Szubert

Dinsdag 9 april, klokslag 12 uur. Op 17 universiteiten in tien Midden-Europese landen waar Nederlands wordt gedoceerd, buigen studenten zich over witte vellen papier, klaar om een tekst te gaan opschrijven over carillons, liefde en techniek. Hun plaatselijke docent leest hun die voor. Het ondertussen zesde Internationaal Studentendictee (bij ons in Wroclaw inmiddels het tiende) gaat van start.

Het dictee schijnt ambivalente gevoelens binnen de talendidactiek te wekken. Aan de ene kant wordt spelling als een belangrijk element van goed taalgebruik beschouwd – als je een taal goed wilt beheersen, moet je ook correct kunnen spellen. Een dictee is in deze context meedogenloos, want het toont dat je nauwelijks perfect kunt zijn. Aan de andere kant echter trekt zo’n uitdaging menigeen aan. Een dictee zonder nadelige gevolgen (niemand wordt gestraft als hij/ze zo’n honderd fouten maakt), maar met de kans op een mooie prijs, blijft in de afgelopen jaren ook een trekpleister voor de studenten Nederlands in Midden-Europa. Lees verder >>

Briljante vertaling van Mens

Door Marc van Oostendorp

Lang leve Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes! Geef hun alle taalprijzen die er onder de hemel zijn, want zij maken van vertalingen wat het moet zijn: een feest. Ze vertaalden al de onwaarschijnlijkste werken, zoals Finnegan’s Wake en de liedteksten van Bob Dylan, en ze verrijkten er het Nederlands mee.

En nu namen ze ook nog van George Saunders het charmante boekje Vos 8 onder handen. Uitgeverij De Geus was zo aardig het me toe te sturen, met een handgeschreven kaartje bij, waarboven “Beste Marc” en als ondertekening “Uitgeverij De Geus” (waaruit ik afleid dat ik kennelijk ooit met “Uitgeverij De Geus” geknikkerd heb).

Misschien heeft Uitgeverij De Geus deze aardige geste gedaan omdat ik bekend sta als een spellinganarchist. Vos 8 wordt verteld door een vos die zich de taal van de mensen, “Mens “, heeft eigengemaakt. Dat lezen kost natuurlijk wat extra moeite, je bent het niet gewend, maar juist dat kleine beetje moeite trekt je het verhaal in: Lees verder >>

Ten enenmale te allen tijde

Door Roland de Bonth

Vrijdagochtend heb ik een vast ritueel. Bij het openen van mijn inbox tref ik dan namelijk een mail aan van Beter Spellen met de mededeling dat de nieuwe test klaar staat. In een paar minuten tijd beantwoord ik dan twintig multiple choice-vragen over spelling.

Beter Spellen is een populaire website. Op de dag dat ik deze bijdrage schrijf, telt de site maar liefst 153.651 actieve gebruikers. En omdat Beter Spellen op 22 november 2018 voor de zevende keer op rij is uitgeroepen tot populairste educatieve website, hebben vast veel van die gebruikers hun stem daarop uitgebracht.

Dat is terecht, want Beter Spellen biedt de deelnemers een aantrekkelijke manier om zich de spellingregels en de spelling van moeilijke woorden eigen te maken. Iedereen kan op zijn eigen niveau meedoen. Je kunt kiezen uit niveau 1F (eind primair onderwijs), 2F (eind vmbo, eind mbo-2 en mbo-3) of 3F (eind havo, eind mbo-4). Dat er geen apart niveau 4F (eind vwo) is, lijkt op het eerste gezicht vreemd. Sla je het Referentiekader Taal en Rekenen er op na, dan wordt dat duidelijk. Bij het onderdeel spelling – op bladzijde 20 – kun je zien dat aan geen enkele van de vijf onderscheiden categorieën (alfabetisch, orthografisch, morfologisch, morfologisch met gebruikmaking van syntactische kennis en logografisch) niveau 4F is toegekend. Lees verder >>

Verwijdertgate en het daarop volgende maakproces

Door Marc van Oostendorp

Wie over honderd jaar iets over taal en literatuur in Nederland anno 2019 wil begrijpen, zal de volgende serie tweets aandachtig moeten bestuderen:

Lees verder >>

Over de spellingvrijheid die niet genomen wordt

Door Henk Wolf

Marc van Oostendorp schreef zondag een stuk op neerlandistiek.nl waarin ie vertelde dat ie tegen een door de overheid voorgeschreven eenheidsspelling was. Hij zei dat ie zich wat eenzaam voelde op dat standpunt, omdat ie niet geloofde dat anderen het deelden.

Ik ben het wel met Marc eens. Om mij hoeft de overheid zich niet te bemoeien met de manier waarop andere mensen schrijven. Helemaal alleen staat Marc dus niet.

Misschien ben ik iets minder uitgesproken tegen dan Marc als het gaat om de eigen organisatie van de overheid. Het maakt me weinig uit of die in eigen huis spellingvoorschriften hanteert. Daar waar zulke duidelijkheid bijdraagt aan de eenduidigheid van juridische teksten kan ik me er zelfs wel iets bij voorstellen. Lees verder >>

“Nu eens op zijn kist / Gepist”

Bilderdijk en de officiële spelling

Door Marc van Oostendorp

Over de standaardspelling zijn er, geloof ik, in onze tijd nog maar twee opvattingen. Je bent er een al dan niet enthousiaste aanhanger van; je denkt bijvoorbeeld dat hij nu eenmaal nodig is om ‘verwarring’ te voorkomen. Of je trekt je er weinig van aan.

Wat bijna niet meer bestaat: dat je tegen die eenheidsspelling bent. Nu is dat toevallig mijn eigen standpunt (ik leg dat bijvoorbeeld hier uit), en het is een bron van schrijnende eenzaamheid. Ik geloof niet dat ik ooit iemand ben tegengekomen die het met me eens was. Op een bepaald moment meende ik enige tekenen van begrip te zien bij Hans Bennis, maar toen werd die ineens de baas van de Taalunie.

Het is wel anders geweest. Toen aan het begin van de negentiende eeuw het eerste ontwerp van eenheidsspelling werd voorgesteld, door de hoogleraar Matthijs Siegenbeek, keerden enkele belangrijke schrijvers zich tegen het hele idee dat er een eenheidsspelling moest komen.  Lees verder >>

Dicteezin (2/2)

62 woorden, 31 fouten, 1000+ woorden toelichting

Door Jan Renkema

Dit was de dicteezin waarin u 31 fouten kon ontdekken 

We gaan er vanuit dat deze groot dictee-avond met deze extreem-moeilijke shoot out-zin van zeggen en schrijven twee en zestig woorden – geboekstaaft door terzake kundige corryfeeën die geverceerd zijn in dit buitennissig linguistisch jiujutsispel – tenslotte zal lijden tot exclamatsietjes bij 1 gelouwerde. Zoniet, dan wordt je door Eus Akyol vermoeid met exqusiete worden die noch enichmatischer zijn dan parallelipipidum, concoerstje of legastenie.

Dit is de dicteezin met de 31 fouten

We gaan er1van2uit dat deze groot3dictee-4avond met deze extreem-5moeilijke shoot6out-7zin van zeggen8 en schrijven8 twee9 en9 zestig woorden – geboekstaaft10 door terzake11 kundige corryfeeën12 die geverceerd13 zijn in dit buitennissige14 linguistisch15 jiujutsispel16 – tenslotte17 zal lijden18 tot exclamaatsietjes19 bij 120 gelouwerde21. Zoniet22, dan wordt23 je door Eus Akyöl24 vermoeid met exqusiete25 worden26 die noch27 enichmatischer28 zijn dan parallelipipidum29, concoerstje30 of legastenie31.

En dit is de toelichting: Lees verder >>

Dicteezin (1/2)

Door Jan Renkema

Op 8 november vond het Groot Dictee Eindhoven plaats, gemaakt en voorgelezen door een bekende Turks-Nederlandse auteur-columnist met de voornaam Eus. Een dictee met hetzelfde uitgangspunt als het Taalstaat-dictee, komende zaterdag, 15 december: maakbaar voor iedereen die de regels kent. In Eindhoven eindigden deelnemers ex aequo met slechts één fout. Dus moest een beslissende ‘echt moeilijke’ zin van de juryvoorzitter (de auteur van deze tekst) uitkomst bieden. In de volgende zin had de winnaar, William Staals uit Budel, slechts vijf fouten!

Nog een keer oefenen voor het Taalstaat-dictee? Nee, de meeste woorden zullen daar niet in voorkomen, vermoed ik. Maar als u het echt niet kunt laten: ontdek dan in de volgende zin van 62 woorden 31 fouten. Lees verder >>

Ben je slimmer als je dt-fouten maakt?

Word, wordt, aangeleerd, aangeleert of aangeleerdt? Iedereen kent de dt-regel. En toch maakt iedereen er fouten tegen. Ja, iederéén, ook jij! Hoe komt het toch dat iedereen zoveel moeite heeft met zo’n simpele regel? Misschien ben je gewoon te slim voor zo’n banale regel? Want de grootste genieën, dat zijn vaak de meest verstrooide mensen, niet? Professor Dominiek Sandra is psycholinguïst aan de UAntwerpen en deed er onderzoek naar.

(Bekijk deze video op YouTube.)

Waarom schrijven we ‘brief’ en ‘doos’, maar ‘hond’ en ‘krab’?

Door Sterre Leufkens

Sorry, spellingsregelsbedenkers van weleer. Excuses dat ik jullie vals beschuldigd heb. Al jaren! Badend in onwetendheid dacht ik dat jullie een enorm inconsequente regel hadden bedacht. Maar niets blijkt minder waar: de bewuste regel is gewoon geheel en al het gevolg van de klankregels van het Nederlands. Niks geen inconsequente inmenging. Mea culpa, dus. Om het goed te maken zal ik het hele verhaal vertellen, opdat verder niemand een dergelijke misstap begaat.

De gewraakte regel 

In het Nederlands doen we aan zogenaamde eindklankverstemlozing: als een woord eindigt op een stemhebbende klank (dat zijn klanken waarbij je je stembanden laat trillen, zoals de b, d, v, en z), dan maken we die lekker stemloos (respectievelijk p, t, f, s). Maar hoe schrijven we dat op? Schrijven we de stemloze letter, of behouden we de stemhebbende letter die we zouden gebruiken wanneer ‘ie op een andere plek in het woord stond? Komt ‘ie. De v en de z veranderen we mee met de uitspraak: het enkelvoud van brieven is dus brief, en het enkelvoud van dozen is doos. Maar! Als het om plofklanken gaat, in casu de b en de d, dan laten we die aan het eind van een woord lekker staan, al spreken we ze anders uit. Zo is het enkelvoud van honden niet hont maar hond, en het enkelvoud van krabben is niet krap maar krab. Lees verder >>

De spatie

Nultaal (4)

Door Jan Renkema

Zonder nul is er geen wiskunde. Zonder niets is er geen communicatie. Want niets in taal is niet niets, maar iets. In deze serie een verkenning van onder meer: de stilte, de spatie, de betekenis van de punt, wat er gebeurt tussen ‘navel’ en ‘truitje’, het inhoudsloze gesprek, ‘Dat hebt u mij niet horen zeggen,‘E 621’ op een verpakking en verbale reddingsvlotten. Niets?zeggend, nee: Iets!zeggend.

De spatie, die enkele letterpositie ‘wit’ tussen twee woorden, is een magneet voor nultaal-analyse. Dat wit is: leegte, ruimte, niets. En een lege ruimte is dé voedingsbodem voor betekenis.

De spatie tussen woorden betekent altijd iets: einde en begin: het woord ervoor is afgelopen én er begint een volgend woord. Dus echteleegtebestaatniet. Maar blijft de spatie verder leeg? Nee, die leegte kan zelfs een rijk gevulde ruimte worden. Eerst even drie overdreven voorbeelden om u gevoelig te maken voor dit verschijnsel. Lees verder >>

Als er niets staat

Nultaal (3)

Door Jan Renkema

Zonder nul is er geen wiskunde. Zonder niets is er geen communicatie. Want niets in taal is niet niets, maar iets. In deze serie een verkenning van onder meer: de stilte, de spatie, de betekenis van de punt, wat er gebeurt tussen ‘navel’ en ‘truitje’, het inhoudsloze gesprek, ‘Dat hebt u mij niet horen zeggen,‘E 621’ op een verpakking en verbale reddingsvlotten. Niets?zeggend, nee: Iets!zeggend.

Aan de spelling kunnen we goed zien dat niets ook iets kan zijn, dat afwezigheid betekenis kan hebben. Begrijpen we waarom een kind kan schrijven hij eett? Ja, dat kunnen we heel goed begrijpen. Het is ik loop – hij loop+t dus ook ik eet – hij eet+t.  We moeten dan ook beginnen het kind bemoedigend te complimenteren. En daarna proberen we uit te leggen waarom we in onze spelling aan het einde van een woord niet twee dezelfde tekens schrijven. Maar het kind is slim en roept: Ga je mee naar zee! Nee, zeggen we dan, alleen medeklinkers. Gelukkig heeft het kind nog geen weet van grill, jazz en stress.

Dus in hij eet zonder tweede -t zit in het niets de betekenis ‘derde persoon’. Maar begrijpen we waarom een kind teej kan schrijven? Oh, zo’n kind luistert zo goed! Wij zeggen immers allemaal een kleine -j achter een ee-eindklank. We ontdekten dat pas toen we Frans gingen leren en we de é zonder -j moesten leren uitspreken in une tasse de thé. Dus ook achter mee, nee, thee en zee verschuilt zich in het niets iets. Lees verder >>

Kwispelend en dravend door een bos

Door Robert Chamalaun

Tijdens een lesje spelling kwamen mijn leerlingen en ik onlangs een zin tegen waarin een hond al kwispelend en dravend door een bos ging. In de betreffende zin moest van het werkwoord draven de persoonsvorm verleden tijd correct gespeld worden. De correcte vorm is draafde en het werkwoord gedraagt zich dan ook als een compleet regelmatig werkwoord (dravendraafdegedraafd). Verschillende leerlingen hadden echter beredeneerd dat de verleden tijd droef moest zijn, in analogie met graven. Een volstrekt legitieme redenering, leek mij.

Van oudsher kent het Nederlands verschillende typen werkwoordvervoegingen: het sterke (onregelmatige) type en het zwakke (regelmatige) type. Daarnaast zijn er werkwoorden die niet van oorsprong sterk zijn, maar wel een onregelmatige vervoeging hebben (half-onregelmatige werkwoorden) (ANS). Denk bijvoorbeeld aan werkwoorden als bakken (bakbaktegebakken) of vragen (vragenvroeggevraagd). In dit laatste voorbeeld verandert de <a> ook in de digraaf <oe>. Met andere woorden, het is helemaal niet zo vreemd dat leerlingen dachten aan droef [x] als verleden tijd van draven. Lees verder >>

Transgender is helemaal geen bijvoeglijk naamwoord

Door Henk Wolf

Via een linkje in Taalpost van het Genootschap Onze Taal belandde ik laatst bij een artikeltje met de titel ‘Transvrouwen bestaan niet, trans vrouwen wel‘. Het ging over de spelling van ‘transvrouwen’, met of zonder spatie. De schrijfster van het artikel, Olave Nduwanje, gebruikt wel een spatie. Ze pleit daarbij niet voor spellingrebellie, maar motiveert haar keuze met een taalkundige analyse. Ze schrijft: ‘Transgender (oftewel trans) is namelijk […] een bijvoeglijk naamwoord’.

Als dat waar zou zijn, dan had ze natuurlijk gelijk: dan was in de officiële Nederlandse spelling de correcte schrijfwijze ‘trans vrouwen’ geweest, zoals we ook ‘dikke vrouwen’ en ‘slimme vrouwen’ met een spatie erin schrijven.

Alleen deugt de analyse niet. Transgender en trans zijn geen bijvoeglijke naamwoorden. Dat kun je vrij makkelijk laten zien. Lees verder >>

Wat was het effect van een officiële spelling op het Nederlands?

Dit stuk verschijnt in het kader van de Nieuwsbrief Neerlandistiek voor de klas. Het bevat geen origineel onderzoek, maar is een vereenvoudigde weergave van recent onderzoek op het gebied van het Nederlands, speciaal bedoeld voor leerlingen van de middelbare school.

Door Marten van der Meulen

Als je een willekeurig iemand op straat vraagt: “Wat gebeurde er in 1804 en 1805?” dan zullen ze je hoogstwaarschijnlijk glazig aankijken. Misschien dat een geschiedkundige nog weet dat Napoleon in 1804 tot keizer werd gekroond; een pianist zal misschien paraat hebben dat Beethoven zijn 23e Sonata ‘Appassionata’ in 1805 componeerde. Of je veel meer dan dat krijgt durf ik te betwijfelen. Maar vraag een neerlandicus, en zijn ogen zullen beginnen te stralen. In die twee jaar verschenen er namelijk twee belangrijke werken op het gebied van de neerlandistiek: de eerste officiële spelling en grammatica. Een Leidse onderzoeker zocht uit hoeveel effect die hadden. Lees verder >>

Hoe nuttig zijn regels bij het leren van spelling?

Door Marc van Oostendorp

Het vermogen om dingen te leren is een van de wonderlijkste eigenschappen van de mens. Wat gebeurt er bijvoorbeeld allemaal in die al die bolletjes in de eerste klassen van de basisschool, als ze leren schrijven?

Die taak is behoorlijk lastig, zelfs als we afzien van het soort zaken waar zelfs volwassenen elkaar mee blijven plagen, zoals de spelling van werkwoordsvormen of van guichelheil. Neem een kwestie als de spelling van de lange a-klank (die van maan, in het fonetisch alfabet: [a]) tegenover die van de korte (die van man, [ɑ]). Waarom schrijf je [a] soms als aa (maan) en soms als a (manen)? Dat is natuurlijk afhankelijk van het verschil tussen open en gesloten lettergrepen, maar hoe makkelijk past dat verschil in een 6-jarig hoofd?

Over dit probleem gaat een artikel <€> van drie Amsterdamse pedagogen in het tijdschrift Learning and Instruction. Die titel van het tijdschrift is erg toepasselijk voor dit artikel, want dat is waar het precies over gaat: de vraag wat de relatie is tussen expliciet onderricht en leren. In hoeverre hebben kinderen er wat aan als je ze uitlegt wat de regel is? Lees verder >>

Lezen en Schrijven maakt het de leerling te moeilijk

Door Felix van de Laar

 

In Trouw van 15 mei stond een artikel over taallessen die bajesklanten elkaar geven. Een initiatief van de Stichting Lezen en Schrijven. In de gevangenis zullen laaggeletterden vast oververtegenwoordigd zijn; en als je niks te doen hebt is Nederlands leren een uiterst nuttige tijdsbesteding.

Voor je collega-gedetineerde die zo aardig is om je te onderwijzen, is het potentieel een dankbare bezigheid.

Verontrustend was de afbeelding bij het artikel. Een bladzijde uit het leerboek. De letters van het alfabet in hoofdletters en kleine letters, in een schreefloze heldere letter. OK. Maar daaronder, lijkt een toelichting te staan op de klinkers en op drie medeklinkercombinaties in het Nederlands. Dit staat er: Lees verder >>