Tag: regionale talen

Nederlandse Rijksoverheid tevreden over eigen beleid voor minderheidstalen

Door Henk Wolf

De Nederlandse Rijksoverheid heeft zichzelf ertoe verplicht zorg te dragen voor vijf kleine talen: het Fries, Nedersaksisch, Limburgs, Jiddisch en Romanes. Dat is gebeurd door het Europees Handvest voor regionale talen en talen van minderheden te ratificeren. Om de drie jaar onderzoekt een groep deskundigen (juristen, politici, onderzoekers) in opdracht van de Raad van Europa of Nederland z’n verplichtingen wel nakomt en om de paar jaar moet het Ministerie van binnenlandse zaken een zelfrapportage schrijven. De laatste is deze week verschenen en heel veel verantwoordelijkheidsbesef spreekt er niet uit.

In het document, waarin geen auteur wordt genoemd, gaat het ministerie vooral in op kritiek en suggesties van drie partijen: de genoemde groep deskundigen, het Comité van ministers van de Raad van Europa en het eigen adviesorgaan voor de Friese taal Dingtiid. Die zijn op diverse vlakken niet zo tevreden, maar de kritiek wordt luchtig weggewuifd.

Lees verder >>

Levende Talen Nedersaksisch

Nedersaksisch

Wist je dat binnen de vereniging Levende Talen gebarentaal, Pools, Russisch en Turks wel vertegenwoordigd zijn, maar de Nederlandse streektalen nog niet? Dat moet natuurlijk anders!

Op de ALV van zaterdag 6 april 2019 van Levende Talen wordt besproken of ook het Nedersaksisch en het Limburgs elk een eigen sectie binnen Levende Talen mogen oprichten. We zijn heel blij dat dit hier besproken gaat worden en kunnen jouw hulp goed gebruiken!

Voorwaarden voor oprichting Levende Talen Nedersaksisch

De vereniging Levende Talen stelt twee voorwaarden voor het oprichten van een nieuwe sectie.

  • een oprichtingsbestuur
  • 25 toezeggingen van betalende leden

Lees verder >>

Nedersaksisch: naast het Fries, onder het Nederlands

Door Henk Wolf

‘Nedersaksisch is nog steeds geen Fries’ stond er donderdag in Trouw. Ook andere media meldden dat de vage beleidsvoornemens voor het Nedersaksisch niet in de buurt komen van de Friese taalpolitiek. Dat is natuurlijk waar, maar waarom de vergelijking tussen die twee talen getrokken?

Toen ik wat googelde op ontwikkelingen rond het Nedersaksisch, kwam ik in het Twentse regionale dagblad Tubantia een paar artikeltjes tegen van een ambitieuze ijveraar voor het Nedersaksisch, het Overijsselse Statenlid Jos Mooiweer. Mooiweer wil het Nedersaksisch graag in officiële functies kunnen gebruiken. Daarbij vergelijkt hij de positie van zijn streektaal met die van het Fries. Hij zegt:

“[…] het gekke is dat een Friestalige in het officiële circuit veel meer mag dan een spreker van het Nedersaksisch. Ik wil aandacht vragen voor deze ongelijke behandeling. Want het steekt mij dat ik, als volksvertegenwoordiger in Overijssel, de eed niet in onze eigen taal mag afleggen. Maar, en nu komt het, ik mag als niet-Fries de eed wel in het Fries afleggen. Dat is toch bizar?”

Lees verder >>

Nedersaksisch is niet opeens officieel ‘deel van het Nederlands’

Door Henk Wolf

Delen van Nederland waar Nedersaksisch wordt gesproken

In het oosten van Nederland en het noorden van Duitsland worden Germaanse dialecten gesproken die in de taalwetenschap traditioneel als Nedersaksisch worden benoemd. Die term is een paar decennia geleden wat algemener bekend geraakt, vooral door de streektaalbeweging in het Nederlandse deel van het verspreidingsgebied. In 1996 kreeg de naam zelfs een plaatsje in de wet, toen het Nederlandse parlement het Europees Handvest voor regionale talen en talen van minderheden goedkeurde. Dat is een document waarin nationale overheden beloven goed voor hun erkende kleine inheemse talen te zorgen. De Nederlandse regering erkende het Nedersaksisch als een van die talen.

Het Fries heeft altijd een veel specifiekere vorm van stimulering gekregen dan de andere erkende kleine inheemse talen van Nederland (Nedersaksisch, Jiddisch, Limburgs en Romani). De vorm van die stimulering hebben de Minister van Binnenlandse Zaken en het provinciebestuur van Friesland uitgewerkt in een serie schriftelijke afspraken, zogenaamde convenanten of bestuursafspraken. Nu was er afgelopen woensdag nieuws: de besturen van de provincies waar Nedersaksisch wordt gesproken, hebben voor die taal toen ook zo’n convenant met het Rijk gesloten.

“Deel van de Nederlandse taal”

De media hebben van de ondertekening van dat convenant iets heel vreemds gemaakt. Verschillende nieuwssites, omroepen en kranten melden namelijk dat het Rijk het Nedersaksisch “als deel van de Nederlandse taal” zou hebben erkend. Zelfs het Genootschap Onze Taal deed dat op z’n website. Hier een paar voorbeelden: Lees verder >>

Positiepaper: De positie van de erkende regionale talen in Nederland

Door Roeland van Hout, Henk Bloemhoff, Leonie Cornips, Goffe Jensma en Joep Leerssen

Onderstaand positiepaper is uitgedeeld tijdens de Rondetafelbijeenkomst van de Nederlandse Taalunie over taalvariatie, 14 maart 2018, Rotterdam.

De Taalunie wil een taalbeleid gestalte geven met nadrukkelijke, positieve aandacht voor variatie in het Nederlands. Het lijkt ons belangrijk dat die benadering rekening houdt met de specifieke status van het Fries, Nedersaksisch en Limburgs, die als regionale talen wettelijk erkend zijn onder het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden van de Raad van Europa. We betreuren het dat het taalvariatiebeleid van de Taalunie een tendens vertoont om voorbij te gaan aan de maatschappelijke en publiekrechtelijke status van deze regionale talen en roepen de Taalunie op om zich expliciet te committeren aan hun specifieke status en erkenning. We hebben hiervoor de volgende argumenten: Lees verder >>

Nieuw Limburgs taalbeleid: Een convenant is drijfzand voor het Limburgs

Sinds enkele maanden is er weer volop discussie over een nieuw Limburgs taalbeleid. De Provincie Limburg heeft de Raod van ’t Limburgs gevraagd een nieuwe visienota voor te leggen. De vraag is of er een verdere erkenning voor het Limburgs naar Fries model moet komen óf een taalbeleid op basis van een door de Nederlandse overheid aangeboden convenant? Welke weg biedt de meeste zekerheid voor een volwaardig taalbeleid voor het Limburgs?

Door Yuri Michielsen-Tallman

Het Limburgs is sinds 1997 door de nationale overheid erkend als regionale taal onder het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden. Die erkenning geldt ook voor het Fries en het Nedersaksisch. De nadruk zal hier echter liggen op het Fries en het Limburgs. Waar nodig wordt het Nedersaksisch vermeld.

Het Handvest is door de Raad van Europa in het leven geroepen om regionale talen te beschermen. Regionale talen zijn vaak in een achterstandspositie ten opzichte van nationale talen gekomen. Door wettelijke maatregelen, taalbeleid en financiering voor gebruik in het openbare leven, in het onderwijs en de media hebben nationale talen (zoals het Nederlands) een dominante positie verworven. Dat heeft onder andere geleid tot een afname in het gebruik van regionale talen en vaak een stigma voor de sprekers ervan. Er bestaan vooral ook wettelijke en financiële hindernissen, die het gebruik en de aanpassing van de regionale taal aan de moderne tijd belemmeren. Het Handvest beoogt regionale talen te beschermen door deze veel van de rechten en mogelijkheden te bieden die ook aan nationale talen ter beschikking staan. Lees verder >>

Minderheidstalenbeleid en latent racisme

Door Marc van Oostendorp

haagse-harry-beeldje-25-cm“Waarom lijkt iedereen in Holland (…) te geloven dat Fries een aparte taal is,” zei minister Plasterk ongeveer tien jaar geleden in een column in Buitenhof, “terwijl er in Amsterdam meer mensen zijn die Turks spreken dan in Leeuwarden die Fries spreken? Zou dat latent racisme zijn?” De column was verder vooral wat ironisch over de Friezen en hun streektaal, die volgens Plasterk niet veel meer van het Nederlands verschilde dan de de taal van Haagse Harry.

Maar er zat ook wel degelijk een serieuze vraag achter: waarom beschermen we sommige talen wel en andere niet?

Zou Plasterk nog aan die column gedacht hebben toen hij vorige week moest formuleren op een zeer kritisch rapport van de Raad van Europa over het Nederlandse taalbeleid ten opzichte van minderheidstalen? Er deugde volgens de Raad niet veel van. Lees verder >>

Een nieuwe taal voor Nederland?

Door Marc van Oostendorp


Het 8 uur-journaal heeft het vorige week niet gehaald, het bericht dat Nederland desgewenst ineens een taal rijker zou kunnen zijn: het Bildts, de taal die gesproken wordt in de Friese gemeente It Bildt. De Friese pers besteedde er wel enige aandacht aan: in het gemeentehuis was een rapport aangeboden van de Fryske Akademy en Mercator waarin stond dat het plaatselijke dialect best de status van een regionale kon krijgen volgens het Europees Handvest voor Regionale Talen of Talen van Minderheden.

Het Bildts heeft in de provincie Fryslân een aparte status. Het is van oorsprong een Hollands dialect dat in de loop der eeuwen sterk door het Fries beïnvloed is. Volgens het rapport geeft het dat een unieke status: het raakte al van het Hollands afgescheiden voordat er een Nederlandse standaardtaal ontstond en kan dus geen ‘dialect van het Nederlands’ genoemd worden. Het is bovendien ook duidelijk geen Fries dialect.

Dat is het argument, dat heel vernuftig in elkaar zit, maar dat niemand zal overtuigen.

Lees verder >>