Tag: semantiek

De betekenis van scheldwoorden

Door Marc van Oostendorp

Als ik zeg dat Diederik een mof is, wat zeg ik dan? Daarover gaat een interessant nieuw artikel van Bianca Cepollaro en Tristan Thommen in een van de mooiste taalkundige tijdschriften die er zijn (vind ik), Linguistics and Philosophy.

Het artikel is interessant, hoewel het vooral negatief is. Het gaat over hoe we de betekenis van scheldwoorden niet moeten begrijpen: het is niet het geval dat je de negatieve betekenis van een woord in de definitie kunt opnemen, en dat je dan klaar bent. Je kunt zeggen dat mof betekent: een Duitser en daarom een verwerpelijke persoon, maar de volgende twee zinnen betekenen toch niet precies hetzelfde:

  • Diederik is een mof.
  • Diederik is een Duitser en daardoor een verwerpelijke persoon.

Dat blijkt eigenlijk al, wanneer de de zinnen gaat ontkennen. Ineens kun je ze niet meer in dezelfde omstandigheden gebruiken: Lees verder >>

Wat als betekent

Door Marc van Oostendorp

Het meest onontsluierde raadsel van alle onontsluierde raadselen van de taal is betekenis. ‘Een man loopt op straat’: wat betekent dat? Is het een plaatje van iemand in een straatbeeld? Verwijst het op de een of andere manier naar de werkelijkheid, zo ja, hoe? Wat komt er precies in je koppie als je zo’n zin hoort?

Het meeste succes hebben de taalkundigen die betekenis bestuderen, de semantici, bij de logische aspecten van betekenis: de betekenis van woorden als en en of, van iedereen en niemand: woorden waaraan iets te rekenen valt. En toch valt daar nog van alles aan te pluizen. Dat bewijst een recent artikel over het woord als van de Amsterdamse semantici Robert de Rooy en Katrun Schulz in het Journal of Logic, Language and Information.

Er is iets raars met de volgende zin, zeggen De Rooy en Schulz, en het is lastig om het daar niet eens mee te zijn: Lees verder >>

Ga lekker genieten!

Door Henk Wolf

Recent plaatste iemand in de Facebookgroep ‘Leraar Nederlands’ een foto van een reclamebord met het opschrift ‘geniet van onz Strandbok Bier’. Ik denk dat de plaatser vooral op de gekke spelling van onz of de onconventionele omgang met spaties en hoofdletters wilde wijzen, maar ik vond de gebiedende wijs geniet het opvallendst. Waarom? Omdat die op een bord bij de ingang van een restaurant stond. Ik zou een zin als ‘geniet van ons bier’ alleen gebruiken tegen mensen die al een biertje voor zich hebben.

De zin op het bord is dan ook geen wens zoals ‘slaap lekker’, ‘wees gezegend’, ‘krijg de pip’ of ‘kom veilig thuis’. Hij is eigenlijk een oproep om zelf genot op te roepen door een biertje te gaan kopen. Geniet is dus een aansporing tot actie en voor mijn taalgevoel kan dat niet. Bij mij is genieten namelijk geen werkwoord dat een actie uitdrukt, maar een zogenaamd ervaringswerkwoord – en ervaringen kun je mensen alleen maar toewensen.

Als je in het Nederlands van de negentiende en twintigste eeuw geniet als gebiedende wijs tegenkwam, dan was dat wel een aansporing, maar nog geen heel actieve. De luisteraar werd ertoe aangespoord om acht te slaan op iets wat hem voor de voeten kwam, om zich open te stellen voor een ervaring. Voorbeelden zijn:

Lees verder >>

Wat betekent ook?

Door Marc van Oostendorp

Korte woorden zijn over het algemeen interessanter dan lange woorden. De betekenis van de laatste – hippopotamus. encyclopedie, belastingman – kun je over het algemeen opzoeken in een woordenboek, maar korte woorden hebben vaak allerlei veel moeilijker te vatten betekenisnuances.

Neem ook. Van Dale geeft acht verschillende betekenissen (‘bo­ven­dien, daar­en­bo­ven’, ‘even­zo, even­zeer’, ‘zelfs’, ‘dienovereenkomstig’), maar de lezer van het woordenboek krijgt het idee dat er dan toch allerlei nuances worden gemist. Bijvoorbeeld de zaken die Marlijn Meijer en Sophie Repp beschrijven in een recent artikel over ook.

Ze bespreken daarin dialoogjes als de volgende: Lees verder >>

Ik houd een beetje van jou

Door Marc van Oostendorp

Een belangrijke reden om taal te bestuderen, om de betekenis van taal te bestuderen, is: begrijpen hoe mensen denken. De wereld om ons heen is een permanente chaos, waarin alles door elkaar loopt, maar de taal plaatst alles in keurige categorieën. We ontwaren een vage zwarte en bruine vlekken die corresponderen met ingewikkelde constellaties van atomen in een bepaalde staat, maar we zeggen ‘de kat zit op de mat’.

Zo toont de taal aan dat we niet in vage vlekken of in atoomconstellaties kunnen denken.

De Amerikaanse semanticus Robert Pasternak schrijft zo in een recent artikel over de manier waarop we over gevoelens schrijven: als iets dat je misschien niet kunt meten, maar wel vergelijken:

  • Ik houd heel veel van jou.
  • Ik haat jou een beetje.
  • Hij houdt meer van Anne dan van Onno.

Er bestaat, in onze normale beleving van de wereld kennelijk een maat waarmee we de intensiteit van gevoelens kunnen bepalen. Die maat is niet precies: je kunt niet zeggen ‘ik houd honderdduizend van jou’. Maar kennelijk kunnen we wel bepalen welke liefde groter is dan een ander. Lees verder >>

Wat betekent ‘dat’?

Door Marc van Oostendorp

We zitten samen aan tafel en ik kijk naar mijn bord. Dan hef ik mijn hoofd langzaam op en onheilspellend zeg ik dan: ‘dat is vies’. Wat betekent het woord dat dan? In deze context lijkt het antwoord duidelijk: mijn bord. Om te controleren of ik gelijk heb, moet je het bord dat voor me ligt controleren.

Maar hoe zit dat precies? Volgens veel moderne taalkundigen gaat het vooral om mijn intentie. Met dat bedoel ik ‘dat wat ik bedoel’. Door naar dat bord te kijken zorg ik ervoor dat jullie weten dat ik dat bord bedoel, en daardoor kunnen jullie reconstrueren wat dat betekent.

De Oostenrijkse semanticus Christopher Gauker verzet zich tegen deze gedachte in een nieuw artikel in het tijdschrift Linguistics and Philosophy. Voor hem doet de intentie van de spreker er niet toe bij bepalen wat dat betekent. Hij geeft daarvoor een aardig gedachte-experiment. Stel we zitten weer aan tafel, maar nu zie ik dat jouw bord vies is. Dat wil ik je zeggen, maar onwillekeurig kijk ik daarbij naar mijn eigen bord, en per ongeluk maakt mijn hand een wijzende beweging naar dat bord. Wat betekent ‘dat is vies’ nu? Lees verder >>

Nul bananen is niet hetzelfde als geen bananen

Door Marc van Oostendorp

De wetenschap, die voor niets staat, heeft nu ook een aantal raadselen rond het woord nul ontsloten.

Het is een raar telwoord. Historisch is het zoals bekend een betrekkelijk jonge uitvinding in de wiskunde, en de betekenis ervan is niet erg intuïtief. Wat wat zijn precies nul bananen? Wat moeten we ons daarbij voorstellen? En wat onderscheidt die nul bananen precies van nul sinaasappels? Hoe passen zulke eigenaardige ideeën in een mensenhoofd.

En dan taalkundig: waarom zeg je eigenlijk ik heb nul bananen en niet nul banaan? Meer dan vijf jaar geleden schreef ik hier al over dit vreemde telwoord, maar nu daagt er eindelijk licht in de duisternis: in het tijdschrift Glossa verscheen een artikel van de taalkundigen Lisa Bylinina en Rick Nouwen. Lees verder >>

Nieuwe betekenissen van ‘officieel’

Door Henk Wolf

Ik word er altijd een beetje blij van als ik denk dat ik een taalverandering heb gevonden die nog niet in de woordenboeken is opgenomen. Af en toe denk ik dat ik er een gevonden heb en daar schrijf ik dan een stukje over. Een zo’n verandering is de betekenisuitbreiding van het woord officieel.

In officieel herkennen we natuurlijk het Franse office of het Latijnse officium, die allebei verwijzen naar het ‘ambt’. Officieel betekent in het Nederlands dan ook al heel allerlei dingen die met het ambtelijk apparaat of – wat breder – met de overheid te maken hebben. En daaruit komen weer nieuwere betekenissen als ‘volgens de regels’, ‘vormelijk’, ‘deftig’, ‘statig’, ‘traditioneel’ voor, die allemaal in de woordenboek terug te vinden zijn.

Recenter lijkt officieel er nog twee betekenissen bij te hebben gekregen. Die beschrijf ik hieronder. Lees verder >>

Auto-antoniemen: woorden die hun eigen tegenovergestelde zijn

Door Henk Wolf

Sommige woorden vormen paren van tegenovergestelden, of met een vakterm antoniemen. Voorbeelden zijn kleingroot en aan-uit. Andere woorden vormen homoniemen. Dat zijn woorden die hetzelfde klinken en/of hetzelfde geschreven worden. Voorbeelden zijn boer (landbouwer of veehouder) en boer (oprisping van lucht). Dit stukje gaat over woordparen die allebei zijn: antoniem en homoniem. Ze zijn identiek aan hun tegenovergestelde. Voorbeelden zijn mits-mits en zelfbewust-zelfbewust. Een woord dat deel uitmaakt van zo’n antoniem-homoniem paar, wordt wel auto-antoniem of contraniem genoemd. Het Duits heeft er de mooie naam Januswort voor, naar de god Janus die twee hoofden had die in tegenovergestelde richtingen keken.

Voorbeelden van Nederlandse auto-antoniemen

Hieronder bespreek ik kort vijf Nederlandse auto-antoniemen: mits, zelfbewust, sanctie/sanctioneren, minzaam en lekker. Lees verder >>

Comparatieve illusies

Door Marc van Oostendorp

Castrovalva (Abruzzo), door M.C. Escher

Er zijn meer mensen naar Moskou gegaan dan ik dat ben. Ja, dat lezen jullie goed en denk daar maar eens over na. Maar liever niet te lang, want voor je het weet val je in een afgrond van onbegrip. Die zin klinkt goed, maar als je erover nadenkt blijkt hij geen enkele duidelijke betekenis te hebben.

Er zijn weinig zinnen waarover je dat kunt zeggen. Er zijn natuurlijk meer zinnen die geen betekenis hebben, maar die zijn dan meestal niet grammaticaal (“’s Ochtends heeft belangen omdat gepopt vader”). Grammaticale zinnen hebben soms een heel vreemde betekenis (“Afgrijselijke dorpels beklauteren een warm verkeersbord”), maar dat is nog altijd wel een betekenis. Dat geldt allemaal niet voor “Er zijn meer mensen in Moskou geweest dan ik dat ben”.

Escherzinnen, worden dergelijke zinnen (“More people have been to Moscow than I have”) sinds een paar jaar wel genoemd in de Amerikaanse taalwetenschappelijke literatuur (en één keer ook door Liesbeth Koenen), maar die term is eerder al gereserveerd voor een ander verschijnsel, en wel door Peter-Arno Coppen. Dus daar volgt de stijlgids van Neerlandistiek Coppen en niet die Amerikanen. Lees verder >>

Hard aaien

Door Marc van Oostendorp

Soms moet een mens kracht uitoefenen en soms moet een mens het daarover hebben. Je kunt bijvoorbeeld iets of iemand slaan, of duwen of aaien. Over dat soort werkwoorden gaat het proefschrift waarop Anja Goldschmidt vorige maand in Utrecht promoveerde.

Je kunt die werkwoorden op verschillende manieren onderverdelen, zegt Goldschmidt. Er zijn bijvoorbeeld acties waarvoor langdurig contact nodig is (zoals duwen en trekken) en acties die in een oogwenk kunnen gebeuren (zoals slaan). Maar het interessantst is de onderverdeling in werkwoorden die meer of minder kracht vereisen. Persen veronderstelt bijvoorbeeld meer kracht dan duwen: je lippen samenpersen geeft meer kramp dan je lippen samenduwen.  Lees verder >>

Wie weet er of Jo een echte Limburger is?

Door Marc van Oostendorp

Iedere zin is een wonder. Ik ben nu toch al tientallen jaren student taalwetenschap, en nog steeds ontvouwt zich bijna iedere dag wel weer een klein raadsel rondom een doodnormale zin.

Zo las ik deze week een artikel over zinnen zoals:

  • Ben weet niet of Jo een Limburger is.

Op het eerste gezicht lijkt deze zin misschien alleen een mededeling over de actuele stand van Bens kennis. Daarin ontbreekt kennelijk wat informatie. Je zou de zin dan kunnen expliciteren als:

  • Ben weet niet dat Jo een Limburger is en Ben weet niet dat Jo geen Limburger is.

Maar als je er preciezer over nadenkt, betekenen die twee zinnen niet hetzelfde.  Lees verder >>

Amsterdam uitbreiden met mooie woorden

Door Marc van Oostendorp

De drie grote planologische uitbreidingen van Amsterdam in de 20e eeuw

Gisteren verdedigde MaartenJan Hoekstra in Delft zijn proefschrift. Dat was niet zomaar een proefschrift, maar een dubbelpromotie in één persoon – zijn boek Stedebouwkundig(e) ontwerpen in woorden gaat zowel over bouwkunde als over taalkunde. Er waren dan ook twee promotoren: Han Meyer uit Delft, en ik. De bekende etymologe Marlies Philippa was wat je op andere universiteiten copromotor zou noemen, maar daar doen ze in Delft geloof ik niet aan. (In Delft duurt de oppositie ook een heel uur in plaats van 45 minuten en tekenen de promotoren de bul in een apart kamertje, zonder de rest van de commissie, heel eigenaardig.)

Jullie kunnen MaartenJans proefschrift hier downloaden en als ik jullie was en ik zou een leuk weekeinde willen, zou ik dat zeker doen: het is een rijk, dik boek, dat heel goed geschreven is en heel fraai geïllustreerd. Lees verder >>

Voor meer informatie: klik daar

Door Marc van Oostendorp

Over vijftig jaar, zo beloof ik jullie, komt er een in leer gebonden uitgave van mijn blogposts op Neerlandistiek over de constructie Klik hier. Die serie is nog niet erg vergevorderd – dit is de tweede aflevering en de eerste verscheen in 2013 -, maar geef het nog wat tijd en het boekje loopt vanzelf vol. Zeker nu ook andere bloggers zich ermee gaan bemoeien, zoals mijn Nijmeegse collega Marten van der Meulen, die onlangs op Twitter deze observatie deed:

Er is inderdaad op het eerste gezicht iets raars: je hoort niet te zeggen klik daar, maar je hoort te zeggen klik hier. Althans, je kunt natuurlijk wel klik daar zeggen, maar dan alleen als je verwijst naar iets wat al eerder is genoemd: “Ga naar de hoofdpagina van de site en klik daar op de het menu-item ‘Veelgestelde vragen’.” In zo’n zin is daar juist eigenlijk raar?

Lees verder >>

Wat is waarheid in taal?

Door Marc van Oostendorp

Wat bedoelen we als we zeggen dat iets waar is? Vele generaties filosofen hebben zich inmiddels over die vraag gebogen, en dat heeft zeer dikke boeken opgeleverd en/of ingewikkelde mathematische formules, maar in een nieuw artikel stelt de Duitse taalkundige Friederike Moltmann voor om eens wat nauwkeuriger te kijken naar wat we precies in alledaagse taal lijken te zeggen als we bijvoorbeeld zeggen:

  • Carolines bewering dat de primula in bloei staat is waar.
  • Carolines overtuiging dat de primula in bloei staat, is waar.
  • Carolines oordeel dat de primula in bloei staat, is waar.

In het typische geval, zegt Moltmann, gaat het in dit soort zinnen over beweringen, overtuigingen, oordelen en andere zelfstandig naamwoorden die een menselijke geestesgesteldheid (of houding) beschrijven: attitude-objecten noemt Moltmann die. Ze laat daarbij wat verrassende eigenschappen van die woorden zien. Stel dat je bijvoorbeeld zegt: Lees verder >>

Oproep: onderzoek bewegingswoorden in het Nederlands

Door Jeffrey Pheiff en Lea Schäfer

Wij onderzoeken de verschillende mogelijkheden om beweging uit te drukken in de Nederlandse omgangstaal. Het zou ons zeer helpen als u 10 minuten de tijd zou kunnen nemen om de volgende anonieme enquête in te vullen.

U heeft tot taak een aantal zinnen te completeren. Bij elk zinnetje staat een bijbehorend plaatje dat de bedoelde situatie weergeeft. Wij vragen u de vragen zodanig te beantwoorden alsof u met iemand spreekt met wie u bent opgegroeid. Uw antwoorden mogen dus van het officiële schriftelijke Nederlands afwijken.

U kunt de enquête hier vinden. Aan het einde van de vragenlijst hebt u de mogelijkheid om deel te nemen aan een loterij voor vier € 5- vouchers van de HEMA.

Als Anne, Janne en Sanne elkaar iksen

Door Marc van Oostendorp

Anne, Janne en Sanne kennen elkaar: wie kent dan wie? Normaliter zul je ervan uitgaan dat de volgende zaken waar zijn:

  • Anne kent Janne.
  • Anne kent Sanne.
  • Janne kent Anne.
  • Janne kent Sanne.
  • Sanne kent Anne.
  • Sanne kent Janne.

Met andere woorden: iedereen kent iedereen. Toch heeft elkaar niet altijd precies die betekenis, zegt  een groep Utrechtse en Telavivse taalkundigen in een nieuw artikel in Glossa. Neem bijvoorbeeld de volgende zin:

  • Anne, Janne en Sanne bijten elkaar.

Die zin zul je meestal niet interpreteren als: Lees verder >>

Vinden, geloven en beschouwen

Door Marc van Oostendorp

Wat is het verschil tussen vinden en geloven? Waarom kun je wel zeggen ‘Ik vind dat het eten in de kantine lekker is’, maar niet ‘Ik vind dat jij een dokter bent’? Het ligt er niet aan dat je alleen dingen kunt vinden die objectief waar zijn, want je kunt natuurlijk zeggen ‘Ik geloof dat jij een dokter bent’ en dan is het ook niet zeker waar dat jij tot de medische stand behoort.

De jonge Zweedse taalkundige Elizabeth Coppock geeft in een net verschenen artikel nog een groot aantal voorbeelden waaruit hetzelfde blijkt (ze geeft ze in het Zweeds, maar ze zijn zo in het Nederlands te vertalen):

  • Ik vind dat het vandaag dinsdag is.
  • Ik vind dat ik ga winnen.
  • Ik vind dat het misschien om kwart over begint.
  • Ik vind dat God bestaat.

Bij de meeste van die voorbeelden is er helemaal geen sprake van objectieve waarheid (het is op dit moment nog verre van zeker dat ik inderdaad ga winnen). Toch kun je hier geen vinden gebruiken, maar wel geloven. Lees verder >>

Hoeven leren

Door Marc van Oostendorp

Laten we ons even verplaatsen in de peuter die geconfronteerd wordt met het werkwoord hoeven. We zitten sowieso in een fase in ons leven dat we iedere dag tal van nieuwe woorden leren, en dan is daar ineens hoeven.  Je ene moeder zegt bijvoorbeeld tegen je andere:

Je hoeft dat niet te doen.

Op de een of andere manier moet je uitvissen hoe dat in elkaar zit. Wat betekent dat woord? Niemand zal het je adequaat uitleggen – vraag de gemiddelde moeder maar eens een definitie te geven van hoeven – en toch vissen kinderen het op de een of andere manie uit: het betekent net zoiets als moeten. Maar dan moet je nog iets uitvinden, namelijk dat je wel kunt zeggen:

Je hoeft dat niet te doen.
Niemand hoeft dat te doen.
Je hoeft alleen maar te komen.
Je hoeft geen moeilijke dingen te doen.

Maar dat je niet kunt zeggen:

Je hoeft te komen.

Lees verder >>

X hebben aan Y

Door Robert Chamalaun

Vorige week was ik met een groep leerlingen op kamp in de Ardennen. Het mooie van dit soort kampen is ook dat leerlingen zich vrijer voelen in hun taalgebruik dan in een klassensituatie. Zo hoorde ik tijdens een van de vele wandelingen verschillende leerlingen verzuchten dat ze haat hadden aan het bos, de bergen, het eten en wat al niet meer.

Het was vooral de formulering haat hebben aan die mijn interesse trok. Nu is deze formulering op zichzelf niet nieuw. Eerder stelde de Taalprof al vast dat de constructie haat hebben aan al eeuwen zo’n beetje onder de oppervlakte  van het Nederlands bestaat. Gerenommeerde schrijvers als Victor van Vriesland en Marcellus Emants maakten gebruik van de constructie en zelfs in de middeleeuwen sprak men van haat hebben, zonder aan weliswaar. Lees verder >>

‘Elke jongen leest een ander boek’

Door Marc van Oostendorp

Hoe bepaal je wat een zin betekent? Het moet ongeveer zo gaan: je zoekt in het gigantische woordenboek in je hoofd op wat ieder van de woorden betekent, je bekijkt hoe die woorden zich in de zin tot elkaar verhouden – wat het onderwerp is en wat het lijdend voorwerp, bijvoorbeeld – en dan stel je de betekenis van de zin vast. De betekenis van

Adri leest Turks Fruit.

wordt uniek bepaald door de betekenis van Adri, van lezen en van Turks Fruit, en van de verschillende rollen die deze woorden in de zin spelen.

Maar dan! Hoe zit dat met de volgende zin:

Elke jongen leest een ander boek.

Lees verder >>

tragisch / triest

Verwarwoordenboek Vervolg (33)

Door Jan Renkema

In het Verwarwoordenboek worden zo’n 500 woordparen behandeld met vaak onduidelijke verschillen: afgunst-jaloezie, bloot-naakt, geliefd-populair, plaats-plek, enz. Talrijke lezers hebben woordparen aangedragen met het verzoek om ook die te behandelen. Vandaar deze wekelijkse rubriek.

Mocht u ook een ‘verwarpaar’ behandeld willen zien, plaats dan een reactie onder deze rubriek. Kijkt u dan wel even op de website om te zien of de woorden al zijn opgenomen.

tragisch / triest

De woorden verschillen heel subtiel in betekenis. En tragisch is vaak iets sterker dan triest. Lees verder >>

Deze appel is roder dan die andere

Door Marc van Oostendorp

Galileo Galilei onderscheidde al twee soorten bijvoeglijk naamwoorden. Sommige geven een absolute waarde aan; in het Nederlands is zwanger daar het spreekwoordelijke voorbeeld van (‘je kunt niet een beetje zwanger zijn’). Andere kun je op een schaal zetten: je kunt wel ‘een beetje groot’ zijn, zoals je trouwens ook groter kunt zijn dan iemand anders, en niet zwangerder.

Maar dat soort ‘geschaalde’ bijvoeglijk naamwoorden kun je nog verder opdelen, zeggen de semantici Nat Hansen en Emmanuel Chemla in een nieuw artikel in het tijdschrift Linguistics and Philosophy. Je hebt bijvoeglijk naamwoorden als groot die relatief zijn. Als Wouter groter is dan Joop, betekent dat niet dat Wouter ook in absolute zin groot is. Vergeleken met de meeste andere mannen is hij misschien maar een miezerig mannetje. Daarnaast heb je bijvoeglijk naamwoorden als ziek: als Wouter zieker is dan Joop, dan is Wouter zeker ziek, en Joop trouwens ook.  Lees verder >>

Drie winnaars voor deze race: mogelijkheden tellen

Door Marc van Oostendorp

Er is een interessant verschil tussen boeken en winnaars, merkte de Amerikaanse taalkundige Itamar Francez onlangs op in een nieuw artikel. Je kunt dat verschil zien als je zinnen zoals de volgende twee met elkaar vergelijkt:

  • Op dit moment kunnen er drie winnaars van deze race zijn.
  • Op dit moment kunnen er drie boeken op tafel liggen.

De eerste zin is dubbelzinnig. Lees verder >>