Tag: Shakespeare

Bredero, kunstenaar

Door Marc van Oostendorp

De recensies die tot nu toe verschenen van René van Stiptiaans De hartenjager, doen dat boek geen recht. Ze leggen te veel de nadruk op het biografische. De koppen in de kranten gaan meestal over de ‘zelfmoord’ van Bredero, hoewel die daad door Van Stipriaan alleen heel voorzichtig als een mogelijkheid wordt aangestipt.

Ja, 1618 was een jaar waarin Bredero’s wereld op een aantal manieren moet zijn ingestort. De machtsgreep van prins Maurit maakte een einde aan veel van de onbezorgde religieuze vrijheid waarvan Bredero en andere Amsterdammers hadden geprofiteerd. Tegelijkertijd was de schrijver in zijn persoonlijk leven ongelukkig in de liefde – hopeloos verliefd op een vrouw die in dat jaar met een oudere en welvarender man trouwde. Maar of hij om dat alles zelfmoord pleegde, weet niemand, en het doet er 400 jaar na dato ook nauwelijks toe.

Wat Van Stipriaans boek interessant maakt, en uniek, is dat hij zich concentreert op Bredero als schrijver, als kunstenaar. Je zou zeggen dat dit niet zo gek is in een boek over een kunstenaar over wie nauwelijks iets biografisch bekend is, maar in het verleden hebben auteurs zich wel aan Bredero’s werk vergrepen om uit iedere syllabe in ieder lied iets biografisch te vinden. Later bleek dat sommige gedichten die men altijd als cruciaal voor het begrijpen van Bredero’s psyche had gezien, vertalingen uit het Frans waren. Toen keerde men zich juist af van ál het biografische. Lees verder >>

De vorm van het Nederlandse sonnet in de 17e en 18e eeuw

Door Marc van Oostendorp

Theodore Rodenburgh. Bron: Beeldbank Amsterdam

Een van de prikkelende stellingen die Walter Cohen naar voren brengt in zijn A History of European Literature (dat ik gisteren besprak), is dat het sonnet, terwijl het zich tijdens de Renaissance door Europa verspreidde, zich telkens aanpaste aan de lokale omstandigheden en de lokale taal. Het is een interessant verhaal, maar het lijkt me ook niet in alle details juist.

Een van de kwesties die Cohen bespreekt is die van het rijm en het rijmschema. Er zijn twee belangrijke soorten rijm: mannelijk en vrouwelijk. Bij de eerste soort rijmen beklemtoonde lettergrepen op elkaar (man / kan), bij de tweede soort komt er na de beklemtoonde lettergreep nog een onbeklemtoonde (vrouwen / vouwen). In het Italiaans en het Spaans domineert het vrouwelijk rijm, maar dat is ook niet zo gek: die talen hebben nauwelijks woorden die op een beklemtoonde lettergreep eindigen. In het Duits en in het Nederlands wordt het juist als elegant gezien om mannelijk en vrouwelijk rijm af te wisselen. Alleen in het Engels is er iets geks: daarin is de overgrote meerderheid van de rijmen mannelijk. Van Shakespeare’s sonnetten heeft een meerderheid alleen mannelijke rijmen, en er is er slechts één met alleen vrouwelijk rijm – een sonnet dat inhoudelijk ook nog speelt met de vrouwelijke kanten van de mannelijke geliefde. Lees verder >>

Ilja Leonard Pfeijffer als kabbalist

De taal van Ilja Leonard Pfeijffer (12)

Door Marc van Oostendorp

Wie een sonnet, een liefdessonnet, begint met de woorden ‘zal ik jou vergelijken’, doet de lezer onherroepelijk denken aan Shakespeare. Zeker als dat sonnet nummer 18 heeft in een cyclus, want het sonnet dat dit nummer heeft in het werk van de Zwaan van Avon begint met de regel ‘Shall I compare thee to a summer’s day?’

Welnu, gedicht 18  in Ilja Leonard Pfeijffers bundel Dolores begint als volgt:

zal ik jou vergelijken
met zenuwgasaanval op doordrekte loopgraven
van mijn rillend wachten en uitgesteld sterven?
verkrampter stuipstaar ik met starre ogen willoos
in de wolk van jouw slopende schoonheid

De retorische structuur van het gedicht volgt losjes die van Shakespeare’s sonnet: de vergelijking met een zomerdag voldoet niet, zij het dat de mislukking in Engeland veroorzaakt wordt doordat die dag niet mooi genoeg is, terwijl hij voor Pfeijffer juist nog niet voldoende gruwelen kent om echt op de vrouw te kunnen lijken. Lees verder >>

U iets te veel, mij nutt’loos

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (95)
Het Nederlandse sonnet bestaat 451 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

Illustratie: Susanne van der Kleij
Illustratie: Susanne van der Kleij

Ik heb niet kunnen achterhalen wanneer het verschil tussen mannelijk en vrouwelijk rijm precies belangrijk werd voor Nederlandse dichters, of wanneer die conventie om het te noemen naar geslachten zo benoemd werd. Over metriek is veel meer bekend, maar de geschiedenis van de Nederlandse rijmtheorie moet nog geschreven worden.

In Shakespeares sonnet 20 is het verschil belangrijk. Lees verder >>