Tag: sociolinguïstiek

Call: Sociolinguïstiek

Op vrijdag 28 maart organiseert de Rijksuniversiteit Groningen een eendaags congres over sociolinguïstiek in de Lage Landen.

Met dit congres willen we een platform bieden aan sociolinguïstisch onderzoek uit/over de Benelux en studenten en onderzoekers op dit vakgebied samenbrengen. We streven naar een toegankelijk congres; er zijn daarom geen registratiekosten.
Lees verder >>

Zeur-tweets

 Door Leonie Cornips

Nederlanders opgewekt Twittervolk’ kopt de Volkskrantafgelopen maandag. ‘Meeste zeur-tweets uit Simpelveld en Vaals’ kopt L1 op dinsdag. Beide rapporteren over onderzoek van mijn collega Erik Tjong Kim Sang van het Amsterdamse Meertens Instituut en eScience Center. Erik analyseerde meer dan twee miljard Nederlandstalige en dialect-tweets sinds begin 2011. Hij onderzocht met speciale software alle woorden per tweet. Een tweet bevat maximaal 140 tekens. Hij stelde op basis van de gevonden woorden twee lijsten samen: een lijst met positieve en een lijst met negatieve woorden. Positieve woorden zijn volgens Erik hoera, gelukkig, blij, dank en emoticons zoals xd,  🙂 😉 (deze tekens stellen een lachend gezichtje voor). Homo, ranzig, schurk, jezus en 🙁 ;( :< :-( vallen volgens hem onder negatieve woorden en emoticons.

Volgens de Volkskrant is, gezien de spreiding van de ‘positieve’ en ‘negatieve’ tweets over Nederland, ‘het humeur op het platteland beter dan in de grote steden: Amsterdam, Rotterdam en Den Haag scoren onder het landelijk gemiddelde. Ook op  provincieniveau is dit effect waarneembaar: de westelijke provincies scoren lager’. De provincie Limburg komt er niet zo best van af: samen met Zuid-Holland heeft Limburg de laagste score van het land en Simpelveld en Vaals blijken ‘de minst blije gemeenten te zijn’. Vlaamse Twitteraars zijn in de woorden van L1 ‘nog iets naargeestiger’.

Lees verder >>

Cité Duits

Door Leonie Cornips
https://youtube.googleapis.com/v/l35tmUjaibI&source=uds

Heeft u weleens van Cité Duits gehoord? Het is een taalvariëteit die gepensioneerde mijnwerkers als kinderen al spraken in het net over de Maas gelegen Eisden in België. Alleen in Eisden spreken ze Cité Duits. De Cité is, net zoals de kolonie, een benaming voor een mijnwerkersdorp. Toen ik net hoogleraar was in 2011, hield Jan Kohlbacher – voormalig onderwijzer in de Cité Eisden – een lezing over deze taal.

En zo zijn we met elkaar in contact gekomen. Ik heb sindsdien drie opnames mogen maken van gesprekken tussen deze ex-mijnwerkers. Deze middagen waren bijzonder: levendig, vol herinneringen en plezier. Het is duidelijk dat deze groep mannen van kinds af aan een hechte groep vormt. Zij zijn kinderen van ouders met Hongaarse, Karpaatse, Poolse, Italiaanse, Tsjechische, Sloveense en Oostenrijkse roots die voor de Tweede Wereldoorlog door de mijnmaatschappij geworven werden. Cité Duits is ontstaan doordat de omringende dorpen de mijnwerkers als anders zagen. Door een taal met elkaar te ontwikkelen, konden deze mijnwerkers zich van jongs af aan van die anderen distantiëren en zich tegelijkertijd met elkaar identificeren. Zo konden zij zich via hun taal thuis voelen in de Cité.
Lees verder >>

Taal verandert in één klap

Door Marc van Oostendorp


Hoewel de Amerikaanse taalkundige William Labov vorige maand 86 geworden is, blijft hij verbazen. Nu vond ik op zijn website weer een mooi nieuw artikel waarin hij een van de grote controverses van de taalwetenschap uit de afgelopen twee eeuwen aanpakt. We weten dat de uitspraak van talen voortdurend verandert, maar hoe gebeurt dat? Verandert eerst het ene woord een beetje, en dan het andere? Of veranderen woorden allemaal tegelijk?

De grote wetenschappelijke doorbraak van de taalkunde in de negentiende eeuw kwam toen taalkundigen dat laatste aannamen:
Lees verder >>

De tv heeft toch invloed

Door Marc van Oostendorp


Heeft de tv invloed op het taalgebruik van jongeren? Ja, zeggen een aantal Britse taalkundigen in een artikel dat onlangs verscheen in het prestigieuze tijdschrift Language (helaas alleen toegankelijk voor abonnees).

Het is het soort wetenschapsnieuws dat niet snel de kranten haalt omdat de gemiddelde lezer al snel denkt dat hij dat natuurlijk allang weet. Terwijl het voor onderzoekers juist heel verbazingwekkend is. En ook wel wat subtieler ligt dan je op het eerste gezicht zou denken.

Er is in de taalkunde grote eensgezindheid over de gedachte dat radio en tv nu juist geen fundamentele invloed hebben op de manier waarop taal verandert.
Lees verder >>

Kinderen praten vaker over hun ouders

Door Marc van Oostendorp


De correlatiemachine draaide deze week weer op volle toeren. In het tijdschrift PLOS ONE verscheen een artikel van een groep Amerikaanse psychologen die 700 miljoen ‘woorden en zinnen’ hadden onderzocht van Facebook-berichten.

700 miljoen! De onderzoekers waren er zelf enorm van onder de indruk. In hun abstract en in het artikel zelf trompetteren ze het aantal een paar keer rond – het is hun belangrijkste prestatie. Nog nooit heeft iemand naar zoveel woorden gekeken.

Dus menen ze ook dat ieder van hun bevindingen voor het eerst pas echt wetenschappelijk licht op de zaak werpt. En dus verwijzen ze geen enkele keer naar de decennia van gedetailleerd (socio)linguïstisch onderzoek die gedaan zijn naar het soort relaties als zij onderzoeken, zoals dat tussen taal en sekse of tussen taal en leeftijd.

In mijn ogen slaan die onderzoekers met hun 700 miljoen ‘woorden en zinnen’ (hoeveel van die 700 miljoen waren woorden en hoeveel zinnen?) daardoor regelmatig de plank mis.

Lees verder >>

Boekpresentaties bij de KANTL


In oktober worden er in de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (KANTL) in Gent twee nieuwe boeken gepresenteerd: een teksteditie van het Snoeijmes der Vlaemsche Tale door Rik Vosters en Gijsbert Rutten op maandag 7 oktober 2013 en De spiegel van Alexander, een postume essaybundel van Christine d’Haen, op donderdag 10 oktober 2013.

Lees verder >>

Gastcollege van sociolinguïst Gregory Guy

Op vrijdag 5 juli 2013 verzorgt professor Gregory Guy (Department of Linguistics, New York University) een gastcollege op het Meertens Instituut over frequentie-effecten in taal. Centraal staat daarbij de vraag hoe de frequentie van individuele woorden, maar bijvoorbeeld ook spraakklanken, de patronen van taalvariatie mede bepalen. Zie de website van het Meertens Instituut.

Zo leidt verandering soms tot tevredenheid

Een laatste groet aan Agnies Pauw van Wieldrecht (1927-2013)

Door Marc van Oostendorp 

Gisteren werd bekend dat Agnies Pauw van Wieldrecht in haar woonplaats Doetinchem is overleden. Ze werd 85 jaar oud, en ze was tot op zeer hoge leeftijd jong en vol energie.

Agnies Pauw werd bekend door haar boekje Het dialect van de adel, dat voor het eerst verscheen in 1985 en sindsdien een aantal keer herdrukt is. Dat ‘dialect’ was – en is – in de Nederlandse taalkunde nauwelijks beschreven en bijna iedereen die sinds 1985 iets over het eigen taalgebruik van de Nederlandse adel wil zeggen, grijpt op Pauws werk terug als belangrijke bron.

Pauw wilde dat dialect vastleggen omdat ze zag dat het verdween. Ze had geen illusie dat ze het kon stoppen, ze wilde het alleen op tijd nog hebben vastgelegd. Dat verdwijnen was trouwens al in haar eigen jeugd begonnen: de kinderen Pauw golden in de jaren dertig als bijzonder omdat ze van hun vader al leuk mochten zeggen.
Lees verder >>

Vals plat

Ik heb mezelf betrapt op een talig vooroordeel.

Twee maal per week doe ik aan spinning: ik trap me drie kwartier lang in het zweet op een rijwiel dat niet rijdt, en dus beter spinnewiel zou kunnen heten. Het Engelse woord spinning is afgeleid van het spinnen van wol, dus zo raar is die gedachte niet eens. Wist u trouwens dat het spinnen van de kat zo heet omdat dat geluid klinkt als een spinnewiel? En in het Duits …

Lees verder >>

Leibniz in de Bijlmer

Door Marc van Oostendorp

Sommige zeventiende-eeuwse wetenschappers waren ontevreden met de bestaande talen, die rommelig in elkaar staken, vol kronkels zaten en waarin de structuur van het woordenboek geen enkel verband hield met de structuur van de werkelijkheid; als je de woorden alfabetisch rangschikte kwamen er woorden naast elkaar te staan die geen enkel verband met elkaar hielden.

Ze lieten het er niet bij zitten. Ze bedachten nieuwe, ‘filosofische’, talen die gemakkelijk te leren zouden zijn en waarmee wetenschappers in heel Europa op een efficiënte manier konden communiceren. Een van hen, Gottfried Wilhelm von Leibniz, dacht zelfs dat zo’n filosofische taal een instrument zou kunnen zijn om het denken aanzienlijk te verbeteren: wat de microscoop was voor het oog, was een verbeterde taal voor het rationele denken en zoals de formule ‘a2 + a3‘ in zekere zin makkelijker te begrijpen en in gedachten te manipuleren is dan ‘de som van het kwadraat van een getal en de derdemachtswortel van datzelfde getal’, zo zou de juistheid of onjuistheid van zinnen in de armetierige bestaande talen zoals het Latijn veel gemakkelijker kunnen worden aangetoond als ze werden omgezet in een filosofische taal. Lees verder >>