Tag: reclame

Doeslief = toe, hou je mond

Door Henk Wolf

Het duurde even voor ik de nieuwe slogan van Sire begreep. #doeslief, wat voor cryptisch was dat? Dat dat hekje een Twitterconventie is en dat het nu hashtag heet en als grapje voor allerlei kreten wordt uitgesproken, weet ik als niet-Twitteraar ondertussen ook. Maar wat was dat doeslief?

Ik dacht eerst dat het mogelijk iets Engels was, met does als werkwoordsvorm. Toen dat het een variant was op poeslief. Nu heb ik begrepen dat het ‘Doe eens lief’ is, geschreven zoals je het uitspreekt, zonder spaties, want ook dat is een Twitterconventie. Lees verder >>

Fristi, roze en ouder istie

Door Roland de Bonth

Wat ben ik blij dat ik Nederlands heb gestudeerd. Filologie, geschiedenis van de taalkunde, historische benadering van teksten, filologie, Middelnederlands, zeventiende-eeuws, morfologie: prachtige vakken. Met plezier denk ik ook terug aan het werkcollege taalverandering dat ik eind jaren tachtig volgde bij de Nijmeegse hoogleraar taalkunde M.C. van den Toorn. Samen met studiegenoot Cefas van Rossem deed ik voor de afsluitende opdracht onderzoek naar het veranderend taalgebruik in de sociale sector. Hoe? Door personeelsadvertenties in landelijke dagbladen uit verschillende periodes met elkaar te vergelijken.

Indertijd hadden wij slechts de beschikking over papieren exemplaren van die kranten – wat dat betreft heeft Delpher met zijn zijn miljoenen historische krantenpagina’s de onderzoeksmogelijkheden enorm vergroot. Die sterk vergeelde dagbladen waren keurig ingebonden in reusachtige boekwerken – landelijke dagbladen verschenen toen helaas nog niet op het handzamere tabloid-formaat. Om ze te mogen inzien moest je in de leeszaal van de Nijmeegse universiteitsbibliotheek aan grote, speciaal daartoe gereserveerde tafels plaatsnemen, vlak bij de uitgiftebalie. Uren hebben we daar bladerend doorgebracht. Lees verder >>

Wat is het effect van een Italiaans woord in een Nederlandse reclame?

Dit stuk verschijnt in het kader van de Nieuwsbrief Neerlandistiek in de klas. Het bevat geen origineel onderzoek, maar is een vereenvoudigde weergave van recent onderzoek op het gebied van het Nederlands, speciaal bedoeld voor middelbare schoolleerlingen.

Door Marten van der Meulen

Iedere dag worden we overspoeld door informatie. Een deel van die informatie kiezen we zelf, bijvoorbeeld op sociale media, in kranten en op televisie. Maar een groot deel komt ons ongevraagd tegemoet. Dat deel bestaat voor het overgrote deel uit reclames. Uiteindelijk willen die reclames vooral één ding: aandacht. Maar juist het krijgen van aandacht is geen makkelijke zaak, als er zoveel informatie op mensen wordt afgevuurd. Reclames proberen dus op verschillende manieren aandacht te trekken. Sommige bedrijven kiezen voor een woordgrap: datingwebsite relatieplanet.nl bracht een aantal jaar geleden een hele serie advertenties uit zoals Biljarter vindt nieuwe stoot en Brandweerman vindt nieuwe vlam. Een andere manier van opvallen is door het gebruik van een buitenlands woord in je reclame (“Pizza zoals la mamma hem maakte” van pizzamerk Casa di Mamma), of zelfs door een volledige slogan in een andere taal (“Life’s Good” van elektronicagigant LG). Maar dat roept een belangrijke vraag op: heeft dat effect? Lees verder >>

Zit je haircut!

Vandaag verschijnt het boekje Ik verf tot ik sterf over ‘slechte reclameslogans’. Hieronder staat, bij wijze van voorpublicatie, de inleiding van dit boekje.

Door Christine Liebrecht en Tefke van Dijk

Bij een bedrijfs- of reclameslogan is de scheidslijn tussen ‘tenenkrommend slecht’ en ‘stiekem best grappig’ flinterdun. Een alzheimercafé adverteert bij voorbeeld met de leus Vergeet niet te komen. Een kinderdagverblijf heeft als slagzin Uw kind, ook ons een zorg en aannemersbedrijf Braak gaat voor Sinterklaasrijm met Een timmer timmert, een tandarts boort… maar wij zitten lekker in Velsen Noord.

Als initiatiefnemers van Slechteslogans.nl doen we er graag een boekje over open. Eind 2011 begonnen we met de website slechteslogans.nl en we merkten al snel dat we niet de enigen zijn die zich storen aan slechte, onoriginele en onbegrijpelijke slagzinnen. Inmiddels staan er ruim duizend slogans op onze blogsite en hebben we vele Twittervolgers en Facebookfans. Zij vinden er wat van. Terecht. Zo waren zij zeer verdeeld over Hema, de worst musical ever, de slogan van Hema de musical en ‘winnaar’ van de eerste Slechtste Slogan Verkiezing in 2012. Heel wat mensen kunnen het niet waarderen als bedrijven Nederlands en Engels door elkaar gebruiken voor een ‘grappig’ effect, maar sommige mensen vinden het juist heel grappig. Dat geldt ook voor de sloganwinnaar Zit je haircut. Lees verder >>

Bang! Kalk & glans!

Door Bas Jongenelen

 Meestal rijmt iets met opzet. Het komt zelden voor dat iets per ongeluk rijmt, dus als dat gebeurt, dan valt het op. ‘Hé, dat rijmt,’ zegt iemand. ‘Dus is het waar,’ antwoord je dan. Want als het rijmt, is er over nagedacht en dan zal het wel waar zijn. Soms rijmt er iets… net niet / net wel. De dichtvorm wisselspoor is hierop gebaseerd, op de vraag of woorden uit een andere taal eigenlijk wel rijmen op Nederlandse woorden. Rijmt ‘tweet’ wel echt goed op ‘niet’? Door ‘tweet’ bewust op ‘niet’ te laten rijmen, laat de auteur zien dat hij behendig is in taal. Het is heel bewust gedaan, er is geen sprake van toeval-rijm.

Lees verder >>

Amandel, drink!

Door Marc van Oostendorp

Ook een tochtje naar Albert Heijn is opwindend voor de taalliefhebber. Terwijl ik me onlangs een weg baande naar de schappen met Turkse, Bulgaarse en Griekse yoghurt benevens de hangop, werd mijn oog getroffen door een veganistisch drankje van het huismerk van de Zaanse grutter:

  • Zachte amandel drink ongezoet

Wat een heerlijkheid! Want waarom werd hier een drank aangeduid als drink?

Wanneer je zo’n vraag in het openbaar aan de orde stelt, moet je er altijd even voor zorgen dat de discussie niet wordt vervuild door mensen die heel hard ‘Engels!’ roepen en dan enorm tevreden voor zich uit gaan zitten staren. Lees verder >>

Wijn is onze kunst

Door Marc van Oostendorp

Waarom zou je in Nederland of in Vlaanderen adverteren in een andere taal dan het Nederlands? Waarom zou je bijvoorbeeld je personeelsadvertentie vullen met Engelse of Italiaanse woorden? Het gebeurt regelmatig: sla er maar een willekeurig tijdschrift op na. Maar levert het ook wat op?

Het nieuwe nummer van het Dutch Journal of Applied Linguistics bevat een mini-special van artikelen die over dat onderwerp gaan, en die voortkomen uit een symposium dat enige tijd geleden werd gehouden naar aanleiding van het emeritaat van de Nijmeegse hoogleraar Marinel Gerritsen.

Ze bieden gezamenlijk een weinig hoopvol beeld voor de polyglotte copywriter.
Lees verder >>

Weet je stad

Door Marc van Oostendorp


Wie de laatste dagen in Amsterdam is geweest heeft ze vast al gezien: de affiches met de nieuwe slogan van de lokale omroep AT5, Weet je stad.

Erboven staat steeds een volledige, onberispelijke zin (‘Weet dat elke Amsterdammer het beter weet’ bijvoorbeeld), maar de slogan zelf knarst en dat is vast zo door de makers bedoeld. Dat knarsen zorgt er in deze tijden bijvoorbeeld voor dat er over je gepraat wordt op de sociale media.

De taalgevoelige taalkundige Aleid van de Vooren schreef bijvoorbeeld op haar Facebook-pagina dat ze het maar een vreemde constructie vond. “Wel grappig, want je kunt wel iets weten, maar dus niet de stad weten’“, observeerde ze; en dat ze er maar één ander voorbeeld van kon bedenken:
Lees verder >>

Okselhuid

Het woord van deze week voor mij was okselhuid. Ik had het nog nooit gehoord en ineens dook het overal om me heen op. Nivea heeft kennelijk een middeltje ontwikkeld waarmee we eindelijk eens aandacht kunnen besteden aan dat deel van het lichaam dat tot nu toe zo karig bedeeld bleef in onze lichaamsverzorging.

Op het eerste gehoor is het een van de onsmakelijkste woorden sinds okselfris. Lees verder >>

Levelen over cijfertjes

Niemand begrijpt zo goed hoe je vertrouwen kunt wekken met taal als de banken, of in ieder geval hun reclamebureaus. De bedrijfstak heeft de afgelopen twintig jaar bijna iedere vorm van Nederlands ingezet: van het met een donkerbruine stem uitgesproken model-Nederlands van de Van Lanschot-reclames via de (min of meer ironische) ballerige toon van de ABN Amro in de jaren negentig tot en met het licht Limburgse accent van de SNS Bank.

Het zijn allemaal manieren om te laten horen dat de mensen (‘de consumenten’ zoals de bankiers dat vast noemen) je vertrouwen kunnen omdat jij spreekt zoals zij: bedachtzaam of juist opgewonden, deftig of juist volks. De taal van de bankreclames is een goede thermometer voor het maatschappelijk klimaat: wie praat als een bankreclame is kennelijk betrouwbaar. In de jaren tachtig was dat de donkerbruine stem, in de jaren negentig de brallende bal. Wat vertellen de nieuwste reclames ons over de huidige tijd?

Lees verder >>