Tag: rap

Uit mijn hoofd: Tomas Lieske, De kindertijd van Robespierre

Door Marc van Oostendorp

Wie is er aan het woord in de bundel Keto Stiefcommando van Tomas Lieske? In de meeste gedichten zijn dat minstens drie verschillende stemmen tegelijk. De bundel is namelijk een verhaal over een groep vuilnismannen, meest van Afrikaanse afkomst, in de Parijse buurt die besluiten een aantal dode (of verzonnen) helden uit de westerse cultuur te adopteren en gedichten te schrijven over de kindertijd van die helden.

Omdat in die gedichten de held – in dit gedicht Robespierre – in de ik-vorm aan het woord is, klinkt de stem van, in dit geval, Robespierre. Omdat het gedicht geschreven heet te zijn door een Parijse vuilnismannen, klinkt de stem van die vuilnismannen. Omdat er op de omslag van de bundel Tomas Lieske staat, klinkt ook de stem van Tomas Lieske. En dat allemaal tegelijkertijd.

Kun je nagaan wat er gebeurt als nog weer iemand anders zo’n gedicht voordraagt. En het dan door een stuk software haalt die die voordracht automatisch omzet van een rap: komen er ineens nog twee lagen bij. (Waardoor het geheel misschien af en toe onbegrijpelijk of minstens onvertaalbaar wordt, maar dat hoort erbij.)

9 november 2018, Amsterdam: Symposium over rap, taal en identiteit: Afrikaanse rymklets en de Nederlandse context

Brasse vannie Kaap, Prophets of da City, Jitsvinger, Hemelbesem, Yoma….dit zijn slechts enkele namen van een groeiende groep Afrikaanse rymkletsers (rappers) die de afgelopen jaren grote sterren in de Zuid-Afrikaanse hiphopwereld zijn geworden. In hun werk hebben zij veel aandacht voor complexe identiteitsprocessen in de Zuid-Afrikaanse maatschappij, en leveren ze in een door een rauwe werkelijkheid gevormd Afrikaans scherp sociale commentaar op hun socio-politieke context. In Nederland worden deze kunstenaars en hun werk betrokken bij gesprekken over het Nederlandse koloniale verleden, slavernij, en de huidige vragen rond diversiteit en identiteit.  Lees verder >>

Als ik praat, dan praat ik money

De hiphopste woorden

Door Vivien Waszink, Alex Reuneker en Ton van der Wouden

“Deze rappers kennen meer woorden dan Harry Mulisch”, kopte de NOS vorig jaar. Dat ging over een onderzoek van ons. Op 6 april 2017 publiceerden we namelijk een artikel over het aantal verschillende woorden dat Nederlandse rappers gebruiken in vergelijking met beroemde Nederlandse schrijvers. Harry Mulisch zou zich omdraaien in zijn graf, A. F. Th. boos: het bleef nog lang onrustig in Nederland. Dat stuk, getiteld ‘Sanskriet op de beat, De grootste woordenschat in nederhop  , was gebaseerd op een Amerikaans onderzoek naar hiphop.

Omdat het Amerikaanse onderzoek inmiddels een interessant vervolg heeft gekregen, wagen ook wij ons aan een tweede duik in de nederhop. Centraal staan deze keer woorden die typerend zijn voor Nederlandse hiphop, en dan in vergelijking met de woorden die echt nederpop zijn. Dus: komt het woord wijk vooral in nederhop voor of niet? En liefde, is dat nou meer iets voor Koos Alberts en Maaike Ouboter of juist voor Ronnie Flex en Famke Louise? In het Amerikaanse onderzoek stonden de woorden broken, heart en cried in de top 10 van ‘least hiphop words’: hoe zit dat met de nederhop? Zijn Nederlandse rappers ook niet zo van het huilen en de gebroken harten? Lees verder >>

De leraar kan m’n fouten zien maar niemand ziet talent

Over het werk van Fresku

Door Marc van Oostendorp

Omdat ik vorige week in Utrecht met hem mocht spreken, heb ik me een beetje verdiept in het werk van Fresku. Hij is een interessante rapper, bijvoorbeeld omdat hij de machovorm van de rap gebruikt om twijfel en onzekerheid uit te drukken:

Was ik maar iemand anders dan diegene die ik ben
De domme slungel achter in de klas die niemand kent
De leraar kan m’n fouten zien maar niemand ziet talent
De lege ruimte in m’n hoofd is waar ik liever ben
Jaren later ik heb niks aan m’n school gehad
Behalve dat ik nu besef wat voor mongool ik was
En nu kan ik erover rappen voor de grap
Ik ben nu rapper maar nog steeds niet van m’n sores af

Zo begint het nummer Altijd alleen, een van mijn favorieten, omdat het Fresku op zijn best laat zien. Lees verder >>

Sanskriet op de beat

De grootste woordenschat in nederhop

Door Alex Reuneker (Universiteit Leiden), Vivien Waszink (Instituut voor de Nederlandse Taal) en Ton van der Wouden (Meertens Instituut)

Op The Pudding – een onlinetijdschrift met ‘visuele essays’ – verscheen een interessant onderzoekje naar de woordenschat van Amerikaanse hiphopartiesten. De vraag was simpel: ‘Als literatuurliefhebbers Shakespeare roemen om zijn grote vocabulaire, hoe verhouden hedendaagse rappers zich daar dan toe?’. Onderzoeker Matt Daniels vergeleek van een aantal rappers 35000 woorden en gebruikte daarbij evenveel woorden uit Shakespeares werk en uit Melvilles Moby Dick als ijkpunt. Wat bleek? 50 Cent, Drake (zou ’ie nog komen?) en DMX scoren het laagst, met iets meer dan 3000 unieke (dus verschillende) woorden, maar GZA en Aesop Rock overtreffen zelfs Shakespeare (5170 unieke woorden) en Moby Dick (6022 unieke woorden) met meer dan 6400 unieke woorden. Dat bleef niet onopgemerkt; media als The Guardian en Rolling Stone berichtten erover.

Uiteraard zegt het aantal unieke woorden in een tekst niet zozeer iets over kwaliteit, maar het laat wel iets zien over de woordenschat van rappers. Dat gegeven leek ons – drie taalkundigen, onder wie één fervent hiphopliefhebber – interessant genoeg om hetzelfde te doen voor ‘nederhop’, Nederlandstalige hiphop. Lees verder >>

Scheer je weg van de volwassenmensentafel

Het taalgebruik van Pepijn Lanen

Door Marc van Oostendorp


“Sociaal engagement,” zingt de rapper Pepijn Lanen op zijn nieuwe, afgelopen vrijdag verschenen, ‘mixtape Angst & Walging, “vinkgor”. Er zijn op diezelfde track nog meer zaken die dezelfde kwalificatie krijgen toebedeeld: “stappen zonder flappen” bijvoorbeeld, “gek worden”, “telefoon op vijf procent” en “mensen die zomaar praten”: allemaal even vinkgor.

Lanen – die hier optreedt onder zijn pseudoniem Faberyayo en die vooral bekend is van De Jeugd van Tegenwoordig – vind ik een van de interessantere Nederlandse taalkunstenaars van het moment. Waar de dichters over het algemeen braaf, bedaagd en meisjesachtig schrijven over hoe vreemd de wereld eigenlijk is als je er even bij stilstaat, heeft Lanen inmiddels een oeuvre op zijn naam staan dat de uithoeken van de taal verkent. Hier is de hele mixtape:



Er zit als ik het goed zie ook  een duidelijke ontwikkeling in dat werk.
Lees verder >>

Hip-hop uit de zestiende eeuw

In de zestiende eeuw was het refereyn één van de belangrijkste literaire genres. Een belangrijk onderdeel van het refereyn was de voordracht, maar helaas weet niemand hoe deze voordrachten geklonken moesten hebben. Zoals mijn voormalig docent Jan Heersche zei: ‘Ze hebben de geluidsbanden weggegooid.’

Volgens Herman Pleij werden de refereynen gezingzegd, en klonken ze min of meer als raps. Deze theorie indachtig heb ik met beat creator Barry Studebaker en producer Marco Martens (Macronizm) het refereyn ‘Nv segt mi wie heeft den prijs ghewonnen’ opgenomen alsof het een raptekst was.

Dit refereyn komt uit de refereynenbundel van Jan van Doesborch uit circa 1524. De tekst is slechts op een paar details gewijzigd, verder heb ik de uitspraak zo modern mogelijk gemaakt. De muziek is absoluut niet zestiende-eeuws – als je de plank mis slaat, sla hem dan ook goed mis.

Klik hier om de hip-hop-variant van ‘Nv segt mi wie heeft den prijs ghewonnen’ te beluisteren.