Tag: Sinterklaas

Gedicht: A. Marja • Sint Nicolaas 1938



Sint Nicolaas 1938

Weer doen wij ons aan marsepein tegoed:
al ligt de wereld machteloos te bloeden,
God zal òns feest, òns Neerland wel behoeden.
o, Sinterklaas, wij waren braaf en zoet!

Verstop de krant, die riekt naar rook en bloed:
nòg walmt de puinhoop, nòg zwiept ginds de roede
en striemt den Jood; wij kunnen ’t niet verhoeden…
o, speculaas, o, marsepein, zo zoet!

Lees verder >>

Het oudste Sinterklaasverlanglijstje

Door Ton Harmsen

Jan Steen schildert voor ons een pakjesavond met vreugde en verdriet, maar Sinterklaasgedichten zoals wij die kennen, met grappige cadeau-aanbiedingen en plagerige opmerkingen waren er in de zeventiende eeuw nog niet. De zeer schaarse Sint-Nicolaasgedichten gaan niet over geschenken, maar over huwelijksaanzoeken. De heilige Nicolaus heeft ooit aan drie arme meisjes een bruidsschat gegeven – of eigenlijk: naar binnen gestrooid – om hen van de prostitutie te redden en daarom is de ‘koekvrijer’ een populaire speculaaspop. Aan de gegevens die Schotel daarover publiceerde in zijn Het Oud-Hollandsch huisgezin der zeventiende eeuw van 1867 valt weinig toe te voegen. Des te mooier is het dat er wel een soort verlanglijstje uit 1631 bewaard is. Een inventaris van Sinterklaasgeschenken, die een idee geeft van wat kinderen toen in hun schoen kregen — de Intertoysfolder van vier eeuwen geleden.

Lees verder >>

Sinterklaas en de negentiende eeuw: hallootjes!

Door Marc van Oostendorp

Het is mij onduidelijk of het Sinterklaasjournaal van de NTR wel bestemd is voor kinderen. Het is natuurlijk een bekend aspect van het genre kindertelevisie dat er af en toe een knipoog naar de volwassen meekijker wordt gemaakt, maar zeker in de eerste afleveringen van dit jaar zag je door de knipogen het gezicht niet meer. Ik ken in ieder geval een vijfjarige die al dat gepraat door volwassenen vooral heel saai vond.

Lees verder >>

Gedicht: Ed. Hoornik • Sint Nicolaasmorgen

In 1954 liet dagblad De Tijd een aantal toen bekende dichters een sinterklaasgedicht schrijven. Waaronder dit van Ed. Hoornik.

Sint Nicolaasmorgen

Het meisje keert zich slapend om:
in de lampetkan en de kom
begint de dag te komen.

Nog huppelt langs een schimmenrij
bouwblokken en het huis voorbij,
waarin de poppen dromen,
het suikerpaard. Maar vliegensvlug
vindt het zijn voetstuk weer terug:
het licht is doorgekomen. Lees verder >>

“U bent erg mooi en u ziet er niet gevaarlijk uit.”

Over het ethos van Sint Nicolaas

Door Ton van der Wouden

5 december is een ideale datum om een klassiek heikel punt aan te snijden: de geloofwaardigheid van Sint Nicolaas. Zoals wij allen weten loopt er een diepe kloof door onze maatschappij, een kloof die de gelovigen scheidt van de niet-gelovigen. Dat die kloof, al dan niet toevallig, ongeveer lijkt te correleren met een zekere kalenderleeftijd is nu niet relevant – er zijn zo veel meer oninteressante correlaties. De vraag die vandaag centraal moet staan, is waarom we in hemelsnaam in de Sint zouden geloven, ondanks dat er soms reden is voor ongeloof.

Voor een begin van een antwoord op die vraag gaan we te rade bij de retorica, de wetenschap van de welsprekendheid. En we kunnen juist nu des te gemakkelijker terecht bij die retorica, omdat er vorige maand een mooie bundel verschenen is met een verzameling opstellen over de geloofwaardigheid van sprekers, politici en andere publieke figuren (Vertrouw mij! van De Jong, Van Marion & Rademaker 2018) (onthulling: ik ken de redacteuren goed tot zeer goed). In de bundel worden de middelen tot manipulatie van de geloofwaardigheid begrijpelijk uitgelegd, en ze worden toegepast op uiteenlopende figuren als Hilary Clinton en Geert Wilders, en op groepen als niqaab-draagsters en leden van een outlaw motorclub. Lees verder >>

Gedicht: Jan G. Elburg • Sinterbop

In 1954 liet dagblad De Tijd een aantal toen bekende dichters een sinterklaasgedicht schrijven. Waaronder dit van Jan G. Elburg.

Sinterbop

Si, si. de mamma. de man.
schrijdt door de boeman.
mak. kersttak.
! UUUUUU ! (wild geraas).
teer leica. vond je? is geckoman.
tafontijntje tje tje tje
van zinder klagelijk.
revolverwachting. KLOP KLOP KLOP.
(hersens)
wiedekoe krijt wiedegart.
(bis) schop. Lees verder >>

Sinterklaas in poëtische kledij

Door Renaat Gaspar

De eerste berichten over de jaarlijkse, treurige, pietenkwestie zijn alweer in de pers verschenen. Dus is het hoog tijd voor een vrolijker bijdrage: Sinterklaas in poëtische kledij.

Bij de nadering van het sinterklaasfeest 1954 heeft de redactie van het toenmalige dagblad De Tijd een aantal dichters gevraagd hun talent aan te wenden om een mooi of leuk sinterklaasvers te vervaardigen. Hoe alle aangezochten gereageerd hebben, is niet meer te achterhalen, maar van 25 onder hen zijn de gedichten verschenen in de zaterdagbijlage van 4 december. Een van hen, Anthonie Donker, reageerde overigens pas ‘op herhaald verzoek’. Deze 25 waren, in alfabetische ordening:

Bertus Aafjes, Ad den Besten, Louis de Bourbon, Gerard den Brabander, Remco Campert, Anthonie Donker, Anton van Duinkerken, Jan G. Elburg, Jan Elemans, Willem Elsschot, Jan Engelman, Jac van Hattum, Ed. Hoornik, Cees J. Kelk, Mathias Kemp, Pierre Kemp, Harriet Laurey, Martin Leopold, Piet Minderaa, Michel van der Plas, Adriaan Roland Holst, Jac. Schreurs M.S.C., Bernard Verhoeven, Nico Verhoeven, Bert Voeten. Het inleidende anonieme gedicht was vermoedelijk van de hand van de hoofdredacteur Joop Lücker. Lees verder >>

De populairste voorletter

                   door Gerrit Bloothooft

Wat is dezer dagen de meest verkochte chocoladeletter? Ofwel, welke voorletter komt het meeste voor, als we even voor het gemak aannemen dat iedereen Sinterklaas viert en een chocoladeletter krijgt. Onze voorletters kunnen we tellen in onze basisadministratie. Naast een populariteitslijstje van voorletters is het ook aardig om eens te kijken of de voorkeuren in loop van de tijd zijn veranderd.

In de figuren 1 en 2 zijn de aantallen per voorletter voor de geboortejaren 1934 en in 2014 tegen elkaar uitgezet, afzonderlijk voor mannen en vrouwen. Voor beide geslachten zijn de voorletters X, U, Q, Z, O, V en Y het minst populair, zowel voor de ouderen als de jongeren. Hoe verder in het alfabet hoe minder aantrekkelijk lijkt het, en daar kun je tegenwoordig ook nog de P en de W bij rekenen. Lees verder >>

Zijn knecht staat te lachen

Door Aart G. Broek

Kinder- en jeugdkoor tijdens repetitie o.l.v. Enid Hollander – foto Aart G. Broek

Na de gewelddadige revolte van mei ’69 op Curaçao dienden niet alleen de gouverneur, de premier en de hoofdcommissaris een zo donker mogelijke huidkleur te hebben, maar ook Sinterklaas. Op het eilandelijke Peter Stuyvesant College (PSC) – een school voor havo/VWO – kleurde Sinterklaas en verbleekten de Zwarte Pieten uit protest tegen onderdrukking en racisme van het moederland: Nederland. Eigenlijk diende het feest voorgoed van het eiland verbannen te worden.

Na enkele jaren was op het PSC Sinterklaas weer wit. De Zwarte Pieten werden weer flink zwart geschminkt met een moeilijk verwijderbaar smeersel, óók al waren de knechten zelf reeds meer of minder donker gekleurd. Op alle andere scholen was het niet anders. Was er niets veranderd? Ja wel, op korte termijn minder radicaal handelen en op de lange duur ingrijpender ontwikkelingen. Lees verder >>

Tweedeling tussen zwarte piet en Zwarte Piet


Vorige week werd uiteraard in diverse media uitvoerig stilgestaan bij de aankomst in Nederland van de heilige Sint-Nicolaas en zijn gevolg. In deze berichtgeving maar ook in de bij tijd en wijle oververhitte discussies over de gelaatskleur van de pieten (of Pieten?) viel mij ook een taalkundig interessant fenomeen op: de rol van de hoofdletter. Vooral de schijnbare willekeur prikkelde mijn nieuwsgierigheid. We zien namelijk zwarte pieten en Zwarte Pieten. En door de komst van nieuwe exotische pieten krijgen we nieuwe verwarring: schrijven we Regenboogpiet of regenboogpiet? Hoe zit het toch met die vermaledijde hoofdletter?

In de Technische Handleiding uit 2009, waarin de regels voor de officiële spelling van het Nederlands zijn weergegeven, treffen we een op het eerste gezicht heldere hoofdregel aan: soortnamen worden met een kleine letter geschreven en eigennamen met hoofdletter. Voorheen werd de ‘knecht van Sinterklaas’ aangeduid als Zwarte Piet, mét hoofdletter dus. We kunnen dan overduidelijk spreken van een eigennaam.

Lees verder >>