Tag: recensies

Maak Literom bruikbaarder!

Door Lisa Kuitert

Er gaat niets boven het lezen van een roman, dat is bekend, maar wat in de buurt komt is het lezen van de recensie van die roman. Vroeger kwamen de recensies uit kranten en tijdschriften in de knipselmap terecht. En inmiddels hebben we daar sinds jaar en dag Literom voor. Het leuke aan Literom is, dat je heel veel recensies van heel veel verschillende auteurs op kunt roepen, ook van wat oudere datum.  En wat nog mooier was: je kon IN die recensies zoeken, op trefwoord. Alle recensies waarin iets aardigs werd gezegd over de vertaler of de vertaling viste je er zo uit. Überhaupt zoeken op de naam van de vertaler of uitgeverij was mogelijk. Of op de recensies waarin het werk van bijvoorbeeld Wolkers wordt vergeleken met Márquez. Of je kon een antwoord vinden op de vraag of recensenten van boeken van vrouwen vaker het woord ‘schattig’ of ‘lief’ gebruiken, dan bij boeken geschreven door mannen. Kortom, hier kon serieus onderzoek in worden verricht. In krantenbanken, waar veel recensies ook zijn opgenomen, is dat niet mogelijk (bij mijn weten tenminste), omdat de recensies daar niet als aparte categorie uit te filteren zijn.

Inmiddels heeft Literom een gedaanteverandering ondergaan. Niet ten voordele moet ik zeggen want de zoekfunctie om IN de teksten van recensies te zoeken is verdwenen. Je kunt alleen nog zoeken op naam van auteur of van de titel, eventueel op jaar en datum in te perken. Ik stuurde hierover een berichtje naar de webmaster van Literom en kreeg dit antwoord:

Lees verder >>

Een warm bad van taalgenot

Door Sterre Leufkens

(c) Paulien Cornelisse

Ik vind taal leuk. Net als jullie, Neerlandistiek-lezeressen en -lezers, en net als Paulien Cornelisse en de half miljoen mensen die haar eerste boek Taal is zeg maar echt mijn ding kochten. Wat heerlijk, dat wij taal allemaal zo leuk vinden, wat een warm bad van gemeenschappelijk taalgenot! Dat zou je dan denken. Maar taalliefhebbers zijn er in soorten en maten.

Genieters

Ten eerste hebben we de enthousiastelingen als Cornelisse zelf. In het voorwoord van haar nieuwe columnbundel, Taal voor de leuk, beschrijft ze hoe het er bij haar aan toegaat. Ze heeft een gesprekje met iemand, diegene zegt iets, en vervolgens blijft ze daar nog de hele dag over doordenken. Waarom zei hij dat zo en niet anders? Hoe kan dat nou? Hoe kan het überhaupt dat gesprekjes wel eens goed aflopen, ondanks de sociale onhandigheid van alle betrokkenen? Het fascineert haar eindeloos. Lees verder >>

Leren over taal is leren over gesprekken

Door Lucas Seuren

Wetenschap, elke wetenschap, begint met observatie. Wil je iets begrijpen, wil je ideeën, hypotheses, en theorieën kunnen vormen, dan moet je eerst je studieobject uitgebreid observeren. Pas als je na uren, dagen, weken, en misschien maanden denkt te begrijpen hoe je object werkt, dan pas kun je je ideeën gaan toetsen. Zo werkte Darwin, en zo zouden taalkundigen ook moeten werken: aldus introduceert taalkundig antropoloog Nick Enfield zijn nieuwste boek How We Talk. Maar, zegt Enfield, de taalkunde werkt helemaal niet zo.

Sinds de Chomskyaanse revolutie hebben we taal losgekoppeld van zijn natuurlijke omgeving: sociale interactie. We proberen taal te begrijpen, waarbij we de functie van taal volledig buiten beschouwing laten en afdoen als oninteressant of niet wetenschappelijk te onderzoeken. De cognitieve in plaats van de sociale wortels van taal zijn centraal gesteld, en dat levert een volstrekt verkeerd beeld van taal op. Lees verder >>

Vlogboek114 – Het nut van recensies

In deze video bespreekt Jörgen het nut van recensies. Waarom zou je recensies lezen? Hoe erg zijn fouten in een recensie? Waarom is het belangrijk dat een recensent deskundig is en goed kan schrijven? Kunnen recensies voor een verkoopsucces zorgen?

Met verwijzingen naar en citaten van Max Pam, Christiaan Weijts, Jogchum Zijlstra, Daniëlle Serdijn, Gerbrand Bakker, E.J. Potgieter en het DWDD-boekenpanel.

(Bekijk deze video op YouTube.)

Zwak-burgerlijk en laf-lief levend Bussum!

Door Marc van Oostendorp

Beethoven is ontegenzeggenlijk een groot componist, die prachtige muziek heeft geschreven. Maar wanneer luistert een mens ooit naar die muziek? Wanneer heb je voor het laatst de maneschijnsonate opgezet om ernaar te luisteren? Wanneer zat je voor het laatst in een zaal waar ze de Negende speelden? Beethoven is zo klassiek dat het onmogelijk om ernaar te luisteren; in de concertgebouw omdat je toch niets kunt horen door het geknisper van de hoestbonbonpapiertjes, en thuis omdat je iedere noot kent.

Willem Kloos is wat mij betreft de Beethoven van de Nederlandse literatuur. Ja, de Zee, de Zee klotst voort in eindeloze deining. Ja, ik ween om bloemen in de knop gebroken. Ja, ik ben een god in ’t diepst van mijn gedachten. Maar dat alles zorgt ervoor dat het bijna onmogelijk is om de Verzen te lezen. Lees verder >>

Toch weer eens Dèr Mouw lezen!

Door Marc van Oostendorp

coverWanneer ik het eerder dit jaar verschenen Handig literatuurboek van Willem Wilmink zou moeten samenvatten, zou ik de volgende zin aanwijzen uit dit 470 pagina dikke boek: “Iets dergelijks is mezelf overkomen met de negentiende-eeuwse dominee-dichter Van Charante.”

Dat is het! Daar zit het allemaal in! Niet alleen de stijl van Wilmink, die het persoonlijke (‘is mezelf overkomen’) moeiteloos combineert met grote geleerdheid (Van Charan-wie?). Het lijkt me ook de toverformule voor enthousiasmerend schrijven over literatuur, en dan vooral over oudere literatuur. Je moet weten waar je het over hebt; maar je moet ook niet bang zijn je eigen eigenaardigheden in te brengen.

Blijkens dit boek, dat bestaat uit door Guus Middag uit de nalatenschap bij elkaar geplaatste artikelen, blijkt dat Wilmink die balans keurig wist te bewaren. Lees verder >>

Allez, ge moet dit ook eens lezen

Door Ine Kiekens

De gemiddelde lezer die een boekhandel of bibliotheek binnenstapt, let bij de keuze van een boek vaak op meerdere zaken: een al dan niet bekende of graag gelezen auteur, een aansprekende titel, een specifiek genre, een opvallende kaft,… Zelden behoort de uitgeverij tot een van de criteria waarop een lezer zich bewust baseert om een boek aan te schaffen of te ontlenen. Vraag iemand naar de uitgeverij waartoe het boek behoort dat hij/zij aan het lezen is en de kans is groot dat een onwetende blik het antwoord vormt. Nochtans constitueren de uitgeverijen van de Lage Landen een bijzonder fascinerend landschap, blootgesteld aan vruchtbare kruisbestuivingen, maar vaak ook aan erosie en verwering. De Vlaamse zijde van dat landschap zag er rond de millenniumwisseling bijzonder armzalig uit: prestigieuze Vlaamse auteurs verkozen uitgeverijen in Nederland en hun Nederlandse tegenhangers dachten er niet aan om hun werk in het zuiden te laten publiceren.

Lees verder >>

Op de juiste manier genieten van gedichten

Door Marc van Oostendorp

9789045031347-olijven-moet-je-leren-lezen-l-LQ-fEr is een verschil tussen muziek en gedichten: voor het eerste hoor je zelden iemand reclame maken. Een enkeling wil misschien de jeugd nog met een bepaald genre laten kennis laten maken – klassieke muziek is kapot heftig! –, maar ik heb geloof ik nog nooit een warm pleidooi gelezen van een musicus voor de muziek.

Voor de dichtkunst moet dat kennelijk wel gebeuren en dat is een fenomeen dat je het ergste zou kunnen doen vrezen. Ellen Deckwitz’ boekje is een van de beste voorbeelden in het genre – het is oprecht enthousiast én enthousiasmerend, het is duidelijk, het is gebaseerd op verrassende, smaakvol gekozen voorbeelden, je steekt er wat van op zonder dat het belerend is. Het verschaft je als je al een liefhebber bent, een paar vermakelijke uurtjes; en hopelijk leert het ook nog wat mensen ‘genieten van poëzie’, zoals de ondertitel wil.

En toch is het opmerkelijk dat het kennelijk moet. Lees verder >>

Hoe nuttig is sociolinguïstiek?

Door Marc van Oostendorp

Sociolinguistic Research. Application and impactDe moderne wetenschapper doet geen dingen meer die nuttig zijn, maar alleen nog dingen met impact. In ieder geval de westerse wereld heeft dat begrip de afgelopen jaren stormenderwijs veroverd. Je kunt geen onderzoeksproject meer beginnen zonder dat je eerst hebt uiteengezet wat de impact ervan zal zijn.

Hoewel het begrip al enige tijd bestaat, is er in de meeste geesteswetenschappen nog nauwelijks discussie over wat impact eigenlijk precies kan betekenen. In nwo-aanvragen krabbel je wat neer, maar ik geloof niet dat ik ooit ergens een serieuze discussie heb meegemaakt of een goede beschouwing heb gelezen over wat voor impact wij eigenlijk zelfs maar zouden willen hebben.

Met het door hen geredigeerde boek Sociolinguistic Research. Application and impact willen de Britse sociolinguïsten Robert Lawson en Dave Sayers daar voor hun eigen vak iets aan veranderen.  Lees verder >>

Variatie en verandering van het Latijn

Door Marc van Oostendorp

coverWe spreken in de Lage Landen misschien sinds 2500 jaar een taal die je Nederlands kunt noemen, of een voorloper van het Nederlands. Maar het Latijn wordt in onze streken ook al zo’n 2000 jaar gesproken. En natuurlijk, het is altijd een minderheidstaal geweest, maar lange tijd was het wel de taal van een minderheid die cultureel, economisch en politiek de dienst uitmaakte. Bovendien had je overal in Europa dergelijke elites.

Het boek Latijn. Cultuurgeschiedenis van een wereldtaal van Jan Bloemendal, onderzoeker aan het Huygens Instituut, geeft een redelijk handzaam en toegankelijk overzicht over de geschiedenis van de taal – van het allereerste begin, als de streektaal van Latium, het gebied rond Rome (het tegenwoordige Lazio) tot aan de huidige tijd, waarbij de nadruk overigens wel ligt op de periode vanaf 200 jaar voor het begin van onze jaartelling tot en met het Neolatijn van de Renaissance. Hij beschrijft hoe de taal een wereldtaal kon worden: niet eens zozeer doordat de Romeinen aan de veroverde gebieden die taal oplegden alswel doordat het voor de inwoners van die gebieden simpelweg handig was om met de overheersers over handel en recht te kunnen praten; hoe de taal bij het instorten van het (West-)Romeinse rijk als het ware onderdook in de kloosters en de kerken, maar daarmee ook de taal van de intellectuele elite werd. En hoe het tijdens de Renaissance het geluk had nu weer als de taal van de moderne tijd te worden beschouwd.

Lees verder >>

‘Een spreker met gebonden handen en een zak over het hoofd’

Door Marc Kregting

StijlBehalve op een onwillige echtgenoot stuit Renate Rubinstein in haar scheidingsboek Niets te verliezen en toch bang (1978) op de stoorzender die voornaamwoord heet. Wanneer ze ‘zij/haar’ gebruikt, meent ze, dan denken lezers dat ze over zichzelf schrijft. Maar wanneer ze dat koppel vervangt door ‘hij/zijn’, dan heft ‘de “feministisch” getrainde lezer – dat is iemand die de wereld verdeelt in twee groepen, te weten mannen en vrouwen, naar aloud en nu weer bijdetijds seksistisch gebruik – zijn vinger en wijst mij op “masculinisme”.’ Rubinstein beslist dat het mannelijke voornaamwoord voor haar neutraal genoeg is.

Bijna veertig jaar later komt Tim Parks in Waarom ik lees (2014) met dezelfde oplossing als hij deze verwijskwestie benoemt. Hij heeft ‘hij/zijn’ altijd als ‘onpersoonlijk en geslachtsloos’ ervaren, en de nuance door vermelding van de dubbeloptie (‘hij/zij’, ‘zijn/haar’) als ‘pietluttig en onelegant’. Lezers zouden constant geconfronteerd worden met een probleem ‘dat er niet is’. Parks volhardt dan maar in zijn gewoonte, ‘om de aandacht scherp te houden’.

Lees verder >>

Zelf concrete voorbeelden gebruiken

Door Marc van Oostendorp

Het vak van taalbeheersing en communicatiewetenschap wordt in Nederland maar matig gepopulariseerd. Er bestaat wel wat (boekje van Van Eemeren en Grootendorst over argumentatie naar aanleiding van cartoons van Peter van Straaten, boekje van Jaap de Jong over toespraken naar aanleiding van Max Havelaar, een weblog van het project Begrijpelijke taal), maar erg -opulair is het genre niet. Misschien komt het doordat taalbeheersers andere vormen van valorisatie hebben (praktisch adviezen geven aan overheid en bedrijven), en misschien doordat zij nog meer dan andere neerlandici gevangen zitten in de ijzeren banden van massa-onderwijs en publicaties in A-tijdschriften.

Hoe dan ook valt er natuurlijk wel wat te vertellen over de inzichten die er achter adviezen voor aantrekkelijk schrijven kunnen steken. Christine Liebrecht van de Universiteit van Tilburg doet dat met haar boekje Fan-tas-tisch om hier te zijn! Ondanks de praktische ondertitel Verbeter je taalgebruik gaat dit boek meer over waaróm technieken als overdrijving en ironie soms wel werken en andere keren niet dan dat het praktische tips geeft. Het doel is vooral om inzicht bij te brengen – al is de aanname natuurlijk dat iemand met dat inzicht ook effectiever communiceert.

Lees verder >>

De tien keer honderd vaakst gebruikte woorden van de taal

Door Marc van Oostendorp

Wie alleen 'aangenaam' kan zeggen, komt al een heel eind.Wat woorden in de krant NRC Handelsblad van dit weekend zeggen helaas veel over hoe boeken nu worden gemaakt. In het boek Dingenuitlegger, legt Randall Munroe allerlei moeilijke zaken uit: hoe een camera werkt, of het lichaam van een mens. Speciaal daarbij is dat Munroe daarbij alleen de 10 keer 100 vaakst geschreven woorden van zijn taal gebruikt.

De krant schrijft ook over hoe dat van Randalls taal naar de onze is gegaan. “Er was helaas geen tijd om het boek op een zo nerdy mogelijke manier te vertalen,” wordt daar gezegd. “Witteveen is niet begonnen met een lijst van de duizend meest gebruikte Nederlandse woorden en heeft ook niet achteraf gecheckt of hij onder de duizend gebruikte woorden is gebleven. AchterinDingenuitlegger staat een lijst met ‘de woorden die we het meest gebruiken’; dat is de lijst uit de Engelse editie, vertaald. Het zijn er 845. Witteveen vermoedt dat er geen woorden in de lijst staan die niet in het boek staan, en andersom, maar heel precies heeft hij dat niet gecheckt.”

Lees verder >>

Tollens óf Bilderdijk

Door Marc van Oostendorp

De dichter als idoolRoem is een identiteitskwestie: het gaat over wie mensen willen zijn. Dat is een van de conclusies die je zou kunnen trekken uit Rick Honings’ nieuwe boek De dichter als idool, dat vorige week verscheen.

In zijn boek bespreekt Honings hoe zeven negentiende-eeuwse Nederlandse dichters beroemd waren: Willem Bilderdijk, Isaac Da Costa, Elias Annes Borger, Hendrik Tollens, Nicolaas Beets, Piet Paaltjens en Multatuli. Allen werden zij door hun werk beroemde, en soms controversiële, figuren; allen kregen ze bewonderaars (door Honings ‘fans’ genoemd) en in sommige gevallen ook tegenstanders (‘antifans’). Er zat in de loop van de negentiende-eeuw ook wel enige ontwikkeling in de soort roem – al is het maar doordat er van Bilderdijk nog geen foto’s konden worden gemaakt –, maar je krijgt de indruk dat de voornaamste verschillen toch zaten in de verschillen in karakter tussen de dichters.

Honings verdeelt ieder van zijn hoofdstukken in tweeën. Lees verder >>

Hoe het is om mens te zijn

Door Marc van Oostendorp

Charles Taylor: The Language AnimalWat is de relatie tussen de mens en zijn taal? Er zijn, zegt de Canadese wijsgeer Charles Taylor in zijn onlangs verschenen boek The Language Animal,  twee manieren waarop je dat kunt zien. Volgens de ene school, die waarschijnlijk dominant is onder taalwetenschappers, is de taal een eigenschap van de mens. Ergens in de mens zit het taalvermogen; zou je het wegnemen, dan zou de mens allicht minder goed functioneren, maar verder zou hij niet erg veranderen. Zijn wereld zou er min of meer hetzelfde uitzien, ook al zou hij er natuurlijk niet over kunnen praten.

Volgens de andere school, waartoe Taylor zich bekent, is de relatie tussen taal en mens veel omvattender. De mens bestaat als mens alleen dankzij de taal. Onze gevoelens, onze moraal, ons idee over onszelf, dat alles bestaat niet zonder de taal. Het taalvermogen maakt ons niet alleen wie we zijn, maar het bepaalt voor een zeer belangrijk deel ook onze wereld – niet alleen hoe we de wereld praten, en zelfs niet alleen hoe we de wereld zien, maar die wereld zelf. Lees verder >>

Gerard haat Joop

Door Marc van Oostendorp

Gerard Reve dacht zelf dat vandaag het omslagpunt zou zijn. “Na mijn dood,” zei hij in 1982 in een interview met Tom Rooduijn, “word ik op de scholen tien jaar vrijwillig gelezen en daarna nog eens tien jaar verplicht. Dan noemen ze een straat naar me. En dan ben ik helemaal vergeten. Niemand weet toch meer wie Tweede van der Helst was?”

Vandaag is het tien jaar geleden dat Reve overleed: de dag dat het vrijwillig lezen om zou slaan in het verplichte. Waarbij hij wel twee dingen zou vergeten. Dat het volgens schrijvers als Christiaan Weijts sowieso maar eens afgelopen moet zijn met dat fucking verplichte lezen. En dat zijn werk eigenlijk niet of nauwelijks nog in de handel zou zijn. (Op weg naar het einde is voor zover ik kan zien het enige dat in de afgelopen vijf jaar herdrukt is.)

Nou ja, in ieder geval verschijnt er nog wel een boekje, Naar het naaktgeslacht van de neerlandicus Bert Boelaars van het weblog Nader tot Reve.

Lees verder >>

Een nieuwe lente voor de DBNL

Door Katelijne Mijs

Wie ’t een beetje volgde, zag dat het een tijd wat guur was rond de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (DBNL). Men was een bibliotheekwet aan het maken en daarom vonden de OCW- ambtenaren het nodig om de DBNL onderdeel te maken van de Haagse Koninklijke Bibliotheek (KB).  Het was te verwachten dat dit niet zou lukken als dit niet in goede harmonie met onze Zuiderburen zou worden geregeld.  

De website www.dbnl.org  is namelijk publiek bezit van Nederland én Vlaanderen.  Niet alleen financieel, maar het wordt ook zo beleefd:  zelfde taal, zelfde erfgoed.  De spanningen bleven dan ook niet uit en in 2013 dreigde de DBNL gemangeld te worden in het  geruzie tussen KB en de Nederlandse Taalunie. Een aantal  hoogleraren sprak via een ingezonden stuk in de Volkskrant zijn zorgen uit over het roekeloze gedrag van de ambtenaren.  Dit was misschien net de noodzakelijke laatste druppel want kort daarna schijnt het tij ten goede gekeerd te zijn; de voorzitter van de Nederlandse Taalunie, mevrouw Bussemaker,  nam het stuur eventjes over van de stuurse alfamannetjes. De voorwaarden voor een goede doorstart van de DBNL werden hen diets gemaakt en met ingang van 1 januari 2015 werd de website ondergebracht bij de KB, voorzien van  een borglijntje met de Zuiderburen via de Vlaamse Erfgoedbibliotheek in Antwerpen.  

Hierna werd het stil rond de DBNL, hoewel men blijkbaar onverstoorbaar is  doorgegaan met het digitaliseren van het culturele erfgoed;  want we zagen nog steeds maand na maand nieuwe interessante teksten online komen.

De Koninklijke Bibliotheek heeft  de stilte nu doorbroken  met een aangename  verrassing; 
Lees verder >>

Taaljournalist

Door Marc van Oostendorp



Mensen die over taal schrijven hebben meestal een bepaalde, vaak niet eens erg verhulde, agenda. Ze willen hun hart luchten over de almaar voortschrijdende ineenstorting van alles. Ze willen het volk onderwijzen over het verschil tussen hen en hun. Of ze willen datzelfde volk duidelijk maken dat Noam Chomsky een bedrieger is en dat de échte taal veel beter beschreven kan worden in de nieuwste versie van de head-driven phrase structure grammar.

Het aardige aan Gaston Dorrens nieuwe boek, Vakantie in eigen taal, is dat zo’n agenda vrijwel geheel ontbreekt. Er hoeft niets bewezen te worden, er hoeft geen actie te worden ondernemen, zijn immers op vakantie.

Dorren noemt zich een taaljournalist, en dat is een perfecte omschrijving, in ieder geval als je het als parallel ziet met reisjournalist. Hij is niet zozeer op zoek naar nieuws, schandalen of zelfs diepgravende achtergronden, maar hij is iemand die een bepaald gebied – de taal – goed kent, erdoor gefascineerd is en er reizigers rondleidt. Hij zal niet ontkennen dat er een paar lelijke plekken zijn, al doet hij natuurlijk het liefst de mooie plekken aan.

Lees verder >>

Fijn bladerboek van een unieke taalcultuur

Door Marc van Oostendorp

Vandaag is een dag voor ongecompliceerd chauvinisme: wat hebben we toch een bijzondere taalcultuur, in Nederland en, vooruit, ook een beetje in Vlaanderen. Er valt van alles te mopperen over van alles en nog wat: de afwezigheid van een regelmatig tv-programma is over taal. Het feit dat er nog geen breed wereldwijd aanbod aan gratis Nederlandse les via internet is. De vreemde manier waarop sommige collega’s naar popularisering kijken. (Een bepaald type geleerde meent zich geen goede geleerde als hij niet af en toe iets denigrerends zegt over populariserend werk.)
Affijn, er zijn gelukkig ook veel mooie zaken.
Lees verder >>

De lucht is guur

Door Marc van Oostendorp

In een van de essays in Hans Groenewegens laatste boek, De lezer van poëzie en mystiek, bespreekt de auteur Hadewijch, Kees Ouwens en Bertolt Brecht. Hebben die dan iets met elkaar te maken? Tja, zegt Groenewegen in de inleiding, “het enige intuïtieve verband dat men schrijvend zichtbaar heeft gemaakt, is dat de drie losse onderdelen onder één titel zijn samengebracht.”

Lees verder >>

De lucht is guur

Door Marc van Oostendorp


In een van de essays in Hans Groenewegens laatste boek, De lezer van poëzie en mystiek, bespreekt de auteur Hadewijch, Kees Ouwens en Bertolt Brecht. Hebben die dan iets met elkaar te maken? Tja, zegt Groenewegen in de inleiding, “het enige intuïtieve verband dat men schrijvend zichtbaar heeft gemaakt, is dat de drie losse onderdelen onder één titel zijn samengebracht.”

Ik denk dat Groenewegen die waarschuwing over het intuïtieve verband voor de hele bundel heeft willen laten gelden. In dit boek, dat hij door zijn overlijden in 2013 net niet meer helemaal zelf af heeft kunnen maken, staan opstellen bij elkaar over poëzie en mystiek. Dat is een breed thema – het begrip poëzie is al niet zo duidelijk afgebakend, maar mystiek is dat zo mogelijk nog minder – en ik geloof ook niet dat je kunt zeggen dat er uiteindelijk een duidelijke lijn zit in het boek.

Het cirkelt wel langzaam maar zeker naar een beter begrip van wat eigenlijk het verband is tussen mystiek en taal. Mystiek is eigenlijk de anti-taal.

Lees verder >>

Lezen, leven en studeren met Reynaert de Vos

Door Marc van Oostendorp

Willem die Madocke maecte had er tijdens zijn meest slapeloze nachten natuurlijk niet van kunnen dromen dat er aan het begin van de 21e eeuw in Sint-Niklaas nog een Reynaertgenootschap zou bestaan dat ieder jaar een aanstekelijk jaarboek zou uitgeven: Tiecelijn.

Toch is dat genootschap er, en het jaarboek wordt zelfs gratis via het internet verspreid.

Het is een bonte verzameling, want in de geest van hun held laten de ware Reynaerdianen zich natuurlijk geen grenzen opleggen. Er zijn studies naar aspecten van Van den vos Reynaerde, maar ook historische studies (door onder andere Joep Leerssen) naar het onderzoek naar dat verhaal, of naar het voorkomen van een raaf in een cyclus van H.C. ten Berge. Ook zijn er fraai geïllustreerde artikelen over afbeeldingen waarop de vos (of enig ander fabeldier) voorkomt, recensies van geleerde werken én van dichtbundels door leden van het genootschap.

Lees verder >>

Een nieuw leerboek – maar niet ideaal

Door Marc van Oostendorp

Een neerlandicus kan maar beter geen Italiaanse taalgeleerde als vrouw hebben. Het kleinste uitstapje in de historische taalwetenschap wordt ongenadig afgestraft: zoiets als het Latijn hebben wij toch maar mooi niet.

Toch is er inmiddels een redelijk stevige canon van kennis opgebouwd over de geschiedenis van het Nederlands. Een belangrijkste prestatie van de afgelopen decennia is de ontsluiting van het Oudnederlands voorbij Hebban olla uogala. (We wachten met spanning op de studie die NederL-medewerker Michiel de Vaan over dit onderwerp zal publiceren.)

Het werd daarom wel weer eens tijd voor een nieuw handboek over het onderwerp. Dat is nu geschreven door Henk Bloemhoff en Nanne Streekstra; er zijn twee hoofdstukken aan toegevoegd, een over zo’n beetje alle taalvariëteiten uit het zuiden (Brabants, Limburgs, Vlaams en Zeeuws) en een van Arjen Versloot over het Fries.

Het lijkt me bruikbaar voor het doel waarvoor de uitgever het aanprijst – “naslagwerk voor studenten en een handig hulpmiddel voor andere geïnteresseerden” –, maar een ideaal boek is het niet geworden.

Lees verder >>

De 13e eeuw was beter dan de 18e

Door Marc van Oostendorp


Een van de wonderlijkste kwesties in de wetenschapsagenda – die verzameling vragen waarop de Nederlandse wetenschappers zich op aandringen van het Nederlandse volk moeten bezinnen – is: ‘Hoe objectief zijn canons?’
Ik heb geen idee wat het Nederlandse volk daarmee bedoelt. Het klinkt een beetje als de vraag ‘Hoe plat is de aarde?’: zou het Nederlandse volk menen dat canons objectief zijn en vervolgens dat we die objectiviteit kunnen meten?
Het Nederlandse volk doet er in dat geval goed aan De canon aan te schaffen, een vorig jaar verschenen boek van de Vlaamse Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, met als ondertitel ‘De 50+1 mooiste literaire werken uit de Nederlanden’. Uit de inleiding blijkt dat men in Vlaanderen niet worstelt met deze prangende vraag. “Deze canonlijst,” schrijft de anonieme inleider, “heeft betrekking op de hele Nederlandse literatuur maar is samengesteld vanuit een Vlaams perspectief en voor een publiek in Vlaanderen.” Vanuit een perspectief, voor een publiek: objectiviteit ho maar.

Lees verder >>

Ooggetuigeverslag van de sociolinguïstiek

Door Marc van Oostendorp


Afgelopen zomer ging een van de interessantste taalwetenschappers van onze tijd met pensioen. Vorige week werd hij dan ook 88: William Labov.  Vijftig jaar geleden – zijn proefschrift verscheen in 1966 als boek – heeft hij een enorme zwaai aan de taalwetenschap gegeven doordat hij liet zien dat niet iedere persoon net weer wat anders spreekt dan de ander, en dat iedere persoon ook in iedere omstandigheid weer net wat anders spreekt dan in de andere, maar dat er in die schijnbare chaos een fraaie orde zit, die je er met de juiste statistische technieken uit tevoorschijn kunt toveren. Zo werd de zogeheden variationele sociolinguïstiek geboren. (Ik schreef er vorig jaar een serietje over hier op Neder-L.)

Dat Labov bijna 90 is betekent dat zijn eerste generatie promovendi inmiddels ook al de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt. En dat betekent weer dat er zoetjesaan teruggekeken gaat worden. Zoals in het nieuwe boek Making waves waarin de bekende Canadese sociolinguïste Sali Tagliamonte een soort ooggetuigeverslag geeft van de ontwikkelingen in het vak van de afgelopen 50 jaar.

Lees verder >>