Tag: rijmschema

De vorm van het Nederlandse sonnet in de 17e en 18e eeuw

Door Marc van Oostendorp

Theodore Rodenburgh. Bron: Beeldbank Amsterdam

Een van de prikkelende stellingen die Walter Cohen naar voren brengt in zijn A History of European Literature (dat ik gisteren besprak), is dat het sonnet, terwijl het zich tijdens de Renaissance door Europa verspreidde, zich telkens aanpaste aan de lokale omstandigheden en de lokale taal. Het is een interessant verhaal, maar het lijkt me ook niet in alle details juist.

Een van de kwesties die Cohen bespreekt is die van het rijm en het rijmschema. Er zijn twee belangrijke soorten rijm: mannelijk en vrouwelijk. Bij de eerste soort rijmen beklemtoonde lettergrepen op elkaar (man / kan), bij de tweede soort komt er na de beklemtoonde lettergreep nog een onbeklemtoonde (vrouwen / vouwen). In het Italiaans en het Spaans domineert het vrouwelijk rijm, maar dat is ook niet zo gek: die talen hebben nauwelijks woorden die op een beklemtoonde lettergreep eindigen. In het Duits en in het Nederlands wordt het juist als elegant gezien om mannelijk en vrouwelijk rijm af te wisselen. Alleen in het Engels is er iets geks: daarin is de overgrote meerderheid van de rijmen mannelijk. Van Shakespeare’s sonnetten heeft een meerderheid alleen mannelijke rijmen, en er is er slechts één met alleen vrouwelijk rijm – een sonnet dat inhoudelijk ook nog speelt met de vrouwelijke kanten van de mannelijke geliefde. Lees verder >>