Tag: Remco Campert

Johan de Koning leest Remco Campert

Het verblijf – dag 14

Vandaag: Johan de Koning leest ‘Bandrecorder, eenvoudig’  van Remco Campert. Johan de Koning is journalist en studeerde Nederlandse Taal- en Letterkunde aan de Universiteit Leiden. Remco Campert  (1929) is dichter, columnist en schrijver van verhalen en romans.

Presentatie, format, productie en muziek: Michiel van de Weerthof. Het verblijf wordt mede mogelijk gemaakt door de Nederlandse Taalunie.

Foute boeken? Uit de kast (2)

Door Nico Keuning

In de huidige overgevoelige identiteitsmaatschappij is onder andere het woord ‘neger’ tot taboewoord verklaard. Vandaar dat een boek als De negerhut van oom Tom van Harriet Beecher Stowe deel uitmaakt van de collectie van de tentoonstelling Foute boeken? in het Meermanno Museum in Den Haag. Het gaat om het woord neger in de vertaalde titel, dat het boek in onze tijd verdacht maakt, maar de inhoud van Uncle Tom’s cabin or life among the lowly (1852) is juist een aanklacht tegen de slavernij. Lees verder >>

Sinterklaas in poëtische kledij

Door Renaat Gaspar

De eerste berichten over de jaarlijkse, treurige, pietenkwestie zijn alweer in de pers verschenen. Dus is het hoog tijd voor een vrolijker bijdrage: Sinterklaas in poëtische kledij.

Bij de nadering van het sinterklaasfeest 1954 heeft de redactie van het toenmalige dagblad De Tijd een aantal dichters gevraagd hun talent aan te wenden om een mooi of leuk sinterklaasvers te vervaardigen. Hoe alle aangezochten gereageerd hebben, is niet meer te achterhalen, maar van 25 onder hen zijn de gedichten verschenen in de zaterdagbijlage van 4 december. Een van hen, Anthonie Donker, reageerde overigens pas ‘op herhaald verzoek’. Deze 25 waren, in alfabetische ordening:

Bertus Aafjes, Ad den Besten, Louis de Bourbon, Gerard den Brabander, Remco Campert, Anthonie Donker, Anton van Duinkerken, Jan G. Elburg, Jan Elemans, Willem Elsschot, Jan Engelman, Jac van Hattum, Ed. Hoornik, Cees J. Kelk, Mathias Kemp, Pierre Kemp, Harriet Laurey, Martin Leopold, Piet Minderaa, Michel van der Plas, Adriaan Roland Holst, Jac. Schreurs M.S.C., Bernard Verhoeven, Nico Verhoeven, Bert Voeten. Het inleidende anonieme gedicht was vermoedelijk van de hand van de hoofdredacteur Joop Lücker. Lees verder >>

Literatuur leven

Mirjam van Hengel portretteert Remco Campert

Door Wiel Kusters

Het bijna 600 bladzijden tellende boek dat Mirjam van Hengel over de nu negenentachtigjarige Remco Campert schreef, Een knipperend ogenblik, heet in de ondertitel een ‘portret’ en wordt dus niet gepresenteerd als biografie. Dat wordt in het korte voorwoord verantwoord als de keuze voor het vertellen van een ‘verhaal’ waarvan de maker zich ‘zij het niet aan de waarheid dan toch aan de werkelijkheid’ van Camperts leven en werk verplicht voelt. Met die instelling begeeft de schrijfster zich naar eigen zeggen noch op het terrein van de feiten noch op dat van de fictie, maar wijst zij het ‘interpreteren’ aan als haar benaderingswijze. Daarmee spreekt ze zich dan meteen ook uit tegen ‘de Nederlandse schrijversbiografie’, die ‘die over het algemeen de kant kiest van het graniet’, de onweerlegbare feiten, en geeft ze aan, ook recht te willen doen aan de ‘gevoelens’ van haar personage. Ze motiveert dit mede met behulp van een citaat van de dichter zelf, uit de bundel Verloop van jaren (2015): ‘liever geen biografie / waarin al deze gevoelens worden gemist’.

Tot de bronnen waarop Van Hengel zich baseert behoren de gesprekken die zij twee jaar lang op vrijdagmiddagen met Campert en zijn echtgenote Deborah Wolf heeft gevoerd en waaruit ze geregeld citeert. Een werkwijze die voor- en nadelen heeft en risico’s in zich draagt, maar die gelukkig niet heeft geleid tot een onkritische houding van de biografe (of zal ik toch maar zeggen portrettiste?) ten opzichte van haar held. Misschien dat deze houding haar vergemakkelijkt werd door het tijdens de ontmoetingen geconstateerde geringe schaamtegevoel van de dichter en door het feit dat mevrouw Wolf ‘gewend is in niets een blad voor de mond te nemen’ (416). Hoewel er kennelijk ook ontboezemingen zijn gedaan die het papier niet hebben gehaald, zoals Van Hengel in het al geciteerde voorwoord eveneens memoreert: ‘dit moet er maar niet in’; ‘nee, dat begrijp ik’. Lees verder >>