Tag: psycholinguïstiek

Vondel en psycholinguïstiek deel 7: passages met veel enjambementen

Door Viorica Van der Roest
Voorwoord           Deel 1    Deel 3    Deel 5
Inleiding                Deel 2    Deel 4    Deel 6
Wanneer er in een passage in de Inwydinge van ’t Stadthuis t’ Amsterdam uitzonderlijk veel enjambementen voorkomen, lijkt dit te corresponderen met enthousiasme, levendigheid, spanning, trots, verontwaardiging, een dynamische beschrijving en de intentie om het publiek ergens van te overtuigen. De verteller lijkt meer betrokken bij wat hij vertelt dan in de passages met weinig enjambementen. Een voorbeeld is het deel van de tekst waarin de verteller beschrijft onder welke vreselijke omstandigheden de ambtenaren moesten werken in het oude stadhuis. Ze moesten hun kamers zelfs delen met ratten!
            De schryver en de klerck verschrikten voor de dieren,/
            Wanneerze menighmael de boecken en papieren =>
1255    By avont knaeghden,/ of,/ niet zonder meer gevaers =>
            Van brant,/ al brandende het einde van de kaers,/
            En lecker op dat aes,/ in hun deurboorde kloven =>
            Versleepten,/ zonder schroom,/ naer onder, en naer boven./*
/ = de grens tussen twee perceptieve continua
=> = enjambement

Lees verder >>

Hoe wetenschappelijk is de taalwetenschap

Door Marc van Oostendorp


Het begon ermee dat een bevriende psycholinguïste me vorige week vertelde dat veel psycholinguïsten liever geen ‘taalkundige’ (of linguist) genoemd worden. Ze vinden de psycholinguïstiek geen tak van de taalkunde, zoals ik zou denken, maar iets wat veel beter is dan de rest van de taalkunde – veel wetenschappelijker.

Ik weet wel waar dat idee van komt: het gaat om de kwaliteit van de data. De psycholinguistiek is op dit vlak een ware dochter van de psychologie: er is in de loop van de afgelopen decennia een enorme batterij opgezet aan experimentele methodologieën, manieren om nieuwe gegevens te verzamelen en deze statistisch te evalueren.

Je krijgt weleens de indruk dat dit is wat wetenschap betekent voor een psycholinguist: de mens heel precies in een laboratorium observeren – niet proberen hem te begrijpen.
Lees verder >>

Vondel en psycholinguïstiek deel 6: korte perceptieve continua

Door Viorica Van der Roest
Voorwoord           Deel 1    Deel 3    Deel 5
Inleiding                Deel 2    Deel 4
Korte perceptieve continua lijken in de Inwydinge van ’t Stadthuis t’ Amsterdam te corresponderen met levendigheid, spanning, meeslependheid, haast, bewondering, ontroering, verontwaardiging, de intentie om het publiek ergens van te overtuigen en het beschrijven van heftige gebeurtenissen die elkaar snel opvolgen. Waar er bij de lange perceptieve continua juist sprake lijkt van een vogelvluchtperspectief, roepen passages met extreem korte perceptieve continua het gevoel op alsof dichter en publiek zich midden in de beschreven gebeurtenissen bevinden. Een voorbeeld hiervan is de passage waarin de verteller de brand beschrijft die in 1652 in het oude stadhuis woedde ( en die ook het al gedeeltelijk gebouwde nieuwe stadhuis bedreigde):
            De gansche stadt waect op,/ de vlam ging op,/ en stack =>
285      Het torenbuskruit aen./ Nu rusten geene bedden./
            De trousten schieten toe,/ en reppen zich,/ en redden =>
            De brieven, boucken, gelt, trezoor, en banck en schat;/*
/ = de grens tussen twee perceptieve continua
=> = enjambement

Lees verder >>

Vondel en psycholinguïstiek deel 5: lange perceptieve continua

Door Viorica Van der Roest
Voorwoord           Deel 1    Deel 3
Inleiding               Deel 2    Deel 4
Deze week bespreek ik de betekenis van de passages met extreem lange perceptieve continua in de Inwydinge van ’t Stadthuis t’ Amsterdam. In deze tekst lijken lange perceptieve continua te corresponderen met kalmte, omstandigheid, zakelijkheid, droogheid en een serieuze instelling. Daarnaast valt op dat er bij lange perceptieve continua, wanneer er een bepaald tafereel beschreven wordt, sprake lijkt te zijn van een soort vogelvluchtperspectief, waarbij dichter en publiek van enige afstand naar het tafereel kijken. Bijvoorbeeld in de opening van het gedicht:
1          Gelijck nu d’ackerman de zeissen slaet in d’airen,/
En heenstreeft, door een zee van gout en goude baren,/
Zoo weckt ons Amsterdam, door overvloet van stof,/
Om in den vruchtbren oeghst van zijnen rycken lof =>
5          Te weiden met de penne,/ en vrolijck in te wyen =>
De hoogtijdt van ’t Stadthuis en burgerheerschappyen,=>
Met een de jaermerckt,/ die, met haeren open schoot, =>
Alle omgelege steên en bontgenooten noodt =>
Op ’t heerelijck banket van allerhande gading,/
10        Die ’t nimmer zat gezicht genoegen en verzading =>
Belooft, door zoo veel schat, gerief, verscheidenheên =>
Als kunst en hantwerck hier nu stapelen op een./*
/ = de grens tussen twee perceptieve continua
=> = enjambement

Lees verder >>

Vondel en psycholinguïstiek deel 4: onderzoeksmethode

Door Viorica Van der Roest
Voorwoord           Deel 1         Deel 3
Inleiding                Deel 2
Op de middelbare school zag ik het nut van wiskunde niet in (gelukkig kon ik met mijn talenpakket de laatste twee jaar op school wiskundevrij doorbrengen). Maar later heb ik mijn mening toch een beetje moeten bijstellen. Bij het schrijven van mijn scriptie over Vondels Inwydinge kwam ik erachter dat statistiek een goede aanvulling kan zijn op taalkundig onderzoek. Dus oké, wiskunde heeft toch goede kanten, zo lang het in dienst staat van écht nuttige zaken zoals taalkunde.
Om te onderzoeken wat de relatie is tussen de lengte van de perceptieve continua en het gebruik van enjambement in Vondels Inwydinge van ’t Stadthuis t’ Amsterdam enerzijds en de inhoud van de tekst anderzijds, heb ik de statistisch-stilistische onderzoeksmethode gebruikt die Van Leuvensteijn en Wattel in hun eerder besproken studie van 2002 hebben gepresenteerd. Zoals zij daarin aangeven, kan statistiek ons laten zien wat ‘normale’ verschijnselen zijn en wat als uitzonderlijk kan worden beschouwd (p. 4). Hierbij is het wel belangrijk het voorbehoud dat zij bij de methode maken goed in het achterhoofd te houden: de dichter was niet verplicht tot het (consequent) gebruik van stijlmiddelen. Dit soort onderzoek kan daarom niet meer dan tendensen laten zien.

Lees verder >>

Vondel en psycholinguïstiek deel 3: kennismaking met de Inwydinge

Door Viorica Van der Roest
 
Voorwoord           Deel 1
Inleiding               Deel 2
Het middelpunt van de kosmos is eigenlijk heel dichtbij: het is het Paleis op de Dam (tot 1808 het stadhuis van Amsterdam). Volgens Vondel tenminste:
Terwijl elck element van blyschap juichen zal,
De hemel huppelen, en alle starretranssen
In ’t ronde, als hant aen hant, rontom ons Raethuis dansen
Het Paleis op de Dam werd vanaf 1648 gebouwd als nieuw stadhuis, ter vervanging van het oude, nog middeleeuwse gebouw. Hoewel het nieuwe gebouw in 1655 nog niet helemaal af was, werd het in dat jaar wel feestelijk in gebruik genomen. Vondel schreef er een lofdicht bij: de Inwydinge van ’t Stadthuis t’ Amsterdam. Hierin snoert hij de critici van het nieuwe stadhuis de mond. Want kritiek was er. Voor de bouw moest niet alleen het oude stadhuis, maar ook een heel huizenblok worden afgebroken. Verder vonden de critici dat zo’n groot en duur stadhuis niet paste bij de zuinige aard van de Amsterdammers en bij de eenvoudige oorsprong van de stad.

Lees verder >>

Vondel en psycholinguïstiek deel 2: het geheugen en de Clause Boundary

Door Viorica Van der Roest
In deze serie geef ik een uitgebreide samenvatting van mijn scriptie over de spannende combinatie tussen Vondel en psycholinguïstiek.
Voorwoord           Deel 1
Het geheugen speelt een belangrijke rol bij taalperceptie. Taaluitingen worden geanalyseerd in het werkgeheugen, waarbij het kan putten uit de algemene kennis en herinneringen in ons langetermijngeheugen. Het werkgeheugen beschikt over een beperkte hoeveelheid aandacht die kan worden verdeeld over enkele taken: een deel van het werkgeheugen houdt de informatie vast, terwijl een ander deel  zich bezig houdt met de interpretatie van de taaluiting. De informatie in het werkgeheugen vergaat snel. Daarom is het zaak dat gegevens die nuttig genoeg zijn om langer te onthouden, in het langetermijngeheugen wordt opgeslagen.
Wanneer we deze zin horen:
Vondel sloeg een spijker in de muur.
onthouden we, in het werkgeheugen, heel even woordelijk wat er gezegd wordt. Dat is de surface form, die snel vergaat. Tegelijk worden de textbase en het situational model gemaakt. De textbase wordt langer onthouden dan de surface form en geeft de betekenis van de taaluiting nog steeds vrij nauwkeurig weer. Volgens Carroll* bestaat deze representatie van de taaluiting uit een aantal proposities die afkomstig zijn van wat er werkelijk gezegd is en van de inferenties die de hoorder heeft gemaakt bij het luisteren. Bij de bovenstaande zin gaan we ervan uit dat Vondel een hamer gebruikt om een spijker in de muur te slaan. De hamer is een inferentie die we zelf maken; hij wordt niet expliciet genoemd. Wanneer het wat langer geleden is dat we deze zin gehoord hebben, weten we waarschijnlijk niet meer of er wel of niet gesproken werd van een hamer.

Lees verder >>

Vondel en psycholinguïstiek deel 1: zinsperceptie

Door Viorica Van der Roest
In deze serie geef ik een uitgebreide samenvatting van mijn scriptie over de spannende combinatie tussen Vondel en psycholinguïstiek.
Vorige week eindigde ik met de vraag: wat doet enjambement precies met het perceptieproces van een luisteraar die een hoofd- of bijzin aan het verwerken is? Om daar een antwoord op te kunnen geven, heb ik me tot inzichten uit de psycholinguïstiek gewend. De laatste decennia is er veel onderzoek gedaan naar zinsperceptie: wat er in de hersenen gebeurt wanneer iemand een zin hoort of leest en probeert die zin te begrijpen. Een leuke manier om te kijken hoe dat werkt, is met een zogenaamde garden path sentence. Deze bijvoorbeeld:
The defendant examined by the lawyer turned out to be unreliable.
De hoorder/lezer interpreteert aanvankelijk de eerste drie woorden van de zin als onderwerp en persoonsvorm, en moet vervolgens deze interpretatie gedeeltelijk bijstellen zodra hij de woordgroep ‘by the lawyer’ hoort. Een mogelijke verklaring voor dit verschijnsel is semantic priming: de waarneming van een bepaalde stimulus (in dit geval het begin van een zin) roept een verbinding op met een ‘schema’ in het langetermijngeheugen. Het schema dat wordt geactiveerd is dat van de grammaticale structuur die het meest voorkomt in het Engels (en trouwens ook in het Nederlands): onderwerp en persoonsvorm staan vooraan in de zin. De verwarring ontstaat omdat dat in bovenstaande zin niet zo is. Maar de volgende zin is géén garden path sentence:

Lees verder >>

Vondel en psycholinguïstiek: inleiding

door Viorica Van der Roest
In deze serie geef ik een uitgebreide samenvatting van mijn scriptie Twee betekenisvolle stijlkenmerken in Vondels Inwydinge van ’t Stadthuis t’ Amsterdam. Over de relatie tussen vorm en inhoud in een epische tekst van Vondel. Het is één van de twee scripties waarmee ik in 2003 afstudeerde bij de opleiding Nederlandse Taal en Cultuur aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Bij dit onderzoek heb ik voortgeborduurd op onderzoek van mijn scriptiebegeleider J.A. van Leuvensteijn samen met R. Noldus (‘Epische ontboezemingen, zakelijke gesprekken en spannende scènes in de Ghysbrecht van Aemstel. Het gebruik van zinsgrenzen en versgrenzen in relatie tot de inhoud’ in Voortgang. Jaarboek voor de Neerlandistiek XII, Amsterdam, 1991, p. 199-215) en met E. Wattel (‘Een statistische methode voor stijlonderzoek. Vorm-inhoud-correspondenties in Vondels Jeptha? Neerlandistiek.nl, 2002).
Beide artikelen gaan over een toneeltekst in verzen. Zeventiende-eeuwse toehoorders van een toneelstuk waren gewend om te luisteren naar verzen in strakke, berijmde, metrische vormen. In dit verband staat één begrip vooral centraal in het onderzoek: enjambement, in de betekenis van ‘overschrijding van het verseinde door de zin’. Dat kan een hoofd- of een bijzin zijn; de overkoepelende term die Van Leuvensteijn en Wattel gebruiken is perceptief continuum. Een dichter kon ervoor kiezen om de strakke vorm van het metrum te ondersteunen door het einde van een zin te laten samenvallen met het verseinde, of hij kon het verseinde binnen een zin laten vallen: enjambement.

Lees verder >>

Vondel en psycholinguïstiek: voorwoord

door Viorica Van der Roest
Omdat ik, toen het tijd werd om mijn studie Nederlandse Taal en Cultuur af te ronden, de keuze tussen letterkunde en taalkunde een onmogelijke vond, vroeg en kreeg ik toestemming om in beide richtingen af te studeren. Binnen de letterkunde koos ik voor de Middelnederlandse literatuur; het onderwerp van mijn taalkundige scriptie werd een ontmoeting tussen een berijmde tekst van Vondel en inzichten uit de psycholinguïstiek. In 2003 leverde ik beide scripties af. Met het onderwerp van mijn letterkundige scriptie, de Middelnederlandse roman Parthonopeus van Bloys, houd ik me nog steeds dagelijks bezig omdat ik er een proefschrift over schrijf. Mijn taalkundige scriptie heeft een treuriger lot getroffen: vergetelheid en stof.
Maar daar komt nu verandering in! De komende tijd ga ik een verkorte versie van mijn taalkundige scriptie in wekelijkse afleveringen op Neder-L publiceren. Ik hoop dat de Neder-L-lezers net zo geïntrigeerd zullen zijn door de onverwachte combinatie van Vondel en psycholinguïstiek als ik was tijdens het doen van het onderzoek.

Lees verder >>

100 machientjes in 100 minuten

Door Marc van Oostendorp

Het Internationale Congres voor Taalkundigen (CIL) is een grote snoepwinkel waar ik een week lang — deze week — mag rondlopen! Sinds 1933 wordt het congres een keer in de vier jaar gehouden, en dit jaar lopen er 1500 taalkundigen van over de hele wereld in Genève rond.

Wat een prachtig leven heb je als je daar bij mag zijn! Er is zoveel te ontdekken aan de menselijke taal. Wie een lezing over voor- en achtervoegsels in het Servisch wil horen, of over de vraag waarom Franse obers J’arrive! zeggen terwijl ze van je weglopen, of over de taalontwikkeling van autisten: neem de trein of het vliegtuig en kom ook! We gaan nog tot zaterdag door.

Het speciale thema is deze keer: de relatie tussen taal en denken. Lees verder >>

De smaak van iets

Over synesthesie

Door Marc van Oostendorp


Ik loop al een paar dagen te denken aan Susanne Clermonts, de zangeres die beter bekend staat als Krause. Hoewel ik eerlijk gezegd nog nooit van Krause had gehoord, of van haar muziek. Ik ben vooral geïnteresseerd in een afwijking van Clermont, en wat die ons kan vertellen over taal.

Het zit zo. Susanne was onlangs te gast in het onvolprezen radioprogramma Pavlov, in een aflevering die ze hadden over het verschijnsel synesthesie.
Lees verder >>

Geen jonge wetenschap

Door Marc van Oostendorp

Aan het eind van de negentiende eeuw was het voor veel mensen duidelijk: de taalwetenschap leek van alle geesteswetenschappen het meest op een natuurwetenschap. Een geleerde als Charles Darwin had belangstelling getoond voor de manier waarop je talen in een stamboom kon plaatsen, en die stambomen vergeleken met de evolutie van soorten in de biologie.

Die stambomen hadden de taalkunde dan ook een van de grootste wetenschappelijke ontdekkingen van die eeuw opgeleverd: dat bijna alle Europese talen konden worden afgeleid van een en dezelfde historische oertaal, het Indo-Europees, die bovendien ten grondslag moet hebben gelegen aan het Perzisch en aan Indische talen zoals het Sanskriet.

Bovendien was er van alles duidelijk geworden over de plaats van taal in het menselijk brein.
Lees verder >>

Gezocht: intuinzinnen

Intuinzinnen worden ze wel genoemd: zinnen waarbij er op een bepaald moment even iets knarst in je hoofd omdat je erachter komt dat je hem verkeerd aan het ontleden was. Hier zijn er een paar die ik her en der van het internet geplukt heb:

  • De raad geeft een opsomming van leerstoelen Nederlands en Neerlandistiek is hierbij niet als afzonderlijke studie geteld.
  • Experimenten met regen maken lijken succesvol.
  • Jan legt het snoep op tafel in de kast.
  • Jan vertelde het meisje dat de hond beet dat de man was weggegaan.
  • Schepen vergaan in een storm zijn zelden verzekerd. Lees verder >>

‘Lang zal ze leven’ onthouden

Als er een goede fee kwam en ik mocht precies één raadsel aanwijzen dat me zou worden opgehelderd, dan wist ik het wel. Wat onthouden we als we taal onthouden? In sommige opzichten lijkt het erop dat we heel kleine details opslaan, maar tegelijkertijd ben je de meeste details tegelijk weer vergeten.

In een normaal gesprek weet je bijvoorbeeld na twee zinnen nog best wat je gesprekspartner gezegd heeft, maar niet meer precies welke woorden hij daarvoor gebruikt heeft, en in welke volgorde. (U kunt zonder terug te kijken de eerste zin van dit stukje niet meer woordelijk reproduceren.) Zei hij nou ‘Die De Vries zat daar helemaal alleen met zijn honderd ballonnen’ of ‘Hij had een honderdtal ballonnen maar er kwam niemand’? Laat staan dat je je nog precies herinnert hoe hij dat woord ballonnen nu precies uitsprak, hoe lang de a was, of hij de n nu wel of niet uitsprak aan het eind. Zodra zo’n zin binnenkomt in ons brein, wordt hij geanalyseerd, de betekenis eruit gepeurd en de vorm weggegooid als een het bakje van een magnetronmaaltijd.

Tegelijkertijd zijn er aanwijzingen dat we juist wel allerlei details onthouden.

Lees verder >>

De stenen leeuw brult

Ik heb de afgelopen dagen hier in Amerika weer van alles geleerd over het Nederlands. Een van de spreeksters tijdens de workshop waar ik nu ben, Lotte Hogeweg van de Radboud Universiteit, had namelijk onderzoek gedaan naar de betekenis van woordgroepen als stenen leeuw of gebreid vliegtuigje.
Om precies te zijn had ze gekeken wat voor associaties mensen hadden met dat soort begrippen.
Lees verder >>