Tag: proefschrift

Leren lezen? Let op de details!

Door Marc van Oostendorp

Leren lezenTaal is een van de weinige zaken die bij veel mensen via twee totaal verschillende zintuigen kan binnenkomen: via de oren of de ogen. Dat is het verschil tussen gesproken en geschreven taal. Als volwassene ben je er zo aan gewend, dat je er meestal niet bij stil staat hoe bijzonder dat is. Ergens in je hoofd zit het woord vlinder opgeslagen, en zowel door met je ogen langs wat letters te gaan als door naar je buurman te luisteren die zijn tong en lippen op een bepaalde manier beweegt.

Dat laatste, het luisteren, pikken horende kinderen op een bepaald moment vanzelf op, maar voor leren is tucht en discipline nodig, of in ieder geval een lesmethode. Sommige kinderen doen het gemakkelijker dan andere. Behalve de puur wetenschappelijke vraag hoe we dat eigenlijk doen, visuele informatie aan auditieve koppelen, is er dus ook de praktischere vraag of we kinderen makkelijker kunnen laten leren lezen.

In het proefschrift dat ze op 6 juni aanstaande in Nijmegen verdedigt, gaat Merel van Goch nader op deze vragen in. Lees verder >>

Pas verschenen: Simon Smith, ‘Der minnen cracht’. Opstellen over liefde in de Arturroman ‘Die Riddere metter Mouwen’

Van de dertiende-eeuwse Vlaamse Arturroman Die Riddere metter Mouwen resteert slechts een fragment van een afschrift uit de veertiende eeuw. In de Lance­lot­compilatie, een omstreeks 1325 in Brabant samen­gestel­de cyclus van Arturverhalen, is evenwel een (bekorte) versie van dit boeiende liefdesverhaal bewaard gebleven. Al direct aan het begin maakt de dichter duidelijk, dat de ridderweg van zijn held in het teken zal staan van ware minne. Weldra krijgt dit thema een speciale, inter­teks­tuele lading, want waar de protagonist in eerste instantie een koers volgt die herinnert aan de weg van Perceval in Le Conte du Graal (de laatste Arturroman van Chrétien de Troyes), kiest hij uiteindelijk vastberaden voor een bestemming van ridder­schap, liefde en heerschappij in de wereld van het hof. Toehoorders konden uit voordracht van het verhaal lering trekken (utilitas), maar de roman is vooral gericht op vermaak (delectatio), zoals tal van humoristische passages attesteren. Verwij­zingen naar alle vijf romans van Chrétien de Troyes tonen aan, dat Die Riddere metter Mouwen primair bedoeld zal zijn geweest voor een publiek van connais­seurs, bekend met niet alleen Dietse maar ook Franse literatuur. Dat we deze recipiënten allereerst moeten zoeken binnen de adel, wordt aannemelijk gemaakt door het aristocratische ethos van de Middelnederlandse roman, en door het ontbreken van indicaties die wijzen op een stedelijk milieu.

Met oog voor aspecten van intertekstualiteit, bespreekt Simon Smith in zijn proefschrift in een zevental opstellen het thema, de humor en de ‘poetics of surprise’ van Die Riddere metter Mouwen. Deze al eens in artikelvorm verschenen studies zijn omlijst met een in- en een uitleiding. Het boek wordt gecompleteerd door een Summary, een index van verzen en een register.

Wat betekent niet veel.

Door Marc van Oostendorp


De ware taalliefhebber herken je misschien wel aan haar fascinatie voor woorden als dat, wat, die en wie. Het zijn kleine woordjes die op het eerste gezicht heel weinig betekenen, maar waarover je als je maar even nadenkt allerlei vragen kunt stellen.

Is het bijvoorbeeld toeval dat vrijwel alle woorden die iets bevragen met een w beginnen? En dat aanwijzende voornaamwoorden en lidwoorden met een d beginnen? En dat wat en dat tegenhangers van elkaar lijken net als wie en die? En hoe komt het dat een woord als wat op zoveel verschillende manieren kan worden gebruikt?

  • Wat heb je gelezen? (Vragend voornaamwoord)
  • Ik heb wat interessants gelezen. (Onbepaald voornaamwoord)
  • Ik lees wat ik interessant vind. (Relatief voornaamwoord in vrije relatiefzinnen)
  • Dat is het boek wat ik lees. (Relatief voornaamwoord in relatiefzinnen met hoofd.)
  • Ik moet nog wat artikels lezen. (Kwantificerend lidwoord.)
  • Ik ga nog wat tennissen. (Kwantificerend bijwoord.)
  • Wat een mooie dag! (Exclamatieve markeerder.)

In een recent Utrechts proefschrift probeert de Duitse taalkundige Mirjam Hachem die vragen – voor zowel het Nederlands als het Duits – te beantwoorden.

Lees verder >>

Verschenen: Laurens Ham – Door Prometheus geboeid


Bij Uitgeverij Verlorenverscheen onlangs Door Prometheus geboeid. De autonomie en autoriteit van de moderne Nederlandse auteur, van Laurens Ham. In zijn proefschrift gaat literatuurwetenschapper Ham in op de zelfrepresentatie van Nederlandse schrijvers tussen 1820 en 1970, en de spanning tussen autonomie en autoriteit van de auteur. Door te spelen met verschillende identiteiten (bijvoorbeeld door het creëren van pseudoniemen of romanpersonages die voor de schrijver zelf staan) verkrijgen auteurs een zekere vrijheid. Juist aan deze ‘autonomie’ kunnen zij hun maatschappelijke autoriteit ontlenen.

Lees verder >>

Samenvatten voor gevorderden

Door Marc van Oostendorp

“Dus u hebt geen relevante ervaring voor deze baan.” Samenvatten wat een ander net tegen je heeft gezegd, is een paradoxale bezigheid. Die ander heeft je net een heel verhaal verteld, en dan vertel jij haar hetzelfde nog in een paar zinnen terug.

Is zij kort van memorie en meteen weer vergeten wat ze net heeft gezegd, zodat je eerst een en ander nog eens moet samenvatten omdat ze anders je antwoord niet plaatsen kan? Meestal is dat niet het geval, en toch blijken mensen in allerlei gesprekken steeds korte samenvattinkjes te maken. Waarom doen ze dat dan?

De Nijmeegse onderzoekster Keun Young Sliedrecht onderzocht voor haar proefschrift, dat ze volgende maand verdedigt, drie welafgebakende soorten op dit soort samenvattingen: politieverhoren, sollicitatiegesprekken en journalistieke interviews op de radio en tv.

In alle drie de gesprekken zetten sprekers samenvattingen in, steeds op een net wat andere manier.
Lees verder >>