Tag: scheldwoorden

De betekenis van scheldwoorden

Door Marc van Oostendorp

Als ik zeg dat Diederik een mof is, wat zeg ik dan? Daarover gaat een interessant nieuw artikel van Bianca Cepollaro en Tristan Thommen in een van de mooiste taalkundige tijdschriften die er zijn (vind ik), Linguistics and Philosophy.

Het artikel is interessant, hoewel het vooral negatief is. Het gaat over hoe we de betekenis van scheldwoorden niet moeten begrijpen: het is niet het geval dat je de negatieve betekenis van een woord in de definitie kunt opnemen, en dat je dan klaar bent. Je kunt zeggen dat mof betekent: een Duitser en daarom een verwerpelijke persoon, maar de volgende twee zinnen betekenen toch niet precies hetzelfde:

  • Diederik is een mof.
  • Diederik is een Duitser en daardoor een verwerpelijke persoon.

Dat blijkt eigenlijk al, wanneer de de zinnen gaat ontkennen. Ineens kun je ze niet meer in dezelfde omstandigheden gebruiken: Lees verder >>

Kanker en Calvijn

Door Marc van Oostendorp

Het is een vraag die af en toe voorbij komt als je in het adressenboekje van de nieuwsredacties zit: we hebben nog een gaatje voor een lollig item, dus, meneer de taalgeleerde, hoe komt het dat wij Nederlanders met ziekten schelden? Andere volken doen dat ook niet? Een Franse hooligan heeft het toch ook niet over een putain de cancre?

Het klassieke antwoord, in 2000 door Piet van Sterkenburg uitgewerkt in zijn standaardstudie Vloeken, is dat het iets met het calvinisme te maken heeft. Volgens dat geloof is ziekte een straf van God, en die straf wenst de Nederlander zijn medemens dus toe als hij zich een beetje kwaad maakt.

Maar klopt dat eigenlijk wel? De Leuvense taalkundige Tom Ruette zocht het uit en schreef er een artikel <€> over.  Lees verder >>

Jeugdig enthousiasme gemengd met wat provocatie en zelfs bluf

Door Piet van Sterkenburg

Marten van der Meulen, Fieke Van der Gucht, Robbe Verlinde en Willem Van Beylen, Het groot Nederlands Vloekboek. Slimmer schelden en vaardiger vloeken. Lannoo. Tielt 2018. ISBN 978 94 014 5341 7. Prijs 24,99 euro

Fieke Van der Gucht, Marten van der Meulen, Robbe Verlinde en Willem Van Beylen, Het groot Vlaams Vloekboek. Slimmer schelden en vaardiger vloeken. Lannoo. Tielt 2018. ISBN 978 94 014 5342 4. Prijs 24,99 euro.

Ieder boek dat over taal, taboe en emotie verschijnt, is een nieuwe piketpaal in de door veel taalkundigen gemeden onderwereld van onze woordenschat. Taal, taboe en emotie vormen ook de stoffering van de boeken die we hier bespreken. Maar er is meer. Deze beide werken zijn vooral in typografisch opzicht zeer aansprekend en vol bravoure. Dat is het logische gevolg van het oorspronkelijke initiatief tot deze publicaties. Vormgever Robbe Verlinde en illustrator Willem van Beylen maakten een prototype van dit boek als afstudeerproject aan de LUCA School of Arts in Gent en vroegen uitgever Lannoo om hun boeken uit te geven. Die stemde in onder voorwaarde dat er een sterke taalkundige component aan toegevoegd zou worden. Fieke Van der Gucht en Marten van der Meulen werden daartoe aangetrokken.

En zo gebeurt het dat stripfiguren Luuk, de typische kaaskop, en Luk, de typische frieteter, je door hun boek heen loodsen. Lees verder >>

Gekke Henkie en achterlijke Joepie

Door Marten van der Meulen

Dat voetbal en taal hand in hand gaan is al eeuwen bekend. Nieuwe woorden (rabona), interessante fenomenen (hattrick), nieuwe werkwoorden (VARrenkeeper of doelman en ga zo maar door (zie hier voor een overzicht van voetbalartikelen in Onze Taal). Maar ook buiten het voetbal om gebeuren er interessante dingen. Zo zei Willem van Hanegem in zijn column in het AD het volgende over geplaagde coach José Mourinho:

  • Die man heeft alles gewonnen en nu doen we net alsof het een ‘achterlijke Joepie’ is.

Er zijn vrij veel namen die aanvankelijk als ‘gewone’ naam voorkomen, maar die na verloop van tijd een soort algemene negatieve connotatie aannemen. In het Nederlands kennen we bijvoorbeeld Truus en Trien voor ‘dom wichtje’, maar ook Bep (‘praatzieke vrouw’) en natuurlijk Kenau (‘manwijf’). In het Engels zijn er bovendien veel namen die inmiddels ook piemel betekenen: Willy, Peter en Dick bijvoorbeeld. Lees verder >>

Jou schelm!

Door Henk Wolf

Wie een ander wil uitschelden, die kan dat doen met alleen een scheldwoord, zoals lummel of rotzak. Hij kan daarvoor ook het voornaamwoord jij zetten. Dan krijg je uitspraken als ‘jij lummel!’ en ‘jij rotzak!’.

In wat ouder Nederlands vind je in plaats van dat jij ook vaak de vorm jou. Zo laat Bredero bijvoorbeeld in De klucht van de koe een boef schelden met ‘jou kinckel’ en ‘jou schelm’. E. du Perron laat in Nutteloos verzet schelden met ‘jou schoelje!’. Zelfs in de moderne tijd duikt die vorm af en toe nog op. Taalkundige Cornelis de Vooys noemt in de jaren vijftig in zijn Nederlandse spraakkunst ‘jou rakker’ nog als dan hedendaags taalgebruik. Wie googelt op ‘jou schoft’, vindt verschillende treffers uit de jaren zeventig. En wie op ‘jou lummel’ googelt, vindt een heleboel voorbeelden uit het Afrikaans van de twintigste eeuw.

Waar dat jou vandaan komt, is al lang onderwerp van discussie. In de jaren twintig opperde de taalkundige Moritz Schönfeld dat de vorm onstaan was in de constructie ‘o jou schelm!’, waarin de uitroep o als een soort voorzetsel werd opgevat. En na voorzetsels krijg je de vorm jou, niet jij. Lees verder >>

K*L*L!

Door Ton van der Wouden

Waarschuwing: wie niet gediend is van schuttingtaal, moet nu ophouden met lezen. Een andere versie van dit stukje is in 2009 verschenen in een obscure publicatie (oplage 1)

Laatst fietste ik in de buurt van het Leidse station de Vink . Ik haalde een jong stel in van het type Sjonnie en Anita. Kennelijk deed ik iets niet goed in de opinie van Anita, die bij de jongen achterop zat; ze verwoordde haar emotie van afkeuring met het scheldwoord kankerlul. Ik schrok me rot, om de grofheid van het woord, en omdat ik me van geen kwaad bewust was. Maar bij haar was de druk van de ketel, en de taal, gebruikt als wapen, had doel getroffen. De taalhandeling was wat Anita betreft dus in twee opzichten geslaagd.

Later dacht ik nog eens na over dat woord kankerlul. Lees verder >>

Een felle verwensing na de aanslagen in Brussel

door Jos Rombouts

De aanslagen van 22 maart 2016 op Brussels Airport in Zaventem en op metrostation Maalbeek in Brussel hebben nog geen week later een verrassend neologisme uitgelokt, in de vorm van een heel giftige verwensing.

“Krijg een bombardement (achter, in …) De verwensing krijg een bombardement, gevolgd door een voorzetselbepaling, is in het hele Nederlandse taalgebied bekend. Vooral het hart, de kiezen en de longen moeten het ontgelden. Vermoedelijk is deze verwensing ontstaan na het bombardement op Rotterdam, in mei 1940. Hierbij kwamen ruim negenhonderd mensen om het leven. De vroegste variant is in 1942 gehoord in Den Haag.”

Lees verder >>

Een gebaar is geen woord

Door Marc van Oostendorp


Juristen leven in een heel andere wereld dan ik. Een heleboel discussies die deze lieden voeren gaan natuurlijk over taal – de interpretatie van dit of dat woord, van deze of gene zinsnede –, maar het soort argumenten dat ze daarbij gebruiken lijkt in geen velden of wegen op wat ik zelfs maar herken als een bijdrage aan een discussie.

Een artikel in NRC Handelsblad van vorige week staat vol instructief materiaal. Een Arnhemse rechter had op één dag zes zaken over ‘discriminatie’ op het programma gezet.

Ik moet toegeven dat het verslag ook niet altijd even duidelijk is:

Lees verder >>

Schelden kost geld

Een vroegmiddeleeuws Nederlands woord voor passieve homoseksueel

In de vroege zesde eeuw vond er een gebeurtenis van groot taalkundig belang plaats. Toen lieten de Franken namelijk hun gewoonterecht opschrijven. De Franken waren een Germaanstalige volkerengroep die in de vijfde eeuw het Romeinse rijk waren binnengevallen en een koninkrijk hadden gesticht dat zich uitstrekte van het Duitse Rijnland tot Noord-Frankrijk. Hun gewoonterecht noemden de Franken de Lex Salica (de Salische Wet) dat ze in het Latijn lieten opschrijven. Dit Latijn was op veel punten al de weg naar het Frans op gegaan en verschilt veel van het Latijn uit de Klassieke Oudheid. Deze Latijnse tekst is daarom erg waardevol voor wetenschappers die de geschiedenis van het Frans bestuderen. Maar dit is nog niet alles. In de Latijnse tekst vinden we namelijk ook woorden die ingeleid worden door Mallobergo wat ‘op de maalberg’ betekent. De ‘maalberg’ was de heuvel waar de Franken gewoon waren hun rechtszittingen te houden. Deze ‘Maalbergse’ woorden zijn ofwel in de Germaanse volkstaal, ofwel in de Romaanse volkstaal opgetekend. Ook daarom is de Lex Salica voor de historisch-taalkundige erg interessant.

Lees verder >>

Middelnederlandse scheldwoorden

Onlangs vroeg iemand me of ik een stel Middeleeuwse scheldwoorden wist, om te gebruiken in een historische roman. Verder dan ‘fielt’ en ‘dobbel velleken’ kwam ik niet 1-2-3. Er is geen kant en klare lijst gepubliceerd, noch in een boek, noch op een site. Wat er niet is, moet je zelf maken. Vandaar dat ik begonnen ben in het Rhetoricaal Glossarium van J.J. Mak. Een kwestie van knippen en plakken, maar dan heb je ook wat (hoewel de cursieven en vetten weggevallen zijn). Dit is het resultaat – hopelijk worden ruzies er vanaf nu wat rederijkeriger door (‘Ouwe gordijnwachter dat je d’r bent’):

Lees verder >>