Tag: rederijkers

Tips voor onderzoek naar de Zeeuwse rederijkers

Door Jan van Loo

Doordat een groep geïnteresseerden al sinds 2010 bezig is met het onderzoek naar de rederijkerscultuur in Zeeland, beschikken we inmiddels over flink wat onderzoeksresultaten, zowel over de rederijkers als over (aanverwante) onderwerpen die ons pad kruisten.  Een deel van dit materiaal ligt te wachten op onderzoekers die de gegevens willen bestuderen en bewerken voor bijvoorbeeld een boek, een artikel of een paper. Hieronder volgen wat mogelijkheden. Lees verder >>

De harteloze Kackadoris en het argeloze dove wijf

Door Ton Harmsen

Harde kritiek op de maatschappij is de rederijkers niet vreemd. Vooral in hun toneel keren zij zich tegen misdaad en bedrog door politieke intriganten, religieuze fanatici, niets-ontziende speculanten en roekeloze militairen. Zij doen onthullingen die vaak verrassend actueel zijn, en dat geldt zeker voor het toneelstuk waarin een dokter zonder diploma net zo hard wordt aangepakt als zijn patiënt zonder verstand: Een tafel spel van Meester Kackadoris, ende een doof-wijf met ayeren. Dit tafelspel is gemaakt door rederijkers van Voorne, althans zij duiden zichzelf aan als ‘de gheesten uyten Lande van Voren’. Het verscheen in 1596 in een eenvoudig, mooi vormgegeven boekje in Amsterdam voor de uitgever ‘Jacob Pieter Paedts, woonende in de Warmoes-straet, int vergulden A, B, C.’ Lees verder >>

2 maart 2018, Den Haag: Boekpresentatie The Knowledge Culture of the Netherlandish Rhetoricians

Special issue Renaissance Studies 32.1 (2018)

Onder redactie van Arjan van Dixhoorn, Samuel Mareel en Bart Ramakers
Met bijdragen van Ruben Buys, Arjan van Dixhoorn, Alisa van de Haar, Samuel Mareel, Bart Ramakers, Didi van Trijp en Jeroen Vandommele

In de drie decennia sinds de publicatie van De sneeuwpoppen van 1511 (1988) van Herman Pleij hebben onderzoekers steeds meer relaties blootgelegd tussen de rederijkerscultuur en de vroegmoderne kenniswereld. Dat betreft relaties met de wereld van de ideeën en de volkstalige filosofie, de meer technische artesliteratuur en de beeldcultuur, maar ook met de wereld van kennispraktijken. Die relaties zijn gaandeweg verder gepreciseerd en zullen de komende jaren ongetwijfeld onderwerp van nog meer onderzoek worden. De rederijkers kunnen namelijk steeds meer gesitueerd worden in het centrum van de volkstalige kenniswereld zoals die zich tussen de vijftiende en de zeventiende eeuw ontwikkelde. Dit themanummer bouwt verder op de inzichten van de afgelopen dertig jaar en gaat dieper in op deelaspecten van de kenniscultuur van de rederijkers. Tijdens een Nederlandstalig symposium geven drie collega’s een korte reflectie op de inhoud van het nummer. Aan het eind worden de eerste exemplaren aangeboden aan Herman Pleij en Hilde de Ridder-Symoens. Lees verder >>

Jan Smeken in Love

Door Marc van Oostendorp

Over de mediëvistiek waart al decennia de geest van Umberto Eco. Wanneer laat je de teugels vieren van de weinige feiten die je tot je beschikking hebt en probeer je de lezer in te leiden in de wereld die je inmiddels zo goed kent door een verhaal te vertellen? Een roman te schrijven? Frits van Oostrom schrijft ook over de verleiding in zijn onlangs verschenen Nobel streven, maar hij geeft daar niet aan toe: zijn verhaal blijft een interpretatie van de documenten die voorhanden zijn.

Samen met de zanger en schrijver Rick de Leeuw steekt de Antwerpse hoogleraar Remco Sleiderink wel de Rubicon over. Ik Jan Smeken is een korte roman over de Brusselse rederijker (1450-1517), die af en toe doorschoten wordt door korte zakelijke teksten waarin achtergrondinformatie wordt gegeven over het leven in Brussel in de tweede helft van de vijftiende eeuw en het werkelijke leven van Smeken.

Het is een heel leesbaar boek geworden. Lees verder >>

Website: Rederijkers Zeeland

De website https://rederijkerszeeland.wordpress.com/ verzamelt alle informatie over de Zeeuwse rederijkerskamers, vermeldt onderzoeksvorderingen en publiceert blogs (aanmelden kan via de website) over de meest uiteenlopende onderwerpen. 

Het is al weer een paar jaar geleden dat onder leiding van Arjan van Dixhoorn (Hurgronje hoogleraar Geschiedenis van Zeeland in de Wereld aan het University College Roosevelt (Universiteit Utrecht), te Middelburg) en Bart Ramakers (hoogleraar Oudere Nederlandse Letterkunde aan de Rijksuniversiteit Groningen) het project Rederijkers Zeeland is gestart. 

Lees verder >>

Een literaire ruzie in 1660

Titelpagina van de Princelycke lof-dichten.
Den Haag, Koninklijke Bibliotheek.
Door Bas Jongenelen
In de Koninklijke Bibliotheek wordt een dun boekje uit 1660 bewaard: Princelycke lof-dichten met gheluck-wenschen ende liedekens, gherymt door de vry lief-hebbers van den Wijngaert, onder den tytel van Groyen en Bloyen tot Brussel. Toe ghe-eyghent aen Joannes Van Laer, prins vande selve vergaderinghe. Vreemd genoeg is dit boekje door niemand opgemerkt en kon het eeuwen lekker rusten in het archief. Tot literatuurjager Remco Sleiderink weer eens actief werd en het boekje ter hand nam.

Lees verder >>

Gastcollege Dick de Boer (Gent, 24 april 2013)

Dick de Boer (Universiteit Groningen) geeft op 24 april een gastcollege aan de Universiteit Gent met als titel ‘Trecker, trekt met hoe couragie. Loterijen als brug tussen volk en cultuur aan het einde van de 16de eeuw’. Loterijen werden vooral gebruikt om geld op te halen voor goede doelen. De rederijkers schreven nogal wat teksten voor deze fascinerende gelegenheden. Het gastcollege vindt plaats van 13.00 tot 15.45u in de Plateau-Rozier, lokaal C.01.27 (bij Afrikaanse Talen en Culturen).

Jan van Doesborch, Refreynen int sot amoureus wijs

Oproep

Hoewel de volledige tekst van de refereynen van Jan van Doesborch online staat op DBNL, ben ik toch op zoek naar de papieren versie van de editie Kruyskamp (het origineel uit circa 1524 is natuurlijk helemaal te veel gevraagd). Heeft iemand die editie onterecht in zijn boekenkast staan? www.boekwinkeltjes.nl en www.addall.com geven geen soelaas, daarom dus via deze mij onsympathieke wijze.

Middelnederlandse scheldwoorden 12 (slot)

Nou, we zijn er hoor. Heel Mak is doorgewerkt en alle scheldwoorden zijn eruit gefilterd. Dit is het laatste restje. Maar als je alle scheldwoorden bij elkaar zou willen hebben, moet je dan zelf alle twaalf afleveringen bij elkaar voegen? Nee hoor, dat is al gedaan (met dank aan Carlien van Kampen); de volledige lijst staat gewoon in aflevering 1. De eerste lijst is daar vervangen door de samengevoegde. Mark die pagina book en leer af en toe een scheldwoord uit je hoofd, ouwe laefcutte dat je d’r bent!

Lees verder >>

Middelnederlandse scheldwoorden 9

De serie Middelnederlandse scheldwoorden is weer toe aan een update. De eerste aflevering staat hier, nummer 9 hieronder behandelt de letters P en Q uit de woordenlijst van Mak. De omschrijving van het eerste woord ‘Paddaert’ is niet negatief: ‘vent of kerel’. Is Mak hier niet een beetje te aardig? Het woord komt uit refereyn CXXXVIII uit de bundel van Jan van Doesborch. Dit is een raadselachtig refereyn waarvan de meeste woorden geen omschrijving te geven is. Eén ding is echter duidelijk, namelijk dat ze allemaal negatief zijn. ‘Paddaert’ betekent dus niet slechts ‘kerel’, maar iets als ‘vervelende kerel’ – of vul iets ergers in op de plaats van ‘vervelend’. Aan de slag ermee, stelletje queesters!

Lees verder >>

Middelnederlandse scheldwoorden 8

Het punt met de lijst van Middelnederlandse scheldwoorden is dat de bronnen van J.J. Mak vooral literair zijn. Dit betekent dat veel van de scheldwoorden in het wild niet voor zijn gekomen, maar artificieel zijn. Vooral in kluchten en satirische teksten werd gescholden en ik heb zo het vermoeden dat schrijvers vaak leuke scheldwoorden bedachten – alles voor een gulle lach, nietwaar? Neem nou zo’n woord als Opstaeckeltouvere, zou dat echt gebruikt zijn? Of is hier een auteur aan het woord die nog wel een gek scheldwoord kon gebruiken? Ik denk het laatste. Neemt niet weg dat u deze week uw collega’s op Middelnederlandse wijze de huid vol kunt schelden.

Middelnederlandse scheldwoorden 3

In het woordenboek der rederijkers van Mak staat bij veel scheldwoorden dat het een scheldwoord is. Bij veel schimpwoorden dat het een schimpwoord is. Niet altijd. Ik ben daarom maar dat woordenboek door gaan vlooien om een compleet overzicht te krijgen van hoe men elkaar uitschold in de zestiende eeuw. Ben ik er al klaar mee? Nee. Zelfs de C heb ik nog niet helemaal doorgenomen, maar oei! de deadline naderde, vandaar dat ik je nu opzadel met nog niet eens half werk. Wordt vervolgd.
Achtercnaper,
zn. Van achtercnapen? Of samenst. afl. uit achter en de stam van cnapen + er?
Strooplikker? ‖ Waer blijven nu… dees nijgers dees stuijpers / dees achtercnapers, Hs. TMB, G. fol. 103v [2e h. 16e e.?].

Middelnederlandse scheldwoorden

Onlangs vroeg iemand me of ik een stel Middeleeuwse scheldwoorden wist, om te gebruiken in een historische roman. Verder dan ‘fielt’ en ‘dobbel velleken’ kwam ik niet 1-2-3. Er is geen kant en klare lijst gepubliceerd, noch in een boek, noch op een site. Wat er niet is, moet je zelf maken. Vandaar dat ik begonnen ben in het Rhetoricaal Glossarium van J.J. Mak. Een kwestie van knippen en plakken, maar dan heb je ook wat (hoewel de cursieven en vetten weggevallen zijn). Dit is het resultaat – hopelijk worden ruzies er vanaf nu wat rederijkeriger door (‘Ouwe gordijnwachter dat je d’r bent’):

Lees verder >>

Gerrit Komrij-prijs

Afgelopen donderdag overleed Gerrit Komrij, een man met een scherp oog voor poëzie. Behalve dichter was hij ook bloemlezer; juist daar kwam dat oog goed van pas. Komrij richtte meesterlijk de spotlights op gedichten die min of meer vergeten waren. Zijn magnum opus is uiteraard het overzicht van duizenden gedichten uit de Nederlandse literatuur, Komrij was snugger genoeg om daarin ook een eigen gedicht op te nemen. 

Lees verder >>

De klucht van de Schuyfman

De klucht van de Schuyfman is een vroeg zestiende-eeuws stuk dat bewaard is gebleven in het Trou moet blijcken-archief. Het is een van de leukste toneelstukken uit onze literatuurgeschiedenis en het verdient meer aandacht. Helaas is de editie uit 1928 (herdruk 1932) van Stoett alleen maar tweedehands te koop en gelukkig staat deze editie op dbnl-site. Femke Kramer gebruikte deze klucht als schoolvoorbeeld van laat-middeleeuwse humor in haar proefschrift Mooi vies, knap lelijk.

In Een esbatement Vande Schuyfman zijn twee bevriende schooiers, Schuyfman en Sloef, op zoek naar iets te eten. Ze zijn op zee geweest, maar vonden het werk op een schip toch wel erg zwaar. Dat zien ze niet meer zitten. Ze bedenken allerlei plannen, zoals huismussen van het dak schieten, een beurs stelen en bedelen als schipbreukelingen.

Voordat ze die plannen echter tot uitvoering kunnen brengen, stuiten ze op een afgelegen woning waar ze wel om eten kunnen gaan vragen. Helaas reageert de dove vrouw die opendoet niet op hun smeekbedes, maar begint allerlei onsamenhangende verhalen te vertellen. Terwijl Schuyfman haar aan de praat houdt, probeert Sloef naar binnen te gaan om eten te zoeken. Dan maakt de vrouw een opmerking waar ze wél wat aan hebben: de overbuurvrouw is overleden en daarom geeft de familie eten weg.

Lees verder >>

Door rap tot rederijkers

Iedere taal kent zo zijn eigen stuntrijmers en onzindichters. Een mooi vroeg voorbeeld uit de Nederlandse literatuur is refereyn CXXXVIII (met de stok ‘Die niet en wil horen en dooch geen gabaert’) uit de refereynbundel van Jan van Doesborch uit 1524. In dit gedicht buitelen allerlei woorden die ‘aart’ eindigen over elkaar heen.

Van veel recenter datum zijn De Blauwbilgorgel van Cees Buddingh’ en Barlemanje van Maarten Toonder – om een paar onzingedichten te noemen. Bekende stuntrijmers uit de rederijkerstraditie zijn uiteraard Drs. P, Ivo de Wijs en Frank van Pamelen.

Nederlandstalige rapmuziek komt de laatste tijd bijzonder origineel uit de hoek, ik signaleerde eerder al rapper Kapabel, die in de fabeltraditie past. Hier en nu wil ik een lans breken voor De Jeugd van Tegenwoordig. Lees verder >>

Anna Bijns als debater

Op dinsdag 28 februari verdedigde Judith Kessler haar proefschrift over Anna Bijns. Het blijkt een heel andere studie dan het recentste boek van Herman Pleij dat ook over Bijns gaat. Overigens heet dat boek van Pleij Anna Bijns, maar het gaat helemaal niet over haar. Wel kom je als lezer veel te weten over het (literaire) leven in Antwerpen in de zestiende eeuw. Pleij schrijft daar gepassioneerd en met veel kennis van zaken over – het is een prachtboek voor een groot publiek.

Het proefschrift van Kessler is heel anders, hoewel het ook niet over Anna Bijns gaat. Dat wil zeggen: het gaat niet over Anna Bijns als persoon. Kessler schrijft over de poëzie van Bijns. En hoe! En hoe?

Judith Kessler hanteert een revolutionaire aanpak om de refereynen van Anna Bijns te analyseren. Ze laat de gebruikelijke poëzie-analyse links liggen, dus verwacht geen stijlfiguren, rijmschema’s en vormen van beeldspraak. Verwacht wel argumentatieschema’s, standpunten en onderbouwingen. Kessler analyseert de refereynen als een opzetbeurt in een beleidsdebat.

En wat blijkt? Deze moderne argumentatietechnische invalshoek werpt zijn vruchten af, taalbeheersing en literatuurgeschiedenis ontmoeten en versterken elkaar. Is dit een nieuwe manier om literair-historische teksten aan te pakken? Nou, dat zou best eens kunnen.