Tag: rijm

Rijmverdoezeling

Door Marc van Oostendorp

Simon Vestdijk was niet alleen medicus, dichter, romanschrijver, essayist en wat niet al, maar in zijn vrije tijd waarschijnlijk ook de belangrijkste theoreticus van het Nederlandse vers die we ooit gehad hebben. Zijn boek De glanzende kiemcel (DBNL) werd niet voor niets decennia als studieboek gebruikt bij de opleiding Nederlands.

Hij ging daarbij te werk als een echte wetenschapper: hij verzamelde gegevens en probeerde die te interpreteren en te verklaren in een theorie. Veel van wat hij deed zou je misschien nog nét wat preciezer willen doen – net wat systematischer de data binnenhalen, de theorie net wat ondubbelzinniger formuleren – maar heel veel van wat hij zag en bedacht is onovertroffen.

Neem zijn theorie over het rijm. Volgens Vestdijk hadden veel dichters de neiging om het feit dat regels rijmden te verdoezelen. Een van de middelen die ze daarvoor hadden was om de klemtoon te manipuleren. Door in de tweede van een paar rijmende regels de klemtoon net vóór het rijmwoord te leggen, werd het rijm minder prominent:

Lees verder >>

Danken we rijmschema’s aan de multiculturele samenleving?

Door Marc van Oostendorp

Ik ben me de laatste tijd aan het verdiepen in het rijm. Het is een eigenaardig verschijnsel, bijvoorbeeld gezien vanuit een historisch perspectief. Tot ergens in de middeleeuwen hadden de Europese talen geen (eind)rijm.

Althans, dichters uit de klassieke oudheid zoals Vergilius gebruikten het een enkele keer min of meer toevallig als een klankeffect, maar zeker niet doorheen een heel gedicht. Er gold een beetje wat nu voor proza geldt: je probeerde rijm te vermijden als een goede dichter, zij het dat je die regel een enkele keer kon breken om het verband tussen twee woorden aan te tonen.

Maar vanaf de 12e eeuw rijmen alle Europese talen waarin literatuur wordt gemaakt ineens volop. De middelnederlandse literatuur heeft bijvoorbeeld een paar prozateksten, maar alles wat in dichtvorm is geschreven, rijmt ook. En datzelfde geldt voor andere literaturen, al worden her en der ook zogeheten ‘blanke’, dat wil zeggen: rijmloze, verzen geschreven, vooral in langere teksten in dichtvorm, zoals toneelstukken. Lees verder >>

Wanneer begon goden te rijmen op doden?

Door Marc van Oostendorp

Ooit is het Nederlands verschil gaan maken tussen de klinker in dak en de klinker in daken: het enkelvoud heeft een korte klinker, en het meervoud de corresponderende lange. Datzelfde geldt ook voor rad-raden, hol-holen, en een groot aantal andere woorden, zij het natuurlijk niet voor allemaal: bal-ballen behoudt een korte klinker, taak-taken een lange.

De verandering in dak-daken wordt ‘verlenging in open lettergreep’ genoemd, afgekort VOL: als een klinker in een open lettergreep komt te staan (da-ken) is het makkelijker om hem kort uit te spreken. Ergens in de middeleeuwen hebben mensen die ‘gemakkelijkheid’ tot een regel van onze taal gemaakt. In bal-ballen was hij niet van toepassing omdat bal eindigde op een lange l (zoals die in het Engels en het Duits nog geschreven wordt), en taak had altijd al ook in het enkelvoud een lange klinker.

Wanneer is VOL een regel geworden? Dat is lastig te bepalen: we hebben natuurlijk geen gesproken opnamen, en omdat er in de middeleeuwen weinig spellingconventies waren, is het moeilijk om aan de hand van hoe mensen schreven iets af te leiden over hoe ze spraken. Moeilijk, maar niet onmogelijk, laten twee onderzoekers uit Oxford zijn in een vernuftig artikel in het nieuwe nummer van het Journal of Germanic LinguisticsLees verder >>

Apollinaire in het Nederlands

door Wouter van der Land

 In 2018 wordt wereldwijd herdacht dat de Franstalige dichter Guillaume Apollinaire (1880-1918) honderd jaar geleden is overleden. Als voortrekker van de moderne poëzie heeft hij ook een immense invloed op de Nederlandse en Vlaamse dichtkunst uitgeoefend, onder andere op Martinus Nijhoff, Eddy du Perron, Paul van Ostaijen, Paul Rodenko, Marie-Jo Gobron,  Hugo Claus en Astrid Lampe, de stoet is veel langer. Zijn werk verdient dus ook aandacht bij het vak Nederlands en van Nederlandse poëzieliefhebbers.

Daarom verscheen, precies 99 jaar na zijn dood, een nieuwe Nederlandstalige bloemlezing: Het raam gaat open als een sinaasappel (uitgeverij Vleugels). Kiki Coumans selecteerde en vertaalde de gedichten, waaronder klassiekers als ‘Zone’, ‘Vensters’, ‘Maandag rue Christine’ en het beeldgedicht ‘De dolksteekduif en de fontein’. Een opmerkelijke keuze was om rijmende passages niet-rijmend te vertalen. Coumans licht haar vertaalvisie toe.

Waarom heb je de rijmende gedichten niet-rijmend vertaald?

Lees verder >>

Bang! Kalk & glans!

Door Bas Jongenelen

 Meestal rijmt iets met opzet. Het komt zelden voor dat iets per ongeluk rijmt, dus als dat gebeurt, dan valt het op. ‘Hé, dat rijmt,’ zegt iemand. ‘Dus is het waar,’ antwoord je dan. Want als het rijmt, is er over nagedacht en dan zal het wel waar zijn. Soms rijmt er iets… net niet / net wel. De dichtvorm wisselspoor is hierop gebaseerd, op de vraag of woorden uit een andere taal eigenlijk wel rijmen op Nederlandse woorden. Rijmt ‘tweet’ wel echt goed op ‘niet’? Door ‘tweet’ bewust op ‘niet’ te laten rijmen, laat de auteur zien dat hij behendig is in taal. Het is heel bewust gedaan, er is geen sprake van toeval-rijm.

Lees verder >>

Sort / Airport

Door Bas Jongenelen

Rijmt ‘vrouwen’ op ‘paarden’? Nee. En onder elkaar?

Vrouwen
Paarden

Nee, nog steeds niet. Maar beide woorden eindigen op dezelfde klank: ‘en’. En als woorden hetzelfde klinken, dan rijmen ze toch? Nee. Rijm is klankovereenkomst van beklemtoonde lettergrepen. Dat geldt voor eindrijm het geldt ook voor alliteratie. Zo is de tricolon ‘Verslokt, verslindt, verteert’ uit P.C. Hoofts Gezwinde-grijsaard-sonnet geen volledige alliteratie. Alle drie de woorden beginnen met ‘ver’ en toch zijn er slechts twee allitererend: ‘verslokt’ en ‘verslindt’. Het gaat immers niet om de ver, maar om de sl. Op ver ligt geen klemtoon en dus telt die lettergreep niet mee met het rijm. Lees verder >>

U iets te veel, mij nutt’loos

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (95)
Het Nederlandse sonnet bestaat 451 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

Illustratie: Susanne van der Kleij
Illustratie: Susanne van der Kleij

Ik heb niet kunnen achterhalen wanneer het verschil tussen mannelijk en vrouwelijk rijm precies belangrijk werd voor Nederlandse dichters, of wanneer die conventie om het te noemen naar geslachten zo benoemd werd. Over metriek is veel meer bekend, maar de geschiedenis van de Nederlandse rijmtheorie moet nog geschreven worden.

In Shakespeares sonnet 20 is het verschil belangrijk. Lees verder >>

Voor op de grill, da’s helemaal niet veel

Door Marc van Oostendorp

De verkleuring van de Nederlandse klinkers is inmiddels een nieuw stadium ingetreden: dat van het rijm. Zo gaat het in de geschiedenis van de taal: klinkers beginnen steeds meer op elkaar te lijken, maar pas als mensen gaan vinden dat twee woorden op elkaar rijmen kun je zeggen dat ze echt gelijk zijn aan elkaar.

Dat stadium heeft de ee voor de l bereikt sinds op de radio het volgende spotje wordt uitgezonden:

 

Ja, je hoort het goed: grill rijmt op veel. Ik schreef veertien jaar geleden al over deze verkleuring, er is wat dat betreft niets nieuws onder de zon, maar in deze reclame lijkt me het rijm serieus zo bedoeld en ook niet verwrongen. Hij is dus nu echt tot in de kern van de taal doorgedrongen.

Lees verder >>

Bloet en doet in de middeleeuwen

Door Marc van Oostendorp


Hoe klonk het Nederlands in de veertiende eeuw? Om een antwoord op die vraag te geven, hebben we maar weinig gegevens. De meeste sprekers uit die tijd zijn dood, dus we kunnen het hen niet vragen. Er werden nog geen opnamen gemaakt, dus we kunnen niet zelf terugluisteren. Niemand nam in die tijd de moeite in detail op te schrijven hoe hij zijn tong en lippen bewoog, dus we kunnen niets imiteren.

Gelukkig hebben we de dichters. Doordat zij gebruik maken van klankeffecten in hun gedichten, kunnen we soms iets reconstrueren; zoals Johanneke Sytsema, Janet Grijzenhout en Aditi Lahiri doen in een nieuw artikel in The Journal of Comparative Germanic Linguistics

Middelnederlandse dichters maakten bijvoorbeeld gebruik van rijm. Door nu nauwkeurig vast te stellen welke woorden wel of niet op elkaar rijmden, kun je reconstrueren welke letters nu wel of niet dezelfde klank weergeven. Zo rijmde goet op bloet, maar niet op roet. Dat constateerden Sytsema en haar collega’s gedaan in een veertiende-eeuws manuscript dat zich in Oxford bevindt, en dat Marshall 29 wordt genoemd (naar een zeventiende-eeuwse Engelse geleerde die het in Nederland kocht).
Lees verder >>

Je tik ertegen en het zing

Rijmen zonder t

Door Marc van Oostendorp

De [t] is het wegwerpartikel onder de medeklinkers. Hij is zo goedkoop, zo makkelijk te maken, dat je hem als het nodig is, er makkelijk even tussen frommelt (gozert op een brommert), en zo weinig waard dat je hem makkelijk weglaat als hij niet nodig is (da is nie leuk). Voor andere medeklinkers geldt dat niet: niemand zegt gozerk, niemand laat de k aan het eind van leuk zomaar weg.

Ook de dichters voelen dat, bedacht ik gisteren. Er zijn dichters waarbij de woorden eigenlijk alleen rijmen als je de t’s niet meetelt. Gerrit Achterberg (1905-1962) was zo iemand:

Den Haag, stad, boordevol Bordewijk
en van Couperus overal een vleug
op Scheveningen aan, de villawijk
die kwijnt en zich Eline Vere heugt
Maar in de binnenstad staan ze te kijk,
deurwaardershuizen met de harde deugd
van Katadreuffe die zijn doel bereikt.
Ik drink twee werelden, in ene teug.

Vleug en teug rijmen op heugt en deugt, zoals kijk rijmt op bereikt en later in het gedicht zingt rijmt op fluistering, zoals in een ander beroemd gedicht lig rijmt op dicht. En terwijl je in het eerste geval nog zou kunnen denken dat er iets Haags klinkt in het weglaten van die t (Katadreuffe die zijn doel bereik), gaat dat voor het tweede niet op. Dat heeft niets met Den Haag te maken. 

En Achterberg was niet de enige of de eerste. Een bekend lied van E.J. Potgieter (1808-1875, dus honderd jaar ouder dan Achterberg) begint met de regels:

Dieuwertjen! heugt je nog de avond voor Paasch?
Eer ik je vragen ging, stapte ik mijn plaats,

Ook hier geldt weer: andere medeklinkers worden niet zo gemakkelijk weggelaten. Kijk rijmt niet op blij zoals het op bereikt rijmt.

Rijm lijkt een alledaags en simpel verschijnsel – iets wat Sinterklaas en de middenstand (een goede wenk, eet vis van Henk) zo uit hun mouw schudden. Maar het is in veel opzichten ook raadselachtig: hoezo moet alles vanaf de beklemtoonde klinker tot het eind van de regel hetzelfde zijn? En waarom mag de medeklinker die eraan voorafgaat dan juist weer niet hetzelfde zijn (waarom rijmt leiden niet op lijden?)

Juist de ‘slordige’ dichters zijn daarbij het interessantst. Alle dichters die nauwgezet de regels volgen lijken op elkaar, maar alle slordigheden roepen vragen op: waarom slordig op precies deze manier?

Hoe langer ik erover nadenk, hoe meer ik ervan overtuig raak dat in dat rijm een heleboel gevoel voor taal verborgen zit. Zoals het gevoel dat die [t] er nauwelijks toe doet. dat het de wegwerpklank is van het Nederlans.

Oorrijm

’t Stukje van Bas Jongenelen  over oogrijm (Neder-L van 26 november) herinnerde me aan een versje van Constantijn Huygens dat je vanwege de rijmwoorden als een geval van oorrijm zou kunnen zien. Nu is rijm altijd een kwestie van klankovereenkomst, maar in dit geval speelt ’t oor toch een bijzondere rol. ’t Versje dateert van 21 April 1685: 
Masteluijn.
Tom is geneight
To studie at night,
Most of his cares
Zijn by de kaers.


Lees verder >>

Face rijmt op reet. En wat doet de regering?

Foto: FaceMePLS

Waarom maakt iedereen zich zo druk over de centjes, terwijl er een waar maatschappelijk debat is losgebarsten over een van de ankers van de Nederlandse cultuur? Over een onderwerp waar iedere Nederlander een mening over heeft, omdat hij er minstens één keer per jaar aan moet geloven — het rijm. Voor- en tegenstanders roeren zich en schrijven felle pamfletten om hun standpunt te verdedigen. De samenleving dreigt gespleten te raken — waar moet dat heen met onze cultuur? En dat in de boekenweek! Lees verder >>