Tag: sociolinguïstiek

Op z’n hondjes

Samson leest een boek. Vindt ie moeilijk.

Door Lauren Fonteyn

Het is voor een Vlaming in Nederland vaak toch een beetje alsof je op een andere planeet bent. Zo is het hier bijvoorbeeld niet de gewoonte om je hand op te steken als je iets wil bijdragen tijdens een vergadering (je moet gewoon beginnen praten met vijf tegelijk en degene die het langst het luidst kan praten wint, denk ik). Maar laatst voelde ik me toch weer even dicht bij huis, toen er hier iemand over Albert Heijn begon, en ik zei: “Ten eerste t’is Albertooo”. Dat slaat natuurlijk nergens op voor iemand die niet opgegroeid is op de planeet Aarde met het legendarische kinderprogramma Samson & Gert. Gelukkig hebben veel Nederlanders toch tenminste dàt met me gemeen.

Lees verder >>

Keukenstafels

Door Henk Wolf

Waar het Nederlands één woord keukentafel heeft, heeft het Fries er minimaal twee: keukentafel en keukenstafel. Die twee vormen zijn niet onderling uitwisselbaar.

Een keukentafel (zonder tussen-s en met de woordklemtoon op keuken) is een willekeurige tafel die in een keuken staat of die gemaakt is om in een keuken te staan. De Ikea en de Kwantum verkopen een heleboel van die keukentafels.

Lees verder >>

Waarom is er zo vaak maar één gesprekstaal?

Door Henk Wolf

Mensen hebben heel sterk de neiging zich aan elkaar aan te passen. De populaire psychologie noemt dat spiegelen, in de taalsociologie wordt het vaak accommoderen genoemd.

Dat aanpassen doen we op talloze manieren: mensen nemen dezelfde lichaamshouding aan, zoeken een vergelijkbaar spreekvolume, nemen woorden van elkaar over enzovoort. Bijna iedereen heeft vermoedelijk weleens het experimentje gedaan waarbij-d-ie een andere houding aannam en constateerde dat z’n gesprekspartner die houding met een kleine vertraging overnam.

Zulk aanpassen, ook al gebeurt het grotendeels onbewust, is een sociaal signaal. Het geeft de gesprekspartner aan dat je je best doet om het gesprek harmonieus te laten verlopen, dat je van goede wil bent, dat je de ander welgezind bent. Wie zich op een opvallende manier niet aan de ander aanpast, kan daarmee te kennen geven dat er in de verhouding iets mis is, bijvoorbeeld bij een emotionele discussie of in een situatie waarin machtsverhoudingen boven goede betrekkingen gaan.

Lees verder >>

Wat betekent een zachte g?

Door Marc van Oostendorp

Een zin betekent meestal heel veel dingen tegelijk. Hij heeft een letterlijke inhoud, maar door de manier waarop je hem zegt kunnen daar nog allerlei andere betekenislagen aan worden toegevoegd. Wanneer iemand ‘Ik heb geen broers’ zegt met een zachte g, zegt hij niet alleen ‘mijn ouders hebben geen andere mannelijke kinderen gekregen die nog in leven zijn’, maar ook: ‘ik kom uit het zuiden’, en dat betekent op zijn beurt voor sommige hoorders: ‘ik ben een levensgenieter’.

Hoe verhouden die betekenissen zich tot elkaar? Daarover gaat een artikel van de Canadese taalkundige Ai Taniguchi dat sinds kort op internet circuleert. Taniguchi is een semanticus – een taalkundige die betekenis bestudeert. Meestal gaat dat niet om het soort betekenis dat de zachte g uitdrukt (sociale betekenis), maar de semantiek bloeit als weinig andere taalkundige subdisciplines en ieder bloeiend vak heeft de neiging om imperialistisch te zijn en te laten zien hoe de eigen methoden ook elders werken. En zo wil men dus nu ook de sociale betekenis claimen. Eerder besprak ik al een artikel van Heather Burnett in deze richting.

Lees verder >>

Hij mag ook geen döner, dan lijkt hij teveel op een Turk

Door Marc van Oostendorp

Wat doe je als je in Venlo woont, je doet vmbo-basis en ze je een kut-Marokkaan noemen? Dan neem je dat label en je speelt ermee.

In een nieuw artikel in het Journal of Sociolinguistics legt de Maastrichtse onderzoeker Pomme van de Weerd uit hoe dat gaat. Honderden uren heeft ze op die vmbo in Venlo doorgebracht en ze voerde vele gesprekken met leerlingen van het basistrack (dat als het ‘laagste’ wordt beschouwd, :”Vergeet niet wij zijn basis!” roepen de leerlingen soms als ze vinden dat een docent te veel van ze vraagt.)

Lees verder >>

Leenwoorden uitspreken: je eigen keuze

Door Marc van Oostendorp

Sommige taalonderwerpen lijkt iedereen interessant te vinden, behalve de taalkundige. Leenwoorden zijn daar een voorbeeld van: begin in een volle bus een gesprek over taal, en binnen de kortste keren worden leenwoorden daarin genoemd; maar heel veel taalwetenschappelijk onderzoek is er niet naar dat verschijnsel.

Het boek Borrowing van de Canadese taalkundige Shana Poplack is daarom een welkome aanwinst in de literatuur. In het boek beschrijft Poplack uitgebreid haar onderzoek naar hoe woorden uit de ene taal in een andere taal worden overgenomen en hoe zo’n ‘vreemd’ woord gaandeweg integreert – in de taal zelf en in de taalgemeenschap.

Een fascinerend hoofdstuk is bijvoorbeeld dat over de uitspraak van leenwoorden. Als een woord lang genoeg gebruikt wordt, gaat de uitspraak zich vanzelf aanpassen aan de nieuwe taal. In het Nederlands spreekt niemand computer nog op zijn Engels uit, met een Engelse p of een Engelse t. Als je dat wel doet, klink je enorm aanstellerig en eigenlijk alsof je niet weet hoe het hoort. Voor nieuwere leenwoorden is dat niet altijd even duidelijk: ik geloof dat Whatsapp nog door veel mensen in mijn omgeving met een Engelse w wordt uitgesproken. Waar ligt de grens?

Lees verder >>

Benoeming Hans Van de Velde tot hoogleraar sociolinguïstiek, Utrecht

Hans Van de Velde (1969), sociolinguïstisch onderzoeker aan de Fryske Akademy, is met ingang van 1 mei 2019 benoemd tot hoogleraar sociolinguïstiek aan de Universiteit Utrecht. Het gaat om een reguliere leerstoel sociolinguïstiek, met bijzondere aandacht voor de taalvariëteiten in Fryslân.

Sinds eind 2014 is Van de Velde senior onderzoeker sociolinguïstiek bij de Fryske Akademy, waar hij ook lid is van het managementteam. Daarvoor was hij van 2002 tot 2014 docent-onderzoeker aan de Universiteit Utrecht. Lees verder >>

Talen zijn voor vrouwen

Door Marc van Oostendorp

Waarom leren echte mannen geen vreemde talen? Over die wonderlijke vraag gaat een nieuw artikel in het tijdschrift Group Processes and Intergroup Relations.  Althans, voor zover we willen aannemen dat Canadese echte mannen representatief zijn voor alle echte mannen én voor zover je een met allerlei empirisch onderzoek gestaafde verklaring dat echte mannen geen talen leren omdat ze dat iets voor vrouwen vinden, interessant vindt.

Ik zou echter dan willen weten: waarom vinden die mannen dat? Terwijl de auteurs lijken te denken: die mannen vinden dat omdat ze het leren van talen met vrouwelijkheid associëren. Bij mij thuis noemen we dat geen verklaring, maar een herformulering.

Misschien omdat ze zich niet echt in de uitgebreide sociolinguïstische literatuur over het fenomeen hebben verdiept, missen ze een aantal interessante connecties. Het lijkt mij in ieder geval niet zo maar een of andere toevalligheid, dat die Canadese echte mannen geen talen willen leren, iets dat ook net zo goed andersom had kunnen zijn. Lees verder >>

Dikpraatjes en burgerwetenschap

Door Marc van Oostendorp

Het eerste mannetje zegt ‘Ik moet wat kilo’s kwijt’. Wat is de rest van het gesprek?

Het is een minigenre, een gesprekvorm die over het algemeen al is afgelopen voor je met je ogen geknipperd hebt. Iemand zegt tegen iemand anders ‘Ik voel me zo dik’, of ‘Geeft die broek me geen dikke kont?’ en daar reageert de ander dan op (‘Ben je een haartje betoeterd!’). Fat talk wordt het door de deskundigen genoemd; dikpraatjes.

Het blijkt niet gemakkelijk te zijn om te onderzoeken, bijvoorbeeld omdat het zo kort duurt en over het algemeen nu ook niet echt gesprekken oplevert die de deelnemers zich nog lang heugen. Stel dat je wil weten wat voor antwoorden er nu zoal gegeven worden op zo’n opmerking over iemands BMI, wat doe je dan?

In een nieuw artikel in het Journal of Sociolinguistics gaan een aantal onderzoekers van de Universiteit van Arizona in op deze kwestie. Het artikel gaat dus niet zozeer over die dikpraatjes zelf (misschien is daar ook echt niet zo heel veel over te zeggen) als wel over een algemener probleem in de taalkunde: hoe weten we hoe het echt zit?  Lees verder >>

Doctoraatsbursaal Sociolinguïstiek aan de KU Leuven

Binnen de onderzoeksgroepen ‘Quantitative Lexicology and Variational Linguistics’ (QLVL) en ‘Multimodality, Interaction and Discourse’ (MIDI) van de faculteit Letteren zoeken wij (KU Leuven) een voltijdse junior onderzoeker (4 jaar) voor een nieuw onderzoeksproject gesteund door het FWO (Fonds Wetenschappelijk Onderzoek). De titel van het project is: “Eet je bord leeg en poets uw taal op! Variatie tussen standaardtaal en tussentaal in kindgericht taalgebruik aan de Vlaamse eettafel: een mixed-methods approach”.

Meer informatie op de website: https://www.kuleuven.be/personeel/jobsite/jobs/55090533

Bespottelijke vrouwen en de boerse Nederlandse taal

Door Marc van Oostendorp

Portret van W.F.G. Verhoeven in 1790 geschilderd door H.J. van den Nieuwenhuyzen (Stadsmuseum Mechelen). Bron: DBNL.

Dat samenlevingen soms overstappen op een andere taal, is bekend. Dat de meeste mensen dat een ongunstige ontwikkeling vinden eveneens. In zo’n geval rijst natuurlijk al snel de vraag: wiens schuld is dat eigenlijk? In de loop van de geschiedenis blijkt het antwoord daarop vaak  te zijn geweest: van de vrouwen. Ik ben de laatste tijd wat voorbeelden aan het verzamelen uit de Nederlandse literatuur.

Neem bijvoorbeeld de Oordeelkundige Verhandelingen op de noodzaekelijkheijd van het behouden der Nederduijtsche taele, en de noodige hervormingen in de scholen etc (1780) van de Mechelse lakenkoopman Willem Frans Gommaar Verhoeven (1738-1809), die zich in felle woorden tegen de ‘verfransching’ verzette en daarmee een voorloper werd van de politieke strijd voor het Nederlands die decennia na Verhoevens schotschrift pas echt zou losbarsten.

Volgens Verhoeven was die verandering te wijten aan vrouwen:

Hoe dikwijls hoort men die bespottelijke vrouwen niet zeggen dat er iets hards, plomps en boersch in de Nederlandsche taele is, dat de Franse zonder de ooren te stooren alles met eene zekere aengenaemheijd uijtdrukt; dat die taele voor de schoone kunne schijnt gemaekt te zijn, dat zij den grondhertogen tolk is van de minnarijen; en dat zij liever drij dagen met eenen Franschman door brengen als een uur met den welspreekendsten Nederlander.

Lees verder >>

Wat verraadt jouw taal over jou?

Friet, patat of petat. Je hebt maar één woord nodig om te horen of de persoon tegen wie je spreekt een Vlaming of een Nederlander is. Maar je woordgebruik en je uitspraak vertellen nog méér dan alleen je woonplaats. Hoe dat komt en hoe dat werkt legt sociolinguïst Rik Vosters je haarfijn uit. Extra uitdaging voor tijdens het kijken (lees: luisteren): raden jullie waar de haast accentloze professor vandaan komt?

(Bekijk deze video op YouTube.)

Methodoloog met een hart

Door Marc van Oostendorp

Volgens mij ken ik Roeland van Hout al meer dan 25 jaar. Ik was net begonnen als promovendus aan het Center for Language Studies – toen nog een samenwerking van de Tilburgse en de Nijmeegse universiteiten. Dat CLS had de lovenswaardige regel dat in de taalkunde gepromoveerden over álle takken van de taalwetenschap evenveel moesten weten als een in die richting afgestudeerde.

Ik moest daarom onder andere mijn sociolinguïstiek bijspijkeren.

Roeland heeft me daarin ingeleid, al weet ik niet meer precies wat ik moest doen. Ja, een boek van Labov lezen, geloof ik, maar ik weet niet eens meer welk boek dat dan was. Ik herinner me vooral het gesprek dat we hadden, de een beetje plagerige toon over het feit dat ik ‘generatieve fonologie’ ging doen, mijn een beetje plagerige toon over de taalvariatie in New York en Nijmegen. Lees verder >>

Leven als een prescriptivist in Frankrijk

Door Marc van Oostendorp

Grapje op Twitter over de rampzalige gevolgen voor de communicatie van de spellingverandering. Het grapje klopt niet, want de spelling van sûr verandert niet.

Het is maar goed dat Neerlandistiek een blog is, zo kan ik jullie tenminste in real time op de hoogte houden van de nieuwste voortschrijdingen in mijn inzicht. Ik had het stukje van gisteren nog niet geschreven, of er diende zich alweer een nieuw artikel aan, dat een nieuw licht wierp op de zaak. En wel een Frans licht.

Waar komen taalnormen vandaan? Een wat simpele versie zegt: van de machthebbers. Dat het standaard-Nederlands meer lijkt op Hollands dan op Limburgs komt doordat Holland al eeuwen lang een politiek-cultureel centrum van de Lage Landen is. “Netjes praten” is praten als de baas.

Gisteren besprak ik een artikel waaruit al bleek dat het iets ingewikkelder is. Zo’n norm kan oorspronkelijk van hogerhand komen, maar op zeker moment kan hij in handen vallen van wat Geoff Nunberg treffend pedanten noemt. Dat zijn mensen die helemaal niet zelf per se macht hebben, maar wel kennis hebben van hoe het bijvoorbeeld ‘vroeger’ was (dus hoe de rijken van vroeger het wilden) en die nu iedereen lastig beginnen te vallen die zich daar niet aan houdt. Met als gevolg dat taaladviesboeken adviseren om niet te doen wat die betweters afkeuren. Lees verder >>

Explaining variation, predicting change

A symposium in honour of Roeland van Hout

Friday, 21 September 2018 – Radboud University Nijmegen, Faculty Club Huize Heyendaal

Aim

On account of Roeland van Hout’s 66th birthday and valedictory lecture, we devote a mini-symposium to two key topics in (socio) linguistics which are near and dear to his heart. Four regular papers and a keynote presentation by Sali Tagliamonte (University of Toronto) illustrate the amazing variety of domains Roeland is active in under the umbrella of language variation and change. As a consequence, the variation to be explained also pertains to Roeland’s research interests, while the change to be predicted also relates to how we can ensure that the seeds Roeland has sown continue to grow: how can we make the most of Roeland’s intellectual legacy? Lees verder >>

Mensen plaatsen zichzelf met taal in de wereld

Door Marc van Oostendorp

“Aan deze ‘intellectuele autobiografie’ schrijven,” zegt de beroemde sociolinguïste Penelope (Penny) Eckert (1942) in het nawoord bij haar Meaning and Linguistic Variation, (Betekenis en taalvariatie) “was een ongemakkelijke oefening. Soms voelde ik me ongelooflijk arrogant, en op andere momenten dacht ik dat ik mezelf voor schut zette.”

Het heeft een interessant, wonderlijk boek opgeleverd. Ik ken eigenlijk geen voorbeelden van het hier beoefende genre: het boek bevat de tekst van enkele van Eckerts gepubliceerde werk, zowel een paar bekende artikelen als ook wat publicaties (inleidingen bij bundels, bijdragen aan feestbundels) die niet zo bekend zijn maar achteraf juist heel duidelijk hebben laten zien waar Eckert voor stond. Maar het bijzondere is: minstens even veel tekst heeft de auteur nu geschreven, om te laten zien hoe ze van onderzoeker van het ene onderwerp naar het andere reisde – hoe ze van een betrekkelijk traditionele dialectologische studie over een dorp in Gascogne ze uiteindelijk het centrum werd van een beweging in de taalkunde – door haarzelf de Third Wave genoemd.

Je komt daardoor niet alleen iets te weten over de belangrijkste intellectuele resultaten van de auteur, maar ook bijvoorbeeld over haar onzekerheden. Lees verder >>

Amsterdamse eettentjes gebruiken nog minder Nederlands dan Chinees

Door Lisanne Voges, Mindy McCracken, Samah Rameh, Sopio Totibadze en Dick Smakman

Viswinkeletage in Den Haag

Geschreven taalgebruik in de publieke ruimte, zoals in reclame-uitingen en officiëlere mededelingen aan het publiek, is een interessant onderwerp van studie. Dit zogenaamde linguistic landscape – vrij vertaald ‘taallandschap’ – zegt veel over de status en de positie van het Nederlands met betrekking tot andere talen. Zowel de overheid als winkeliers en andere mensen die taal in de publieke ruimte produceren doen dit op basis van aannames over de taalvaardigheid en de informatiebehoeftes van het voorbijlopend publiek. Vooral in binnensteden zijn deze taaluitingen erg interessant, omdat op die plekken veel verschillen talen bij elkaar komen. Dit hebben wij onderzocht in drie grote steden in Nederland: Rotterdam, Den Haag en Amsterdam.

Eettentjes

Specifiek richtten we ons op de taal die gebruikt wordt om allerlei lekkernijen aan te prijzen in de etalages van eettentjes; van zelfgemaakte Griekse zoetigheden en pedisse Turkse pizza’s tot Chinese thee en Hollandse bitterballen. Voedsel is bij uitstek een cultuuraspect dat tot de verbeelding spreekt en op smakelijke wijze uitdrukking geeft aan de rol van niet-Nederlandse talen en culturen in Nederland. Lees verder >>

I’m, like, the avant garde of language

Door Marc van Oostendorp

Waar komt een taalverandering vandaan? Wie zijn er verantwoordelijk voor het feit dat mensen een tijdje geleden ik heb zoiets van zeiden? Wat voor mensen kwamen daar het meest mee aanzetten?

Gebruik van ‘to be like’ door mensen in Philadelphia. De verschillende symbolen geven verschillende leeftijdscategorieën aan. De x-as zijn de jaren waarin de sociolinguïsten van Labov interviews hielden. De y-as geeft het percentage aan waarmee ‘quotatieven’ de vorm ‘to be like’ hebben (in plaats van bijvoorbeeld ‘to say’)

Er zijn weinig mensen die zoveel hebben bijgedragen aan onze kennis van taalverandering als William Labov. Negentig jaar oud is hij inmiddels en onlangs publiceerde hij weer een artikel <€> dat precies over deze vraag ging, zij het dan toegespitst op de introductie van to be like (“I was like, ‘How can you do that?’) in de Amerikaanse stad Philadelphia, waar hij al vele decennia woont, werkt en de taal observeert.

To be like is een nog veel succesvollere tegenhanger van ‘zoiets hebben van’. Waar die laatste constructie misschien wel weer op zijn retour is, heeft ‘to be like’ stevig voet aan de voet gezet. Het werd voor het eerst genoteerd in een taalkundig artikel in 1982, en in hetzelfde jaar gebruikte Frank Zappa het in een liedje: Lees verder >>

Zwart-wit? Oftewel: onderwijzen door te polariseren?

Door Frans Hinskens

Zoals de meesten die wel eens iets publiceren vind ik het leuk wanneer mijn werk door collega’s aangehaald wordt; het is niet onopgemerkt gebleven. Als er kritische noten gekraakt worden denk ik soms: ik had het misschien helderder moeten opschrijven. Of: kennelijk had ik ergens overheen gekeken. Bij onterechte kritiek denk ik meestal: hij of zij heeft het niet goed gelezen – maar daar heb ik mezelf vast ook wel eens aan bezondigd. En dan ga ik maar weer over tot de orde van de dag.

Als je werk onjuist wordt voorgesteld in een leerboek wordt het een andere zaak. De meeste studenten zullen niet de tijd kunnen nemen om een studie die bekritiseerd wordt op te sporen om na te gaan of de kritiek terecht was. Voor zover de bekritiseerde studie in het geheugen opgeslagen wordt, gebeurt dat in het vakje ‘zo hoort het niet’.

In de vorig najaar verschenen, onvolprezen bundel De vele gezichten van het Nederlands van Vlaanderen, geredigeerd door Gert de Sutter (Leuven/Den Haag: Acco), staan uitstekend gedocumenteerde en toegankelijke overzichten van een scala aan aspecten van de complexe Vlaamse taalsituatie, geschreven door maar liefst 17 experts. Lees verder >>

Hun gebruiken expres een rare spelling op Twitter

Door Marc van Oostendorp

Vorige week vierde Dany Jaspers zijn zestigste verjaardag. Jaspers is een van de erudietste, een van de slimste én een van de aardigste taalkundigen van het Nederlandse taalgebied. Het is dus volkomen terecht dat zijn collega’s een Festsite voor hem hebben gemaakt. Hoe aardig en hoe erudiet hij is blijkt al uit de enorme diversiteit aan geleerden die hebben bijgedragen: van de letterkundige Elke Brems tot en met de semanticus Pieter Seuren; van de syntacticus Noam Chomsky tot en met de dialectoloog Jan Goossens.

Een mooie bijdrage aan de site komt van de Nijmeegse sociolinguïst Stefan Grondelaers, en gaat over het maatschappelijk meest controversiële van alle taalkundige onderwerpen, de Zwarte Piet van de Nederlandse taal: hun als onderwerp: “Als je zo speelt, krijgen hun natuurlijk altijd kansen.” In Vlaanderen komt het niet voor, maar in Nederland is het al in 1911 voor het eerst geobserveerd en ondanks de redeloze woede die het in sommige kringen oproept, wordt het steeds meer gebruikt.  Lees verder >>

Spelen met de Marokkaanse ‘sj’

Door Marc van Oostendorp

Een van de eigenaardigheden van het moderne Gouds is dat je ‘sjchoon’ zegt in plaats van ‘schoon’. Dat blijkt uit een nieuw artikel van Khalid Mourigh in Nederlandse taalkunde.

Dat Gouds wordt dan wel alleen (of overwegend) gesproken door jonge Marokkanen in Gouda. Als Mourigh aan een aantal van hen vraagt ‘wat is (…) typisch Gouds?’, dan komen zij met dit voorbeeld. De Marokkanen zijn dan ook een vrij grote groep in Gouda: ze vormen ongeveer 10% van de bevolking, in geen enkele andere Nederlandse stad ligt dat percentage hoger. Die sj gebruiken Marokkaanse Nederlanders buiten Gouda ook, maar kennelijk staat noch het feit dat er veel Goudenaren zijn zonder Marokkaanse wortels noch veel Marokkanen zonder band met Gouda in de weg dat het verschijnsel als ‘typisch Gouds’ kan worden ervaren. Lees verder >>

Erbij horen of niet?

Door Lotte Thissen

“Waar kom je vandaan?” Wie deze vraag te horen krijgt, wordt gezien en bestempeld als ‘anders’ of afwijkend van een bepaalde norm. Mijn etnografische onderzoek in de Limburgse stad Roermond ontmoedigt de vraag “waar kom je vandaan?” en termen als ‘autochtoon’ en ‘allochtoon’.

De provincie Limburg wordt vaak geassocieerd met carnaval, katholieken en het gebruik van dialect en de zachte g. Mijn studie naar dagelijkse taalpraktijken van mensen in Roermond laat echter zien dat ‘de provincie’, net als de Randstad, een gebied is waar meertaligheid en culturele diversiteit bestaat. In Roermond vinden er interessante ontmoetingen en combinaties plaats tussen sprekers van wat we zien als dialect, Nederlands, een mondiale taal als Engels en migratie- en mobiliteitstalen als Arabisch en Turks. Daarbij is er een groot verschil tussen wat mensen zeggen dat ze doen en wat zij in werkelijkheid doen; de mede-eigenaar van een supermarkt vond dat het voor hem, als Turk, blöd is om plat (dialect) te praten, maar tijdens mijn veldwerk heb ik hem dagelijks dialect horen spreken met klanten, naast allerlei andere talen. Lees verder >>

Nieuwjaarsboodschap Taalunie

Door Leonie Cornips

Onder de ‘beste-wensen’-boodschappen kreeg ik ook de nieuwjaarsfolder Tal van Talen. In en Om het Nederlands van de Taalunie onder ogen. De folder visualiseert en verwoordt de boodschap van de Taalunie anno 2018: Nederland en België is rijk aan variatie en meertaligheid. De strip op de voorkant van de folder bevat noodgedwongen een dosis versimpeling in de poging om de complexiteiten van taalvariatie en meertaligheid als een soort netwerk van knooppunten in kaart te brengen. Meer precies beeldt de strip uit dat talen aan plekken en zelfs heel expliciet aan gebouwen in Nederland en België verankerd zijn. Lees verder >>