Tag: sociolinguïstiek

Spelen met de Marokkaanse ‘sj’

Door Marc van Oostendorp

Een van de eigenaardigheden van het moderne Gouds is dat je ‘sjchoon’ zegt in plaats van ‘schoon’. Dat blijkt uit een nieuw artikel van Khalid Mourigh in Nederlandse taalkunde.

Dat Gouds wordt dan wel alleen (of overwegend) gesproken door jonge Marokkanen in Gouda. Als Mourigh aan een aantal van hen vraagt ‘wat is (…) typisch Gouds?’, dan komen zij met dit voorbeeld. De Marokkanen zijn dan ook een vrij grote groep in Gouda: ze vormen ongeveer 10% van de bevolking, in geen enkele andere Nederlandse stad ligt dat percentage hoger. Die sj gebruiken Marokkaanse Nederlanders buiten Gouda ook, maar kennelijk staat noch het feit dat er veel Goudenaren zijn zonder Marokkaanse wortels noch veel Marokkanen zonder band met Gouda in de weg dat het verschijnsel als ‘typisch Gouds’ kan worden ervaren. Lees verder >>

Erbij horen of niet?

Door Lotte Thissen

“Waar kom je vandaan?” Wie deze vraag te horen krijgt, wordt gezien en bestempeld als ‘anders’ of afwijkend van een bepaalde norm. Mijn etnografische onderzoek in de Limburgse stad Roermond ontmoedigt de vraag “waar kom je vandaan?” en termen als ‘autochtoon’ en ‘allochtoon’.

De provincie Limburg wordt vaak geassocieerd met carnaval, katholieken en het gebruik van dialect en de zachte g. Mijn studie naar dagelijkse taalpraktijken van mensen in Roermond laat echter zien dat ‘de provincie’, net als de Randstad, een gebied is waar meertaligheid en culturele diversiteit bestaat. In Roermond vinden er interessante ontmoetingen en combinaties plaats tussen sprekers van wat we zien als dialect, Nederlands, een mondiale taal als Engels en migratie- en mobiliteitstalen als Arabisch en Turks. Daarbij is er een groot verschil tussen wat mensen zeggen dat ze doen en wat zij in werkelijkheid doen; de mede-eigenaar van een supermarkt vond dat het voor hem, als Turk, blöd is om plat (dialect) te praten, maar tijdens mijn veldwerk heb ik hem dagelijks dialect horen spreken met klanten, naast allerlei andere talen. Lees verder >>

Nieuwjaarsboodschap Taalunie

Door Leonie Cornips

Onder de ‘beste-wensen’-boodschappen kreeg ik ook de nieuwjaarsfolder Tal van Talen. In en Om het Nederlands van de Taalunie onder ogen. De folder visualiseert en verwoordt de boodschap van de Taalunie anno 2018: Nederland en België is rijk aan variatie en meertaligheid. De strip op de voorkant van de folder bevat noodgedwongen een dosis versimpeling in de poging om de complexiteiten van taalvariatie en meertaligheid als een soort netwerk van knooppunten in kaart te brengen. Meer precies beeldt de strip uit dat talen aan plekken en zelfs heel expliciet aan gebouwen in Nederland en België verankerd zijn. Lees verder >>

Dialect in de klas

Door Astrid Wijnands

Eind september publiceerde de NOS een drieluik geheten ‘Dealen met je dialect’ <1|2|3>. De NOS had eerder een oproep op Facebook geplaatst om erachter te komen of dialectsprekers last zouden hebben van negatieve reacties en welke reacties dat dan zouden zijn. Op die oproep kwamen 28.000 reacties binnen en zo’n 150 mensen wilden graag hun ervaringen delen.

In het drieluik maken we kennis met jongeren en volwassenen uit heel Nederlands, van Groningen tot Maastricht, van Zeeland tot Twente. Allen geven aan trots te zijn op hun dialect en zij spreken hun dialect dan ook graag. De keerzijde van de medaille is dat zij ook vaak niet serieus genomen worden als zij hun dialect spreken. Zo moet acteur Bart logopedie volgen om zijn Achterhoekse accent kwijt te raken, wil hij als acteur rollen aangeboden krijgen en voorziet Myriam uit Terneuzen dat zij haar Zeeuwse accent moet aanpassen aan het Standaardnederlands als zij straks als afgestudeerd advocate aan de slag gaat. Soms gaat het nog verder en worden dialectsprekers uitgescholden als domme boeren of krijgen ze te horen dat ze maar terug moeten naar hun ‘eigen land’. Docent Adele Spikker van het Deltion College in Zwolle besteedt juist in haar lessen aandacht aan de meerwaarde van streektaal in de zorg. Door de taal van de patiënten te spreken is er sprake van een beter contact tussen zorgverlener en zorgdrager. Lees verder >>

Wie bepaalt welke taal mooi is?

Door Marten van der Meulen

Mooi of lelijk? Dat onderscheid is een van de fundamenteelste die we hebben. Misschien wel iedere dag doen we uitspraken over of we iets mooi of lelijk vinden. We keuren van alles: boeken, films, gezichten, muziek, kleding, en ook taal. En we zijn het heel vaak niet met elkaar eens. Dat is prima: mooi en lelijk zijn geen absolute waarheden, het zijn meningen. Nu kun je het daarbij laten: ik vind iets mooi, jij iets lelijk, let’s agree to disagree. Maar dat is niet hoe wetenschap werkt. Zo’n verschil van mening, dat is pas waar het interessant wordt. Want waar komen die meningen eigenlijk vandaan? En waarom vinden we het een mooi maar het ander lelijk? Bij schoonheidsoordelen over taal zijn dat goede vragen, die laten zien hoe gelaagd een ogenschijnlijk oppervlakkige uitspraak als ‘Dit dialect vind ik lelijk’ eigenlijk is.

Het oor van de moedertaalspreker

Eerst even over het beoordelen van mooie taal. Vanaf de jaren ’60 wordt er onderzoek gedaan naar hoe taalgebruikers verschillende variëteiten van een taal evalueren. Vaak wordt in dat onderzoek standaardtaal afgezet tegen niet-standaardtalige variëteiten, zoals dialecten. Uit zulk onderzoek bleek in Engeland bijvoorbeeld dat mensen standaardtaal over het algemeen het best evalueren. Regionale accenten kunnen er ook nog wel mee door, terwijl stedelijke dialecten het negatiefst worden ervaren. Onderzoek in Nederland leidde tot vergelijkbare resultaten: ook hier kwam Standaardnederlands als beste uit de bus. Het gaat in dit soort onderzoek niet alleen om of iets mooi is. Een aantal verschillende parameters wordt bekeken, waaronder schoonheid, maar ook status en solidariteit. Lees verder >>

De wiskunde van erbij horen

Door Marc van Oostendorp

Het gebruik van wiskundige modellen verdeelt de taalwetenschappelijke gemeenschap in drieën. Er is een groep die iedere vorm van wiskunde volkomen wantrouwt en vindt dat het verkeerd is om de vloeibare sociale en psychologische werkelijkheid van de taal op wat voor manier dan ook in formules te vangen; naar mijn indruk zitten in deze groep momenteel vooral antropologisch georiënteerde taalkundigen.

Dan heb je een groep die met wiskunde vooral kansberekening en statistiek bedoelt, zoals de meeste sociale wetenschappen; die groep bevindt zich dan ook vooral onder psycho- en sociolinguïsten, en onder degenen die computertaalkunde bedrijven (samen, zou je kunnen zeggen, de ‘kwantitatieve’ taalkunde).

De derde groep heeft het vooral over logische modellen, waarin het niet gaat om reële getallen, maar om logische formules, verzamelingenleer, topologie, algebra, en dergelijke; in deze groep zitten vooral semantici en Chomskyaanse grammatici. Lees verder >>

Taalkundigen zijn betere sociologen

Door Marc van Oostendorp

De Gents-Tilburgse geleerde Jan Blommaert begint zijn recente uitbundige lofzang op de sociolinguïstiek met enkele kritische noten. Volgens hem hebben zijn collega’s soms te weinig ambities. Ze zien zichzelf vooral als ijverige verzamelaars van gedetailleerde gegevens over hoe de taal in de wereld om ons heen varieert en verandert, ze passen daarop geavanceerde en intelligente technieken toe. Maar ze proberen te weinig om de sociologie te beïnvloeden met de rijke inzichten die het onderzoek naar taal te bieden heeft.

Sociolinguïsten zijn natuurlijk ook een soort sociologen – en wel sociologen die een object bestuderen dat zich betrekkelijk gemakkelijk laat vangen. Lees verder >>

Sociolinguistics Circle 2017

The Sociolinguistics Circle aims at bringing together students and researchers of language variation, sociolinguistics and social dynamics of language with a connection to the Low Countries. The initiative organizes conferences and meetings about sociolinguistics.

The first of these was hosted by the University of Groningen in March 2014. The next edition will be hosted by Tilburg University, and will take place on 31 March 2017. For this fourth edition, we also invite BA and MA students to submit their work for (poster) presentation.

Organizing committee
(Tilburg University)

Ad Backus
Ted Hua Nie
Jos Swanenberg

Contact

For questions regarding conference aims,
abstract submission and programme, please write to Jos Swanenberg. Lees verder >>

APT: een ‘grap’ of taalkundig interessant?

Door Kristel Doreleijers,
student Neerlandistiek aan de Universiteit Utrecht

in samenwerking met Roos Hamelink en Noortje Smits

badmeesterIedere zomer vertrekt een groep van ongeveer 24 jongens van het Utrechtsch Studenten Corps voor negen weken naar Texel om daar als badmeester te werken. Rode zwembroeken, spijkerblouses (die NIET gewassen mogen worden) en veel bier zijn de ingrediënten voor hun periode op het eiland als ‘bademeisters’. Maar hun uiterlijk en studentikoze gedrag is niet het enige wat de jongensgroep zo’n opvallende verschijning maakt. De bademeisters spreken immers ook een eigen taal: Algemeen Puur (of Plat) Texels (APT).

Op 19 april 2015 wordt op NPO 3 de teledocumentaire Bademeisters uitgezonden. De documentaire is een observatie van de jongens: ‘de Texelse boys’. Wat doen zij tijdens hun opleiding en hun werk als badmeesters? Filmregiseusse Judith van Leeuwen wilde de bademeisters vastleggen zonder een expliciet oordeel te geven. ‘Ze spelen een spel, het is een initiatieritueel waarbij de vraag is hoe zij zich eigenlijk tot de badgasten verhouden: zijn zij er voor de badgasten of zijn de badgasten eigenlijk pionnen in hun spel?’ Lees verder >>

Vacature: doctoraatsbursaal ‘Taal en tewerkstelling’, Universiteit Gent

Onderzoeksgroep MULTIPLES (Research Centre for Multilingual Practices and Language Learning in Society) is op zoek naar een doctoraatsstudent die zal worden aangesteld op het project “Taal en tewerkstelling. Een sociolinguïstisch-etnografische studie van de activering van anderstalige werkzoekenden in Vlaanderen”, gefinancierd door het Bijzonder Onderzoeksfonds van de Universiteit Gent.

Lees verder >>

Nederlands als wetenschapstaal in de zestiende eeuw

Door Cora van de Poppe

simonstevinRecentelijk was in het nieuws veel aandacht voor de opmars van Engels in het wetenschappelijk onderwijs. Het merendeel van alle studies aan Nederlandse universiteiten wordt inmiddels al in het Engels gedoceerd. Deze trend wordt niet door iedereen met blijdschap ontvangen; de Taalunieraad pleit bijvoorbeeld juist voor een sterke positie van het Nederlands in het onderwijs, vanuit de gedachte dat iedereen toegang moet houden tot wetenschappelijke kennis en inzichten. Dit soort debatten over de rol van de moedertaal in het onderwijs zijn niet nieuw; al in de zestiende eeuw werd gediscussieerd over de rol van het Nederlands in het onderwijs en was men bevreesd voor de smet die buitenlandse talen op de moedertaal zouden aanbrengen.

De zestiende eeuw was op talig gebied een dynamische periode: het Latijnse taalmonopolie was reeds aangetast, de volkstaal breidde zich uit naar nieuwe domeinen, zoals de administratie en de kerk, en binnen deze volkstaal maakten Middelnederlandse taaleigenschappen plaats voor nieuwe manieren om woorden en zinnen vorm te geven. In deze dynamische taalsituatie sprak onder meer de renaissance-wetenschapper Simon Stevin (1548-1620) zich uit voor het gebruik van de volkstaal in wetenschappelijk onderwijs en wetenschappelijke publicaties. Lees verder >>

Waarom praten sommige mensen op een manier of ze een hete aardappel in hun mond hebben

Onverwachte taalvragen aan de wetenschapsagenda (20)

Door Marc van Oostendorp

aardappelHet geldt in het Nederlands niet als aanbeveling om in je taal te laten horen dat je veel geld hebt. Zou je in andere talen ook een licht smalende uitdrukking hebben zoals met een hete aardappel in de keel praten?

Wat die uitdrukking precies betekent, valt dan weer moeilijk te definiëren. Het is een beetje als met een variatie op een bekende definitie van porno: je herkent het als je het hoort. De volgende vragensteller aan de Nationale Wetenschapsagenda gebruikt er overigens nog een andere bekende term voor (‘bekakt’), maar ook een definitie die ik nog niet kende:

Waarom praten sommige mensen op een manier of ze een hete aardappel in hun mond hebben (in de volksmond…….bekakt praten) ze slikken dan als het ware de letter R in. Je hoort het vaak bij studenten. Ik zag op tv een aantal studenten die allemaal dezelfde uitspraak hadden , vandaar mijn vraag

Lees verder >>

Hoe nuttig is sociolinguïstiek?

Door Marc van Oostendorp

Sociolinguistic Research. Application and impactDe moderne wetenschapper doet geen dingen meer die nuttig zijn, maar alleen nog dingen met impact. In ieder geval de westerse wereld heeft dat begrip de afgelopen jaren stormenderwijs veroverd. Je kunt geen onderzoeksproject meer beginnen zonder dat je eerst hebt uiteengezet wat de impact ervan zal zijn.

Hoewel het begrip al enige tijd bestaat, is er in de meeste geesteswetenschappen nog nauwelijks discussie over wat impact eigenlijk precies kan betekenen. In nwo-aanvragen krabbel je wat neer, maar ik geloof niet dat ik ooit ergens een serieuze discussie heb meegemaakt of een goede beschouwing heb gelezen over wat voor impact wij eigenlijk zelfs maar zouden willen hebben.

Met het door hen geredigeerde boek Sociolinguistic Research. Application and impact willen de Britse sociolinguïsten Robert Lawson en Dave Sayers daar voor hun eigen vak iets aan veranderen.  Lees verder >>

PhD Candidate, “Linguistic inequality within VMBO classes in a Dutch peripheral area (province of Limburg)” at the Faculty of Arts and Social Sciences, Department Literature and Art, Maastricht University, 1.00 fte, 3 years

Applicants are invited for a 3 year PhD position within the project “Language culture in Limburg”. The project is funded by NWO.
Reference number: AT2016.109

Research project

“Linguistic inequality within VMBO classes in a Dutch peripheral area (province of Limburg)” Lees verder >>

PhD Candidate “Multilingualism at the work place: the use of Dutch and German in the Meuse-Rhine Euregion” 1.00 fte

ITEM is an initiative developed by the interfaculty Maastricht Centre for Citizenship, Migration and Development (MACIMIDE), in cooperation with the province of Limburg and the municipality of Maastricht as part of the “Limburg Knowledge/Axis” cooperation. The aim of this PhD project is to examine good and bad practices in intercultural communication at the multilingual workplace in cross-border mobility between Limburg and North-Rhine Westphalia. In this type of mobility, individuals and groups can choose in their interactions at the workplace between (i) the national language of the other which is German or Dutch, (ii) code-mixing between Dutch and German (iii) English as a lingua franca, (iv) dialect that is spoken throughout this Euregion and (v) a lingua receptive which is a mode of multilingual communication in which speakers employ a language (variety) different from their partner(s) but still are able to understand each other.

The proposed PhD project will observe daily linguistic practices at work places, using classic sociolinguistic and ethnographic methods with audio- and self-recordings and qualitative semi-structured interviews. In addition, the project will explore how the findings can be incorporated in a large-scale quantitative survey conducted by Statistics Netherlands (SN) to assess the impact of (un)successful language interactions on social participation and trust.

Lees verder >>

PhD Candidate “Multilingualism at the work place: the use of Dutch and German in the Meuse-Rhine Euregion” 1.00 fte

Arbeidsvoorwaarden

Standplaats: Minderbroedersberg, Maastricht, Limburg
Dienstverband: Tijdelijk contract / Tijdelijke opdracht
Uren per week: 38 uur
Salarisindicatie: € 2174 – € 2799 per maand
Opleidingsniveau: WO

Research projectITEM is an initiative developed by the interfaculty Maastricht Centre for Citizenship, Migration and Development (MACIMIDE), in cooperation with the province of Limburg and the municipality of Maastricht as part of the “Limburg …

Functieomschrijving

Research project
ITEM is an initiative developed by the interfaculty Maastricht Centre for Citizenship, Migration and Development (MACIMIDE), in cooperation with the province of Limburg and the municipality of Maastricht as part of the “Limburg Knowledge/Axis” cooperation. The aim of this PhD project is to examine good and bad practices in intercultural communication at the multilingual workplace in cross-border mobility between Limburg and North-Rhine Westphalia. In this type of mobility, individuals and groups can choose in their interactions at the workplace between (i) the national language of the other which is German or Dutch, (ii) code-mixing between Dutch and German (iii) English as a lingua franca, (iv) dialect that is spoken throughout this Euregion and (v) a lingua receptive which is a mode of multilingual communication in which speakers employ a language (variety) different from their partner(s) but still are able to understand each other.

The proposed PhD project will observe daily linguistic practices at work places, using classic sociolinguistic and ethnographic methods with audio- and self-recordings and qualitative semi-structured interviews. In addition, the project will explore how the findings can be incorporated in a large-scale quantitative survey conducted by Statistics Netherlands (SN) to assess the impact of (un)successful language interactions on social participation and trust.

Lees verder >>

Mislukt gesprek

Door Leonie Cornips

Ik was nieuwsgierig om te weten hoe bewoners in een verzorgingstehuis in de Randstad gebruik maken van dialect (plat Haags, Rotterdams of Amsterdams) in hun interactie met elkaar en met de staf. Sophie Martini, studente Taalwetenschappen in Leiden, voerde een onderzoek uit in een klein tehuis. Al snel blijkt dat de bewoners geen opvallende lokale talige elementen gebruiken en hoe dan ook nauwelijks met elkaar spreken. Juist in dit tehuis zijn veel bewoners hardhorend en ondervinden zij moeite om te spreken; vooral de staf is aan het woord. Maar hoe leg je aan een bewoner met gehoorproblemen uit dat er iets gaat veranderen aan de zorg die ze ontvangt? Sophie was getuige van een volkomen mislukt gesprek tussen een staflid en een bewoonster. 

Op een middag speelt Sophie scrabble in de gemeenschappelijke zaal (eet-, speel- en bezoekerszaal bij de receptie) met bewoners aan een tafeltje. De opnamerecorder ligt voor haar. Naast haar spelen twee vrouwen Rummikub. Aan de overkant van de gang probeert een staflid Betty (B) aan mevrouw de Graaf (G) (de namen zijn fictief) nieuwe regels uit te leggen over huishoudelijke hulp. Het gesprek tussen B. en G. is duidelijk hoorbaar voor iedereen in de zaal hoewel het gesprek best wel privé is: hoe wil G. haar huishoudelijke hulp inrichten en betalen aangezien sommige diensten niet langer in het standaardpakket zitten zoals haar bed verschonen en het huisvuil ophalen. Die taken nemen drie minuten per dag in beslag – dat is 21 minuten per week – en vijftien minuten extra kost 7,85 euro. Een gek bedrag! Die boodschap probeert B. over te dragen. 

Lees verder >>

Vacature Postdoc Taalpolitiek in meertalige scholen, ULB Brussel.

The Langues et Discours research centre of the Université Libre de Bruxelles (ULB) is looking for a postdoctoral researcher to work on “Between the devil and the deep blue sea. Implementing language policy in urban heteroglossic schools”, a new project funded by the Belgian Fund for Scientific Research (FNRS).
Project description: The project sets out to investigate how teachers implement monolingual policies in distinctly heteroglossic urban schools. Its goals are to investigate how teachers articulate a monolingual policy, to what extent and in what way teachers are responsive to linguistic diversity, and which conditions facilitate either of these realisations. These questions will be explored in four Belgian secondary schools. Data have already been collected for two of these schools by the project promotor. These data will be revisited and compared with new data to be collected by the postdoctoral researcher through ethnographic fieldwork in one or two secondary schools in Brussels (French- and Dutch-medium), depending on the applicant’s command of Dutch and/or French.

De Turks-Marokkaanse z

Door Marc van Oostendorp



Dankzij het werk van Linda van Meel, die op 15 maart in Nijmegen promoveert, weten we nu alweer wat meer over de Marokkaanse z. Bijvoorbeeld dat hij net zo goed door Turken wordt gebruikt.

Van Meel was promovenda in een groter project over het ontstaan van zogenoemde etnolecten – variëteiten van een taal die gebruikt worden door moedertaalsprekers die een bepaalde etnische achtergrond hebben en deze achtergrond ook in hun taalgebruik tot uiting laten komen, zoals dialecten variëteiten zijn van mensen uit een bepaald geografisch gebied en sociolecten variëteiten van mensen uit een bepaalde sociale groep (de middenklasse; de vrouwen; de hoogopgeleiden).

In het project werden Turkse, Marokkaanse én ‘witte’ jongeren opgenomen die met elkaar spraken in verschillende samenstelling. Van Meel richtte haar onderzoek vooral op enkele klanken zoals de tweeklank ei en de klinkers aa en ah. En dus die z.

Ik denk dat de meeste Nederlanders en Vlamingen zich wel iets kunnen voorstellen bij de Marokkaanse z.
Lees verder >>

Call for Papers Taal & Tongvalsymposium

Taal & Tongval: Language Variation in the Low Countries is a peer-reviewed journal devoted to the study of language variation in the Dutch language area, which organizes an annual one-day colloquium on a current topic in the study of language variation. The theme of the 2016 edition is “Vernacular vitalities: old-school dialects, contemporary koines and new urban speech styles”. It will take place at the Royal Academy for Dutch Language and Literature (KANTL) in Ghent on 25 November 2016.

In much of Western Europe, the last five to six decades are generally seen as the era of pervasive dialect levelling and dialect shift, processes that are taking place with varying intensity and speed, on account of the ever-encroaching impact of linguistic standardization, intensified communication and increased geographical and social mobility in modern nation-states (Hinskens, Auer & Kerswill 2005; Vandekerckhove 2009). At the same time, there are more and more signs that dialect death and attrition are counterbalanced by a range of processes pointing to the vitality rather than the obsolescence of vernacular language forms:

Lees verder >>

Call for papers Sociolinguistics Circle 3 – Radboud University Nijmegen – April 15th 2016

Sociolinguistics Circle & meeting description
The Sociolinguistics Circle is an annual one day conference organised by a group of scholars working in the Low Countries (their names are appended below). The aim of the conference is to convene students and researchers of language variation, sociolinguistics and linguistic anthropology/ethnography who have (some) connection to the Low Countries.
Particular emphasis is put on student participation: the conference is open to researchers of all levels, and this year we warmly invite BA & MA-students to submit their work. Students who wish to discuss work in progress can submit their work for poster presentation
After successful editions in Groningen and Ghent, we are happy to announce that the third edition will be hosted by the Centre for Language Studies of the Radboud University Nijmegen.

Ooggetuigeverslag van de sociolinguïstiek

Door Marc van Oostendorp


Afgelopen zomer ging een van de interessantste taalwetenschappers van onze tijd met pensioen. Vorige week werd hij dan ook 88: William Labov.  Vijftig jaar geleden – zijn proefschrift verscheen in 1966 als boek – heeft hij een enorme zwaai aan de taalwetenschap gegeven doordat hij liet zien dat niet iedere persoon net weer wat anders spreekt dan de ander, en dat iedere persoon ook in iedere omstandigheid weer net wat anders spreekt dan in de andere, maar dat er in die schijnbare chaos een fraaie orde zit, die je er met de juiste statistische technieken uit tevoorschijn kunt toveren. Zo werd de zogeheden variationele sociolinguïstiek geboren. (Ik schreef er vorig jaar een serietje over hier op Neder-L.)

Dat Labov bijna 90 is betekent dat zijn eerste generatie promovendi inmiddels ook al de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt. En dat betekent weer dat er zoetjesaan teruggekeken gaat worden. Zoals in het nieuwe boek Making waves waarin de bekende Canadese sociolinguïste Sali Tagliamonte een soort ooggetuigeverslag geeft van de ontwikkelingen in het vak van de afgelopen 50 jaar.

Lees verder >>

Leidse corpsstuko

Door Leonie Cornips

Het universitaire leven is weer begonnen. Verse studenten dwalen door hun universiteit en stad en proberen zich aan het nieuwe aan te passen, ook in hun manier van spreken. Het woord ‘student’ roept veel stereotyperingen op. Een KNO-arts werkzaam bij het VU Medisch Centrum vertelde dit jaar in de Volkskrant: ‘Ik zie veel stemproblemen bij studerende vrouwen van begin twintig. Ik kan niet bewijzen dat het door het verenigingsleven komt, daar vragen we niet standaard naar, maar het is een herkenbare populatie. Ze zijn hees na het stappen of hebben helemaal geen stem als ze opstaan.’ Auteurs die over het studentenleven in het verleden schreven, typeerden de student als iemand die veel tijd besteedde ‘aan tabak, wijn, aan de jol, maar ook aan het dispuut, doch minder aan de colleges’ of ‘feesten, slempen, vrijen, uitslapen, en tussen de bedrijven door een beetje studeren’.

Voor haar stage aan het Meertens Instituut heeft Tess van der Zanden (Universiteit Leiden) onderzoek verricht naar hoe studenten, die in Leiden lid zijn van de vijf grootste studentenverenigingen (Minerva, Augustinus, SSR, Catena, Quintus), spreken en hoe zij zelf hun manier van spreken omschrijven. Ze heeft in het bijzonder gekeken naar studenten die corpsleden zijn. Minerva is het oudste en meest elitaire studentencorps, telt 1600 leden en is voor iedere student toegankelijk. Dat was vroeger nogal anders omdat de kosten van lidmaatschap voor velen te hoog waren. Minerva staat bekend als een ontmoetingsplaats voor adel en patriciaat omdat leden van het koningshuis – Beatrix en Willem-Alexander – corpslid waren. In 2015 blijkt uit een onderzoek van NRC Handelsbladonder 189 Nederlandse topbestuurders dat nagenoeg een derde van hen lid is geweest van een studentencorps, waaronder velen van Minerva.

Lees verder >>