Tag: sociolinguïstiek

Leidse corpsstuko

Door Leonie Cornips

Het universitaire leven is weer begonnen. Verse studenten dwalen door hun universiteit en stad en proberen zich aan het nieuwe aan te passen, ook in hun manier van spreken. Het woord ‘student’ roept veel stereotyperingen op. Een KNO-arts werkzaam bij het VU Medisch Centrum vertelde dit jaar in de Volkskrant: ‘Ik zie veel stemproblemen bij studerende vrouwen van begin twintig. Ik kan niet bewijzen dat het door het verenigingsleven komt, daar vragen we niet standaard naar, maar het is een herkenbare populatie. Ze zijn hees na het stappen of hebben helemaal geen stem als ze opstaan.’ Auteurs die over het studentenleven in het verleden schreven, typeerden de student als iemand die veel tijd besteedde ‘aan tabak, wijn, aan de jol, maar ook aan het dispuut, doch minder aan de colleges’ of ‘feesten, slempen, vrijen, uitslapen, en tussen de bedrijven door een beetje studeren’.

Voor haar stage aan het Meertens Instituut heeft Tess van der Zanden (Universiteit Leiden) onderzoek verricht naar hoe studenten, die in Leiden lid zijn van de vijf grootste studentenverenigingen (Minerva, Augustinus, SSR, Catena, Quintus), spreken en hoe zij zelf hun manier van spreken omschrijven. Ze heeft in het bijzonder gekeken naar studenten die corpsleden zijn. Minerva is het oudste en meest elitaire studentencorps, telt 1600 leden en is voor iedere student toegankelijk. Dat was vroeger nogal anders omdat de kosten van lidmaatschap voor velen te hoog waren. Minerva staat bekend als een ontmoetingsplaats voor adel en patriciaat omdat leden van het koningshuis – Beatrix en Willem-Alexander – corpslid waren. In 2015 blijkt uit een onderzoek van NRC Handelsbladonder 189 Nederlandse topbestuurders dat nagenoeg een derde van hen lid is geweest van een studentencorps, waaronder velen van Minerva.

Lees verder >>

Polemologische taalwetenschap

Sinds kort is Marc van Oostendorp op Neder-L begonnen met het beantwoorden van vragen over taal die zijn gesteld aan de Nationale Wetenschapsagenda. Zo ook deze vraag:

Welke rol spelen verschillen in spreek- en schrijftaal bij internationale en intranationale conflicten? Het valt mij op dat bij berichtgeving over grootschalige en kleinschalige conflicten tussen groepen wel veel aandacht besteed wordt aan politieke, raciale en godsdienstige verschillen, maar zelden of nooit aan taalverschillen. Toch lijkt het met voor een beter begrip en mogelijke conflictoplossing niet onbelangrijk te weten of de betrokken groeperingen (bijvoorbeeld soennieten en sjiïeten) elkaar kunnen verstaan en elkaars schrift kunnen lezen. Is er sprake van taaldiscriminatie? Is er een lingua franca (bijv. Engels) en voor wie is die toegankelijk? Ook op kleine schaal (Nederlandse samenleving) is de sociaal-onderscheidende functie van verschillen in spreektaal (dialect, uitspraak, woordgebruik) wellicht belangrijker aan het worden dan een zichtbaar verschil als huidskleur of culturele kenmerken als godsdienst en kleding. 

Marc van Oostendorp maakt in reactie op deze vraag een paar goede observaties en opmerkingen, maar een echt antwoord heeft hij niet. Dat heb ik ook niet, maar ik heb wel nog wat meer interessante observaties en opmerkingen. Misschien dat we de polemologische taalwetenschap, net door Marc bedacht, wat meer leven kunnen inblazen…

Lees verder >>

Hoe mensen taal veranderen

Door Marc van Oostendorp


Er is een nieuw tijdschrift: het Journal of Historical Sociolinguistics! De eerste nummers zijn gratis online te lezen. Hoera!

‘Historische sociolinguistiek’ is een vreemde term. Een van de grote wonderen van de menselijke taal is dat ze nooit stil staat. Geen enkele menselijke taal werd ooit op precies dezelfde manier gesproken door oma als door kleindochter. Verandering hoort bij taal zoals slijtage bij een rotspartij.

De ene vraag is: hoe moeten we dat begrijpen? Een taal verandert niet vanzelf, een taal bestaat niet eens zonder haar sprekers. De andere vraag is: hoe moeten we die voortdurende verandering, die zo essentieel is voor taal, bestuderen? De taal van het verleden is alweer weg voor je er erg in hebt. Er ligt wel het een en ander vast in boeken, maar wat mensen schrijven houdt geen gelijke tred met wat ze allemaal zeggen.

Lees verder >>

Je kunt een hetero herkennen aan zijn klinkers

Door Marc van Oostendorp


Zeg me willekeurig wat en ik zal u zeggen wie u bent. Je kunt uit één gesproken zin al een enorme schat aan gegevens halen. Ja, die zin heeft waarschijnlijk een inhoud, maar die inhoud is meestal maar een fractie van alle informatie.

Aan de stem hoor je van alles over de emotionele staat van die persoon (is zij boos of is hij verdrietig?), over zijn of haar leeftijd, zijn of haar geslacht, zijn of haar sociale en geografische herkomst en zelfs over zijn of haar seksuele geaardheid.

Lees verder >>

Het leven van een taalfout

Door Leonie Cornips


Ik hoorde voor het eerst ‘hun hebben dat gedaan’ toen ik begin jaren tachtig naar Amsterdam verhuisde. In ‘hun hebben’ is ‘hun’ onderwerp dat volgens de norm ‘zij’ zou moeten zijn zoals in ‘zij hebben dat gedaan’. De toenmalige minister Plasterk, als voorzitter van de Nederlandse Taalunie verfoeide sterk dit gebruik van hun in zijn column in NRC.Next van 2010. Hij gaf taalkundigen ervan langs. Hij schreef: ‘Elke paar jaar zijn er weer goedbedoelende taalkundigen die via “vereenvoudigingen” de taal logischer willen maken’. Als taalkundige begreep ik die uitspraak toen en nu nog steeds niet want taalkundigen hebben tegenwoordig echt de macht niet om taal logischer te maken.

Hoe taalgebruikers bepaalde taalvarianten waarderen, heeft alles te maken met maatschappelijke verhoudingen. Komt de verandering ‘van boven’ dus van de elite of ‘van onder’ dus van het ‘volk’? Nieuwe varianten ‘van boven’ vallen snel op zoals gevleugelde uitspraken van Marten Toonder met Minkukel en Als je begrijpt wat ik bedoel. En Van Kooten en De Bie met doemdenken, regelneef en jemig de pemig. Deze vormen ervaren we als een verrijking van het Nederlands.

Lees verder >>

Tweetalige kinderen

Door Leonie Cornips


Het Europees Handvest voor Minderheidstalen heeft Fries, Nedersaksisch en Limburgs als drie regionale/streektalen erkend. In Nederland spreekt men het Nedersaksisch in (delen van) Groningen, Drenthe, Overijssel en Gelderland. Het Fries heeft het hoogste niveau van erkenning (III) waardoor inwoners van Friesland tussen het Fries en Nederlands als officiële taal kunnen kiezen. Het Nedersaksisch en Limburgs hebben niveau II van erkenning en zijn daardoor niet als officiële minderheidstaal erkend en er zijn geen eenduidige regelingen hoe de overheden het gebruik van deze talen zouden moeten ondersteunen. Is het nu zo dat officiële erkenningen en de status van dialecten invloed hebben op de mate waarin mensen het Fries, Nedersaksisch of Limburgs binnen en buiten het gezin spreken? 

Een antwoord hierop geeft onderwijskundig Geert Driessen.

Lees verder >>

Call for papers: Sociolinguistics Circle 2015


Call for papers: Sociolinguistics Circle 2015
Gent (België), 27 maart
Beschrijving van de conferentie
Na een succesvolle eerste editie in Groningen, kondigen we met plezier de tweede conferentiedag aan van de Sociolinguistics Circle, die zal plaatsvinden in Gent op 27 maart 2015. De Sociolinguistics Circle is een initiatief van een groep onderzoekers uit de Lage Landen (zie hieronder). Het doel van de conferentie is studenten en onderzoekers met een link met de Lage Landen samen te brengen om te praten over thema’s als taalvariatie, sociolinguïstiek en de sociale dynamiek van taal. Vooral studenten worden aangemoedigd zich voor deze conferentie aan te melden; de conferentie staat open voor onderzoek op alle niveaus.
Call for papers
Abstracts voor paper- en posterpresentaties (over om het even welke taalvariëteit) kunnen vanaf nu ingediend worden. We verwelkomen abstracts over onderwerpen binnen de variatielinguïstiek, sociolinguïstiek, linguïstische antropologie, dialectologie of gerelateerde disciplines. Abstracts van maximaal 300 woorden (exclusief bibliografische verwijzingen), opgesteld in het Engels of het Nederlands, kunnen naar sociolinguisticscircle@gmail.comworden gestuurd voor 12 januari 2015.

Lees verder >>

19 December 2014: Historical sociolinguistics: (inter)national perspectives


Op 19 december 2014 zal Marijke van der Wal, hoogleraar Geschiedenis van het Nederlands aan de Universiteit Leiden, haar afscheidscollege geven. Voorafgaand daaraan organiseren het Leiden University Centre for Linguistics en de Opleiding Nederlandse Taal en Cultuur het afscheidssymposium ‘Historical sociolinguistics: (inter)national perspectives’.
Programma
13.30 Terttu Nevalainen (University of Helsinki)
Historical Sociolinguistics on the North Sea Littoral
14.00 Ingrid Tieken-Boon van Ostade (Universiteit Leiden)
“Ik wacht nog op een mooie dag om naar Kew te gaan”: Belle van Zuylen’s English
14.30 Wim Vandenbussche (Vrije Universiteit Brussel)
Colouring “white spots in language history”: The Importance of Letters as Loot for the Historiography of Dutch
Locatie
Het symposium vindt plaats in het Klein Auditorium van het Academiegebouw van de Universiteit Leiden (Rapenburg 67-73).
Contact
Als u erbij wilt zijn, kunt u zich aanmelden bij Gijsbert Rutten via g.j.rutten@hum.leidenuniv.nl.

Toen Londenaren Nederlands verstonden

Door Marc van Oostendorp

In 1599 werd de Londense toneelbezoeker getrakteerd op een toneelstuk, waarin een zekere Lacy zich vermomt als een Nederlander om met een meisje te kunnen trouwen. Hij zingt dan:

Er was een bore van Gelderland
Frolick si byen,
He was als dronck he cold nyet stand,
Upsolce se byen.
Tap eens de canneken,
Drincke scheve mannekin.
(Er was eens een boer van Gelderland; vrolijk zijn zij. Hij was zo dronken dat hij niet kon staan, op zijn benen. Tap eens een kanneke, drink dronken manneke.)

Het lokale publiek kon dit wonderlijke mengeling van Nederlands en Engels kennelijk min of meer volgen, of in ieder geval herkennen. Dat was niet zo vreemd: in de zestiende en de zeventiende eeuw emigreerden relatief grote groepen Nederlandstaligen (vooral Vlamingen) naar het zuidoosten van Engeland, eerst als religieus vluchteling en later ook om er te gaan werken. Naar die groepen en hun taal is maar weinig onderzoek gedaan, maar in een nieuw nummer van Taal en tongval wordt daar radicaal verandering in aangebracht.

Lees verder >>

Mensen die ‘alleraffreust’ zeggen, deugen niet

Door Marc van Oostendorp

In de negentiende eeuw spraken straatjongens zo: “Dat eerste huis met dat platte stoepie, de tweede verbij den spekslager, naast dat huis, daar die spiegeltjes uitsteken.”

Althans wanneer we de schrijver Nicolaas Beets (1814-1903) moeten geloven, die in zijn Camera Obscura (om precies te zijn in Hoe warm het was en hoe ver) een jongen zo laat praten. Dat is om een aantal redenen niet zo erg geloofwaardig: vooral dat zo’n straatjongen wel de klinker in voorbij tot een stomme e maakt maar tegelijkertijd de naamvalsuitgang op het lidwoord van den spekslager keurig respecteert, is weinig waarschijnlijk. (Ik weet ook niet zeker of mensen in spreektaal toen nog daar zeiden in plaats van het modernere waar, maar dit terzijde.)

Schrijvers van alle tijden gebruiken eigenaardigheden in het taalgebruik om personages te karakteriseren. De studie daarvan zou je literaire sociolinguïstiek kunnen noemen. Dat lijkt me dan een interessant vak, maar het wordt in het Nederlandse taalgebied bij mijn weten door niemand beoefend. (Ik ken alleen een dertig jaar oud artikel van Jo Daan over Bredero.)

Lees verder >>

Aankondiging en oproep voor lezingen 20ste Fries Filologencongres


De Fryske Akademy organiseert dit jaar voor de twintigste keer het Frysk Filologekongres (Fries Filologencongres), in Leeuwarden op woensdag 10, donderdag 11 en vrijdag 12 december. Het congres wil een podium zijn voor het wetenschappelijk debat met betrekking tot de frisistiek in de breedste zin. De voertalen zijn: Fries, Nederlands, Engels en Duits.
De opzet van het congres is dat er elke dag wordt begonnen met een plenaire lezing. Hierna zijn er parallelsessies. Op de donderdag is er een avondsessie over Onderwijs. Het congres richt zich op de volgende onderzoeksgebieden: Oudfries, Taalkunde, Letterkunde, Lexicografie, Taalsociologie, Geschiedenis van Fryslân/Cultuurstudie. Het onderzoeksveld is het Fries, met inbegrip van de dialecten die in Fryslân voorkomen, in alle fasen en het Fries in Duitsland (Noord- en Oost-Friesland). Lezingen die vanuit een vergelijkend perspectief relevant zijn, zijn ook van harte welkom.

Lees verder >>

Vacature voor taalkundig onderzoeker bij Fryske Akademy


De Fryske Akademy heeft een vacature voor twee onderzoekers: een historicus voor de vroegmoderne tijd en een taalkundige ‘die zich beweegt op het snijvlak van de sociolinguïstiek en taalsociologie’ (38 uur/week).
Kandidaten richten zich op:

  • Uitvoeren van toponderzoek en het publiceren van onderzoeksresultaten in toonaangevende internationale tijdschriften;
  • Aansturen van onderzoeksgroepen en het begeleiden van promovendi, postdocs en andere onderzoekers;
  • Ontwikkelen en uitbouwen van interdisciplinaire projecten binnen en buiten het instituut;
  • Genereren van externe onderzoeksfinanciering uit nationale en internationale geldstromen;
  • Actief participeren in relevante (internationale) wetenschappelijke netwerken en het onderhouden van nauwe contacten met relevante organisaties en professionals in Nederland en daarbuiten. Lees verder >>

Beïnvloedt Facebook de taal? Geen idee

Door Marc van Oostendorp


Sally Tagliamonte

Van iedere wetenschappelijke discipline bestaat een versie voor op feestjes. Je vertelt wat je doet en je gesprekspartner vuurt een aantal vragen op je af. Ha! Eindelijk een deskundige die een antwoord heeft op een brandende vraag! Maar uit jouw vakgebied blijkt geen enkel antwoord te hebben op die vragen.

Een moderne versie van zo’n vraag voor de taalwetenschap is: verandert de taal tegenwoordig sneller veranderd door het internet en de sociale media? Het wetenschappelijke antwoord op die vraag is: dat weten we niet, en er gebeurt ook nauwelijks onderzoek naar. Uit het nieuwe nummer van het Journal of Sociolinguistics blijkt waarom, en misschien ook wat eraan te doen is.

In dat nummer staat een artikel van de jonge Brit David Sayers die allerlei onderzoek samenvat over onder andere de constructie be like (“I was like I am not going to do that”). Die constructie duikt over de hele wereld in het Engels op, en je kunt je nauwelijks voorstellen dat de media geen rol spelen in die relatief snelle verspreiding van het fenomeen (in de jaren zeventig was nog niemand like). Het Journal of Sociolinguistics publiceert ook een aantal reacties op het artikel van eminente vakgenoten – bijna allemaal afwijzend. Hoe kan dat?

Lees verder >>

Project TWIDENTITY zoekt drie masterstudenten


Het Meertens Instituut zoekt drie stagiaires voor het project TWIDENTITY:
Binnenkort gaat op het Meertens Instituut het door NWO gesubsidieerde project TWIDENTITY van start; de naam is een samentrekking van ‘Twitter’ en ‘identity’. We gaan onderzoek doen naar de vraag in hoeverre er op Twitter sprake is van constructie van lokale en/of sociale identiteiten door taalgebruik.
We zoomen daarbij specifiek in op het gebruik van Limburgs dialect en Fries (in afwisseling met het Standaardnederlands, Engels etc.).
TWIDENTITY is een vervolgonderzoek op het project TINPOT (Taal, Identiteit, Netwerk en Produktgeruchten op Twitter) dat door de KNAW werd gefinancierd. Vanuit dit project is onder andere TweetGenie ontwikkeld (www.tweetgenie.nl) die op basis van taalgebruik/taalgedrag op Nederlandse twitter-accounts het geslacht en de leeftijd raadt van twitteraars.

Lees verder >>

Taal van de betere standen

Door Marc van Oostendorp


‘Hoe komt het nu’ zei een dame gisterenavond tijdens de koffiepauze, ‘dat wij netjes praten en arbeiders plat?’

Verwachtingsvol keek ze me aan. Ik was verzeild geraakt bij de betere standen. Vorig jaar was ik uitgenodigd om een keer een lezing te komen geven over de geschiedenis van de Nederlandse taal.

Ik dacht dat het daarbij ging om een bejaardenhuis in Wassenaar en omdat iedereen mij altijd kan inhuren voor een praatje, had ik ja gezegd. Het bleek te gaan om een landgoed waar temidden van een goed onderhouden park inderdaad oudere gegoede Nederlanders ruime vijfkamerappartementen kunnen betrekken met een gemeenschappelijke huismeester, koks, en bedienend personeel. Af en toe hebben ze een culturele avond, waar een geleerde een dansje komt doen.

Er bestaat eigenlijk geen onderzoek naar de taal van de betere standen.
Lees verder >>

[Aangepast:] Vacature: PhD (M/V) (1 fte) Taalkeuze in een zorginstelling in Limburg – Meertens Instituut


Het Meertens Instituut heeft de tekst van de vacature voor een PhD, die vorige week geplaatst is, iets aangepast. Hieronder de nieuwe, uitgebreidere vacaturetekst:

Het Meertens Instituut in Amsterdam is voor het Europees project ‘de meertalige uitdaging voor de EU burger’ op zoek naar een PhD voor etnografisch onderzoek naar taalkeuze in een zorginstelling in Limburg.

Achtergrond van het project

Dit onderzoek maakt deel uit van een grootschalig Europees project naar ‘de meertalige uitdaging voor de EU burger’. Het doel van het onderzoek is om te achterhalen of het gebruik van een specifieke taalvariëteit het welbevinden en sociale integratie van ouderen in een zorginstelling in Limburg beïnvloedt. Het spreken van een bepaalde taalvariëteit heeft niet voor iedereen dezelfde symbolische waarde maar wordt onder meer door context, gesprekspartners, gespreksonderwerp en type interactie bepaald. Taalkeuze in een meertalige zorginstelling vormt daarom een inherent onderdeel van processen van in- en uitsluiting.

Lees verder >>

Vacature: PhD (M/V) (1 fte) Taalkeuze in een zorginstelling in Limburg – Meertens Instituut

Update 7 april 2014: Het Meertens Instituut heeft een aangepaste, uitgebreidere tekst gemaakt voor deze vacature. Onderstaande tekst is niet meer accuraat. Voor de nieuwe tekst, zie: http://nederl.blogspot.nl/2014/04/aangepast-vacature-phd-mv-1-fte.html

Het Meertens Instituut in Amsterdam is voor het Europees project De meertalige uitdaging van de EU-burger op zoek naar een PhD voor etnografisch onderzoek naar taalkeuze in een zorginstelling in Limburg.

Achtergrond van het project

Dit onderzoek maakt deel uit van een grootschalig Europees project naar ‘de meertalige uitdaging van de EU-burger’. Het doel van het onderzoek is om te achterhalen of het gebruik van een specifieke taalvariëteit het welbevinden en de sociale integratie van ouderen in een zorginstelling in Limburg beïnvloedt.Het spreken van een bepaalde taalvariëteit heeft niet voor iedereen dezelfde symbolische waarde, maar wordt onder meer door context, gesprekspartners, gespreksonderwerp en type interactie bepaald. Taalkeuze in een meertalige zorginstelling vormt een inherent onderdeel van processen van in- en uitsluiting. Het onderzoek wordt gefinancierd door (i) het EU FP7 Framework (coördinator Prof. Lisa Cheng, Universiteit Leiden), in het kader van de aanvraag Advancing the European Multilingual Experience (AThEME) en in het bijzonder binnen de component Multilingualism and Communicative Impairments; (ii) Maastricht University, Faculty of Arts and Social Sciences (FASoS) en (iii) Meertens Instituut.Het onderzoek zal uitgevoerd worden aan het Meertens Instituut in Amsterdam, maar de opleiding vindt plaats binnen de Graduate School van UM-FASoS in Maastricht.

Lees verder >>

Al die kerken in al die wijken. Die?

Door Marc van Oostendorp

Het interview dat de theologe en oud-parlementariër Mirjam Sterk vorige week voor de radio hield met de jonge hippe predikant Ruben van Zwieten, blijkt een feest voor de taalliefhebber.

Dat komt allereerst door het accent van Van Zwieten, die een ontmoetingscentrum is begonnen op de Amsterdamse Zuidas en die veel meer klinkt als een verdwaalde vennoot van een consultancybureau dan als een dominee. Maar het komt vooral door de manier waarop de gesprekspartners het woord die gebruiken.

Lees verder >>

Mensen zijn aardrijkskundige dieren

Korte inleiding in het werk van William Labov (6 en slot)

Door Marc van Oostendorp

Taal bewijst dat mensen aardrijkskundige dieren zijn, dieren voor wie het belangrijk is waar ze precies vandaan komen, wat hun territorium is. Zangvogels zijn ook van dat soort geografische dieren, die met hun liedjes afbakenen wat hun gebied is. Veel zangvogels kennen dan ook dialecten: het ene vinkje zingt net wat anders dan het andere dat vijftien kilometer verderop woont.
Dat geldt ook voor mensen; alleen vormt de menselijke soort patronen die nog veel groter zijn dan gebiedjes van een paar kilometer groot. En mensen kennen taalverschillen die met méér te maken hebben dan alleen met geografie. Met politiek bijvoorbeeld.

Lees verder >>

De taal van leven en dood

Korte inleiding in het werk van William Labov (5)


Door Marc van Oostendorp

Misschien is The language of life and death William Labovs laatste boek. Het zou er in ieder geval een mooie titel voor zijn, en een waardige inhoud. Hij ontleedt er een groot aantal verhalen in die mensen hem in de loop van zijn loopbaan hebben verteld: verhalen over ervaringen waar mensen dachten dat ze dood zouden gaan, of bijvoorbeeld met heel heftig geweld werden geconfronteerd.
Hoe vertellen mensen spontaan zulke verhalen? Hoe bouwen ze zo’n vaak schokkend verhaal ter plekke op? Waar beginnen ze, waar wijden ze uit, op welk punt houden ze weer op? Aan de hand van, op zichzelf al vaak ontroerende, levensverhalen die mensen Labov of zijn studenten de afgelopen vijftig jaar spontaan verteld hebben, laat hij zien hoe er orde zit in zulke verhalen.
Lees verder >>

De liefde van een taalkundige voor de mensheid

Korte inleiding in het werk van William Labov (4)

Afbeelding: Matthijs Sluiter/Onze Taal

Labovs recentste, vorig jaar verschenen, boek heet The Language of Life and Death. Het gaat over de manier waarop mensen verhalen vertellen over hun leven. Wat voor vorm geven ze aan zo’n verhaal? Wat vertellen ze als eerste, wat laten ze weg? En zien we dezelfde technieken terug bij, pakweg, Herodotos?

Het is een indrukwekkend boek door de eruditie en door de menselijkheid. “Ik hield altijd al van taal,” zei Labov ooit in een interview, “maar door mijn werk ben ik verliefd geworden op de mensheid.” Dat blijkt uit dit boek misschien wel meer dan uit zijn eerdere werk.

Het lijkt ineens over een heel ander onderwerp te gaan dan het werk waarover ik het eerder deze week had: het veranderen van klinkers. Labov ís ook heel breed in zijn belangstelling.

Toch zijn er draden die het allemaal aan elkaar verbinden. Zijn belangstelling voor die levensverhalen kwam wel degelijk voort uit het onderzoek naar die klinkers. Dat zit zo.

Lees verder >>

Hoe arbeiders hun plaats houden terwijl klinkers naar voren schuiven

Korte inleiding tot het werk van William Labov (3)

Door Marc van Oostendorp

Zijn meesterwerk publiceerde Labov op de leeftijd dat andere mensen met pensioen zijn – tussen 1994 en 2010 verscheen het driedelige Principles of Language Change. Daarin laat hij zien hoeveel hij van de mens en zijn taal begrijpt; hij combineert een zeer groot aantal heel verschillende analysetechnieken om te komen tot een overkoepelend beeld van wat taalverandering eigenlijk is. 

Ik raakte zelf definitief in de ban van Labov toen hij ergens in de jaren negentig een serie lezingen gaf in Nijmegen over het eerste deel van Principles. Met name zijn voorbeeld van hoe een paar klinkers in het dialect van Philadelphia aan het veranderen was, verblufte me.

Lees verder >>

Waarom vissers soms hun taal veranderen

Korte inleiding tot het werk van William Labov (2)

Door Marc van Oostendorp

Als taalkundige was William Labov een betrekkelijke laatbloeier. Zijn scriptie verscheen in 1961 en zijn proefschrift drie jaar later – hij was toen dus al 36. Dat kwam doordat hij voor die tijd een aantal andere dingen had gedaan: hij had onder andere als inktmaker gewerkt bij een chemisch bedrijf, als schrijver van flapteksten bij de vooraanstaande literaire uitgever Alfred A. Knopf.
Labov heeft later gezegd dat hij dat heeft gedaan omdat hij eerst wat van de ‘echte’ wereld wilde zien voor hij zich in de academie zou begraven. En ik geloof ook dat hij wel degelijk wat geleerd heeft van allebei de activiteiten. In zijn werk als chemicus had hij geleerd om strenge empirische methoden te gebruiken (gecontroleerd gegevens verzamelen, daar precieze statistiek op toepassen). Tijdens zijn werk als flaptekstenschrijver leerde hij schrijven; op zijn website staan daar een paar goede voorbeelden van (bijvoorbeeld zijn lezing A life of learning: Six people I have learned from).
Met zijn scriptie en zijn proefschrift was het ook wel meteen raak. Het zijn allebei juweeltjes van de twintigste-eeuwse taalwetenschap. 

Lees verder >>