Tag: schoolvak

Enkele zorgwekkende ontwikkelingen aangaande het schoolvak Nederlands

Vakmeesters Nederlands hebben afgelopen maand bij de Taalunie hun zorgen geuit over het schoolvak Nederlands, de marginalisering van het literatuuronderwijs en de onrustbarende neergang van het aantal eerstejaars studenten Nederlands.

Zie hier de notitie van Theo Witte (voorzitter Meesterschapsteam Nederlands Letterkunde); een reactie door Helge Bonset staat hier.

372 likes en 92 reacties

Door Thomas de Bruijn

Na de eerste toetsweek van dit schooljaar, begin november, baalde ik behoorlijk. De resultaten van de leesvaardigheidstoetsen in havo 4 en 5 en vwo 4, 5 en 6 vielen tegen, terwijl we veel en gevarieerd geoefend hadden tijdens de lessen. Na de toetsweek heb ik per klas een volle les uitgetrokken om de pijnpunten op te sporen. Een van de vragen die ik aan mijn leerklingen stelde was waarom ze zelf dachten dat het cijfer tegenviel. Ik had verwacht dat de standaardantwoorden als ‘te laat begonnen’, ‘geen huiswerk gemaakt’ en ‘dat kon ik vorig jaar al niet’ de boventoon zouden voeren, maar dat was niet zo.

Veel leerlingen gaven eerlijk toe dat ze te weinig zakelijke teksten lezen of (te) weinig toegang tot die teksten hebben. Thuis hebben velen geen krant en niemand heeft een abonnement op bijvoorbeeld de Correspondent of HP/De tijd. Dat zette me aan het denken. Als ik wil dat ze actuele artikelen lezen over uiteenlopende onderwerpen, moeten ze die wel kúnnen lezen. Dan is er maar één oplossing: ik moet het zelf aanbieden. En dan bedoel ik niet elke les wat stencils uitdelen. Die avond ben ik een Facebook-pagina gestart waarop ik bijna elke twee dagen een artikel post van de Correspondent, de Volkskrant, Trouw, NRC, De Groene, Tzum, Vrij Nederland, Vice of een ander journalistiek medium. Lees verder >>

Een slimme meid kiest geen Nederlands?

Door Marc van Oostendorp

Als je in Nijmegen een intellectueel tegenkomt, komt het gesprek natuurlijk al snel op correctiewerk. “Gewoon allemaal een 7 geven,” zei mijn gespreksgenoot. “En als er iemand moeilijk doet, maak je er een 8 van.”

Een jongen naast hem op het bankje hoorde het duidelijk geamuseerd aan. “Daar zit er één,” zei ik.

“Nee hoor,” zei de jongen. “Ik ga volgend jaar pas studeren. Wiskunde,” voegde hij er besmuikt aan toe, want hij had gehoord wat mijn vak was. Lees verder >>

Hoe ik een 8,2 voor Nederlands haalde

Door Marc van Oostendorp

attachment-1-23Sinds gisteren weet ik wat ik als lezer waard ben: 8,2 op de schaal van het College voor Toetsen en Examens (CvTE), die namens de overheid de eindexamens overziet. Het is geloof ik zo’n beetje de gemiddelde score van leraren Nederlands. Het is, zou je zeggen, een beetje laag voor iemand die van dat vak zijn beroep heeft gemaakt en al jarenlang oefent.

Daaruit kun je verschillende conclusies trekken, zoals dat ik eigenlijk niet geschikt ben voor mijn vak en beter druiven kan gaan pletten. Of dat er misschien toch iets mis is met de examens.

Mijn examen is geheel vrijwillig nagekeken door twee leraren die mijn examen gewoon meenamen in de grote stapel: Randy Middendorp (geen familie) trad op als eerste, en Herma van den Brand als tweede corrector. Ze gaven me ook inzicht in hun overleg. Ze waren in eerste instantie op nogal verschillende beoordelingen gekomen: Herma gaf niet meer dan een 7,8; maar na enig overleg kwamen ze – ondanks aanpassingen aan beide zijden in de beoordeling van individuele vragen gezamelijk uit op het punt dat ik dus voor dit jaar op mijn rapport heb – die acht plus. Lees verder >>

Nederlands in de klas!

Nieuw initiatief: studenten Nederlands voor de klas op middelbare scholen 

We kunnen ons dagelijks leven niet voorstellen zonder de Nederlandse taal. Op zich al reden genoeg om hier alles over te willen weten. En er zijn nog veel meer redenen om je intensief met de Nederlandse taal bezig te houden. Toch loopt de belangstelling voor de studie Nederlandse Taal en Cultuur terug. De opleiding is weinig bekend bij scholieren en schooldecanen. Het schoolprofiel dat traditioneel het meest aansluit bij de studie, Cultuur & Maatschappij, is op zijn zachtst gezegd niet erg geliefd.

Aanleiding voor verschillende universiteiten om samen op te trekken in een initiatief om te laten zien hoe zeer deze studie de moeite waard is. Om scholieren tijdens hun lessen te laten kennismaken met de vele kanten en mogelijkheden van een studie Nederlands. En wie kunnen dat nu beter dan studenten die al de keuze hebben gemaakt voor een opleiding Nederlandse Taal en Cultuur? Lees verder >>

Nog enkele enthousiaste docenten gezocht voor docentontwikkelteams

Door Erwin Mantingh

Nog enkele belangstellenden kunnen zich aansluiten bij de docentontwikkelteams (DOT’s) waarin docenten onder het motto ‘meer inhoud, meer plezier en betere resultaten’ samen met enkele vakwetenschappers en vakdidactici inspirerend onderwijs zullen gaan ontwerpen. Verspreid over het land gaan er het komend schooljaar zes docentontwikkelteams met verschillende onderwerpen aan de slag in de geest van het Manifest Nederlands op school (een pleidooi van de Meesterschapsteams Nederlands voor ‘bewuste geletterdheid’ in het schoolvak Nederlands). Heeft u interesse? Klik hier voor meer informatie. Aanmelding is nog mogelijk tot 15 juni a.s.

Centraal Eindexamen Nederlands vwo 2017: mijn antwoorden

Door Marc van Oostendorp

In voorgaande jaren plaatste ik hier steeds op de avond na het eindexamen Nederlands voor vwo een bespreking. Ik deed dat aan de hand van het examen zelf en het correctiemodel. Dat laatste wordt nu echter pas vrijdag vrijgegeven. Ik zal dus pas daarna een bespreking kunnen maken. Voor die tijd plaats ik echter hier al mijn antwoorden.

Let op: dit zijn dus niet noodzakelijkerwijs de juiste antwoorden, maar de antwoorden die ik zou geven (onder omstandigheden die minder geconcentreerd zijn dan een examenzaal). Verbeteringen en ander commentaar graag hieronder.

Wie het eindexamen ook wil maken; dat kan hier. Ik ben erg benieuwd naar bevindingen van leerlingen en anderen. Graag in het reactiepaneel hieronder! Lees verder >>

Juweeltjes uit de boekenkast

Door Robert Chamalaun

Een groot voordeel van verhuizen is dat het de ideale gelegenheid is eens kritisch door je eigen boekenkast te gaan. Aangezien ik onlangs verhuisd ben, werd ook ik gedwongen eens goed te kijken naar hetgeen ik in mijn boekenkasten had staan. Tijdens het inpakken stuitte ik op enkele juweeltjes, met helaas wel als gevolg dat ik aan het einde van de dag slechts enkele dozen ingepakt had.

Een van die boekjes is een taalboek met de welluidende titel ‘Door voortdurende herhaling tot kennis – Taalboek, bijzonder voor hen, die vreemde talen willen leeren’. In dit boek richt de auteur, C. Willems, een ‘Hoofd eener R.K. Jongensschool’, zich op ontleding en naamvallen.

Het exemplaar in mijn boekenkast is uitgegeven door A. Malcorps, uitgever te ’s-Hertogenbosch, helaas zonder vermelding van een jaartal. Lees verder >>

Groepsmondelingen als tentamen literatuurgeschiedenis

Door Bas Jongenelen

Op de Fontys Lerarenopleiding Tilburg geef ik onder andere het vak Moderne Letterkunde aan de tweedejaars voltijdstudenten ‘bachelor of education in Dutch language and literature.’ Dit vak gaat over de Nederlandse literatuur van de twintigste eeuw (met uitzondering van de postmoderne jaren 80 en 90, deze worden in het eerste jaar behandeld bij Hedendaagse Letterkunde). Studenten volgen zestien hoorcolleges en zeven werkcolleges. Er wordt tijdens de colleges alleen maar gepraat over literatuur, er wordt niets over geschreven. Het tentamen echter was altijd schriftelijk. Dat vond ik niet eerlijk en representatief: een schriftelijke toets na louter mondelinge training? Nee. Tijd voor een mondelinge toets. Lees verder >>

Enquête: evaluatie examen Nederlands

Over het examen Nederlands is veel discussie (geweest). Binnen de lerarenverenigingen Levende Talen en Nederlands Nu! hebben wij nagedacht over wensen voor het schoolvak en de examens Nederlands. Maar wij willen graag peilen in hoeverre docenten onze voorlopige ideeën ondersteunen. En over de uitkomsten van die peiling willen we ook nog graag op korte termijn met docenten overleggen. Daarvoor willen wij een tweetal regiobijeenkomsten in juni 2017 met docenten organiseren.

Elke vraag wordt voorafgegaan door een korte toelichting. De vragen met een groene asterisk (*) zijn verplicht. Het invullen van de enquête duurt ongeveer 10 minuten.

Over de resultaten en het vervolg krijg je bericht. De resultaten worden anoniem verwerkt. Je kunt de enquête invullen tot 15 mei 2017.

Naar de enquête

Rubric

Door Coen Peppelenbos

Columnisten die schrijven over het schrijven van een column zouden per direct ontslagen moeten worden. Toch wijk ik even van deze wet af omdat ik in Levende Talen (de Arts & Auto voor docenten) een artikel van twee wetenschappers las over het schrijven van een column in een havo 4-klas. De leerlingen beoordeelden elkaar aan de hand van een rubric (een soort scoreformulier) waarop maar liefst 26 punten stonden waarop hun column van feedback werd voorzien (nagekeken werd). Sindsdien slaap ik slecht, want als ik volgens die rubric beoordeeld zou worden dan zou ik een vette onvoldoende scoren.

Lees verder >>

Gesprek over het gesprek

Door Marc van Oostendorp

Een gesprek met Erwin Mantingh (Universiteit Utrecht) over het gesprek: kun je leren om een gesprek te voeren? En valt dat dan ook te toetsen? (De technische kwaliteit van deze video is wat minder dan u van ons gewend bent, maar de kwaliteit van het gesprek maakt hopelijk veel goed.)

Gesprekken met inhoud

Eindexamen gesprek (aflevering 6)

Door Marc van Oostendorp

Waarom worden gesprekken vrijwel alleen gevoerd op het vmbo en het mbo? Misschien heeft het ermee te maken dat we gesprekken als een eenvoudigere en wie weet zelfs lagere vorm van taalgebruik zien: niet iets waar je je vreselijk voor hoeft in te spannen. Praten is iets voor werklui, wij intellectuelen van de havo en het vwo lezen en houden af en toe een voordracht. Dat is dan een onterechte omkering van wat Socrates als waardevol zag.

Misschien heeft het ook te maken met het feit dat de leerlingen in het beroepsonderwijs een eigen onderwerp hebben om over te praten: de eigen werkomstandigheden. Leerlingen in het meer theoretische onderwijs op de havo en de vwo worden dan geacht zich met algemenere kwesties bezig te houden: zaken van ‘maatschappelijk belang’ zoals het referentiekader het noemt.

Lees verder >>

Examineren van spreken: het is te doen!

Door Robert Chamalaun

Als opmaat voor het komende eindexamen laat Marc van Oostendorp vrijwel dagelijks zijn licht schijnen op het examen en vooral op de vraag of we niet beter aandacht zouden kunnen besteden aan het gesprek als ultieme vorm van taalvaardigheid. Ik onderschrijf zijn conclusie dat het gesprek een zeer belangrijke, zo niet de belangrijkste, vaardigheid is. Dat er allerlei haken en ogen zitten aan toetsing is geen argument om gespreksvaardigheid in de moedertaal als ondergeschoven kind te behandelen. Enkele jaren geleden heb ik een opdracht bedacht die tegemoetkomt aan de bezwaren die nu eenmaal kleven aan het toetsen van gespreksvaardigheid. In dit artikel bespreek ik die opdracht. Hopelijk inspireer ik zo collega’s om meer aandacht aan spreekvaardigheid in de moedertaal te besteden.

In de eindtermen is het glashelder verwoord: leerlingen moeten op niveau 3F (havo 5) in staat zijn op effectieve wijze deel te nemen aan gesprekken over onderwerpen uit de (beroeps)opleiding en van maatschappelijke aard. Niveau 4F (vwo 6) gaat uiteraard nog verder: leerlingen moeten in alle soorten gesprekken de taal nauwkeurig en doeltreffend kunnen gebruiken voor een breed scala van onderwerpen uit (beroeps)opleiding en van maatschappelijke aard. Deze hoofddoelen zijn uiteraard abstract geformuleerd en het zijn vooral de subdoelen die verwerkt moeten worden in een of meerdere opdrachten. Lees verder >>

Gesprekken examineren – het rollenspel

Eindexamen gesprek (aflevering 5)

Door Marc van Oostendorp

Er zijn schoolvormen in Nederland waar het gesprek inderdaad wordt geëxamineerd: het vmbo en het mbo. Het zogenoemde ‘referentiekader’ dat in opdracht van het ministerie van onderwijs is samengesteld geeft vrij uitvoerige informatie over aan wat voor criteria een goede gespreksbijdrage zou moeten voldoen.

Een van die criteria is, willekeurig gekozen, ‘beurten nemen en bijdragen aan samenhang’. Op het laagste door het referentiekader gedefinieerde niveau betekent dat ‘Kan een kort gesprek beginnen, gaande houden en beëindigen’. Op het hoogste niveau is het ‘Kan een passende frase kiezen om eigen opmerkingen op de juiste wijze aan te kondigen en de beurt te krijgen, of om tijd te winnen en de beurt te houden tijdens het nadenken’. Of dat succesvol vechten om ‘de beurt’ nu per se een hard criterium kan zijn – ‘Kan standaardzinnen gebruiken (bijvoorbeeld: ‘Dat is een moeilijk te beantwoorden vraag’) om tijd te winnen en de beurt te behouden’  heet het bij een van de tussenniveaus –, daarover kun je twisten. Je zou ook kunnen zeggen dat je soms zo min mogelijk aan de beurt moet zijn om een gesprek tot een succes te maken. Maar zo is er altijd wat. Lees verder >>

Hoe examineer je gespreksvaardigheid?

Eindexamen gesprek (aflevering 4)

Door Marc van Oostendorp

Niet al je streven, schreef ik vorige keer, kan gericht zijn op het voorbereiden van jongeren op een ideale samenleving. Je wilt ze ook vertrouwd maken met de rijstebrijberg waar ze in de werkelijke wereld mee moeten omgaan, de kakofonie die helemaal niet voortkomt uit één geest, maar uit al die andere geesten die ons omringen, en die op elkaar reageren in voortdurende interactie.

Daarnaast is er een verschil tussen een roman lezen en een opiniestuk lezen. Een roman biedt een onvervangbare ervaring; een opiniestuk is een vorm die misschien simpelweg wel zijn langste tijd gehad heeft.

Er is met andere woorden in mijn ogen slechts één ware vorm van taalgebruik, de oudste, het gesprek. Nu begrijp ik ook wel dat er meteen een probleem ontstaat wanneer je iemands gespreksvaardigheid wil gaan toetsen: hoe moet je dat doen? Lees verder >>

Vóór gespreksvaardigheid

Eindexamen gesprek (aflevering 3)

Door Marc van Oostendorp

De oudste en belangrijkste taalvaardigheid, schreef ik gisteren, is het gesprek. Socrates wist het al.

De Griekse oudheid was natuurlijk niet de laatste keer dat het gesprek gewaardeerd werd. In de negentiende en de vroege twintigste eeuw gold de ‘beschaafde conversatie’ ook als zo’n beetje de belangrijkste vaardigheid die iemand moest beheersen. Schrijvers als Denis Diderot en Oscar Wilde waren in hun eigen tijd minstens even bekend voor hun conversatie als voor hun geschreven werk. Alleen is natuurlijk alleen het laatste overgebleven. Een goed gesprek laat weinig sporen na behalve dat het de gesprekspartners voor altijd heeft veranderd.

Er valt nog steeds veel voor te zeggen. Lees verder >>

De belangrijkste vaardigheid: het gesprek

Eindexamen gesprek (aflevering 2)

Door Marc van Oostendorp

Daar komt nog bij dat de vier taalvaardigheden allang niet meer zo duidelijk van elkaar onderscheiden zijn als ze ooit waren. Ook hierin speelt het internet een belangrijke rol.

We weten dat schrijf- en spreektaal inmiddels veel minder duidelijk van elkaar te onderscheiden zijn. Dat komt niet alleen doordat in de schrijftaal steeds meer woorden en constructies acceptabel zijn geworden die vroeger alleen in de spreektaal gebruikt werden. Dat proces, de ‘informalisering’ is al veel langer aan de gang en kun je ook deels gemakkelijk opvangen.

Maar het betekent ook allerlei andere dingen. Bijvoorbeeld dat de status van het geschreven woord enorm veranderd is. Je slingert nu bijna net zo gemakkelijk je uitgeschreven mening de wereld in als je een mening verwoordt aan de cafétoog. Er wordt sinds de introductie van sms en van de chatfuncties op het internet (van msn tot WhatsApp) steeds meer geschreven – en wie meer schrijft, schrijft moeitelozer, is minder geneigd om over ieder woord na te denken en houdt zich (dus) minder strak aan allerlei opgelegde regels. En zo is het ook altijd geweest bij spreektaal: omdat er meteen antwoord wordt verlangd, sta je voortdurend onder druk om zo snel mogelijk te formuleren. En dat geeft een ander resultaat dan wanneer je in stilte achter je bureautje zit. Lees verder >>

Ook Neerlandistiek is voor taalcompetentie!

Door Marc van Oostendorp

Alleen al uit de titel blijkt dat Iedereen taalcompetent! een van de meest ambitieuze stukken die de afgelopen jaren uit de boezem van de Nederlandse Taalunie is opgeweld: een ‘visiedocument’ van de organisatie op het onderwijs Nederlands in de 21e eeuw!

Die ambitie zit op verschillende niveaus. In de eerste plaats betreft het al het onderwijs in Nederland en Vlaanderen tot en met het eindexamen. In de tweede plaats wordt er een nogal grootse visie uiteengezet op dat onderwijs – het gaat hier niet om de details, maar om de grote lijnen van wat we met het onderwijs in de moedertaal willen en waar het naartoe moet.

Sterker nog, met dit rapport durft de Taalunie strijd aan te gaan met allerlei krachten tegen wie het waard is om gestreden te worden. Zo roept het rapport op tot: Lees verder >>

Waar zijn de hoeders van het literatuuronderwijs?

Door Sander Bax (Tilburg University), Marjolein van Herten (Open Universiteit), Erwin Mantingh (Universiteit Utrecht) en Theo Witte (Rijksuniversiteit Groningen).(Meesterschapsteam Nederlands – Letterkunde)

Het literatuuronderwijs is afgebrokkeld van een gezichtsbepalend en zwaarwegend onderdeel van het schoolvak Nederlands tot een ‘subdomein’ dat langzaam maar zeker naar de afgrond schuift. Ook bij de vreemde talen is er bijna niets meer van over. Op de opiniepagina van de NRC van 14 januari 2017 legt Christiaan Weijts dan ook de vinger op de zere plek: het literatuuronderwijs dreigt verdrongen te worden naar de marges van het voorgezet onderwijs. Een kwijnend bestaan ligt op de loer.

Die marginalisering is veroorzaakt door zwalkend beleid. Bij de invoering van het studiehuis in 1998 werd het cijfer voor literatuur van alle talen in de zak-/slaagregeling samengevoegd tot een apart vak letterkunde. Leerlingen konden toen dus op literatuur zakken. Enkele jaren later werd literatuur met andere ‘kleine’ vakken weggemoffeld in het combinatiecijfer. Weer later werd het ‘teruggegeven’ aan de afzonderlijke talenvakken, maar zonder de weging aan te passen. In de rapportenvergaderingen telt literatuur nauwelijks meer mee. Lees verder >>

De eerste ervaringen van Expeditie Nederlands

Door Arnoud Kuijpers

In  vorige blog beschreef ik hoe ons onderwijsvernieuwende project Expeditie Nederlands tot stand is gekomen. Inmiddels zijn we meer dan tien weken verder en kunnen we terugblikken op de eerste periode. Hoe gaat het? Wat doen we? Werkt het? En wat vinden onze leerlingen ervan?

Wat hebben we gedaan?

In de eerste periode zijn we aan de slag gegaan met schrijfvaardigheid, grammatica, werkwoordspelling en leesvaardigheid. En dat doen we op een andere manier dan leerlingen gewend zijn. Bij grammatica moesten ze bijvoorbeeld zelf een instructiefilmpje maken waarbij ze spelenderwijs ontdekten welke functies een persoonsvorm kan hebben. Bij werkwoordspelling hebben we ingestoken op differentiatie omdat dat zich er bij uitstek voor leent: het niveau van leerlingen verschilt bij dit onderdeel namelijk enorm. Uiteindelijk heeft dat zijn vruchten afgeworpen want vrijwel iedereen heeft het gewenste niveau (80% = goed!) gehaald. Bij leesvaardigheid hebben we alleen actuele teksten gebruikt over onder andere etnisch profileren, sexting en social media. Aan de hand van deze teksten en bijbehorende nieuwsitems hebben we hele interessante gesprekken en levendige discussies gehad. Wil je zien hoe we precies te werk gaan? Al ons lesmateriaal delen we op onze Facebookpagina, die inmiddels meer dan 580 leden telt. Aanmelden kan nog steeds.


Lees verder >>

Sisyphus wil taalkunde op school

Door Marc van Oostendorp

Wat is het moderne leven toch een eindeloos gezwoeg, met allerlei mensen die maar dag in dag uit achter lange tafels zitten te vergaderen, en die zich dan aan elkaar gaan ergeren, zodat ze als ze elkaar niet zien venijnige stukjes over elkaar schrijven; waarna er uit al die vergaderingen uiteindelijk iets komt waar niemand écht gelukkig mee is.

Je weet het natuurlijk allemaal wel, maar dan schrik je nog als je het allemaal bij elkaar ziet staan. Het proefschrift dan Maria van der Aalsvoort op 14 december a.s. in Nijmegen verdedigt is er een voorbeeld van. Van der Aalsvoort beschrijft in detail de discussies die er tussen 1988 en 2008 zijn gevoerd over de mogelijke invoering van een vak taalkunde in het eindexamen Nederlands voor havo en vwo.

Terugkoppelen

Verreweg de meeste aandacht besteedt Van der Aalsvoort daarbij aan de eerste tien jaar van die periode – de tijd dat de discussie gevoerd werd. Vooral onder universitaire neerlandici was het idee ontstaan dat het nuttig zou kunnen zijn om iets aan taalkunde te doen (of taalbeschouwing, zoals sommigen het noemden, alleen al over die kwestie kun je natuurlijk eindeloos vergaderen). Niet iedereen was het daar mee eens. Sommigen vonden dat de leraar al overbelast was en anderen meenden bijvoorbeeld dat de nadruk bij Nederlands vooral moest liggen bij vaardigheden: kunnen spreken, lezen, luisteren en spreken. Uiteindelijk kwam men desalniettemin na lang wikken en wegen, door Van der Aalsvoort met eindeloos geduld gedocumenteerd, tot een advies om het in ieder geval eens te proberen, met een beetje taalkunde. Lees verder >>

Kritische punten bij het vwo-examen Nederlands 2016

Door Christine Brackmann

Het opstellen van een goed examen is een razend moeilijke klus. Dit jaar stuitte met name het vwo-examen op veel bezwaren. Maar liefst 98 procent van de examinatoren vond het examen te lang. Gemiddeld waardeerden de docenten het vwo-examen slechts met een  4,9. Een examen dat zoveel kritiek oproept, zou aanknopingspunten moeten bieden voor verbeteringen.

Onderstaande analyse snijdt enkele punten uit het vwo-examen aan en koppelt deze aan discussievragen over het examen leesvaardigheid. Aan de orde komen: de problematiek van meerpuntsvragen geïllustreerd aan de hand van vraag 20, de lengte van het examen en de gemiste vragen.

<Vanwege de uitvoerigheid van de analyse staat deze in een apart pdf-document>

Masterclass Mij maak je niets wijs: vaardig met tekst en beeld

Vrijdag 4 november 2016 en vrijdag 16 juni 2017, Universiteit Leiden

Over het schoolvak Nederlands is recentelijk al het nodige gezegd en geschreven. Zowel door de deskundigen, de docenten, als in diverse academische gremia worden momenteel initiatieven ontplooid om het schoolvak Nederlands nog prikkelender, aantrekkelijker en uitdagender te maken; vooral met het oog op de dalende instroom aan de universiteiten en het (toekomstige) lerarentekort. Deze masterclass wil zich bij die initiatieven aansluiten en een voorzet doen. Een groep taal- en literatuurwetenschappers van de Universiteit van Amsterdam en de Universiteit Leiden denkt momenteel na over een nieuwe (gedeeltelijk blended) methode: Mij maak je niks wijs: vaardig met tekst en beeld. Uitgangspunt van die methode is de overtuiging dat het schoolvak Nederlands de kritische weerbaarheid van leerlingen moet vergroten ten aanzien van (talige) representatie. Leerlingen moeten leren analyseren welke voorstelling van de wereld in literaire teksten, maar ook in andere media wordt opgebouwd. Wat zijn de effecten van verschillende manieren van representeren, bijvoorbeeld in beschrijvingen van mensen uit andere culturen? Hoe worden lezers daardoor gemanipuleerd? Hoe werkt framing, in journalistieke teksten of in politieke toespraken? De initiatiefnemers van Mij maak je niks wijs willen, samen met leraren Nederlands en andere betrokkenen, nadenken over en anticiperen op nieuwe eindtermen en kerndoelen van het schoolvak Nederlands. In de masterclasses van 4 november en 16 juni willen zij aan de hand van een aantal concrete lesvoorbeelden (modules) daarover met u van gedachten wisselen. Lees verder >>