Tag: sociologie

Fictieve buurvrouwen en de interessantheidshypothese

Door Marc van Oostendorp

Er is zoals jullie weten de échte wereld en er is de wereld van de fictie. In sommige opzichten lijken ze op elkaar – beide worden bijvoorbeeld bevolkt met entiteiten die met elkaar converseren. En in sommige opzichten lijken ze ook niet op elkaar – ik heb de indruk dat romanpersonages gemiddeld minder vaak de wc bezoeken dan de auteurs die hun leven beschrijven.

Lees verder >>

De samenleving maakt de schrijver, de schrijver maakt de samenleving

Door Marc van Oostendorp

Waaruit bestaat de literatuurgeschiedenis? Uit meesterwerken? Uit elkaar almaar bestrijdende generaties met steeds weer nieuwe ideeën over wat een goed boek is? Uit genieën die af en toe opstaan en iedereen anders laten kijken? Uit een economie van uitgeverijen, geleerde genootschappen en krantenredacties?

Rick Honings en Lotte Jensen zien het anders. De bouwstenen van hun geschiedenis van de Nederlandse literatuur in de 18e en 19e eeuw, Romantici en revolutionairen, zijn schrijverstypen: de dominee-dichter, natuurlijk, maar ook de criticus, de (vroege) romanschrijver, de Spectator, enzovoort.

Zo’n schrijverstype valt niet precies samen met een stroming, maar is breder. Sommige stromingen zijn bij Honings en Jensen ook terug te vinden als type – de romanticus, bijvoorbeeld, of de Tachtiger –, maar zelfs dat is al een andere interpretatie. Een stroming heeft een programma, een ideaalbeeld van hoe de literatuur eruit zou moeten zien; een schrijverstype is duidelijker een sociologisch fenomeen, je wordt een bepaald soort schrijver omdat er behoefte aan is in de samenleving, omdat jij die behoefte voelt. En omdat jij en je collega’s bepaalde teksten schrijven, duw je de samenleving een bepaalde kant op, al is het maar een klein beetje.

Lees verder >>

Bourdieu meten

Door Marc van Oostendorp

Wie als kind genoeg naar Mozart luistert, wordt vanzelf rijk en succesvol. Dat is één van de conclusies die je kunt trekken uit het werk van de Franse socioloog Pierre Bourdieu,  al decennia lang een van de meest geciteerde denkers over cultuur. Door te investeren in culturele kennis, door ‘cultureel kapitaal’ te verwerven, kun je aan andere mensen met cultureel kapitaal laten weten dat je bij hen hoort. Omdat er een correlatie is tussen cultureel en economisch kapitaal, vergroot je door naar Mozart te luisteren dus je kansen ook op andere markten.

Dat is allemaal aardig gezegd, en het heeft dus al menige vaderlandse cultuurwetenschapper geïnspireerd, maar is het ook waar? Er zijn onderzoekers die menen dat iets pas waar is als er structural equation modeling of een andere geavanceerde statistische techniek bij is komen kijken (het statistisch pakket R is het cultureel kapitaal van de hedendaagse academie). En zo verscheen er nu dan in het tijdschrift Poetics een artikel met de indrukwekkende titel The effects of parents’ lifestyle on their children’s status attainment and lifestyle in the NetherlandsLees verder >>

Kleine sociologie van het vragenrondje

Door Marc van Oostendorp

We zaten in een stoffig zaaltje in Londen, want we hadden een congres. Iemand hield een lezing, maar toen kwam het: de vragenronde! De meest irrationele vorm van communicatie tussen wetenschappers die er is. Want de theorie is simpel: een beleefde uitwisseling van ideeën over het zojuist gebodene. Aanvullingen. Correcties. Maar de praktijk is anders. Niks ratio: apenrots!

De vragenstellers zijn vrijwel alleen de machtigen in het vakgebied, of degenen die op weg zijn het te worden. Er staat iemand op om een uitvoerig betoog te houden over haar eigen theorieën over een heel ander verschijnsel dan het zojuist behandelde. Een promovendus vraagt naar eigen tevredenheid waarom de allernieuwste statistische technieken niet zijn toegepast. Het hoofd van de afdeling heeft de hele tijd zitten slapen en vraagt iets wat twee slides voor het einde letterlijk aan de orde is geweest. “Wat een wonder,” mompelen zijn medewerkers. “De hele tijd slapen en dan zó’n scherpe vraag stellen.” Lees verder >>

Bourdieu onder vuur?

Door Jos Joosten

Pierre Bourdieu. Bron: Wikipedia

In Ilja Leonard Pfeijffers anti-neerlandistiekboutade was de Franse socioloog Pierre Bourdieu kop van jut. Nu is het natuurlijk al decennialang goed gebruik dat eens in de zoveel jaar een (vaak in enig opzicht miskende) schrijver losgaat op de academische omgang met teksten – dat was zo met hermeneutiek, New Criticism, structuralisme, post-structuralisme, ideologiekritiek.

Ook Bourdieu lag al eerder onder vuur. Hugo Verdaasdonk, die het werk van de Franse socioloog in Nederland introduceerde, werd ooit verweten dat dit soort onderzoek naar literatuur net zo goed naar pakken zeeppoeder kon worden gedaan. ‘De zeepindustrie zou willen dat ze zulke goede onderzoekers had’, antwoordde Verdaasdonk.

In de reactie op Verdaasdonk klinkt natuurlijk de essentie van het meer universele verwijt al door: wie teksten op een analytische manier bekijkt (of het nou Barthes betreft, Derrida, Foucault of klassieke narratologie) kán niet echt van literatuur houden. Lees verder >>

Taalkundigen zijn betere sociologen

Door Marc van Oostendorp

De Gents-Tilburgse geleerde Jan Blommaert begint zijn recente uitbundige lofzang op de sociolinguïstiek met enkele kritische noten. Volgens hem hebben zijn collega’s soms te weinig ambities. Ze zien zichzelf vooral als ijverige verzamelaars van gedetailleerde gegevens over hoe de taal in de wereld om ons heen varieert en verandert, ze passen daarop geavanceerde en intelligente technieken toe. Maar ze proberen te weinig om de sociologie te beïnvloeden met de rijke inzichten die het onderzoek naar taal te bieden heeft.

Sociolinguïsten zijn natuurlijk ook een soort sociologen – en wel sociologen die een object bestuderen dat zich betrekkelijk gemakkelijk laat vangen. Lees verder >>

Is taal chaos?

Door Lucas Seuren
De webcomic xkcd had onlangs wat aandacht voor taal. Veel sprekers zeggen tegenwoordig ‘I could care less’ (“Het zou me minder kunnen interesseren”) terwijl ze bedoelen ‘I couldn’t care less’ (“Het zou me niet minder kunnen interesseren”). Als een van de personages in de strip wordt aangesproken op zijn (haar?) incorrecte gebruik van de term, gaat hij (zij?) over tot een paar mooie bespiegelingen over taalgebruik. Deze bespiegelingen hielden sociologen honderd jaar geleden al bezig, en zijn fundamenteel van invloed op de manier waarop bijvoorbeeld conversatie-analytici onderzoek doen.
“Every choice of phrasing and spelling and tone and timing carries countless signals and context and subtexts and more,”
Als we kijken naar hoe mensen taal gebruiken, dan valt onder andere op dan wat we daadwerkelijk zeggen, lang niet altijd is wat we bedoelen. Dat is ten eerste omdat, zoals ook in de strip wordt gezegd, hoe je iets zegt bijna net zo belangrijk is als wat je zegt. Elke verandering kan ertoe leiden dat je anders begrepen zult worden. Maar daarnaast laten we ook een heleboel ongezegd. In zijn boek Studies in Ethnomethodology beschrijft Harold Garfinkel een onderzoek, waarbij hij zijn studenten een gesprekje liet uitschrijven. Bij elke uiting moesten ze dan ook opschrijven wat de spreker bedoelde. Dit leverde gigantisch lange transcripten op, die bovendien altijd onvolledig waren volgens de studenten; sommigen vonden zelfs dat de opdracht onmogelijk was.

In memoriam Joshua Fishman (1926-2015)

Door Marc van Oostendorp


Je kunt taal op allerlei manieren beschouwen: als een bron van vermaak of van ergernis, als een communicatiemiddel of een manier om je af te zetten tegen anderen, als een instrument voor het denken of een middel om andere mensen mee te manipuleren. Joshua Fishman, die zondag op 89-jarige leeftijd overleed, zag taal, iedere taal, vooral als een kostbaarheid die gekoesterd moest worden.

Fishman werd bekend als de belangrijkste grondlegger van de taalsociologie, een vakgebied dat bestudeert hoe talen functioneren in de samenleving. Hoe ze onderdrukt kunnen worden en kunnen sterven. En hoe we ze weer tot leven kunnen laten komen. Want behalve een indrukwekkend geleerde – hij schreef naar verluid zo’n honderd boeken en duizend artikelen – was Fishman ook een activist die zich inzette voor talen in de verdrukking en de mensen die deze talen toch nog spraken.

Lees verder >>

Bourdieu vs. de Blanke Volksschrijver van Stad en Land

De persoon en het personage Gerard Reve 

Door Marc van Oostendorp


De Franse socioloog Pierre Bourdieu schreef eens dat je best “met Marx tegen Marx in kon denken,  of met Durkheim tegen Durkheim. (…) Dat is hoe de wetenschap werkt.” 
Wat Bourdieu toen niet kon weten was dat er na zijn overlijden een jonge promovendus zou opstaan aan de Universiteit van Amsterdam, die een gloedvol proefschrift zou schrijven waarin hij met Bourdieu tegen Bourdieu in zou gaan denken. En dat daarbij een van de interessantste Nederlandse schrijvers van de twintigste eeuw als tegenvoorbeeld zou worden genomen tegen zijn theorieën: Gerard Reve.
Edwin Praat promoveerde in 2011 op een proefschrift over Reve, Verrek, het is geen kunstenaar. Gerard Reve en het schrijverschap. Deze maand verscheen een handelseditie. Het is een erudiet en af en toe briljant boek, de aanstekelijkste letterkundige studie die ik in tijden las. Het bespreekt een groot aantal heel uiteenlopende boeken uit het oeuvre, zoals De taal der liefde en Bezorgde ouders, in detail, maar heeft even gedetailleerde aandacht voor het tv-programma De Grote Reve Show. Op een lucide manier bespreekt hij zo Reves ontwikkeling als schrijver – vooral in de periode na Nader tot U – en plaatst dit in het kader van een groot aantal overwegingen over de literatuurwetenschap, de cultuurgeschiedenis en, dus, de sociologie.

Lees verder >>

Terug naar de tekst II

door Marieke Winkler


In het handboek Het leven van teksten (2006) stellen Brillenburg Wurth & Rigney dat sinds de jaren ’70 het besef steeds sterker is geworden dat literatuur bestaat bij gratie van de lezer. De literatuur-wetenschapper is niet alleen geïnteresseerd in de bijzondere structuur van het literaire werk maar vooral ook in wat mensen doenmet literatuur. De literatuurwetenschapper houdt zich met andere woorden bezig met méér dan de literaire tekst: hij richt de aandacht op ‘het leven van teksten in de samenleving’ (11) en de manier waarop mensen door middel van verhalen betekenis geven aan de wereld om hen heen.

Deze uitgesproken aandacht voor de cultureel-sociale context van literatuur maakt dat de literatuurwetenschapper (ook als hij het woord niet wil gebruiken) deels socioloog is.

Lees verder >>

Terug naar de tekst I

Door Marieke Winkler

In het voorwoord van zijn boek Geschiedenis van de moderne Nederlandse literatuur  (2013) schrijft Thomas Vaessens dat hij specifiek gekozen heeft voor een benadering die een ‘terugkeer naar de tekst’ betekent. ‘[W]aar veel literatuurwetenschappelijk onderzoek de laatste decennia gericht was op de instituties om de literatuur heen (de kritiek, de uitgeverij, het boekbedrijf en het gedrag van verschillende actoren in het veld, waaronder ook de schrijver)’ richt Geschiedenis van de moderne Nederlandse literatuur  zich in de eerste plaats op ‘de bijzondere aard, functies en effecten van de literaire tekst.’ (12) In Vaessens’ literatuurgeschiedenis staat met andere woorden niet de contextcentraal maar de tekstzelf.

Er zijn al langer geluiden te horen die een terugkeer naar de tekst voorstaan. In 1996 schreef Frank Hellemans in Mediatisering en Literatuur. Een moderne, mediavergelijkende literatuurgeschiedenis  bijvoorbeeld dat de aandacht van literatuuronderzoekers al te snel uitgaat naar vormen van ‘afgeleide of secundaire mediatisering’. Die vormen betreffen volgens Hellemans extra-literaire fenomenen die eerder onder de noemer van commercialisering vallen dan onder de noemer cultuur. Het is duidelijk hoe Hellemans deze benadering beoordeelt: ‘het beeld van de schrijver in de media [dringt] het werk als dusdanig op de achtergrond, terwijl precies het literaire werk toch op de eerste plaats datgene is waar het in de literatuur om gaat’. (13)

OSL Seminar “Fields, Graphs and Networks: New Sociologies of Literature”: open for application

 The seminar ‘Fields, Graphs and Networks’ focuses on new applications of sociologically inspired theories and methods within Literary Studies. It provides an overview of innovative concepts and methods that can be used to study literature as a social phenomenon. Different guest speakers will elaborate on their research and illustrate methods of analyzing problems that feature an intersection of sociology and literature in a qualitative and/or quantitative manner:

Lees verder >>