Tag: Schrijfwijzer

Waar moet het heen en waar gaat het heen?

Over taalgebruikers en moedertaalsprekers

Door Marc van Oostendorp
De onderstaande tekst was bedoeld voor het afscheidssymposium van Jan Renkema van enkele weken geleden, waar ik op het laatste moment door omstandigheden niet naartoe kon. Ik bied hem Renkema én u als ‘taalgebruiker’ aan nu aan als longread

Waar moet het heen met het Nederlands? Toen de organisatie van het afscheidssymposium voor Jan Renkema mij die vraag stelde, gaf ze me speciale toestemming om die vraag te herformuleren als ‘Waar gaat het heen met het Nederlands?’

Over die speciale behandeling heb ik lang nagedacht. Waar heb ik hem aan te danken? Waarom denkt men dat ik als taalkundige geen antwoord wil geven op die eerste vraag en wel op de tweede, terwijl de andere deelnemers kennelijk geen probleem hebben met die eerste vraag? Volgens mij zegt dat iets essentieels over het verschil tussen taalwetenschappers en taalbeheersers (of: taaladviseurs), zoals de organisatoren die vermoedelijk zien, en zoals in ieder geval Jan Renkema, voor zover ik zijn werk ken, die ziet.

Ik moest even denken aan de roman De besten onder ons van de Zweedse taalkundige Helene Uri. In die humoristische roman figureert een instituut voor futurologische linguïstiek met twee afdelingen. De een houdt zich bezig met de vraag hoe de taal er in de toekomst uit moet zien. De ander met de vraag hoe ze er daadwerkelijk uit zal zien.

Lees verder >>

Schrijfwijzer

Voor de bezoekers die Neder-L vandaag via NRC Handelsblad gevonden hebben en nieuwsgierig zijn naar de discussie van deze zomer over de Schrijfwijzer van Jan Renkema:

Linguïstisch Miniatuurtje CLVI: Schrijfeigenwijzer

Bijna twee jaar heb ik rustig kunnen slapen. Precies 20 maanden heb ik in de veronderstelling geleefd dat op de taalprofsite het definitieve stukje stond over de constructie de reizigers worden verzocht over te stappen. Sinds ik die kwestie negen jaar geleden in een miniatuurtje had opgerakeld had zich, voornamelijk op de taalprofsite, een verwoede discussie afgespeeld, die met veel inspanning tot een acceptabele conclusie gevoerd was, waar toentertijd iedereen mee leek te kunnen leven. Maar drie dagen geleden werd deze illusie ruw verstoord door de -terloopse- mededeling van Jan Renkema dat hij het “deze keer niet met [mij] eens” was.

Drie nachten heb ik wakker gelegen, piekerend waar Renkema en ik het nu in vredesnaam over oneens waren.
Lees verder >>

Schrijfwijzer (8 en slot): Vol op het orgel

 

De interessantste opmerking in de discussie over de Schrijfwijzer werd uiteindelijk gisteren gemaakt door Jan Renkema, de auteur van het besproken werk. In een reactie die gisteren tegelijkertijd verscheen op de Facebook-pagina van de Schrijfwijzer (alleen voor mensen met een Facebook-account, vermoed ik) en hier op Neder-L (u moet een beetje scrollen, het stukje van Renkema staat tussen de reacties.)

Het lijkt me flauw om hier weer een weerwoord te geven op Renkema’s weerwoord. Ik ben blij dat hij gezegd heeft wat hij wilde zeggen, en bovendien is het nu ook weer niet nodig om te kissebissen over details. Het lijkt me duidelijk dat Renkema en ik twee verschillende stijlen vertegenwoordigen om over taal na te denken en te schrijven.

De interessante opmerking staat aan het begin:

Lees verder >>

Schrijfwijzer (7): ‘Wat heb ik daar nu aan, sprak de leek onzeker.’

Wat voor beeld van ‘de taalgebruiker’ heeft Jan Renkema, de auteur van de Schrijfwijzer, waarvan onlangs de vorige editie verscheen? Hij geeft er zelf een duidelijk beeld van in de volgende passage, waarin hij die taalgebruiker tegenover de ‘taalkundige’ zet:

De taalgebruiker wil een voorschrift, een norm. De taalkundige kan vanuit zijn beroep alleen maar zeggen: zo zit taal in elkaar. Dit spanningsveld staat bekend als de spanning tussen prescriptie (voorschrijven) en descriptie (beschrijven).

Waarom die taalkundige er hier bij gehaald wordt, snap ik ook niet zo goed, er is in de voorafgaande tekst geen aanleiding voor. En ook niet waarom je er niets aan zou hebben om te weten hoe taal in elkaar zit, als je een norm wil hebben: wat is nu eigenlijk de ‘spanning’ tussen voorschrijven en beschrijven? Waar komt de norm dan wel vandaan, als hij niet komt van hoe taal in elkaar zit?

Lees verder >>

Schrijfwijzer (6): Niet bijgewerkt

Is het verstandig de nieuwe Schrijfwijzer aan uw zestienjarige nichtje cadeau te doen voor haar verjaardag? Alleen wanneer ze een buitengewone belangstelling heeft voor de Nederlandse geschiedenis van de afgelopen dertig jaar, want anders zal ze veel voorbeelden niet kunnen begrijpen.

Zo legt het boek anno 2012 uit dat er variatie is in woordenboeken aan de hand van vier definities van het begrip hollanditis – een woord dat een Amerikaanse generaal in de jaren tachtig introduceerde om de Nederlandse onwil te karakteriseren om kernwapens te plaatsen. Zal er iemand zijn onder de veertig die dat een leuk, aansprekend voorbeeld vindt? Op dezelfde pagina (196) gaat het over een troonrede waarin de zinsnede Het land is schoner geworden, met name lucht en water. Die zin stamt uit 1988. (De formulering was ook net iets anders: “Het land is de afgelopen jaren schoner geworden. Dat geldt met name voor lucht en water.”)

Lees verder >>

Schrijfwijzer (5): Digitaal en papier

De afgelopen week heb ik een aantal aspecten van de Schrijfwijzerwebsite besproken. Het wordt nu tijd voor het echte werk – althans, uit alles wordt duidelijk dat de auteur zelf het gedrukte boek als het echte werk beschouwt.

Kenmerkend is een passage als de volgende (uit het voorwoord, p. 12):

Een boek leent zich niet zomaar voor digitale weergave: ‘browsen’ is toch iets anders dan bladeren. Informatie op scherm moet vaak anders geordend worden dan op papier, al was het alleen maar omdat lezen van een scherm zoveel lastiger is dan van papier.

Tja.

Lees verder >>

Schrijfwijzer (4): Tussenbalans

De afgelopen dagen heb ik enkele van mijn belangrijke bezwaren tegen de nieuwe Schrijfwijzer geïllustreerd aan de hand van een paar video’s op de Schrijfwijzer-website: Renkema propageert een ouderwetse norm, hij biedt steun aan mensen die geen steun verdienen (bijvoorbeeld omdat ze schrijvers van rouwberichten uitlachen), en hij legt de regels onnodig onduidelijk en onjuist uit.

Ik experimenteer ondertussen met de vorm van live recenseren. Mij bevalt het wel, omdat u als lezer op mijn vingers kunt meekijken en ook nog wat kunt terugzeggen. U bent gelukkig ook kritisch (op mij) terwijl u tegelijkertijd beleefd blijft (tot nu toe). Dat gebeurt veel te weinig, als het over taalzaken gaat, discussiëren op niveau. Beter gezegd: dat gebeurt eigenlijk niet, meestal bralt men maar wat.
Lees verder >>

Schrijfwijzer (3): De eeuwige taalvraag

De nieuwe Schrijfwijzer is een multimedia-project: naast het boek is er een uitgebreide website die deels afgeschermd is voor kopers van het boek (in het boek staat een toegangscode) maar ook deels openbaar. Voor de recensent is dat prettig, zeker als die recensent problemen heeft met het boek: iedereen kan controleren wat ik over de website zeg en daar zijn eigen oordeel over vormen.

Daarom nog één keer een video. Dan houd ik er mee op en ga ik over naar de geschreven teksten. De volgende video introduceert een volgend probleem: de manier waarop Renkema ingewikkelde kwesties uitlegt. Bijvoorbeeld die over de vraag welke persoonsvorm moet worden gebruikt in “De reizigers wordt/worden verzocht” – volgens Renkema zelf ‘de eeuwige taalvraag’:

Lees verder >>

Schrijfwijzer (2): De rouwadvertentie

De Schrijfwijzer maakt mensen bang om te schrijven, schreef ik gisteren. Hij doet dat door mensen erop te wijzen dat er op de wereld allerlei zeurkousen zijn die overal van alles en nog wat op aan te merken hebben. Zelf presenteert Renkema zich niet als zo’n zeurkous, hij wijst er alleen maar op dat die mensen er zijn (met enige kwade wil zou je kunnen zeggen: hij verschuilt zich achter hen) en dat je je tegen hun ‘taalkritiek’ moet wapenen. Daar zijn zijn adviezen voor bedoeld, voor het wapenen tegen taalkritiek door eraan tegemoet te komen.

Dat Renkema daardoor de criticasters bevestigt in hun denkbeelden, blijkt telkens weer in heel het multimedia-project van de SchrijfwijzerHier is nog een video van de website die het probleem nog duidelijker illustreert:
Lees verder >>

Schrijfwijzer (1): ‘Goed geprobeerd, maar het werkt niet’

De Schrijfwijzer van Jan Renkema is misschien wel hét Nederlandse boek over taal van deze tijd: er zijn in de afgelopen 30 jaar 450.000 exemplaren van verkocht.  Deze week verscheen een nieuwe editie, mét een website. Ik wil de komende weken die Schrijfwijzer en die website eens gaan uitpluizen, hier op Neder-L. Wat is dat voor boek? Wat vertelt het ons over de taal aan het begin van de 21e eeuw? En klopt dat wel?


Om met dat laatste te beginnen: ik denk dat de Schrijfwijzer inmiddels veel te ouderwets is – dat de revisies niet geholpen hebben, dat het boek een toon aanslaat en adviezen geeft die in de afgelopen dertig jaar achterhaald zijn en dat belangrijke nieuwe vragen niet beantwoord worden. Het is bang voor de elektronische media, het is bang voor oude zeurkousen, bang om iets uit te leggen. Het is een bang boek.
Lees verder >>