Tag: Rodd’rick ende Alphonsus

De onbekende Franse bron van Bredero’s Rodd’rick ende Alphonsus

Bredero zal het zelf waarschijnlijk niet hebben geweten, maar voor zijn tragedie Rodd’rick ende Alphonsus was hij enige dank verschuldigd aan de Franse schrijver Nicolas de Montreux.

Door Annemieke Houben

Rodd’rick ende Alphonsus, Bredero’s tragedie over twee bevriende jonge ridders die hun hart verliezen aan dezelfde vrouw, werd in 1611 voor het eerst op de planken gebracht. Bredero heeft zich voor dit stuk, maar ook voor zijn Griane en Stommen ridder laten inspireren door verhalen uit de indertijd immens populaire Palmerijn van Olijve, een van oorsprong Spaanse ridderroman die aan het begin van de zeventiende eeuw via een Franse vertaling ook in het Nederlands verscheen.

Cornelis Kruyskamp, die een geannoteerde editie van Rodd’rick ende Alphonsus maakte, concludeerde dat het taalgebruik in het spel op sommige plekken nauw aansluit bij de tekst van de Palmerijn. Bredero moet de roman bij de hand hebben gehad toen hij het stuk schreef. Daarmee leek de voorgeschiedenis van de tekst verteld: de anonieme auteur van de Palmerín de Oliva zou de oorspronkelijke schrijver zijn, en de tekst zou via het Frans in het Nederlands terecht zijn gekomen. Willem Kuiper ontdekte echter dat nou net dít verhaal niet in de Spaanse Palmerin staat, en evenmin in de Franse vertaling hiervan. Pas in de Nederlandse vertaling is dit verhaal aan de roman toegevoegd. Maar waar komt het dan vandaan? Lees verder >>

Een schoone historie van Palmerijn van Olijve : Hoofdstuk 105: Roderick ende Alphonse, een “droeffelijcke historie”

Een seer schoone ende ghenoechelicke
historie vanden aldervroomsten ende vermaertsten ridder

Palmerijn van Olijve

sone van den coninck van Macedonien, ende van de schoone Griane,
dochter van Remicius, keyser van Constantinopelen,
de welcke vele wonderlicke avontueren in haren leven ghehadt hebben,
seer ghenoechelick ende playsant om lesen.

Uitzonderlijk vrij en eigenzinnig uit het Frans vertaald, soms versimpeld, dan weer herschreven, hier en daar erotisch gekruid en af en toe voorzien van een persoonlijke noot door een klassiek geschoolde Amsterdammer [?],
in de oudste bewaard gebleven druk van Jan Janszen, Arnhem 1613,
vrijwel zeker een herdruk van Jan Janszoon de Oudere, Arnhem 1602.

Hoofdstuk 105 van de in totaal 139 hoofdstukken.

Verantwoording (met naschriften)

Wie is wie in Palmerijn van Olijve?

Alle tot nog toe gepubliceerde hoofdstukken in één grotendeels herzien en verbeterd pdf-bestand: Palmerijn-feuilleton cumulatief van inmiddels 876 pagina’s A4

epub-versie ongezipt     epub-versie gezipt

Verborgen verleden : Rodd’rick ende Alphonsus

Door Willem Kuiper

Aangekomen bij hoofdstuk 105 van mijn feuilleton editie van Palmerijn van Olijve doet zich een onverwacht probleem voor. Waar de Franse brontekst als hoofdstuktitel voert:

Comme Palmerin et ses compagnons nauigans en la mer Mediterranée, furent pris par Olimaël Amiral du grand Turc : et des courses qu’ilz firent en la Grece, ou Palmerin sauua Lorene Princesse de Durace. Chapitre CVI.

lees ik tot mijn verbazing in de Nederlandse vertaling:

Hoe Palmerin ende zijn gheselschap door groot onweder aen quam int coninckrijck van Spanien, ende van de ongheluckighe liefde ende getrouwe vrientschap van twee brave ridderen. Het .cv. capittel.

En wat volgt, staat volkomen los van de Franse brontekst. Het is het ongelukkige verhaal van twee ridders, wier vriendschap vergeleken wordt met die van Pilades en Grestes, die leefden in hun eerste “saysoene”, dat wil zeggen dat zij nog jong waren, “ten tijde als in Spanien regeerde eenen coninck Ferdinandus ende een coninginne Ysabella ghenoempt”. De een is genaamd Don Roderick en de ander Don Alphonse. “Grestes” is geen tik- of leesfout van mij, dat staat er echt. Bedoeld wordt het exemplarische Griekse vriendenpaar Pylades en Orestes. Lees verder >>