Tag: sociale_media

Workshop: Instapoetry (o.l.v. Kila van der Starre)

Gisteren gaf Kila van der Starre (Universiteit Utrecht) online een workshop over Instapoetry. Het college kan nu ook worden teruggezien. Wat kenmerkt Instapoëzie precies? Hoe kun je die aspecten verwerken in je eigen teksten? En waarom zijn gedichten op Instagram zo populair? Literatuurwetenschapper Kila van der Starre leidt ons door de wonderlijke wereld van Instapoetry – de nieuwste poëzietrend 📱✨

(Bekijk deze video op YouTube)

Praten ouders écht minder met hun kinderen door smartphones?

Taalkundige factcheck

Door Sterre Leufkens

Een levende taal gaat met zijn tijd mee. Het is dan ook geen gekke gedachte dat het Nederlands (en ons gebruik daarvan) verandert als gevolg van nieuwe technologie, zoals de smartphone. Vorige week was er opeens een golfje nieuws over dat thema. In berichten in o.a. het Parool en Metronieuws werd verslag gedaan van onderzoek waaruit zou blijken dat ouders tegenwoordig zó afgeleid zijn door hun smartphone dat ze minder met hun kinderen praten, met uiteraard allerlei rampzaligs tot gevolg.

Lees verder >>

Hoe publieker hoe EMOTIONEEELERRR!!! :-D

Door Marc van Oostendorp

De eigenaardigheden van de taal die vooral jongeren gebruiken op onder andere de sociale media is inmiddels vrij uitvoerig in kaart gebracht. Ze verkorten woorden en zinnen. Ze gebruiken meer informele taal dan in andere geschreven genres. En ze gebruiken allerlei expressieve middelen die je buiten het beeldscherm niet vindt: verdubbelde letters, en hoofdletters, en emoji, bijvoorbeeld:

  • Dit vind ik echt SUUUUPERRR!!!!! 😀

Een recent onderzoek van Lisa Hilte, Reinhild Vandekerckhove en Walter Daelemans werpt nieuw licht op de zaak. De drie wonnen onlangs de Academische Jaarprijs 2019 voor het beste taalkundige artikel.

Lees verder >>

Delokaliseer! Een ernstig onpraktisch pleidooi

Door Marc Kregting

Toen Tzum het bericht verbreidde dat Tom van Deel was overleden, identificeerde deze literaire nieuwssite hem in de kop als de ‘door Ronald Giphart bespotte’. Giphart meldde meteen zich ongemakkelijk te voelen bij die vermelding, enige Tzum-volgers verstrekten relevanter informatie over Van Deel en de site had de moed om het oorspronkelijke artikel te corrigeren en aan te vullen. Echt kies wilde die tekst toch niet worden. Zo was dan wel eveneens een passage geschrapt, inclusief venijnige link, met de foutieve bewering dat Van Deel in zijn laatste levensjaren voor het NBLC begon te signaleren, ter rechterzijde waren twee titels aanklikbaar van Tzum-berichten over dat onderwerp die lieten uitschijnen dat deze site niet ontkomt aan een relaps in hetzerigheid.

In mij zingt het bericht vooral na omdat het zelfs een overledene daar, die onafzienbaar veel heeft geschreven, evoceert met citaten van een derde hier. Die waren dan weer een reactie op een negatieve Van Deel-bespreking waaruit het pregnantste was geciteerd. Ik vind het te simpel om dat verticaal te klasseren als het zoveelste voorbeeldje dat complexiteit reduceert en als evenement terugstuurt. De Tzum-tekst weerspiegelt voor mij ook hoe een publiek karakter ineen is geschoven, hoe veelvoudige activiteiten door selectie kunnen worden gedehistoriseerd, en hoe een oeuvre dat zich een halve eeuw ontwikkelde betekenis wordt opgelegd door een passant die een kort stuk mee aflegde.

Lees verder >>

Twittertaal wordt alledaagser

Door Marc van Oostendorp

Het is altijd bevredigend als een idee wordt bevestigd. Jarenlang heb ik gestreden tegen het idee dat de sociale media de taal zouden veranderen (bijvoorbeeld hier en hier), en met name dat de taal ‘korter’ zou worden door sms en Twitter.

Mijn argument was vooral gebaseerd op de logica. Het is onwaarschijnlijk dat zoiets belangrijks voor het menselijk leven als taal, iets dat zich in de loop van duizenden jaren heeft ontwikkeld, zou veranderen door zoiets efemeers als de sociale media. Zelfs de gehardste Twitteraar spreekt op een dag waarschijnlijk nog steeds meer woorden dan hij tweet. En de proportie geharde Twitteraars op de gehele populatie is te verwaarlozen. De sociale media zijn bovendien zelf zo veranderlijk dat je eerder verwacht dat zij zich langzaam aan de behoefte van de mens aanpassen om de taal op een natuurlijke manier te gebruiken.

Lees verder >>

Neemt het gebruik van hun als onderwerp af?

Door Jet Duinmeijer,
student Nederlandse Taal en Cultuur, Universiteit Leiden

Kun je het je voorstellen? Een afname van het gebruik van hun als onderwerp? Voor velen een grote opluchting, voor anderen een punt voor nader onderzoek.

Deze afname was in eerste instantie de uitkomst van mijn BA-eindwerkstuk aan de Universiteit Leiden. Ik was erg verbaasd over dit resultaat. Dit sloot namelijk totaal niet aan bij mijn hypothese. Ik ging van alles uit, maar niet van een afname. Voor mijn eindwerkstuk wilde ik graag het gebruik van hun als onderwerp in kaart brengen. Hoe vaak komt dit nou daadwerkelijk voor en in welke context? Hierbij was ik voornamelijk geïnteresseerd in de meest recente resultaten. Ik kreeg daarom als tip om de data voor mijn onderzoek te zoeken in Twitter, tegenwoordig een veelgebruikt medium onder taalkundigen om informeel taalgebruik te onderzoeken. In Twitter kon ik mijn zoekopdracht goed specificeren en kon ik Tweets filteren op datum. Perfect zou je zeggen, maar niets bleek minder waar. Lees verder >>

Hun gebruiken expres een rare spelling op Twitter

Door Marc van Oostendorp

Vorige week vierde Dany Jaspers zijn zestigste verjaardag. Jaspers is een van de erudietste, een van de slimste én een van de aardigste taalkundigen van het Nederlandse taalgebied. Het is dus volkomen terecht dat zijn collega’s een Festsite voor hem hebben gemaakt. Hoe aardig en hoe erudiet hij is blijkt al uit de enorme diversiteit aan geleerden die hebben bijgedragen: van de letterkundige Elke Brems tot en met de semanticus Pieter Seuren; van de syntacticus Noam Chomsky tot en met de dialectoloog Jan Goossens.

Een mooie bijdrage aan de site komt van de Nijmeegse sociolinguïst Stefan Grondelaers, en gaat over het maatschappelijk meest controversiële van alle taalkundige onderwerpen, de Zwarte Piet van de Nederlandse taal: hun als onderwerp: “Als je zo speelt, krijgen hun natuurlijk altijd kansen.” In Vlaanderen komt het niet voor, maar in Nederland is het al in 1911 voor het eerst geobserveerd en ondanks de redeloze woede die het in sommige kringen oproept, wordt het steeds meer gebruikt.  Lees verder >>

Ooit wordt u een scheldwoord

Door Marc van Oostendorp

Het gebeurde in de afgelopen week een paar keer en ineens: mensen raakten aangebrand als ze door onbekenden met u werden aangesproken. Ik raakte in een discussie met iemand die beweerde dat de taalwetenschap allemaal onzin was, omdat ze ooit verplicht een cursus had moeten doen die haar niet beviel. Ik bevroeg haar over die cursus, en daarbij gebruikte ik het gevreesde persoonlijk voornaamwoord van de tweede persoon. U.

Mijn gesprekspartner reageerde als door een wesp gestoken: “Je hoeft niet zo pedant te doen!” Dat verbaasde me enorm, en toen bleek een andere Twitteraar haar te willen sussen door te wijzen op mijn doorgaans goede karakter: “Dat doet hij anders nooit?”

Het lijkt een van de vele botsinkjes die in het dagelijks leven veroorzaakt wordt door de grote verwarring waarin wij allen verkeren over je en u. Lees verder >>

‘Ik zit bhel shi zombi achter de laptop’

Door Marc van Oostendorp

Dat Marokkaanse jongeren in Nederland graag hun taal kruiden met woorden uit het Berber en het Arabisch, dat weet vermoedelijk iedereen. Maar waarom doen ze dat eigenlijk?

De reden is aantoonbaar niet dat ze niet beter weten. Wanneer een Marokkaanse jongere een officiële brief moet schrijven, komt hij heus niet ineens met wollah aanzetten. Maar waarom doen ze het dan wel? In het meeste onderzoek tot nu toe wordt ervan uitgegaan dat de jongeren het doen om hun identiteit uit te drukken of vorm te geven: door dat soort woorden te gebruiken laat je zien wie je bent, wie je wilt zijn, tot welke groep je hoort. Je creëert een onderlinge band door te laten merken dat je Marokkaanse woorden kent.

Maar in een interessant nieuw artikel in Nederlandse Taalkunde laat de hoogleraar Berber-talen Maarten Kossmann zien dat ook nog een andere factor een rol kan spelen: Marokkaanse jongeren gebruiken dat soort woorden ook om een wat lichtere toets aan te slaan – om te laten merken dat ze wat ze zeggen licht ironisch is. Lees verder >>

De revolutie van de opgestoken duim

Door Marc van Oostendorp

Volgens de Britse taalkundige Vyv Evans waren er ‘woedende reacties’ van collega-taalkundigen toen de redactie van het Oxford English Dictionary in 2015 de emoji ‘😂’ verklaarde tot woord van het jaar. Wat een schande! Wat een degradatie en wat een teken van verloedering!

Evans publiceert nu, nadrukkelijk eveneens als taalkundige, een boek over emoji. De bewering over die collega’s is meteen wel een voorbeeld van de wat overspannen toon die zijn boek heeft. Ik kan in ieder geval geen echt woedende reacties door deskundigen terugvinden, en het zou ook minstens tijdverspilling zijn om woedend over zoiets als de verkiezing tot woord van het jaar te worden. (In 2015 schreven  Lucas Seuren en Mark Dingemanse op Neerlandistiek over de vraag of emoji woorden zijn, allebei zonder een spoor van woede.)

Dat heeft zelfs niet zoveel te maken met wat je wel of niet van emoji’s vindt. Die hele verkiezing is een commerciële gimmick – wie maakt het wat uit wat daar wint? Je zou hooguit kunnen opmerken hoe interessant het is dat een gecommercialiseerd woordenboek een gecommercialiseerd communicatiemiddel als de gimmick verkiest boven het vrije woord.

Bovendien geeft Evans zelf ook toe dat een emoji natuurlijk geen woord is. Lees verder >>

372 likes en 92 reacties

Door Thomas de Bruijn

Na de eerste toetsweek van dit schooljaar, begin november, baalde ik behoorlijk. De resultaten van de leesvaardigheidstoetsen in havo 4 en 5 en vwo 4, 5 en 6 vielen tegen, terwijl we veel en gevarieerd geoefend hadden tijdens de lessen. Na de toetsweek heb ik per klas een volle les uitgetrokken om de pijnpunten op te sporen. Een van de vragen die ik aan mijn leerklingen stelde was waarom ze zelf dachten dat het cijfer tegenviel. Ik had verwacht dat de standaardantwoorden als ‘te laat begonnen’, ‘geen huiswerk gemaakt’ en ‘dat kon ik vorig jaar al niet’ de boventoon zouden voeren, maar dat was niet zo.

Veel leerlingen gaven eerlijk toe dat ze te weinig zakelijke teksten lezen of (te) weinig toegang tot die teksten hebben. Thuis hebben velen geen krant en niemand heeft een abonnement op bijvoorbeeld de Correspondent of HP/De tijd. Dat zette me aan het denken. Als ik wil dat ze actuele artikelen lezen over uiteenlopende onderwerpen, moeten ze die wel kúnnen lezen. Dan is er maar één oplossing: ik moet het zelf aanbieden. En dan bedoel ik niet elke les wat stencils uitdelen. Die avond ben ik een Facebook-pagina gestart waarop ik bijna elke twee dagen een artikel post van de Correspondent, de Volkskrant, Trouw, NRC, De Groene, Tzum, Vrij Nederland, Vice of een ander journalistiek medium. Lees verder >>

Nieuwe media verminderen de taalklachten

Door Marc van Oostendorp

Een nog weinig onderzochte bron voor taalonderzoek is het Meldpunt Taal. Misschien is het er ook nog te jong voor: de bedoeling ervan is vooral om lange termijnontwikkelingen vast te stellen. Wanneer begint mensen een bepaalde taalverandering voor het eerst op te vallen? Hoe lang klagen mensen nog voort over een modieuze zinswending nadat die wending al niet meer gebruikt wordt? Hoe zit de klacht in elkaar en wat verandert in de loop van de tijd?

Neem nu een recente klacht als deze – misschien wel de gaafste die ooit op het Meldpunt werd gedaan:

Ik hoor steeds vaker – met name op de radio – mensen zeggen ‘hebt u soms een glazen bol dat u dat zomaar kunt voorspellen’. Ik dacht toch echt dat dat een kristallen bol moest zijn, die heeft althans in de ogen van waarzeggers speciale eigenschappen. Als waterstaatsingenieur b.d. ken ik de glazen bol alleen maar in de vorm van de Campbell-Stokes zonneschijnduurmeter. Dit meteorologische instrument is zo op te googelen. Ik vind dit een voorbeeld van slordig taalgebruik, en hoe jan en alleman elkaar maar klakkeloos na zit te bouwen.

Alles is natuurlijk geslaagd aan deze melding: Lees verder >>

Teleurstellingswetenschap

Door Marc van Oostendorp

Het is onzeker dat er behalve de mens ergens in het universum nog een wezen is dat teleurstelling kan ervaren. Het is vergeleken met bijvoorbeeld boosheid of vrolijkheid een ingewikkelde emotie. Je moet iets verwacht hebben en dan moet het gebeurd zijn en je gevoel over die gebeurtenis moet negatiever zijn dan van te voren.

Wie wil er geen teleurstellingen voorkomen? Het onderzoek waarop Florian Kunneman vorige week in Nijmegen promoveerde zou daar een bouwsteentje voor kunnen zijn. Hij heeft er zelfs een nieuw woord voor gemunt: anticipointment (anticipileurstelling), al snap ik niet zo goed waarom: kan teleurstelling bestaan zonder anticipatie?)

Kunnemans onderzoek is gericht op Twitter: kun je de computer laten voorspellen wanneer gebeurtenissen zullen plaatsvinden door Twitter te lezen? En kan zo’n computer de gevoelens meten die er op Twitter heersen? Lees verder >>

Taalkundigen zijn betere sociologen

Door Marc van Oostendorp

De Gents-Tilburgse geleerde Jan Blommaert begint zijn recente uitbundige lofzang op de sociolinguïstiek met enkele kritische noten. Volgens hem hebben zijn collega’s soms te weinig ambities. Ze zien zichzelf vooral als ijverige verzamelaars van gedetailleerde gegevens over hoe de taal in de wereld om ons heen varieert en verandert, ze passen daarop geavanceerde en intelligente technieken toe. Maar ze proberen te weinig om de sociologie te beïnvloeden met de rijke inzichten die het onderzoek naar taal te bieden heeft.

Sociolinguïsten zijn natuurlijk ook een soort sociologen – en wel sociologen die een object bestuderen dat zich betrekkelijk gemakkelijk laat vangen. Lees verder >>

Water en taal

Door Marc van Oostendorp

untitled_artwork-1Een taal is geen stroompje, maar een grote, brede rivier. Traag stroomt ze permanent in de richting van de zee. Als je iets dichter bij kijkt, zie je golfjes die in de richting van de oever gaan. En nóg dichterbij, onder de microscoop, bewegen de moleculen alle kanten op.

Zo is het ook met de taal. In de loop van de eeuwen gaat ze een bepaalde richting op. Het Nederlands verandert bijvoorbeeld in een naamvalsloze taal; die verandering is in de 14e eeuw voortgezet, nu hebben we alleen nog een paar naamvallen voor de persoonlijk voornaamwoorden (ik/mij), maar ook die zijn langzaam maar zeker aan het wegslijten.

Een niveau lager zijn er wat gedetailleerdere veranderingen, die zo’n beetje alle kanten op gaan.  Lees verder >>

An existential problem

Door Marc Kregting

Af en toe dwing ik me een bliksembezoek te brengen aan Wilderstwitterland. Alle commotie rond zijn foto van een bebloede Merkel (wier gevoelens de PVV-leider kent sinds hij in de publieke ruimte als martelaar werd afgebeeld?) leidt een beetje af van de bijschriften. Het kan aan mijn beroepsdeformatie liggen, maar ik krijg de indruk dat Wilders’ taalbehandeling verandert.

Ten eerste gebruikte hij in zijn initiële commentaar meer woorden met veel lettergrepen: ‘Merkel, Rutte en alle andere laffe regeringsleiders hebben met hun opengrenzenpolitiek de asieltsunami en islamterreur binnengelaten’. Het lijkt alsof hij dermate stoomt dat hij een basale communicatiewet vergeet. Met het woord ‘opengrenzenpolitiek’ zijn veel punten te scoren bij Scrabble, maar mede door de huidige spellingswetten leest het niet lekker.

Of verried Wilders’ formulering routine? Lees verder >>

Sociale wetenschapper en sociale media

Door Marc van Oostendorp

Processed with Snapseed.
Illustratie: M. vna Oostendorp.

Een schokkend bericht uit de pyschologie: een voormalige president van de American Psychological Society, Susan Fiske, plaatst in het laatste nummer van het mededelingenblad van die vereniging een gastcolumn waarin ze klaagt over de manier waarop haar collega’s de sociale media gebruiken.

Nee, dat gaat er niet over dat ze de hele tijd zitten te Facebooken tijdens interessante lezingen. Er is iets ernstigers aan de hand: via de sociale media gaan de Amerikaanse pyschologen zich volgens hun vorige voorzitter te buiten aan “uncurated, unfiltered trash-talk”. Individuen worden aangevallen, carrières worden vernietigd. “Zelfbenoemde datapolitie” met zoveel kritiek op websites dat deze er soms bijna onder bezwijken.

Wat is hier aan de hand? Lees verder >>

Met mijn ziel in mijn hand

President Tsaar op Obama Beach op de voet gevolgd (7/60)

Door Marc van Oostendorp

Deze zomer publiceren nrc.next en NRC Handelsblad de roman President Tsaar op Obama Beach van A.F.Th. van der Heijden als feuilleton. De afleveringen verschijnen ’s ochtends <op de website van de krant>. In de loop van de dag blog ik een bespreking. Vandaag: aflevering 7.

Groeten uit het fugatisch koor! Inmiddels is de familie Haandrikman op Schiphol aangekomen en ingecheckt. De lezer van 2116 zal allicht inmiddels al wat voetnoten nodig hebben, maar die uit 2016 weet hoe laat het is: die dag, een vliegtuig van Malaysia Airlines, dat betekent onheil. Alle grapjes die er nu gemaakt worden werpen hun duistere schaduw vooruit.

Die lezer van 2116 heeft vermoedelijk ook wat voetnoten nodig bij een andere dimensie waarvan we inmiddels wel kunnen vaststellen dat die een rol speelt in President Tsaar: die van het internet, dat er tegen die tijd vast heel anders uitziet. Natan Haandrikman introduceert zichzelf via zijn Facebook-profiel en bleek zijn auto gekocht te hebben via eBay. Vandaag wordt er een fraaie, bijna lyrische passage gewijd aan Twitter, en de mobiele telefoon. Ook in die passage is de dood niet ver weg: “De oude uitdrukking luidde dat iemand ‘met zijn ziel onder de arm rondliep’. Nu alweer jaren liepen de mensen heel wat doelgerichter, maar nog steeds even eenzaam, met hun ziel in de hand rond.” Lees verder >>

Twitteren in Limburg

Door Leonie Cornips

Limburgers twitteren meer in dialect dan Friezen in Fries. Dat blijkt uit ons onderzoek met collega’s onder wie Theo Meder van het Meertens Instituut en Dong Nguyen en Dolf Trieschnigg van de Universiteit Twente. In dat onderzoek vergelijken we Friesland met Limburg. In het Fries twittert iemand: ‘Ik twitterje yn it Frysk.’ en in het Limburgs zo: ‘Waarsjienlik noe al in Sjpanje, de kroenekrane die v’r höbbe zeen vlege op weeg daonaotoe’.

Tussen januari 2013 en juli 2014 heeft de Universiteit Twente een uitvoerige databank met tweets aangelegd van twitteraars in Nederland. Het is niet echt eenvoudig om na te gaan welke tweets uit die verzameling uit Friesland en Limburg komen want tweets zijn in principe niet plaatsgebonden. Gelukkig gebruiken sommige twitteraars zelf plaatsaanduidingen. Dit is uitgezocht voor Venlo waar bijna 2.000 gebruikers aangeven dat Venlo hun twitter thuisbasis is. Het is grappig om te zien welke naam zij aan hun Venlo geven: naast het gewone V/venlo (ruim meer dan de helft), komt Venlo voor in combinatie met (the) Netherlands, of met Blerick en anderen benoemen Venlo eenmalig en zeer creatief als ‘about 500k from Paris’, ‘Venlo, ja toch’, ‘venlo netuurlik’, ‘Venlocity’, ‘Venlo-Zuud’, ‘Upper E-side venlo’, ‘hartje Venlo’, ‘VenloOw’, ‘oet ut stedje venlo’, ‘earth venlo’ en ‘venlo wao anders?’. In deze beschrijvingen komt dus Engels voor (about 500k from Paris), dialect (oet ut stedje venlo) en Nederlands (hartje Venlo).

Lees verder >>

De wereld van !!1!

Door Marc van Oostendorp


Soms kan een taalverschijnsel ineens in je bewustzijn doordringen. Het is er al lange tijd geweest, je moet het al vaker hebben gezien, maar je hebt er nooit aandacht aan besteed, tot er een tweet voorbijkomt die een wereld voor je opent. Dat gebeurde mij gisteren:

Het gaat natuurlijk om die !!1!. Ik had het verschijnsel de weken ervoor al vaker gezien, en ook al wel begrepen wat het betekende:
Lees verder >>

Sociaal lezen

Door Marc van Oostendorp


Ik wilde het op de valreep van 2015 nog even gedaan hebben: een Twitter-enquête houden. Let maar op, aan deze nieuwe methodologie gaan nog serieuze artikelen gewijd worden in de vakbladen. Een groot succes was het bij mij niet, er deden slechts 72 volgers mee aan dit onderzoek – wat misschien iets te maken had met het feit dat ik het nog net in de dagen voor oud jaar wilde persen.

Maar ik heb het in ieder geval dan toch maar gedaan, en hier komen de resultaten:

Wat leren we hieruit? Een grote meerderheid van de mensheid, zoals vertegenwoordigd door de volgers van @fonolog, leest voor, tijdens en/of na het lezen van een boek ook nog eens na wat anderen over dat boek geschreven hebben.

Voor bedoeld

Het verbaast me ook eigenlijk niet.
Lees verder >>

Gezocht: Facebookberichten van Nederlandse jongeren (12 t/m 23 jaar)

Voor taalkundig onderzoek is een promovenda aan de Radboud Universiteit op zoek naar Facebookberichten, om de volgende vragen te beantwoorden: hoe wijkt de digi-taal die gebruikt wordt in deze berichten af van het Standaardnederlands? En hoe verschillen Facebookberichten talig gezien van sms’jes, chats en tweets? Onder alle deelnemers worden cadeaubonnen verloot. Let op: je komt alléén in aanmerking voor de prijzen als je ook het toestemmingsformulier volledig ingevuld opstuurt.

Hier vind je meer informatie.