Tag: samenstelling

Keukenstafels

Door Henk Wolf

Waar het Nederlands één woord keukentafel heeft, heeft het Fries er minimaal twee: keukentafel en keukenstafel. Die twee vormen zijn niet onderling uitwisselbaar.

Een keukentafel (zonder tussen-s en met de woordklemtoon op keuken) is een willekeurige tafel die in een keuken staat of die gemaakt is om in een keuken te staan. De Ikea en de Kwantum verkopen een heleboel van die keukentafels.

Lees verder >>

AB is niet BA

Nultaal (14)

Door Jan Renkema

Zonder nul is er geen wiskunde. Zonder niets is er geen communicatie. Want niets in taal is niet niets, maar iets. In deze serie een verkenning van onder meer: de stilte, de spatie, de betekenis van de punt, wat er gebeurt tussen ‘navel’ en ‘truitje’, het inhoudsloze gesprek, ‘Dat hebt u mij niet horen zeggen,‘E 621’ op een verpakking en verbale reddingsvlotten. Niets?zeggend, nee: Iets!zeggend.

Rekenen en taal. Nul en niets. Als we rekenen weten we wat de nul doet. De positie voor of na de nul geeft de waarde van de nul. Daarom is er verschil tussen 102 en 201, om precies te zijn 99. Ook in taal is er een positie voor en na niets. Tussen twee woorden, neem zakgeld, zit niets. Als je de woorden rond dat niets van positie wisselt, krijg je geldzak. En dat betekent heel wat anders. We kennen wel de invloed van de omgeving van een teken, bijvoorbeeld

12-13-14 en A-13-C, waarin het teken tussen de getallen als 13 gelezen wordt, en tussen de letters als B kan worden gezien. Maar in ons geval is er veel meer aan de hand: de betekenis verandert omdat de delen rond het niets van plaats wisselen. Lees verder >>

woord?woord (6/6)

Nultaal (13)

Door Jan Renkema

Zonder nul is er geen wiskunde. Zonder niets is er geen communicatie. Want niets in taal is niet niets, maar iets. In deze serie een verkenning van onder meer: de stilte, de spatie, de betekenis van de punt, wat er gebeurt tussen ‘navel’ en ‘truitje’, het inhoudsloze gesprek, ‘Dat hebt u mij niet horen zeggen,‘E 621’ op een verpakking en verbale reddingsvlotten. Niets?zeggend, nee: Iets!zeggend.

Deze mini-serie binnen Nultaal ging over het niets tussen woorden in een samenstelling van twee zelfstandige naamwoorden. In aflevering 8 is deze combinatie nader ingeperkt (om het wat gemakkelijker te maken). In aflevering 9 zijn de drie basisrelaties geïntroduceerd. Aan de hand hiervan is een schema opgesteld in de afleveringen 10, 11 en 12. Nog één opmerking voor we verder gaan met de echt moeilijke gevallen. Lees verder >>

woord?woord (5/6)

Nultaal (12)

Door Jan Renkema

Zonder nul is er geen wiskunde. Zonder niets is er geen communicatie. Want niets in taal is niet niets, maar iets. In deze serie een verkenning van onder meer: de stilte, de spatie, de betekenis van de punt, wat er gebeurt tussen ‘navel’ en ‘truitje’, het inhoudsloze gesprek, ‘Dat hebt u mij niet horen zeggen,‘E 621’ op een verpakking en verbale reddingsvlotten. Niets?zeggend, nee: Iets!zeggend.

In deze miniserie binnen Nultaal gaat het over het niets tussen woorden in een speciaal soort samenstelling. Zie hierover Nultaal 8. Startpunt van de analyse is dat de relaties tussen de woorden te herleiden zijn tot drie basisrelaties: 1 de naamwoordelijke relatie, gebaseerd op het koppelwerkwoord ‘zijn’, bijvoorbeeld hoeslaken; 2. de werkwoordelijke relatie, met onderwerp of agens, lijdend voorwerp, enz., bijvoorbeeld moederliefde ; 3 de bijwoordelijke relatie, bijvoorbeeld maandabonnement. De vorige twee afleveringen gingen over naamwoordelijke relaties en werkwoordelijke relaties. Deze aflevering gaat over de derde basisrelatie, de bijwoordelijke relatie.

Een bijwoordelijke relatie is te herleiden tot een bijwoordelijke bepaling in de zinsontleding. Hier een voorstel voor een indeling, met voorbeelden: Lees verder >>

woord?woord (4/6)

Nultaal (11)

Door Jan Renkema

Zonder nul is er geen wiskunde. Zonder niets is er geen communicatie. Want niets in taal is niet niets, maar iets. In deze serie een verkenning van onder meer: de stilte, de spatie, de betekenis van de punt, wat er gebeurt tussen ‘navel’ en ‘truitje’, het inhoudsloze gesprek, ‘Dat hebt u mij niet horen zeggen,‘E 621’ op een verpakking en verbale reddingsvlotten. Niets?zeggend, nee: Iets!zeggend.

In deze miniserie binnen Nultaal gaat het over het niets tussen woorden in een speciaal soort samenstelling. Zie hierover aflevering 8. Startpunt van de analyse is dat de relaties tussen de woorden te herleiden zijn tot drie basisrelaties: 1 de naamwoordelijke relatie, gebaseerd op het koppelwerkwoord ‘zijn’, bijvoorbeeldhoeslaken; 2. de werkwoordelijke relatie, met onderwerp of agens, lijdend voorwerp, enz., bijvoorbeeldmoederliefde; 3 de bijwoordelijke relatie, met bepalingen van tijd, plaats, enz., bijvoorbeeldmaandabonnement. De vorige aflevering ging over naamwoordelijke relaties. Deze aflevering gaat over de werkwoordelijke relaties.

Er lijkt een tweede soort van relaties te bestaan die alle herleidbaar zijn tot een relatie met het werkwoord, uitgezonderd natuurlijk het koppelwerkwoord ‘zijn’ dat de basis vormt voor de vijf naamwoordelijke relaties in de vorige aflevering. Het lijkt handig om de volgende drie te onderscheiden. Lees verder >>

woord?woord (3/6)

Nultaal (10)

Door Jan Renkema

Zonder nul is er geen wiskunde. Zonder niets is er geen communicatie. Want niets in taal is niet niets, maar iets. In deze serie een verkenning van onder meer: de stilte, de spatie, de betekenis van de punt, wat er gebeurt tussen ‘navel’ en ‘truitje’, het inhoudsloze gesprek, ‘Dat hebt u mij niet horen zeggen,‘E 621’ op een verpakking en verbale reddingsvlotten. Niets?zeggend, nee: Iets!zeggend.

In mijn verkenning van het vraagteken in woord?woord kwam ik steeds weer terug bij het volgende uitgangspunt. De betekenisrelaties tussen de woorden zijn te herleiden tot drie basisrelaties die we ook tussen zinsdelen tegenkomen: 1 de naamwoordelijke relatie, gebaseerd op het koppelwerkwoord ‘zijn’; 2. de werkwoordelijke relatie, met onderwerp of agens, lijdend voorwerp, enz. ; 3 de bijwoordelijke relatie, bepalingen van tijd, plaats, enz. Voor de goede orde, het gaat om combinaties waarin het tweede woord de kern is, zoals wipneus, en waarin steeds sprake is van een ‘soort van’-relatie, dus niet bijvoorbeeld speurneus (geen soort ‘neus’). En het gaat alleen om woordcombinaties met twee zelfstandige naamwoorden, dus niet bijvoorbeeld hardlopen met bijwoord en voorzetsel. Zie hierover Nultaal 8.

Tot de naamwoordelijke relaties reken ik alle relaties die te herleiden zijn tot het werkwoord ‘zijn’ of een variant daarop. Ik kom uit op vijf categorieën, hier geïllustreerd met steeds één voorbeeld. Lees verder >>

woord?woord (2/6)

Nultaal (9)

Door Jan Renkema

Zonder nul is er geen wiskunde. Zonder niets is er geen communicatie. Want niets in taal is niet niets, maar iets. In deze serie een verkenning van onder meer: de stilte, de spatie, de betekenis van de punt, wat er gebeurt tussen ‘navel’ en ‘truitje’, het inhoudsloze gesprek, ‘Dat hebt u mij niet horen zeggen,‘E 621’ op een verpakking en verbale reddingsvlotten. Niets?zeggend, nee: Iets!zeggend.

Deze en de komende zes afleveringen van Nultaal gaan over het niets tussen woorden in een samenstelling van twee woorden. Het gaat alleen over combinaties van twee zelfstandige naamwoorden waarvan het tweede deel de kern vormt, en waarvan de betekenis van de woorden zelf geen toelichting behoeft. Zie voor verdere uitzonderingen de vorige aflevering.

Hoe zijn deze combinaties verbonden? Wat gebeurt er in dat niets? Mijn doel is om hier enige ordening in aan te brengen. In Handboeken Morfologie staan wel onderverdelingen, maar er zit weinig systeem in. Soms meen ik het begin van een systeem te ontwaren. Daarvan doe ik hier verslag. En nu maar hopen dat meer deskundige lezers niet zullen zeggen: “Het nieuwe erin is niet goed, en het goede erin is niet nieuw.” Lees verder >>

woord?woord (1/6)

Nultaal (8)

Door Jan Renkema

Zonder nul is er geen wiskunde. Zonder niets is er geen communicatie. Want niets in taal is niet niets, maar iets. In deze serie een verkenning van onder meer: de stilte, de spatie, de betekenis van de punt, wat er gebeurt tussen ‘navel’ en ‘truitje’, het inhoudsloze gesprek, ‘Dat hebt u mij niet horen zeggen,‘E 621’ op een verpakking en verbale reddingsvlotten. Niets?zeggend, nee: Iets!zeggend.

Zo raadselachtig. Je zet twee woorden achter elkaar, bijvoorbeeld vis+meel, en je weet onmiddellijk dat het gaat om meel gemaakt van vissen. Maar doe dat eens met kinder+meel. Met de betekenis ‘gemaakt ván’ kun je toch alleen maar denken aan babyvoeding bij kannibalenouders. Bij kindermeel gaat het om de betekenis ‘gemaakt vóór. Toch is ook bij vismeel de vóór-betekenis wel mogelijk. Immers, een viskweker kan wel vismeel gebruiken, zonder vis erin maar bedoeld voor vissen. Wat gebeurt er toch wanneer we twee woorden aan elkaar plakken? Tussen die woorden zien we geen lijm, er is helemaal niets. – Niets? Lees verder >>

Studeren aan ‘Dinges Instelling’

Door Henk Wolf

Tien jaar geleden stond aan de Rengerslaan in Leeuwarden nog de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden, afgekort: NHL. In 2009 werd de naam gewijzigd in NHL Hogeschool. Dat is in veel opzichten een raadselachtige naam. Het opvallendste raadsel is natuurlijk waarom het woord Hogeschool nog eens gebruikt wordt als dat ook al in de afkorting zit. Raadselachtig is ook de aanwijzing van de pr-afdeling om vóór ‘NHL Hogeschool’ geen lidwoord te zetten. Studenten volgden in de folders college aan NHL Hogeschool, niet aan ‘de’ NHL Hogeschool.

Een nog groter raadsel vind ik dat ik niet weet hoe ik NHL Hogeschool moet uitspreken. Immers, waar ligt in die vreemde naam de klemtoon? In een gewone samenstelling (met lidwoord, zonder spatie) als ‘de Beatrixschool’ of ‘het ANWB-lid’ ligt de klemtoon op het eerste lid van die samenstelling, dus op ‘Beatrix’ of ‘ANWB’. In een lidwoordloze naam zoals ‘PTT Post’ en ‘Unicef Nederland’ (met spatie) krijgt juist het laatste stukje de klemtoon, alleen lijkt dat laatste stukje daar steeds de naam van een afdeling binnen het eerste stukje te zijn. Dat is bij NHL Hogeschool natuurlijk niet zo. Lees verder >>

Transgender is helemaal geen bijvoeglijk naamwoord

Door Henk Wolf

Via een linkje in Taalpost van het Genootschap Onze Taal belandde ik laatst bij een artikeltje met de titel ‘Transvrouwen bestaan niet, trans vrouwen wel‘. Het ging over de spelling van ‘transvrouwen’, met of zonder spatie. De schrijfster van het artikel, Olave Nduwanje, gebruikt wel een spatie. Ze pleit daarbij niet voor spellingrebellie, maar motiveert haar keuze met een taalkundige analyse. Ze schrijft: ‘Transgender (oftewel trans) is namelijk […] een bijvoeglijk naamwoord’.

Als dat waar zou zijn, dan had ze natuurlijk gelijk: dan was in de officiële Nederlandse spelling de correcte schrijfwijze ‘trans vrouwen’ geweest, zoals we ook ‘dikke vrouwen’ en ‘slimme vrouwen’ met een spatie erin schrijven.

Alleen deugt de analyse niet. Transgender en trans zijn geen bijvoeglijke naamwoorden. Dat kun je vrij makkelijk laten zien. Lees verder >>

Voornamen knutselen

Voornamendrift (21) 

Door Gerrit Bloothooft en David Onland

Ewoud Sanders schreef op 4 april in de NRC over het combineren van de beginletters van de voornamen van ouders tot een voornaam voor hun kind. Hij dacht dat de keuze voor Robin als combinatie van de beginletters van vader Robertus  en moeder Ingrid  allang zijn tijd zou hebben gehad. Maar een oproep op twitter  leidde tot 13 reacties, waarvan verschillende met opmerkelijke naamcombinaties. Die ook niet allemaal in de Nederlandse voornamenbank te vinden waren. Reden om eens uit te zoeken hoe het zit met dit geknutsel met voornamen.

Lees verder >>

Eiergele eischaal

Door Marc van Oostendorp

Wat is het verschil tussen klerenwinkel en kleermaker? Je kunt op de een of andere manier niet kleerwinkel zeggen of klerenmaker; ik in ieder geval niet. Of om nog preciezer te zijn: ik heb het idee dat ik wel klerenmaker zou kunnen zeggen, maar dat zou dan net een wat andere betekenis hebben dan kleermaker, bijvoorbeeld een wat minder professionele, van iemand die zomaar voor de lol allerlei kleren maakt.

Kleerwinkel kan ik niet zeggen, maar het staat wel op Google (vooral, maar niet uitsluitend, op Belgische internetdomeinen). Marijke De Belder publiceerde onlangs een nieuw artikel over dit soort samenstellingen <hier achter een betaalmuur; hier een oudere, maar gratis versie>.

Volgens De Belder is het verschil tussen klerenwinkel en kleermaker dat in het eerste geval het eerste lid kleren een echt zelfstandig naamwoord is. In het tweede geval is kleer een zogeheten ‘wortel’ – iets wat nog niet echt zelf een woord is, maar dat alleen wordt door het achtervoegsel –en aan toe te voegen.

Ze gaat helaas niet in op woorden als eierschaal. Lees verder >>