Tag: popularisering

Bespreking: Taalcanon

Op de dag van mijn promotie kreeg ik, omdat ik volgens de gever nu alles wist, een boek over iets waar ik helemaal niets van wist, namelijk de geschiedenis van Nederland. Tegelijk kreeg ik een woord cadeau, want het boek had als subtitel De canon van ons Vaderlands Verleden, en canon in deze betekenis was nieuw voor mij. Sindsdien heb ik van de hunebedden via Christiaan Huygens tot aan Srebnica gelezen wat ik zou moeten weten over de geschiedenis van mijn nieuwe thuisland. En nu heeft mijn eigen vakgebied eveneens een canon uitgebracht: de Taalcanon. Die vraagt niet “wat zou iedereen moeten weten” maar “wat zou iedereen willen weten” en is een snoeptrommel vol lekkere, spannende weetjes over taal en taalkunde.
De eerste knappe prestatie van de Taalcanon is dat hij daadwerkelijk antwoord geeft op vragen waar mensen mee rondlopen:

Lees verder >>

Oproep LOT Populariseringsprijs 2012

 Aan alle taalkundigen in Nederland,
LOT looft dit jaar wederom de Populariseringsprijs uit, ter stimulering van het vervaardigen van populair-wetenschappelijke bijdragen over een taalwetenschappelijk onderwerp.
De definitie van in aanmerking komende publicaties is uitermate ruim. Het bestuur denkt zowel aan speciaal voor dit doel geschreven bijdragen als aan reeds gepubliceerd materiaal – artikelen, boeken, cd-roms, video’s, radio – en televisieprogramma’s, websites etc. – met copyright in 2011 (indien copyright van toepassing is) en 2012. De bijdrage dient in het Nederlands te rapporteren over actueel taalkundig onderzoek en vervaardigd te zijn door een in Nederland werkzame dan wel wonende taalkundige. Bijdragen dienen de essentie van een onderzoeksvraag en het antwoord daarop toegankelijk te maken voor een ontwikkeld publiek dat niet specifiek taalkundig geschoold is.
Lees verder >>

Het volk, de koningin en ik

De mensen – u weet wel, de man in de straat, lieden zoals u en ik, de doorsnee taalgebruiker, Jan met de pet, onze achterban, degenen voor wie wij het allemaal doen, de geïnteresseerde leek, het gewone volk, de belastingbetaler, de zwijgende meerderheid, onze informanten, de representatieve steekproef, mijn spreekwoordelijke oma, degenen op wie Rita Verdonk zich richt, en de kijkers thuis – interesseren die zich eigenlijk voor taal? Ik durf er niets over te zeggen. Zeker niet sinds 14 februari van dit jaar.

In november vierde het Genootschap Onze Taal zijn 75-jarig bestaan, en ze vroegen mij om iets te vertellen over uitspraakveranderingen. Ik besloot me te laten inspireren door het werk van Jonathan Harrington, een foneticus die uitspraakveranderingen in de kersttoespraken van Koningin Elisabeth heeft onderzocht. Die kersttoespraken zijn prachtig materiaal als je wilt laten zien hoe de spraak van een individu zich in de loop van de tijd ontwikkelt. Het is heel moeilijk om op een andere manier een individu bereid te vinden om decennia lang ieder jaar op hetzelfde moment min of meer dezelfde tekst uit te spreken. Dat had Harrington in zijn onderzoek heel mooi laten zien, en zoiets leek me ook wel uitvoerbaar voor koningin Beatrix.

Het blijkt nog niet gemakkelijk te zijn om alle opnames bij elkaar te krijgen. Beeld en Geluid, de afdeling die het archief van de publieke omroep beheert, is een onneembare vesting, waar iedereen voortdurend ziek is, of met vakantie, of net ontslag heeft genomen. Maar toen ik na vele maanden eindelijk de opnamen bij elkaar geschraapt had, hoorde ik dat er in ieder geval met de r in coda-positie duidelijk waarneembaar iets gebeurd is. Waar je Beatrix’ uitspraak in 1982 nog kon uitschrijven als waarde en geboorte, zegt ze de laatste jaren iets wat je beter kunt weergeven als waahde, geboohte. De r is geworden tot een sjwa-achtige klank, die bovendien in de loop van de jaren korter wordt.

Dat vertelde ik tijdens dat congres, en ik schreef het vervolgens ook op, zodat Onze Taal het kon afdrukken in het congresnummer van het tijdschrift.De redactie stuurde op 14 februari een persbericht uit, en vervolgens werd ik anderhalve dag lang het middelpunt van een storm van aandacht. Zoiets had ik nog nooit meegemaakt, zelfs toen ik hoogleraar Esperanto werd niet. Geen moment stond de telefoon stil.

Hoe werkt zoiets? Als ik niet de koningin had genomen, maar zevenentwintig jaar lang mijn moeder had opgenomen, was dat veel edeler werk geweest, maar was al die aandacht niet gekomen, dat is duidelijk. Belangrijk was in ieder geval dat het ANP en NOS Teletekst het bericht allebei snel overnamen. De eerste telefoontjes kwamen binnen een paar minuten binnen – waarbij dan nog moet worden gezegd dat de meeste journalisten een omweg moesten maken, omdat ze eerst naar de redactie van Onze Taal moesten bellen om mijn telefoonnummer te krijgen.

De redacties van RTL Nieuws en RTL Boulevard meldden zich als eersten, en stuurden allebei een filmploeg om me in de leeszaal van het Meertens Instituut te filmen terwijl ik zogenaamd in het WNT opzocht wat griesmeelpap betekent, want dat is nu eenmaal het dagelijks werk van de taalwetenschapper. Maar ondertussen meldden zich ook alle landelijke kranten. De royalty-verslaggever van De Telegraaf schreef een stukje voor ‘de drie’ over hoe raar de koningin eigenlijk praat, een verslaggever van de Volkskrant vroeg me of dit eigenlijk wel nieuws was, en de redactie van de TROS Nieuwsshow wilde me wel op zaterdagochtend in de studio hebben, op voorwaarde dat ik geen andere grote interviews deed voor Radio 1.

Tamelijk bizar blijkt ook het systeem van ‘quotes’ te werken van het radionieuwsbulletin. In de grotere radiojournaals van de publieke omroep hoor je af en toe iemand – een deskundige of een betrokkene – een zin zeggen als onderbreking van de nieuwslezer. Ik weet nu hoe dat werkt. Je wordt opgebeld door iemand die zegt dat ze voor het radionieuws werkt, dat ze het persbericht gezien heeft, en dat ze nu een quote wil opnemen. Als je zegt dat dit goed is, zegt ze dat ze je nu in de computer doet, en daarna hoor je een halve minuut alleen gekraak. Opeens roept de dame van heel ver weg snauwen dat je nu iets mag zeggen. Wat je dan in verwarring roept, wordt als quote in het nieuws gemonteerd. Je naam wordt er niet bij genoemd, je wordt alleen aangeduid als ‘De Onderzoeker’, ongeveer zoals men in de middeleeuwen naar Aristoteles verwees als Philosophus.

En na anderhalve dag is het allemaal voorbij, de nieuwswaarde van de rare r van de koningin is kennelijk zo groot dat de berichtgeving niet een dag kan wachten. De enige redactie die me een week later nog wilden interviewen, was de Nederlandstalige afdeling van een commerciële zender in Australië.

Wat kunnen we hier nu uit leren? De bedoeling van zo’n actie is natuurlijk om de taalkunde onder de aandacht te brengen van de mensen. Maar lukt dat ook? Ik weet het niet helemaal zeker. Er zijn in ieder geval een paar heel slechte stukken verschenen: het bericht over de rare uitspraak van Beatrix in De Telegraaf heeft waarschijnlijk geen enkel positief effect gehad, en die journalist had ik achteraf beter niet te woord kunnen staan. Maar het rare is dat je zulke dingen nauwelijks vantevoren kunt voorspellen. Heel moeizame gesprekken leveren soms heel inzichtelijke stukjes in de krant op, terwijl heel begripvolle interviewers achteraf alleen naar de sensatie bleken te vissen. Er zijn in ieder geval een paar interviews geweest waarover ik tevreden was, waar ik iets serieus kon vertellen, terwijl de interviewer het ook even over de koningin mocht hebben. Of Beatrix er ook zo over denkt, weet ik niet, maar als ik op deze manier één scholier aan de radio ervan heb overtuigd dat je in het leven ook taalkundige kunt worden, ben ik tevreden.

Marc van Oostendorp

Autocue

Holland Media Groep overweegt zijn zenders RTL 4, RTL 5 en Veronica binnenkort ook integraal via Internet uit te zenden. Doordat het steeds goedkoper wordt om televisieprogramma’s te maken zal het aantal zenders binnenkort naar verwachting explosief toenemen. […] Ook voor kleinere doelgroepen zullen er speciale, commerciële zenders komen. […] Televisieprogramma’s zullen ‘on demand’, op elk gewenst moment van de dag, bekeken kunnen worden.
(Persbericht HMG, 5 februari 2000)

“Goedemorgen, goedemiddag, goedenavond of goedenacht, kijkers. Ook vandaag heeft TV Taal weer voor elk wat wils. Om ons vijfjarig bestaan luister bij te zetten hebben we vandaag een extra uitgebreid programma samengesteld. Ik weet zeker dat velen onder u ons hele programma zullen willen bekijken, maar ik noem toch even de onderdelen.”

“We beginnen met een nieuwe aflevering in onze serie “Nederlandse taalkundigen” met een extra lange uitzending over Jac. Van Ginneken. Voormalige leerlingen, familieleden en ordegenoten van deze kleurrijke Nijmeegse hoogleraar vertellen over zijn leven en werk. Ook ziet u enig archiefmateriaal en animaties die de denkwereld van Van Ginneken voor een modern publiek verduidelijken. Het belooft een spannende uitzending te worden waarin ook eindelijk het laatste woord wordt gesproken over Van Ginnekens houding tijdens de oorlog!”

“Daarna is het tijd voor onze wekelijkse Grote Fonologie Bingo, met veel zang, dans en fonologen. Ook vallen er weer allerlei aantrekkelijke prijzen te winnen! De hoofdprijs — dat mag ik u wel verraden — is deze keer een levenslang abonnement op Natural Language and Linguistic Theory. Elke maand krijgt u een nieuwe spannende natuurfilm via uw kabel in huis!”

“We vervolgen met onze gebruikelijke uitzending van het dagelijks nieuws. Van onze presentator Koos de Klaver hoort u zodadelijk wat de onderwerpen zijn. In de nieuwe aflevering van Het Taalkundige Boek hoort u wat een deskundig panel vond van recent verschenen taalkundige boeken en andere boeken over taal. Vandaag spreekt het panel over het zojuist verschenen vierde deel van het monumentale boek over taalverandering van William Labov.”

“Daarna volgt een speciaal programma ter gelegenheid van het vijfjarig bestaan van TV Taal. Het is alweer vijf jaar geleden dat een groepje enthousiaste jonge taalkundigen uit de kringen van het toenmalige tijdschrift Neder-L besloot gebruik te maken van de mogelijkheden die het Internet bood om heel goedkoop een wekelijks programma aan te bieden aan iedereen die geïnteresseerd is in taal. De wekelijkse frequentie werd zoals u weet al snel omgezet in een dagelijkse en de kijkdichtheid van TV Taal is in de loop der tijd almaar gegroeid. De collegezalen puilen uit, het lijkt wel alsof ineens iedereen taalkunde wil studeren! Om dit grandioze succes te vieren, bieden we u een bijzondere, feestelijk programma aan, met interviews met de pioniers en veel onbekommerde vrolijkheid.”

“Zoals elke dag sluiten we af met Linguïstisch Miniatuurtje: een taalkundige analyseert een gedicht of andere tekst naar keuze. Vandaag: Martine Ruiter over de syntaxis van het gedicht ‘ik draai een kleine revolutie af’ van Lucebert.”

“U hoort het wel: het belooft een mooie avond te worden. Maar nu eerst: veel plezier bij de extra lange aflevering van “Nederlandse taalkundigen”!”

Studio Taalwetenschap

Door Marc van Oostendorp

Zolang ik de taalkunde van nabij ken, heerst er malaise in het vak. Twaalf jaar geleden deed ik mijn propedeuse. No nonsense was het toverwoord in de politiek en de maatschappij, de mensen zeiden tegen elkaar dat het ‘slecht ging met de economie’, en er kon dus geen geld meer worden uitgegeven aan luxeartikelen, zoals het vak dat ik net was begonnen me eigen te maken. Ik kan me maar één docent herinneren die zich één keer een béétje optimistisch over de toekomst van het vak uitsprak: de docent syntaxis zei dat we in de academische wereld nu duidelijk een dieptepunt beleefden, dat het vanaf nu alleen maar beter kon worden; als wij zouden afstuderen, konden we AiO worden en daarna lag de wereld voor ons open.

Sinds die tijd is het alleen maar slechter geworden. De economie is, zegt men, tot grote bloei gekomen, het geld kan men bij wijze van spreken zo van de straat scheppen, maar bij de taalkundeafdelingen (en, neem ik aan, de letterkundeafdelingen) van de universiteiten is in die twaalf jaar nauwelijks iemand komen werken die voor die tijd niet al ergens aan een universiteit werkte. Voor luxeartikelen zoals het vak dat ik me nog steeds wanhopig probeer eigen te maken is misschien wel geld, maar kennelijk heeft niemand zin om het geld ook op die manier uit te geven. Lees verder >>

Een onderzoek naar linguïstische competenties in de LOT-prijsvraag

Door Marc van Oostendorp

In deze bijdrage willen we ingaan op de vraag wat de mogelijke factoren zijn die veroorzaken dat een proportioneel groot aantal publicaties van neerlandici slechts door een kleine groep belangstellenden gelezen wordt. We richten ons hierbij in de eerste plaats op de volgende in de literatuur nog nauwelijks onderzochte, maar daarom niet minder relevante deelvraag: is het het geval dat een linguïstische opleiding ook een grotere linguïstische competentie tot gevolg heeft? Hierbij is de term ‘competentie’ een technische term die ontleend is aan de theoretische linguïstiek en die daarom voor een breder publiek in eerste instantie een nadere uitleg verdient. Uit de vakliteratuur kunnen we opmaken dat de term verwijst naar de totale hoeveelheid van kennis en vaardigheden, mogelijkerwijs deels onbewust aanwezig, die een mentale representatie heeft gekregen in de geest van de spreker of — zoals in dit concrete geval — van de schrijver. Het is overigens van belang om op te merken dat het hier een zogeheten ‘leenvertaling’ uit het Amerikaans Engels betreft, al kunnen we op deze kwestie niet nader ingaan, vanwege de aan dit artikel toegekende hoeveelheid ruimte.

De hierboven geformuleerde vraag is op dit moment in zoverre actueel en daarom geschikt voor een populariserend betoog, dat de Landelijke Onderzoeksschool Taalkunde (in de wandelgangen ook wel kortweg LOT genoemd) dit jaar voor de derde keer een ‘prijsvraag’ heeft uitgeschreven waarin ze alle onderzoekers die bij deze organisatie zijn aangesloten, opgeroepen heeft om een essay te schrijven dat ‘recent taalkundig onderzoek’ tot thema heeft en dat op een dusdanige manier geschreven zal moeten zijn dat het geschikt mag worden geacht voor een breder publiek, dat wil zeggen een publiek zonder speciale linguïstische training of professionele achtergrond. We mogen veronderstellen dat ook dit jaar weer vele onderzoekers een poging zullen doen de hierboven genoemde prijs in de wacht te slepen, en dat ze hierbij niet zullen schromen hun linguïstische competentie (definitie: zie boven) in te zetten. Lees verder >>