Tag: schoolvak

‘Nederlands: echt een saai vak!’

Door: Redactie Onze Taal

Nederlandse middelbare scholieren vinden Nederlands een saai vak en piekeren er niet over Nederlands te gaan studeren. Dat blijkt uit een onderzoek van Anne van Asseldonk en Peter-Arno Coppen van de Radboud Universiteit Nijmegen, dat is verricht in opdracht van het Genootschap Onze Taal. De uitkomsten verschijnen in het novembernummer 2019 van het maandblad Onze Taal.

Lees verder >>

Waarom ik graag Kader Abdolah in de klas lees

Door Michelle van Dijk

De verhalenbundel Rode wijn en andere verhalen van Kader Abdolah opent met het verhaal ‘Een onbekende trekvogel’. Ik ken het verhaal al jaren, want het is een moderne klassieker in lessen verhaalanalyse. Het is kort en leerlingen ontdekken er snel thema en motieven in, misschien ook een moraal, een boodschap, zelfs als ik daar helemaal niet om vraag. Dat is mooi.

Er is een grandioos verschil tussen wiskunde uitleggen en een verhaal uitleggen. In beide gevallen is een leraar blij of op z’n minst tevreden als de leerling het antwoord heeft gevonden. Bij wiskunde of bijvoorbeeld zinsontleding is dat voor alle leerlingen hetzelfde antwoord. Bij literatuur niet en dat is zo mooi: dat een leerling iets ontdekt en ook kan beseffen dat het een uniek inzicht is. Je kunt anderen overtuigen van jouw ideeën of overtuigd raken van hoe de ander het ziet, maar je zult hoe dan ook verrast zijn door de vele mogelijkheden. (Poëzie-analyse: NOG VEEL LEUKER!)

Lees verder >>

Veldraadpleging KNAW-adviescommissie Neerlandistiek

Op 13 juni aanstaande organiseert de KNAW-adviescommissie Neerlandistiek een discussie over de vraag wat er te doen is aan de teruglopende belangstelling voor het vak Nederlands. Wij willen u van harte voor deze bijeenkomst uitnodigen.

Deelname aan de bijeenkomst is kosteloos. Als u van plan bent deel te nemen, wilt u zich dan vanwege het beperkte aantal plaatsen zo spoedig mogelijk registreren via het aanmeldformulier op de website van de KNAW, bij voorkeur voor woensdag 29 mei 2019?

Datum & tijd: donderdag 13 juni 2019, van 15.00 tot 17.00 uur (inloop vanaf 14.30 uur en na afloop borrel)
Plaats: De Burcht, Henri Polaklaan 9, 1018 CP Amsterdam 

Lees verder >>

Terug bij AF

 Van neerlandicus tot ne(d)erlandist en weer terug.
 Wij waren sukkels, we werden weer sukkels  en dat zullen we weten!

Door Rien Rooker

Heeroma vertelt in zijn Sprekend als Nederlandist een vermakelijke anekdote over het ontstaan van de term van de disciplineaanduiding ‘neerlandicus’. Het woord is ontstaan omstreeks 1877 in kringen van Leidse studenten, als spotnaam voor een student-Nederlands. Waarom?

Bij klassieke, academische studies kreeg de beoefenaar van de diverse disciplines de uitgang -icus, dus: musicus, grammaticus,  historicus, classicus. Omstreeks 1830 nam de academische wereld met enige verbijstering kennis van de opkomst van nieuwe, enigszins potsierlijke nieuwe disciplines: de studie van moderne, vreemde talen. Daar moest de universitaire wereld zich grommend en wel bij neerleggen, maar je kon de beoefenaars van zo’n schertsvertoning natuurlijk niet op éen lijn zetten met die van door de geleerde traditie gecanoniseerde artes. Die kregen dus niet de deftige, Latijnse uitgang -icus, maar de wat volkstaalachtige-uitgang -ist, dus: germanist, romanist, anglist. Maar langzamerhand werden ook deze domme uitwassen in het universitaire leven verdragen, (wat niet hetzelfde is als: als gelijkwaardig geaccepteerd), en als keus toegelaten voor de kneusjes. Lees verder >>

Oote oote boe. Waarom het schoolvak-Nederlands zo sáááái gevonden wordt

Door Rien Rooker

De studentenaantallen-Neerlandistiek aan de universiteiten lopen dramatisch terug. Dat oogt   heel vreemd, want het aantal-afgestudeerden is volstrekt onvoldoende om de uitstroom van gepensioneerden op te vangen. Wie zijn doctoraal gedaan heeft, is vrijwel verzekerd van een baan. Voor die terugloop worden verschillende redenen opgegeven, maar éen ervan is, dat schoolverlaters het vak massaal als saai ervaren hebben. Wie gaat zichzelf nu kwellen door veertig jaar lang pubers te pesten met stomvervelende leerstof? Docenten-Nederlands zijn niet per definitie masochisten.

Wat mij het meest bevreemdt is dat ik me het vak-Nederlands uit mijn eigen middelbare schooltijd, (de jaren zestig), helemaal niet als saai herinner; nou ja, een dictee was saai, maar ik begreep ook wel dat het voor mijn verdere leven van belang was om over een goede spelvaardigheid te beschikken. Wat ik me van mijn zestiende bijvoorbeeld herinner, was die mooie meimaand met heerlijk weer en open ramen. De docent had een paar lessen uitgetrokken voor het voorlezen van Psyche. Dat kon hij zeer goed. Buiten zongen de vogeltjes en binnen de kortste keren droomde ik mee met Psyche en haar gevleugelde paard. Lees verder >>

Het schoolvak Nederlands heeft een vakgemeenschap nodig

Door Theo Witte

Ik sluit me van harte aan bij de oproep van Frank Willaert voor meer samenwerking en overleg binnen de neerlandistiek om op die manier het vak weer de plaats te geven die het verdient, en wil daar enkele concrete voorstellen aan toevoegen.

  1. Permanente ondersteuning van docenten in het onderwijs

Alle docenten Nederlands zouden zich bij de neerlandistiek thuis moeten kunnen voelen, de ‘alma mater’ van hun vak. De universitaire neerlandici zouden zich wel wat meer mogen realiseren dat de wortels van hun vak bij het curriculum en de docenten Nederlands in het voortgezet onderwijs liggen. Gedurende mijn loopbaan als vakdidacticus aan de Rijksuniversiteit Groningen heb ik veel docenten de lerarenopleiding zien verlaten met grote vakinhoudelijke en vakdidactische handicaps. Na hun opleiding moeten deze docenten zelf maar zien hoe ze deze lacunes opvullen. In de schoolpraktijk kampen ze met een hoge werkdruk en staan ze er vaak alleen voor met als gevolg dat ze zich vastklampen aan het schoolboek en zich snel aanpassen (of ontslag nemen). Dit is vermoedelijk een van de redenen dat veel docenten zich hebben afgewend van de neerlandistiek en vakdidactiek: wat heb je nog aan de universiteit of hogeschool als je voor de klas staat? Lees verder >>

Framen voor beginners: de casus Neerlandistiek

door Peter-Arno Coppen

Welkom bij de cursus ‘Framen voor beginners’, waarin wij deze week bespreken hoe je een succesvolle opleiding door vakkundig framen om zeep kunt helpen. We nemen als voorbeeld de universitaire studie Neerlandistiek uit de vorige eeuw (elke gelijkenis met echt bestaande opleidingen is natuurlijk toeval). Die opleiding leunde op een aantal belangrijke voordelen: er zaten drie domeinen in (literatuur, taal en taalgebruik) waarin je kon specialiseren. Behalve de voor de hand liggende samenhang tussen deze drie was het voordeel dat je die specialisatie tot later in je studie kon uitstellen, tot het moment dat je op grond van een basiskennis in alle domeinen een goed beeld van je mogelijkheden had. Een ander belangrijk voordeel was dat de opleiding gekoppeld was aan een schoolvak. Hierdoor kon je al op school een indruk krijgen van de rijkdom van de opleiding, en er was een extra carrièreperspectief: na een studie Neerlandistiek had je behalve alle mogelijkheden van je gekozen specialisatie ook nog eens de mogelijkheid om zonder verdere inhoudelijke scholing leraar te worden. Daar had je alleen nog een beroepsopleiding voor nodig die je in een jaar kon afronden. Lees verder >>

Oproep: Wat is een goede leerling Nederlands?

Wat maakt een leerling bij Nederlands tot een goede leerling? Moet je goed van de tongriem gesneden zijn? Moet je vooral foutloos kunnen schrijven of is creativiteit belangrijker? Moet je een wetenschappelijke instelling hebben of moet je vooral kunstzinnig zijn?

Het tijdschrift Vaktaal van de Internationale Vereniging voor Neerlandistiek komt in maart 2019 met een themanummer over ‘excellentie’ in de neerlandistiek. Voor dat nummer zoeken we bijdragen van docenten én leerlingen over de vraag wat een leerling op de middelbare school nu goed maakt in het schoolvak Nederlands.

Bijdragen zijn liefst 150-200 woorden lang zijn, en kunnen voor 15 januari 2019 worden ingestuurd naar de redactie. We plaatsen maximaal 10 bijdragen. Daarnaast worden een ruimere selectie geplaatst op Neerlandistiek. Auteurs van een in Vaktaal geplaatste bijdrage krijgen natuurlijk een bewijsexemplaar.

 

Spreken voor leken in 45 minuten

Door Marc van Oostendorp

Op donderdag 25 oktober 2018 sprak ik mijn oratie uit als hoogleraar Nederlands en Academische Communicatie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. De oratie ging over het belang van onderwijs in taalvaardigheid in combinatie met kennis van taal; hij was op een aantal manieren speciaal bedoeld voor het publiek in de aula. Uit deze gemonteerde registratie (die iets korter is geworden dan 45 minuten) krijg je hopelijk toch een indruk van de inhoud.

(Bekijk deze video op YouTube.)

Grrr – hrmpf – wow!

Door Peter-Arno Coppen

Ja, daar zat ik van de week ineens in een discussie over creativiteit, die ik achteraf nogal onbevredigend vond. Ik was er misschien ook een beetje te zeer met gestrekt been ingegaan, naar aanleiding van het stukje van Marc van Oostendorp over Grote opdracht 7 van curriculum.nu. Marc citeerde daarin met instemming een kritische opmerking van Marc Kregting, die hier met naar mijn smaak allemaal te grote woorden ‘een onverhuld ideologische boodschap’ in zag ‘die linea recta voert naar het neo-liberalisme.’ Voor hem was creativiteit ‘vernietigend’. Marc van Oostendorp was het met hem eens dat dit aspect van creativiteit ten onrechte onvoldoende tot uitdrukking kwam, en dat de creativiteit in die opdracht wat ‘te braaf’ was.

Ik vond dat weer te veel smaken naar het romantische idee dat creativiteit onlosmakelijk verbonden is met de geniale held die de hele wereldorde omver blaast met een briljante gedachte, en dat noemde ik ‘puberaal’.

De discussie ontspoorde eigenlijk meteen in een orgie van framing: de ‘creativiteit van de kleurplaat’, waarbij het vrije intellect beperkt wordt door een schoolse context, de ‘romantiek van de comics’ (het stripverhaal van de held die de wereld redt), creativiteit als precisiebombardement (vernietigen door goed en geconcentreerd mikken), de creativiteit van het lijmen (“Creatief met kurk”) in plaats van breken, de beperkte creativiteit van het ‘probleemoplossend vermogen binnen het ideologische kader’, en een creativiteit die alleen ‘uniek volgens de grootste gemene deler’ is. Het had allemaal bepaald een emotioneel karakter, waardoor Marc van Oostendorp er zelfs vrij snel ‘bedremmeld’ het zwijgen toe deed.
Lees verder >>

Curriculum.nu en het Zwarte Pietendebat

Door Els Stronks

Vandaag bespreek ik op verzoek van Marc van Oostendorp de zesde Grote Opdracht van de docententeams Nederlands van Curriculum.nu (“Leesbevordering en literaire competentie stimuleren leerlingen om lezers te worden en te blijven”), maar eigenlijk bespreek ik ze allemaal. Want ik wil het ook hebben over de manier waarop “cultuur” in alle Grote Opdrachten verwerkt zit. In de bijgestelde visie van het Ontwikkelteam op het schoolvak Nederlands staat: “Leerlingen verwerven kennis en inzicht in de Nederlandse taal en cultuur, zodat deze in stand gehouden, overgedragen en verder ontwikkeld wordt.” Taal en cultuur zijn daarin twee kennisdomeinen, die naast elkaar worden geplaatst en waarvan verleden, heden en toekomst bestudeerd worden. Mooi uitgangspunt! Lees verder >>

Schoolvak Nederlands onterecht op de schopstoel

Door Helge Bonset

Het schoolvak Nederlands is ontzield en wordt mede daardoor door leerlingen niet gewaardeerd, stelt Theo Witte (Volkskrant, 21 september).

Voor de waardering beroept Witte zich op onderzoek bij havo- en vwo-leerlingen in de bovenbouw. Dat onderzoek is gepubliceerd in Levende Talen Tijdschrift (2018/3, p. 26-36), waarvan ik hoofdredacteur ben. Lees verder >>

Acht baanbrekers in het moedertaalonderwijs tussen 1769 en 1936


Door Hans Hulshof

Pioniers, voortrekkers, wegbereiders, innovators, nieuwlichters, iconen: zij ontsloten elk op hun eigen manier nieuwe wegen en terreinen voor de ontwikkeling van het moedertaalonderwijs. Zij ‘vertaalden’ nieuwe ideeën op het gebied van taal, filosofie en pedagogiek naar de praktijk van het moedertaalonderwijs in artikelen, schoolboeken en didactische handleidingen. Zij spraken zich uit over de inhoud van het schoolvak. Het zijn stuk voor stuk onderwijsmensen (mannen, heren) die je nu nog graag eens zou willen spreken.
In feite gaat het om cultureel erfgoed in het kader van de (helaas nog niet bestaande) canon van het moedertaalonderwijs. Een eerste proeve. Lees verder >>

De meesterschapsteams Nederlands over een nieuw curriculum

door Peter-Arno Coppen

Sinds de meesterschapsteams Nederlands in januari 2016 hun Manifest Nederlands op School publiceerden en daarbij het begrip bewuste geletterdheid introduceerden, heeft de tijd niet stilgestaan. De door de overheid ingezette herbezinning op het onderwijs (Onderwijs 2032) heeft een opvolger gekregen in Curriculum Nu, waarin docentontwikkelteams per leergebied het komend jaar de bouwstenen moeten leveren voor een nieuw curriculum. Ondertussen hebben de meesterschapsteams verder gewerkt aan de uitwerking van het begrip bewuste geletterdheid, onder andere door zelf met docentontwikkelteams aan de slag te gaan om materiaal te ontwikkelen. Afgelopen vrijdag publiceerden zij op hun website een visiestuk. Waar komt dat vandaan?
Lees verder >>

Nederlands onderzoek naar grammaticaonderwijs: hoe staat dat ervoor?

Een korte positiebepaling en wat eerste resultaten

Door Jimmy van Rijt

Sinds de zogenoemde ‘communicatieve wending’ in het moedertaalonderwijs vanaf eind jaren 60 van de vorige eeuw zijn grammaticaonderwijs en literatuur – toch zeker in de ideologische zin – wat meer naar de achtergrond van het onderwijs Nederlands verdwenen, ten gunste van algemeen communicatieve vaardigheden. In de praktijk van het schoolvak Nederlands wordt, ondanks de nadruk op communicatieve vaardigheden, echter nog altijd veel aan grammaticaonderwijs gedaan. Sterker nog: niet alleen in Nederland, maar zeker ook in internationaal verband staat grammaticaonderwijs weer tamelijk prominent op de (beleids)agenda (zie bijvoorbeeld Myhill, Jones, Lines & Watson, 2012; Watson & Newman, 2017, p. 2).

Naar grammaticaonderwijs wordt dan ook steeds meer onderzoek gedaan, en dan met name naar de relatie tussen expliciet grammaticaonderwijs en schrijfvaardigheid, met de onderzoeksgroep rondom Debra Myhill (Universiteit van Exeter, Verenigd Koninkrijk) als kartrekker. Lange tijd werd verondersteld dat grammaticaonderwijs geen positieve effecten had op schrijfvaardigheid (zie bijvoorbeeld de veel aangehaalde meta-analyse van Graham & Perin (2007)), maar dergelijke resultaten hebben vrijwel zonder uitzondering betrekking op traditioneel grammaticaonderwijs. Dergelijk grammaticaonderwijs is onderhevig aan forse kritiek: trucjes en ezelsbruggetjes domineren de didactiek, terwijl kritisch of reflectief denken en grammaticaal inzicht niet of nauwelijks aangeboord worden (zie bijvoorbeeld Coppen, 2009). Het hoeft dan ook geen verbazing te wekken dat zulk grammaticaonderwijs de schrijfvaardigheid niet ten goede komt.
Lees verder >>

Scholieren: laat je niet tegenhouden door het eindexamen!

De studentenaantallen Nederlands lopen terug. Hoe komt dat? De redacties van Neerlandistiek en van VakTaal vroegen het aan studenten (Nederlands of verwante vakken) in Utrecht. Deze week publiceren wij vier reacties van deze studenten. Studenten, ook van andere steden, kunnen nog steeds insturen naar Neerlandistiek.

Door Lisa Gijzen

Wanneer ik iemand vertel dat ik Nederlands studeer, word ik vaak gek aangekeken. Er wordt gevraagd waarom (‘Omdat ik het leuk vind’) en of ik dan lerares wil worden ‘(Misschien, maar dat weet ik nog niet hoor’). Ook wordt vaak de vraag gesteld: wat leer je dan allemaal? Mijn antwoord is dan: Tja, alles van de taal eigenlijk.

Er is veel onwetendheid over het Nederlands als studie. Er wordt vaak gedacht aan spellingsregels en de beruchte boekenlijst die iedereen moest lezen in de bovenbouw. Ook wordt er gedacht: maar je spreekt toch al Nederlands? Dan hoef je het toch niet te leren?

Ik snap dat wel. Op de basisschool leer je eerst lezen en schrijven, waarna je steeds meer woordjes leert en de spellingsregels uitgebreider worden. Op de middelbare school krijg je grammatica, je gaat zinnen ontleden, en je moet boeken gaan lezen om hier boekverslagen over te schrijven. Ik was er altijd vrij goed in en ik vond het nooit een straf om een paar zinnen te ontleden of om een boek te lezen. Maar er waren kinderen die het minder leuk vonden.

Lees verder >>

HSN? HSN!

Door Roland de Bonth

Wie bij HSN direct denkt aan ‘Hersenstichting Nederland’, ‘Horeca Stichting Nederland’ of ‘Home Shopping Network’, is vast en zeker geen neerlandicus. Binnen de neerlandistiek is die afkorting namelijk onlosmakelijk verbonden met de conferentie ‘Het Schoolvak Nederlands’. De eenendertigste editie van deze conferentie vond dit jaar op 24 en 25 november 2017 plaats in Zwolle, op de campus van Hogeschool Windesheim. Voor mij was het de derde, opeenvolgende keer dat ik de HSN bezocht en ook dit jaar had ik daar geen spijt van. Sterker nog, het bijwonen van de HSN kan ik van harte aanbevelen. Waarom?

Lees verder >>

Bij de studie Nederlands leer je spelen met de taal

De studentenaantallen Nederlands lopen terug. Hoe komt dat? De redacties van Neerlandistiek en van VakTaal vroegen het aan studenten (Nederlands of verwante vakken) in Utrecht. Deze week publiceren wij vier reacties van deze studenten.Studenten, ook van andere steden, kunnen nog steeds insturen naar Neerlandistiek.

Door Isa Rienstra

Vol vertrouwen zat ik achter mijn tafeltje voor het examen Nederlands: ik wilde een dikke acht halen, dat was mijn doel. Om precies half 2 mochten we de bladen openslaan en konden we aan de slag. Nerveus was ik zeker, maar achteraf betwijfel ik het of het daar aan lag. Het examen was domweg veel te lang, met talloze onbekende woorden. Bovendien vlogen de drie uur om en ergerde ik mij aan de bezweten hoofden om mij heen. Het gevolg? Het resultaat viel zwaar tegen en was absoluut niet wat ik wilde. En dus ging ik aan mezelf twijfelen: heb ik wel de juiste studiekeuze voor Nederlands gemaakt?

Ondanks dit teleurstellende examen Nederlands moet ik eigenlijk niet gaan twijfelen aan mijzelf: ik begrijp de taal goed, kan mijzelf prima uitdrukken en houd zelfs van taal en woorden. Daarnaast globaliseert de wereld in een vlot tempo, dus is wellicht een internationale taal als Engels veel praktischer. Bovendien is Nederlands een ongelofelijk moeilijke taal om te leren en het spreken ervan doen we slechts in een paar landen. Daarnaast kennen we in Nederland diverse streektalen, zoals het Fries, het Brabants en het Limburgs, waardoor een deel van onze bevolking volstrekt onverstaanbaar is voor de grote meerderheid. Neem de Friezen, die bij voorkeur een separate taal willen en bijvoorbeeld een eigen woordenboek hebben ontwikkeld voor de Friese taal. Het lijkt er kortom op dat de Nederlandse taal niet meer zo hard nodig is. En door de versplintering van de Nederlandse taal wordt het niet gemakkelijk om de Neerlandistiek aantrekkelijk te maken. In ieder geval niet voor mij. Lees verder >>

Het eindexamen moet meer disciplines bevatten dan louter tekstbegrip

De studentenaantallen Nederlands lopen terug. Hoe komt dat? De redacties van Neerlandistiek en van VakTaal vroegen het aan studenten Nederlands in Utrecht. Deze week publiceren wij vier reacties van deze studenten. De reacties van Marlou Flos en Mariska van den Hove verschijnen in VakTaal. Studenten, ook van andere steden, kunnen nog steeds insturen naar Neerlandistiek.

Door Julia van den Beld

In de jaren zeventig telde de studie Nederlandse taal en cultuur meer dan tweehonderd eerstejaars. Hoe kan het dat zich anno 2017 nog maar 42 eerstejaars hebben ingeschreven voor een studie, waar de studenten zelf zo enthousiast over zijn?

Nederlands was op middelbare school mijn lievelingsvak. Ik heb altijd les gehad van enthousiaste docenten en vooral in de eerste, tweede en derde klas deden we veel creatieve opdrachten naast de gewone lesstof. Ik vond alle disciplines interessant, van grammatica tot literatuur, waardoor voor mij al vrij vroeg duidelijk was dat ik me verder in het vak wilde verdiepen. Ik heb toen open dagen bezocht en heb me vervolgens ingeschreven voor de studie Nederlandse taal en cultuur aan de universiteit van Utrecht. Ik zit nu in het tweede blok van mijn eerste jaar en ik heb het ontzettend naar mijn zin. De studie is precies wat ik ervan verwachtte en ik zit helemaal op mijn plek.

Lees verder >>

Nijpend tekort aan universitair opgeleide docenten voor vwo-bovenbouw moet drastisch worden aangepakt

Een nieuw, simpel en efficiënt voorstel

Door Ben J.P. Salemans
universitair eerstegraads docent Nederlands uit Maastricht

Een gedreven vwo-eindexamenleerling, laat ik haar Femke noemen, sprak me enkele weken geleden aan: “Mijnheer Salemans, u zult het wel niet zo leuk vinden, maar ik ga toch maar geen Nederlands studeren aan de Universiteit Utrecht of ‘uw’ Radboud Universiteit in Nijmegen. Echt, ik vind Nederlandse taal en literatuur nog steeds heel interessant. En het leek me misschien ook wel wat om later leraar Nederlands te worden. Maar nu heb ik ontdekt dat je via het hbo, en dus eigenlijk via havo, net zo goed eerstegraads docent Nederlands kunt worden. Dan verdien je precies hetzelfde en mag je aan precies dezelfde klassen lesgeven als een universitaire eerstegrader! Dus als ik Nederlands aan de universiteit zou gaan studeren, heb ik daar nu het gevoel bij dat ik dan mijn universitaire mogelijkheden én mijn vwo-diploma aan het verkwanselen ben! Ik wil het uiterste halen uit mijn vwo-diploma. Daarom kies ik waarschijnlijk voor een andere universitaire studie: European Studies in Maastricht. Maar ik moet er nog over nadenken.”

Ja, dat was wel effe slikken. Femke is geknipt voor een universitaire studie Nederlands en ze zou een geweldige docent zijn. Maar haar bedenkingen snijden wel hout… Tijd voor maatregelen. Lees verder >>

Dialect in de klas

Door Astrid Wijnands

Eind september publiceerde de NOS een drieluik geheten ‘Dealen met je dialect’ <1|2|3>. De NOS had eerder een oproep op Facebook geplaatst om erachter te komen of dialectsprekers last zouden hebben van negatieve reacties en welke reacties dat dan zouden zijn. Op die oproep kwamen 28.000 reacties binnen en zo’n 150 mensen wilden graag hun ervaringen delen.

In het drieluik maken we kennis met jongeren en volwassenen uit heel Nederlands, van Groningen tot Maastricht, van Zeeland tot Twente. Allen geven aan trots te zijn op hun dialect en zij spreken hun dialect dan ook graag. De keerzijde van de medaille is dat zij ook vaak niet serieus genomen worden als zij hun dialect spreken. Zo moet acteur Bart logopedie volgen om zijn Achterhoekse accent kwijt te raken, wil hij als acteur rollen aangeboden krijgen en voorziet Myriam uit Terneuzen dat zij haar Zeeuwse accent moet aanpassen aan het Standaardnederlands als zij straks als afgestudeerd advocate aan de slag gaat. Soms gaat het nog verder en worden dialectsprekers uitgescholden als domme boeren of krijgen ze te horen dat ze maar terug moeten naar hun ‘eigen land’. Docent Adele Spikker van het Deltion College in Zwolle besteedt juist in haar lessen aandacht aan de meerwaarde van streektaal in de zorg. Door de taal van de patiënten te spreken is er sprake van een beter contact tussen zorgverlener en zorgdrager. Lees verder >>

In de klas: woordenschat – lexicon – vocabulaire

Door Roland de Bonth

De mobiele telefoon is een zegen voor leerlingen die de betekenis van een woord niet kennen. Je gaat – bijvoorbeeld – naar www.vandale.nl, typt boven aan de pagina het onbekende woord in en geeft vervolgens de zoekopdracht. In een oogwenk verschijnt de betekenis van het woord op het scherm van je mobieltje.

Helaas is deze manier om de betekenis van een woord te achterhalen niet geschikt tijdens het Centraal Schriftelijk Eindexamen, want de mobiele telefoon is daarbij geen toegestaan hulpmiddel. Wel mag een leerling tijdens alle schriftelijke examens woordbetekenissen opzoeken in een eendelig verklarend woordenboek Nederlands of – als de kandidaat een andere taal dan het Nederlands als thuistaal heeft – een woordenboek van Nederlands naar een vreemde taal. Een steeds groter wordend probleem is tegenwoordig dat leerlingen de volgorde van het alfabet niet meer zo goed kennen – dit is immers niet nodig bij online woordenboeken. Het opzoeken van onbekende woorden kost daardoor nodeloos veel tijd, die tijdens een examen beter aan de opgaven zelf besteed had kunnen worden. Wat kunnen leerlingen en leraren hieraan doen? Lees verder >>

Enkele zorgwekkende beweringen aangaande het schoolvak Nederlands

Door Helge Bonset

Een reactie op de notitie van Theo Witte, Enkele zorgwekkende ontwikkelingen aangaande het schoolvak Nederlands, d.d. 29 mei 2017, opgesteld voor de Nederlandse Taalunie

In bovengenoemde notitie stelt Witte drie zaken aan de orde:
1) de ongewenste disbalans in het examen Nederlands in havo en vwo
2) de marginalisering van het literatuuronderwijs in de afgelopen 25 jaar
3) de onrustbarende neergang van het aantal eerstejaars studenten Nederlands.
Hoewel het uit de notitie zelf niet duidelijk blijkt, spreekt hij namens het Meesterschapsteam Nederlands Letterkunde

Met het eerste punt doelt Witte op het toegenomen gewicht van leesvaardigheid in het schoolexamen, doordat veel scholen dit onderdeel in het schoolexamen zijn gaan toetsen, terwijl het al via het centraal examen de helft van het examencijfer Nederlands bepaalt. Oorzaak hiervan was een door de Inspectie gehanteerde indicator: de discrepantie tussen het gemiddelde cijfer voor het centraal examen en dat voor het schoolexamen moest voor ieder vak bij voorkeur onder de 0,5 blijven. Leesvaardigheid ook in het schoolexamen examineren verminderde deze discrepantie en werd daarom door scholen als oplossing gekozen om aan de norm van de Inspectie te voldoen. Lees verder >>