Tag: sociale_media

Neder-L op de sociale media

Niet iedereen weet het, maar je kunt Neder-L lezen op ons weblog, of ervoor kiezen om iedere dag alle berichten via e-mail te krijgen. Een abonnement kun je krijgen door je mailadres in te vullen in het juiste veld in de rechterkolom op het weblog.

Je kunt Neder-L ook volgen via Twitter en Facebook. Bovendien hebben we een YouTube-speellijst met voor neerlandici interessante video’s.

Dit alles wordt uit liefde voor de taal gemaakt en is geheel en al gratis.

What if I told you that I work at Het Bureau

Door Marc van Oostendorp


LolNeerlandistiek

Gisteren had het Meertens Instituut hoog bezoek: Bob Kennedy kwam langs! Bob is niet alleen een specialist op het gebied van de fonologie van Amerikaanse dialecten en van reduplicatie in het Sanskriet, maar ook de beheerder van de populaire Facebook-groep LolPhonology

Bob maakt daar internet-memes, de grappige combinaties van plaatjes en tekst, maar dan specifiek over fonologische onderwerpen. Je ziet een plaatje van de tv-schilder Bob Ross, die zegt: “There you are, that’s a happy inventory, let’s put a voicing contrast for all you happy little plosives.” En: “Whoops, too much supraglottal pressure for that voiced velar… let’s just make you a fricative. There you are, a happy little velar fricative.”

Ja, het werkt alleen als je weet wie Bob Ross is én wat een velar fricative is. Het is een niche.


Lees verder >>

Hoitjes

Door Marc van Oostendorp


De ontwikkelingen gaan razendsnel aan de cafétoog van de maatschappij die Twitter heet. Het ene moment tuimelen de tweets nog over mekaar die de vraag behandelen wie er allemaal Geert is, en het volgende moment duikt er ineens een nieuw berichtje op waar dán iedereen zich weer op stort:

Je kunt heel veel commentaren op het woord hoitjes vinden. Ze zijn bijna allemaal afkeurend.

Lees verder >>

Steeds meer te eenvoudige uitleg

Door Marc van Oostendorp


Ik heb een collega die het niet goed vindt wat ik hier doe. Ik leg de zaken te eenvoudig uit, vindt hij. Het is juist zaak de mensen duidelijk te maken dat alles veel ingewikkelder is dan ze denken, niet om ze te vereenvoudigen.

Het is een bekend probleem, misschien vooral in de geesteswetenschappen. Ik heb het ooit Ringbaums dilemma genoemd, naar een personage in de roman Changing Places van David Lodge. In die roman komt een letterkundige voor die Ringbaum heet en enorm eerzuchtig is. Nu moet hij meedoen aan een spelletje waarin je punten kunt winnen door boeken te noemen die jij nooit gelezen hebt en zoveel mogelijk andere deelnemers aan het spel wel. Ringbaum raakt hierdoor enorm met zichzelf in de knoop. Wanneer hij toegeeft een klassieker niet gelezen te hebben, kan hij veel punten winnen en bevredigt zo zijn eerzucht; maar tegelijkertijd staat hij te kijk als een ongeletterde.

Lees verder >>

I am soooo happy!

‘Emotionele besmetting’ op Facebook
Door Marc van Oostendorp


Misschien gaan jullie nu ook wel van Facebook af: want dat bedrijf heeft zonder dat we het weten een grootscheepse taalproef met ons gedaan! Het is in het nieuws gekomen als een experiment naar ‘emotionele besmetting‘, maar het gaat feitelijk over woordjes. En ik denk dat Facebook met het experiment vooral een bak geld in het water heeft gegooid.

Wat was er aan de hand? Van ongeveer zeshonderdduizend (Engelstalige) gebruikers werd een tijdlang de zogeheten timeline gefilterd, de lijst met berichten van hun vrienden. Bij sommige mensen werden positieve berichten weggelaten, bij andere negatieve. Een positief bericht was daarbij een bericht met ‘positieve’ woorden: ‘I am happy’ is bijvoorbeeld een positief bericht omdat het woord happy positief is. Mensen met meer positieve berichten van vrienden bleken ook (iets) meer positieve woorden te gebruiken; en mutatis mutandis gold dat ook voor mensen met een negatief filter.

Zoals gebruikelijk onder psychologen werden er meteen allerlei grandioze claims aan deze bevinding verbonden.
Lees verder >>

Publiceer eens een roman… via Twitter?!

Door Ine Kiekens
Dat sociale media een prominente plaats innemen in onze dagelijkse leefwereld hoeft al lang niet meer tot verwondering te leiden. ’s Morgens nog snel een selfie nemen van je nieuwe kapsel (#JustGotOutOfBed) om op Instagram te plaatsen, tijdens het ontbijten juist nog even doorheen Facebook scrollen en terwijl je je tanden poetst toch nog maar vlug eens kijken hoeveel retweets je laatste boodschap op Twitter had. Het is allemaal herkenbaar. Maar het gaat duidelijk steeds verder en verder. Kort geleden berichtte Marc van Oostendorp nog over de verfacebooking van de wetenschap. En inderdaad, zo kon ik vaststellen, vrijwel iedere zichzelf respecterende wetenschapper in mijn omgeving heeft onlangs wel eens zijn Facebook- of Twitteraccount gebruikt om over zijn wetenschappelijke activiteiten te getuigen.

Gisteren werd ik evenwel met iets bijzonders geconfronteerd.

Lees verder >>

De verfacebooking van de wetenschap

Door Marc van Oostendorp


Dat het wetenschappelijk debat alleen bestond uit geredigeerde artikelen en boeken, presentaties tijdens congressen en vragenrondjes – dat was natuurlijk altijd al een illusie. Minstens even belangrijk waren het informele geklets in de koffiekamer, de roddels tijdens het congresdiner en de halfdronken krabbels op een servetje tijdens de borrel.

Alleen komt al dat informele gepraat nu in de wetenschap, net als elders in de samenleving meer aan de oppervlakte, bijvoorbeeld vanwege weblogs (zoals dit) en vanwege Facebook. En begint het zich meer en meer te vermengen met de officiële vormen. Niemand weet waar het heen gaat.

Zo is er in de taalkunde een klein schandaal ontstaan rond een recensie die een zekere Christina Behme geschreven heeft over een interview met Noam Chomsky. Dat zit zo.
Lees verder >>

Twitteren

Door Leonie Cornips


@X kiek ns ff ofste powerpoint oaf hobs, maach iech murge daan ff get beij diech oafmaken :p aubbb xx aanders kreijg onvoldoende :p x
Deze tweet gaat over huiswerk en is in het dialect. Het spannende van het taalgebruik op Twitter is dat het zo informeel is. Mensen schrijven op sociale media net alsof ze spreken. De huiswerktweet heeft afkortingen zoals ffvoor ‘effe’ (even), ns voor ‘eens’ verdubbelingen van letters bb in ‘aub’ en het mist het onderwerp ikbij het werkwoord kreijg en het onbepaald lidwoord een bij het naamwoord onvoldoende. Dit taalgebruik laat zien wat het geschrevene kan missen (onderwerp, lidwoord) zonder (te) onbegrijpelijk te worden. Het gebruik van tekens  – emoticons – is bijna een ‘must’. Hoewel een lezer van een tweet de schrijver niet kan zien, kan hij of zij uit die emoticons wel opmaken hoe de schrijver zich voelt of hoe de boodschap bedoeld is. Een emoticon als 🙂 geeft een gezichtsuitdrukking weer. Het staat voor een lachend gezicht dat tegen de klok in 90 graden gedraaid is. Het gezicht ligt dus op zijn zijkant: als u uw hoofd naar links legt op uw schouder dan is het goed te zien. Het haakje ) representeert een lachende mond, het streepje – de neus en de dubbele punt : de ogen. In de huiswerktweet representeert :p een lachend gezicht met een uitgestoken tong en x of xx staat voor een kus.

Lees verder >>

Beïnvloedt Facebook de taal? Geen idee

Door Marc van Oostendorp


Sally Tagliamonte

Van iedere wetenschappelijke discipline bestaat een versie voor op feestjes. Je vertelt wat je doet en je gesprekspartner vuurt een aantal vragen op je af. Ha! Eindelijk een deskundige die een antwoord heeft op een brandende vraag! Maar uit jouw vakgebied blijkt geen enkel antwoord te hebben op die vragen.

Een moderne versie van zo’n vraag voor de taalwetenschap is: verandert de taal tegenwoordig sneller veranderd door het internet en de sociale media? Het wetenschappelijke antwoord op die vraag is: dat weten we niet, en er gebeurt ook nauwelijks onderzoek naar. Uit het nieuwe nummer van het Journal of Sociolinguistics blijkt waarom, en misschien ook wat eraan te doen is.

In dat nummer staat een artikel van de jonge Brit David Sayers die allerlei onderzoek samenvat over onder andere de constructie be like (“I was like I am not going to do that”). Die constructie duikt over de hele wereld in het Engels op, en je kunt je nauwelijks voorstellen dat de media geen rol spelen in die relatief snelle verspreiding van het fenomeen (in de jaren zeventig was nog niemand like). Het Journal of Sociolinguistics publiceert ook een aantal reacties op het artikel van eminente vakgenoten – bijna allemaal afwijzend. Hoe kan dat?

Lees verder >>

Project TWIDENTITY zoekt drie masterstudenten


Het Meertens Instituut zoekt drie stagiaires voor het project TWIDENTITY:
Binnenkort gaat op het Meertens Instituut het door NWO gesubsidieerde project TWIDENTITY van start; de naam is een samentrekking van ‘Twitter’ en ‘identity’. We gaan onderzoek doen naar de vraag in hoeverre er op Twitter sprake is van constructie van lokale en/of sociale identiteiten door taalgebruik.
We zoomen daarbij specifiek in op het gebruik van Limburgs dialect en Fries (in afwisseling met het Standaardnederlands, Engels etc.).
TWIDENTITY is een vervolgonderzoek op het project TINPOT (Taal, Identiteit, Netwerk en Produktgeruchten op Twitter) dat door de KNAW werd gefinancierd. Vanuit dit project is onder andere TweetGenie ontwikkeld (www.tweetgenie.nl) die op basis van taalgebruik/taalgedrag op Nederlandse twitter-accounts het geslacht en de leeftijd raadt van twitteraars.

Lees verder >>

Facebook als dichtbundel

Door Marc van Oostendorp


Is er al wetenschappelijk onderzoek naar de poëzie op Facebook? Ik kan op Google Scholar wel van alles en nog wat vinden over poëzie die gebruik maakt van interactiviteit en filmpjes en multimedia, maar eigenlijk niets dat gaat over het gebruik van Facebook als dichtbundel.

En dat terwijl voor zover ik kan zien heel veel dichters op Facebook zitten, en daar hun werk publiceren. Het medium is daar ook heel geschikt voor: het is wat wurmen om een gedicht in een tweet te krijgen, maar in een status update op Facebook past er best een. De gemiddelde dichter heeft al snel meer vrienden dan kopers van een bundel.

Van de dichters die ik volg, is Martijn Benders het beste voorbeeld van een typische Facebook-dichter.
Lees verder >>

Zeur-tweets

 Door Leonie Cornips

Nederlanders opgewekt Twittervolk’ kopt de Volkskrantafgelopen maandag. ‘Meeste zeur-tweets uit Simpelveld en Vaals’ kopt L1 op dinsdag. Beide rapporteren over onderzoek van mijn collega Erik Tjong Kim Sang van het Amsterdamse Meertens Instituut en eScience Center. Erik analyseerde meer dan twee miljard Nederlandstalige en dialect-tweets sinds begin 2011. Hij onderzocht met speciale software alle woorden per tweet. Een tweet bevat maximaal 140 tekens. Hij stelde op basis van de gevonden woorden twee lijsten samen: een lijst met positieve en een lijst met negatieve woorden. Positieve woorden zijn volgens Erik hoera, gelukkig, blij, dank en emoticons zoals xd,  🙂 😉 (deze tekens stellen een lachend gezichtje voor). Homo, ranzig, schurk, jezus en 🙁 ;( :< :-( vallen volgens hem onder negatieve woorden en emoticons.

Volgens de Volkskrant is, gezien de spreiding van de ‘positieve’ en ‘negatieve’ tweets over Nederland, ‘het humeur op het platteland beter dan in de grote steden: Amsterdam, Rotterdam en Den Haag scoren onder het landelijk gemiddelde. Ook op  provincieniveau is dit effect waarneembaar: de westelijke provincies scoren lager’. De provincie Limburg komt er niet zo best van af: samen met Zuid-Holland heeft Limburg de laagste score van het land en Simpelveld en Vaals blijken ‘de minst blije gemeenten te zijn’. Vlaamse Twitteraars zijn in de woorden van L1 ‘nog iets naargeestiger’.

Lees verder >>

Limburgismen

Door Leonie Cornips

Natuurlijk had ik al veel eerder willen schrijven over de Facebookpagina Limburgismen die door Neerlandicus Tommy Hopstaken opgericht is. Deze pagina vermeldt: ‘Een Limburgisme is een Limburgse uitdrukking die door Limburgers zonder blikken of blozen “vertaald” wordt naar het Nederlands. Op het eerste gezicht lijkt er niks mis met deze vertaling, maar schijn bedriegt!’ De website is op 29 maart 2013 gelanceerd en ik krijg er een goed humeur van. Bij een oude zwart-witfoto van een jongetje bijvoorbeeld staat te lezen: ‘Ik ben ontzettend groots op mijn nieuwe helpen’. Met het woord ‘bretels’ dat het ‘goede’ woord voor ‘helpen’ is, heb ik helemaal niets. Bretels brengen me niet terug in mijn kindertijd waarin meisjes in dikke maillots (‘majo’s’) moesten rondlopen in de winter omdat lange broeken toen nog geen pas gaven. Die majo’s waren ondingen: ze kriebelden en zakten voortdurend af. Helpen onder je jurkje zorgden ervoor dat alles op zijn plaats bleef zitten, behalve als ze losschoten wat nogal eens gebeurde. Je moest dan over je schouder of onderlangs je heup onder je trui door naar je bovenrug wriemelen om die helpen te pakken te krijgen en weer aan je majo vast te klikken. Zo’n woord als ‘helpen’ heb ik dus niet, zoals ‘bretels’, uit een boek geleerd maar in een alledaagse situatie en is daardoor beladen met associaties. Daarom is dit woord nog steeds zo waardevol en betekenisvol voor me. Uitdrukkingen als watblief? en non de pie voeren me ook onmiddellijk terug naar de plek waar ik opgroeide.

Lees verder >>

4 redenen waarom de taal niet door de sociale media wordt aangetast

Door Marc van Oostendorp


De sociale media zoals Twitter en Facebook zijn een bron van zorg en hoop. Ze zouden voor maatschappelijke verruwing zorgen, of juist voor meer onderling begrip. Ze zouden ons mensen eenzamer maken, met allemaal meer aandacht voor hun telefoon dan voor elkaar; of ze zouden ons juist dichter bij elkaar brengen. De mensen zouden er dommer en minder belezen van worden, of juist slimmer en actiever. Ze zouden de taal over het randje van de afgrond doen storten; of ze zouden juist zorgen voor een ongehoorde explosie van taalcreativiteit.

Je kunt natuurlijk eindeloos over dit soort zaken twisten, liefst dan natuurlijk via Twitter, en dat geeft ongetwijfeld veel vreugde aan alle betrokkenen. Maar je kunt de zaken ook eens nuchter bekijken. Van de invloed op de maatschappij of de individuele mens heb ik geen verstand, maar wat de taal betreft lijkt er mij weinig reden voor overdreven optimistische verwachtingen; maar ook niet voor pessimistische.

Hier zijn vier redenen voor een wat nuchterder kijk op de sociale media dan de gangbare.
Lees verder >>

Is Twitter een genre?

Door Marc van Oostendorp


Sinds een paar dagen staat de oratie die Wilbert Spooren een paar weken geleden uitsprak, op de plaats waar hij hoort: online. De laatste jaren houdt Spooren zich bezig met genre-onderzoek: wat voor (ongeschreven, onbewuste) regels hanteren mensen wanneer ze elkaar gemoet treden? Die regels zijn anders wanneer bijvoorbeeld een leraar met een leerling praat dan wanneer twee vrienden in de bar zitten: wanneer de leraar een vraag stelt, doet hij dat meestal niet omdat hij het antwoord op die vraag zelf niet weet. De les en het kroeggesprek zijn daarom twee verschillende genres.

Volgens Spooren zijn nieuwe media bij uitstek geschikt om genres te onderzoeken, omdat de regels zich daar nog aan het ontwikkelen zijn: mensen zijn nog volop aan het uitproberen wat nu wel of niet ‘werkt’ op die nieuwe media. Hij doet daarom met studenten en promovendi onder andere onderzoek naar Twitter.

Lees verder >>

Materiality of Literature

Thema Ravenstein Seminar 2014 bekend
Op donderdag 6 en vrijdag 7 februari 2014 vindt het jaarlijkse Ravenstein Seminar plaats aan de Universiteit van Utrecht. Tijdens dit tweedaagse congres voor promovendi en research masterstudenten die geïnteresseerd zijn in de literatuurwetenschap staat het thema ‘Materiality of Literature’ centraal.
Met dit thema plaatst Ravenstein 2014 literatuur in een breder mediaveld en zoekt het aansluiting bij actuele debatten over de vorm en functie van literatuur in een gedigitaliseerde samenleving. Wat zijn de effecten van de digitale en sociale media op onze schrijf- en leesprocessen? Hoe wordt ons bewustzijn beïnvloed door de snelle veranderingen in het medialandschap? Wat zijn de verschillen (en overeenkomsten) tussen papieren en elektronische cultuurproducten? Welke rol is er voor het boek als informatiedrager weggelegd nu het niet meer vanzelfsprekend het centrale medium is voor kennisoverdracht?
Lees verder >>

De neerlandistiek op Twitter

Het ijzingwekkende misdaadfeuilleton De verleden tijd van lijken

Door Marc van Oostendorp

‘Wat moeten we nu,’ zei Rie Veld na afloop van de vergadering waarin de op een geheimzinnige wijze tot manager geworden Wouter Pieterse en Gerard hadden uitgelegd dat zij de enigen waren die volgens hun eigen criteria ‘excellent’ onderzoek deden, en dat daardoor volgens een systeem van outputfinanciering een aanzienlijk deel van de gelden naar hen zou vloeien.

‘Misschien moeten wij ook meer gaan twitteren?’ opperde haar gesprekspartner Femke, de postdoc. Hoewel de formule waarmee bepaald was wie er precies excellent mocht heten, geheim was gehouden, was wel duidelijk dat gebruik van sociale media een belangrijke factor was in de rekensom. “Met name Wouter scoort heel hoog,” had Gerard gezegd. “Hij staat momenteel 47e in de universitaire ranking.”

Lees verder >>

Weg met het wetenschappelijke artikel

Door Marc van Oostendorp

Het wetenschappelijk artikel, daar moeten we toch eigenlijk ook maar eens vanaf zien te raken. Er wordt de laatste tijd veel gediscussieerd over nieuwe manieren van publiceren, maar die gaan eigenlijk altijd over een aspect dat niet eens zo interessant is. Wie beheert de tijdschriften – commerciële uitgevers of openbare instellingen zoals universiteitsbibliotheken? En wie betaalt er – de lezer, de auteur, of de overheid?

Maar als we het hele systeem toch gaan veranderen, waarom zouden we dan ook niet eens dat artikel overboord zetten? Op dit moment is het de standaardmaat van wetenschappelijke output: hoeveel schrijf je er, hoe vaak worden ze gelezen en geciteerd, waar worden ze gepubliceerd – dat is hoe gemeten wordt hoe productief je bent.

Maar eigenlijk gaat het er natuurlijk niet om hoeveel artikelen (inleiding, conclusie,  besprekingen van alternatieve analyses in de literatuur) iemand produceert. Het gaat erom hoeveel kennis iemand bijdraagt aan de wetenschap.
Lees verder >>

Marc, hoe voel je je?

Door Marc van Oostendorp

Deze zin moet u niet vergeten, want hij stond gisteren in de NRC:

Losse zinnen uit een blogje onthoud je extreem goed.

Volgens het bericht kregen proefpersonen in een Amerikaans onderzoek zowel status-updates op Facebook als willekeurige zinnen uit boeken voorgelegd. Ze zouden de eerste veel beter onthouden dan de laatste.

NRC Handelsblad geeft helaas geen links bij dit soort berichten, maar het oorspronkelijke artikel staat hier (achter een betaalmuur wanneer u niet op een universiteit werkt). Helaas geeft het artikel geen antwoord op de vraag waarom die status updates nu precies beter onthouden worden dan gewone zinnen.
Lees verder >>

Waarom schreef men honderd jaar geleden nog geen smileys??

Ik begrijp iets niet over smileys. Waarom tekenden mensen in de negentiende eeuw nog niet van die vrolijke gezichtjes aan het eind van een zin? Dat was toen nog makkelijker geweest dan nu, in ieder geval in brieven: nog steeds kun je makkelijker een gezichtje tekenen dan typen 🙂

Een verklaring die je weleens hoort is dat we door de nieuwe media nu eenmaal veel sneller zijn gaan schrijven. Een sms’je is zo verstuurd, bij het chatten moet je nóg sneller zijn, en de snelheid van die media is op de een of andere manier overgegaan naar de wat langzamere media zoals e-mail.

Maar hoe vaker ik die verklaring hoor, des te minder hij bevredigt.
Lees verder >>

De activiteiten van uitgeverijen op sociale media worden steedsHet valt me op dat uitgeverijen op de sociale media steeds meer berichten plaatsen dieHet lijkt niet onmogelijk dat sociale media de Nederlandse uitgeverijen in toenemende mate verlokken tot
Ik weet niet hoe ik het netjes moet zeggen. Het effect, laat ik het daar dan op houden, zou te omschrijven kunnen zijn als: stupéficatie. Of, iets alledaagser: ik zit werkelijk met mijn bek vol tanden en plaatsvervangende schaamte te kijken naar wat Nederlandse uitgeverijen op het internet en dan speciaal via sociale media weten te vertonen. Ik doel hier niet op de inerte, petrosauriërachtige appdie Van Oorschot heeft laten ontwikkelen voor de Ipad van mijn gade, maar meer in het bijzonder op een tweet en een Facebook-bericht van twee andere huizen.

@iederwoord

Sinds een aantal weken volg ik op Twitter het account @iederwoord. Elke 15 minuten wordt er een tweet verstuurd met een woord uit de Nederlandse taal, in alfabetische volgorde. Het fenomeen is afgekeken van het Engelse account @everyword dat alle woorden van de Engelse taal twittert. Digitaal artiest Adam Parrish startte Everyword eind 2007 en denkt in mei 2014 alle Engelse woorden getwitterd te hebben. @Everyword verstuurt er elke 30 minuten één, maar dat vindt de beheerder van het Nederlandse account niet snel genoeg gaan:
Lees verder >>

Schrijfwijzer (1): ‘Goed geprobeerd, maar het werkt niet’

De Schrijfwijzer van Jan Renkema is misschien wel hét Nederlandse boek over taal van deze tijd: er zijn in de afgelopen 30 jaar 450.000 exemplaren van verkocht.  Deze week verscheen een nieuwe editie, mét een website. Ik wil de komende weken die Schrijfwijzer en die website eens gaan uitpluizen, hier op Neder-L. Wat is dat voor boek? Wat vertelt het ons over de taal aan het begin van de 21e eeuw? En klopt dat wel?


Om met dat laatste te beginnen: ik denk dat de Schrijfwijzer inmiddels veel te ouderwets is – dat de revisies niet geholpen hebben, dat het boek een toon aanslaat en adviezen geeft die in de afgelopen dertig jaar achterhaald zijn en dat belangrijke nieuwe vragen niet beantwoord worden. Het is bang voor de elektronische media, het is bang voor oude zeurkousen, bang om iets uit te leggen. Het is een bang boek.
Lees verder >>