Tag: politiek

3 oktober 2019, Amsterdam: Tiende Jacob van Lenneplezing ‘Politieke typen’

Over de omgang met politiek in de negentiende eeuw

De Amsterdamse notabel en schrijver Jacob van Lennep was van 1853-1856 Kamerlid voor het district Steenwijk. Hij zat tegelijk in de Kamer met Johan Rudolf Thorbecke, die net door de Aprilbeweging van 1853 was afgetreden als minister. Achter de regeringstafel zat nu Floris Adriaan van Hall. Drie tijdgenoten, maar tegelijk drie persoonlijkheden die een heel verschillende opvatting van politiek representeerden. 

Politiek is zelf een door en door historisch fenomeen, aldus Remieg Aerts. Hij bedoelt hiermee niet de gebeurtenissen, maar het fenomeen als zodanig. In deze lezing gaat hij na wat men zich in de negentiende eeuw voorstelde bij politiek en welke plaats politiek had in het leven en de waardering van burgers. In de negentiende-eeuwse letterkunde waren ‘typen’ populair. In die geest toont Aerts de opvattingen over politiek aan de hand van figuren als Van Lennep, Thorbecke, Van Hall en Multatuli. 

Lees verder >>

De Gouden Eeuw in de letterkunde hadden de politici al lang afgeschaft

Door Coen Peppelenbos

Het IJ voor Amsterdam met het fregat ‘De Ploeg’ van Ludolf Bakhuysen, 1680 – 1708. Afbeelding via het Rijksmuseum

In de jaren zeventig, toen de enige echte koningin Juliana nog de baas was en de zomers een beetje normaal zomers deden, gingen we weleens een paar dagen op vakantie met het hele gezin. Duitsland was toen ongeveer het summum van ver. Ik herinner me vaag een vakantie in Nassau an der Lahn en later een vakantie in Zell am Mosel. De tochten vanuit Raalte in een klein autootje terwijl wij met ons drieën achterin de sigarettenrook van onze ouders weghapten en ik stelselmatig ergens kotsmisselijk werd, kan ik me nog goed herinneren. De grens was nog een gevreesde lijn, maar als je die eenmaal was overgestoken dan kwam je in een totaal andere wereld. Na uren rijden, kwamen we ergens uit waar we opzoek gingen naar pensions met ‘Zimmer Frei’. In Zell kwamen in een pension terecht en mijn ouders konden het meteen goed vinden met de eigenaar die ook wijn verbouwde. Terwijl wij, de kinderen, sliepen, donken mijn vader en moeder nog een glaasje Zeller Schwarze Katz. De volgende ochtend bleek de pensionhouder niet helemaal de aardige man te zijn, want hij had lopen opscheppen over de die tijd dat hij in Nederland was geweest. Zo’n mooie tijd, de mooiste tijd van zijn leven. Dat bleek zo tussen 1940 en 1945 te zijn.

Lees verder >>

De onderwijspartij

Door Marc van Oostendorp

Ik denk dat ik niet de enige ben die teleurgesteld is in D66.

Deze partij heeft de afgelopen jaren vooral in universiteitssteden hoge ogen gegooid met de belofte dat ze wil investeren in het onderwijs. Nu zitten ze dan in de regering en hebben op de zo belangrijke post van minister van OCW iemand gezet die tot nu toe geen enkel teken heeft getoond van warme betrokkenheid bij onderwijs of onderzoek. Die geen enkele positieve maatregel heeft weten te treffen, maar die wel terwijl we allerwege kaalslag zien, doodleuk beweert dat er juist honderden miljoenen worden geïnvesteerd.

Lees verder >>

Volgens de minister is het de schuld van de universiteiten dat wij ongerust zijn over haar plannen

Door Marc van Oostendorp

I. van Engelshoven heeft nu wel lang genoeg gewacht met hakken in de wetenschap. (Bron foto: Wikipedia)

Het stemde weinig vrolijk, het Kamerdebat van gisteren over het rampzalige voornemen van minister Van Engelshoven om de noden bij onze collega’s van ‘bèta/techniek’ te lenigen door geld af te romen bij ‘alfa/gamma/geneeskunde’ (ineens is, zonder dat iemand het merkte, de vijfdeling van de wetenschap een feit geworden).

De oppositie – dat wil zeggen de woordvoerders van GroenLinks, de PvdA en de SP, want rechtse oppositie is er in dit soort kwesties kennelijk niet –, zag kennelijk een zo vast besloten coalitie dat ze weinig meer wist te doen dan vragen om uitstel: reken nu eerst eens uit wat de effecten precies zijn voordat je zulke grootscheepse maatregelen treft. Ook dit bescheiden voorstel werd door de minister echter resoluut van tafel geveegd: ‘We hebben al genoeg gewacht!’

Lees verder >>

Woont in Maastricht een rijkere Dagobert Duck dan in Delft?

Door Marc van Oostendorp

R.Jetten, MA (bron: Wikipedia)

Om het allemaal nog erger te maken hield Rob Jetten gisteren een toespraak voor het Interuniversitair Studenten Overleg. Rob Jetten, de tijdelijke leider van D66 – de partij die de verkiezingen inging als ‘onderwijspartij’ en in dat kader een minister van onderwijs heeft aangesteld die volgens sommige schattingen verantwoordelijk gaat worden voor het ontslag van ongeveer 2000 docenten in de geesteswetenschappen, de sociale wetenschappen en de medische wetenschappen.

Dit alles terwijl Paul van Meenen, de woordvoerder voor D66 in de Tweede Kamer, volhoudt dat er juist enorm geïnvesteerd wordt in dat hoger onderwijs, al merk je daar dus alleen van dat de werkdruk steeds groter wordt en er nu ontslagen gaan vallen.

Iemand met een beter humeur zou een aardige analyse kunnen maken van de toespraak (pardon, ‘speech’) van Jetten, die een soort mengeling is van uit Amerika geleende menselijkheid (“In mijn opstandige tienerjaren heb ik mijn ouders nog wel eens hoofdpijn bezorgd”) en verschaalde humor zoals die sinds J.P.Balkenende niet meer heeft geklonken in Den Haag (“Want spanning komt er al genoeg op de arbeidsmarkt. Als je dat niet gelooft daag ik je uit bij de borrel mijn grijze slapen een goed te bestuderen.”)

Lees verder >>

Geen zin in een leuk stukje

Door Marc van Oostendorp

Drs. I. van Engelshoven (D66) is blij verrast door rapport van drs. M Van Rijn (PvdA). Bron: www.commissievanrijn.nl

Ja, ik schrijf altijd van die leuke stukjes over interessant nieuw of minder nieuw neerlandistisch onderzoek, of met observaties over taal, of met milde grapjes over de managementcultuur.

Maar vandaag heb ik geen zin.

Sinds vrijdag ben ik heel bezorgd en heel boos. De idiote aanbevelingen uit het vreselijke rapport Van Rijn lijken nu te worden overgenomen door de minister van wetenschappen, drs. I. van Engelshoven. In een tijd van ongekende welvaart, in een tijd van allerlei oververhitte maatschappelijke discussies waarvan we de aard en structuur nauwelijks begrijpen, in een tijd waarin Nederlandse wetenschappers wereldwijd geprezen worden om de doelmatige manier waarop ze met hun middelen omgaan, in een tijd dat menige collega zich volkomen over de kop werkt, besluit drs. I. van Engelshoven dat het wel genoeg is, met die hele wetenschap.

Lees verder >>

De factchecker gefactcheckt: exponentiële groei

Door Freek Van de Velde

Bart De Wever, de populairste rechtse politicus in Vlaanderen, heeft een boek geschreven over ‘identiteit’. Daarin schrijft hij “Het aantal begunstigden van een leefloon is sinds 2015 exponentieel gestegen tot meer dan 140.000 in 2017.” Die uitspraak is onder de loep genomen in de ‘factcheck’-rubriek van de krant De Standaard van 8 mei.

Taalkundig boeiend is de passage over de semantiek van ‘exponentieel’. De fact-checkende journalist schrijft: “Maar klopt die inschatting wel? We nemen de officiële cijfers van de overheidsdienst Maatschappelijke Integratie er even bij. Die leren dat er sinds begin 2015 tot september 2018 (laatste cijfers) 32.735 leefloongerechtigden zijn bijgekomen, tot een recordaantal van 144.151. De kaap van de 140.000 werd inderdaad in oktober 2017 overschreden. Wiskundig gezien gaat het hier niet om een exponentiële stijging, maar we vermoeden dat De Wever het figuurlijk heeft over een ‘erg sterke’ stijging. En die was er zeker.”

Het verdict is dus: er is een letterlijke, wiskundige betekenis van het woord ‘exponentieel’ en er is een figuurlijke betekenis van het woord ‘exponentieel’. En, zo legt de journalist ons geduldig, maar een tikkeltje betweterig uit, uiteraard heeft De Wever hier de figuurlijke betekenis op het oog, want de wiskundige betekenis is hier uitgesloten.

Maar laat ons die uitspraak eens fact-checken (in het volle besef dat dit nóg betweteriger is). Lees verder >>

Middag Schrijvers en politiek (Leiden, 25 mei 2019)

Het is in 2019 vijftig jaar geleden dat de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde een beruchte bijeenkomst organiseerde: de huldiging van P.C. Hooftprijswinnaar Gerard Reve in de Allerheiligste Hart-kerk in Amsterdam. Een jaar later vond een minstens even interessante avond plaats, die wat minder legendarisch is geworden: een debat met grote auteurs over het thema schrijvers en politiek. Onder meer Hella S. Haasse en Harry Mulisch discussieerden mee en het hele debat werd uitgezonden op televisie door de VPRO. Op 25 mei 2019 wil de Maatschappij terugblikken op die fascinerende periode van 1969-1970 en tegelijk het thema ‘schrijvers en politiek’ opnieuw op de agenda plaatsen. Hoe zou een schrijver zich vandaag tot het publieke debat moeten verhouden? Moet je als schrijver buiten de (partij)politiek blijven om je werk goed te kunnen doen, of juist niet? Wat is nog de reële macht of impact van de schrijver en de literaire tekst? In 1970 hing de Vietnamoorlog als een donderwolk boven het ‘schrijvers en politiek’-debat. Vandaag draait het literatuur-politieke debat onder meer over conservatisme en populisme, over diversiteit in de breedste zin van het woord en over crisis natuurlijk (vluchtelingencrisis, klimaatcrisis, financiële crisis…). 

De schrijvers Karin Amatmoekrim, Rachida Lamrabet, Annelies Verbeke en Joost de Vries gaan met elkaar in debat. Uitgangspunt van ieder debat: uitspraken van politici en fictieve politici over de relatie tussen kunst en politiek.

Kevin Absillis (Universiteit Antwerpen) en Laurens Ham (Universiteit Utrecht) geven een introductie op het thema. Esther Op de Beek (Universiteit Leiden) geeft een afsluitende beschouwing.  

Zaterdag 25 mei, 14-16 uur, Academiegebouw Leiden (aansluitend receptie)

De toegang is gratis, maar aanmelden is gewenst en kan via liesklumper@casema.nl.

De kleine stappen van het kabinet-Den Uyl (3): van een injectienaald en een breekijzer

Door Siemon Reker

In de terugblikken van de PvdA-bewindslieden uit het kabinet-Den Uyl komt soms informatie naar boven over tijdgenoten. Jan Schaefer vertelt dat Tjerk Westerterp het beneden zijn ministeriële waardigheid achtte, te spreken met een staatssecretaris. (blz. 48) Minister Van der Stoel had eerder een moeizame positie als staatssecretaris in het kabinet-Cals (1965), de secretaris-generaal van het ministerie van Buitenlandse Zaken vertelde hem dat hij zich tot het uiterste tegen diens benoeming had verzet (91): over Haagse toko’s gesproken!

Onderwijsminister Jos van Kemenade nam vooral het basisonderwijs voor zijn rekening. “Al gauw bleek,” zegt Piet Hagen in zijn interview met hem, “dat Van Kemenade niet naar Den Haag was gekomen om louter en alleen op te treden als een kassier die eerlijk de centen verdeelt over openbaar en bijzonder onderwijs.” (51) Neen: “Zijn verhalen over maatschappelijke weerbaarheid en mondigheid vormden een bedreiging voor degenen die al mondig en weerbaar waren.” (54) Hij maakte “de verdedigers van de gevestigde orde zenuwachtig” en dat leidt tot een hetze van de kant van de VVD in samenwerking met De Telegraaf: in het interview is sprake van “spookverhalen over de socialistische injectienaald”, zegt Van Kemenade. (57) Lees verder >>

Rotterdamisering en spinraggisering: de Binnenhofse voorliefde voor een achtervoegsel

Door Siemon Reker

In het debat over de evaluatie van de Politiewet 2012 (vorig jaar op de toepasselijke datum 12-12), gebruikte Roelof Bisschop (SGP) een term die niet eerder in de Handelingen stond opgenomen en die hij daarom toelichtte: “Ergens lezen we iets over Rotterdamisering van de politie. Dat is dat politiemensen op het platteland zich opgeslokt voelen en zich gedwongen voelen om als grootstedelijke politie te werken.” Bijzonder was dat Bisschop Rotterdamisering zei en niet Rotterdammisering (wat hij volgens de Handelingen later wél een keertje deed). Nu oogt het net als robotisering terwijl robottisering ook zou kunnen.

We kunnen veilig aannemen dat Binnenhofse sprekers stapelverzot zijn op woorden die eindigen op –isering en –iseren, ik veeg ze maar even samen. In het Retrograde woordenboek van Nieuwborg zijn enkele tientallen vindbaar op –isering, in de Handelingen verzuip je erin maar daar gaat het om honderden. Sommige zijn zó gangbaar dat ze een neutrale betekenis hebben (gekregen), denk aan willekeurig aangestreepte gevallen als harmonisering, liberalisering, digitalisering, deconstitutionalisering, internationalisering, legalisering, commercialisering, formalisering, modernisering, optimalisering, individualisering, flexibilisering, actualisering, democratisering, temporisering, automatisering. Lees verder >>

Articuleren en de voordelen van meertaligheid: Mark Rutte in de Tweede Kamer

Door Siemon Reker

Het was een thuiswedstrijd voor de minister-president, dat debat over de Staat van de Europese Unie van donderdag 7 februari 2019. Hoorbaar tijdens het begin van zijn beantwoording tegen de bode zeggen dat hij graag een cappuccinootje had gehad –ja, heerlijk– en even later met een knipoog de rol van de VVD-leider spelen door hier nog even te herhalen wat hij maandagavond al in eigen kring had rechtgezet over zijn optreden bij Buitenhof. Nee, de premier vindt de verkiezingen voor Europa wel degelijk belangrijk.

Voor de verandering had de PM veel van de onderwerpen aan de minister van Buitenlandse Zaken overgedragen: “De gedachte is dat ik een paar dingen zeg over de strategische agenda en de Europese Monetaire Unie, en dat de heer Blok vervolgens de vragen zal beantwoorden op het terrein van de institutionalia, brexit, MFK, het Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid, het interne en externe veiligheidsbeleid, de rule of law, de coalitievorming en een rubriek varia. Dat betekent dat het leeuwendeel van de workload vanmiddag ligt bij de minister van Buitenlandse Zaken.” Dat is de door de premier eerder genoemde “heer Blok”. Lees verder >>

bɛstyderə

Door Marc van Oostendorp

Een aardige observatie van Siemon Reker in zijn nieuwe boekje Dat gezegd hebbend (op 23 januari wordt het in Nijmegen gepresenteerd in aanwezigheid van politieketaalkanon Dries van Agt): premier Rutte spreekt de eerste klinker in het woord bestuderen consequent uit als de [ɛ] van pet.  Je hoort het bijvoorbeeld duidelijk in het volgende, al wat oudere fragment (onder andere om 1’54”, 2’04” en 2’16”)

In een toelichting zei Reker tegen mij dat er twee raadsels zijn: waarom doet Rutte dat zo consequent? En waarom valt het niemand op? Lees verder >>

Verschenen: Vooys 36.3 ‘Politiek en literatuur’

In de derde Vooys van 2018 ligt de focus op het raakvlak tussen politiek en literatuur. Vanuit verschillende perspectieven werpen wetenschappers een kritische blik op dit veld. Letterkundige Sven Vitse trapt af: hij betoogt met het ook op zijn uiteenzetting van Thierry Baudets Voorwaardelijke liefde (2017) en Teun van de Keukens Goed volk (2017) dat de ‘conservative turn’ niet alleen in de politiek, maar ook in de Nederlandse letteren zijn sporen nalaat. Neerlandica Maartje Amelink neemt vervolgens de ‘literaire non-fictie’ van Nederlandse oud-Ruslandcorrespondenten onder de loep. Ze bekijkt op welke manier zij hun realiteitsobservaties legitimeren. Ivo Nieuwenhuis, docent-onderzoeker vroegmoderne Nederlandse letterkunde, neemt een duik in het revolutietijdvak (1780-1800). Hij onderscheidt in zijn artikel vier schrijversrollen die samen de politieke aspecten van literatuur uit deze periode illustreren. Voorts past neerlandica Kim Schoof in haar essay de politieke filosofie van Hegel toe op De waan van Cotard (2016) en laat hiermee zien hoe moeilijk het is om institutionele erkenning te krijgen in de huidige laatmoderne tijd. Lees verder >>

Literatuur en politiek: de actualiteit van Forum, Menno ter Braak, E. du Perron en J. Greshoff

Op zondagmiddag 14 oktober a.s. organiseert de Stichting Literair Haarlem een literaire middag met als thema: Literatuur en politiek: de actualiteit van Forum, Menno ter Braak, E. du Perron en J. Greshoff. Sprekers zijn Annemiek Recourt, die onlangs promoveerde op Greshoff, Krijn ter Braak, acteur, en Rob Luckerhof. Muzikale ondersteuning is er van het Trio De Drie Eilanden, dat liedjes zingt op teksten van bekende Nederlandse dichters. Adres: Noord-Hollands Archief, Jansstraat 40, Haarlem; aanvang 14.30, toegang € 15,-. Korting voor leden van de Vestdijkkring en het Du Perrongenootschap. Kaarten via de Kennemer Boekhandel, 023 5251944

24 november 2018, Brugge: Studiedag over Gezelle en de politiek

‘De penne is den goedendag van dezen tijd!’ Gezelle in het politieke strijdperk
Studiedag georganiseerd door het Guido Gezellegenootschap

Zaterdag 24 november 2018, Van Ackerzaal Openbare Bibliotheek Brugge, van 13.30 tot 16.30 uur

In politieke discussies gaat het vaak hard tegen hard. In de 19de eeuw is dit niet anders. In kranten en pamfletten bestrijdt men de tegenstander in niet altijd even subtiele bewoordingen. In het katholieke kamp is Guido Gezelle één van de scherpe, soms giftige pennen, die wordt ingezet – het citaat in de titel is dan ook van hem. De jaarlijkse studiedag van het Gezellegenootschap plaatst de schrijver en zijn werk deze keer tegen de achtergrond van (of beter: middenin) de politieke strijd van die dagen. Lees verder >>

Op z’n Amsterdams en Rotterdams volgens parlementariërs

Door Siemon Reker

Leentjebuur spelen in het Nederlands is zó gewoon, dat bijvoorbeeld iemand als premier Rutte niet vaak een excuserende opmerking maakt als hij iets in het Engels of Duits zegt, wat hij geregeld doet. In de tijd dat het uitspreken van Latijnse citaten of het gebruik van een Frans woord iets van alledag was, hoefde dat evenmin speciaal geëtiketteerd te worden. Pas als iets wat uitzonderlijker is, is de kans groter dat daar uitdrukkelijk op gewezen wordt. Daarvan zijn de taal van Amsterdam en Rotterdam illustratieve voorbeelden – en niet toevallig.

De hoofdstedelijke taal duikt laat op in de Handelingen via de aanduiding “op zijn Amsterdams”, als ik het goed zie pas in 1968. De communist Wim van het Schip noemde in dat jaar “Houen zo!” Amsterdams en enkele jaren later “slikken of stikken” (1973) eveneens. Dat is net zo opvallend als wanneer Minister Pais (Onderwijs) spreekt van “(…) – ik zeg het nu maar op zijn Amsterdams – de MO-opleidingen alsnog de nek om te draaien” (1980). Lees verder >>

Taalkundige fact check: wie gebruikt het werkwoord ‘difficulteren’?

Door Marten van der Meulen

Gisteren stond er op Neerlandistiek.nl een interessant stuk van Marc van Oostendorp over een tweet van Geert Wilders, waarin deze het woord ‘difficulteren’ gebruikte. Van Oostendorp ontkracht een aantal misverstanden rond dit werkwoord. Zo is het waarschijnlijk niet afkomstig uit het Engels, want het werd al gebruikt in een tijd waarin de invloed van het Engels klein was. Daarnaast is het aantoonbaar géén neologisme dat door Ruud Lubbers is geïntroduceerd. Deze observaties zijn op zich al geweldig: ze laten zien hoe (taal)mythes blijven rondzingen, en hoe snel er naar Engelse invloed wordt verwezen, ook als dat onterecht is. Maar het boeiendste staat in de slotalinea van het stuk:

Wel is het een taalkundige aanwijzing dat Geert Wilders diep ingebed zit in een eeuwenlange traditie van bestuur en politiek, die de rest van het volk maar niet heeft weten te bereiken.

Eerder noemt Van Oostendorp dit ook al: het woord difficulteren wordt al lang gebruikt in de politiek, maar komt daarbuiten niet voor. Dat is toetsbaar: we hebben grote collecties taalgebruik van binnen en buiten de politiek tot onze beschikking. Hierbij dus een taalkundige fact check: wordt het werkwoord dfficulteren inderdaad uitsluitend in de politiek gebruikt? Lees verder >>

De taal van Wilders: Ok lijken en difficulteren

Door Marc van Oostendorp

Over de taal van Geert Wilders heeft menigeen zich al gebogen, er is zelfs al jaren geleden een heel boek over verschenen, en toch blijft hij ons, zelfs nu het einde van zijn carrière in zicht lijkt, verbazen. Wat te denken, bijvoorbeeld, van deze recente tweet:

Allereerst is natuurlijk de uitdrukking ‘leek ok’ interessant. Zeker in de hier vermoedelijk bedoelde betekenis – geen problemen hebben – is het vermoedelijk ontleend aan het Engels. In de oude kranten op Delpher kan ik het niet vinden, het is dus vermoedelijk in ieder geval een nieuwe constructie. Lees verder >>

Alleen de taal is Alders

Door Jos Joosten 

Het was ongetwijfeld voor iedereen even onverwacht als voor mij en voor Hans Alders zélf. Het trending nieuws van gisteren: voor het eerst in zijn veertigjarige politiek-maatschappelijke carrière neemt Hans Alders een uitgesproken standpunt in! Meer nog: hij is consequent en handelt ernaar! Zijn standpunt droeg hij fier uit in maar liefst zeven A4-tjes aan de minister!

Ik was op slag ronduit benieuwd naar Alders’ Acte van Verlatinghe, zijn ‘hier-sta-ik-ik-kan-niet-anders’, zijn Lijkrede voor Eric Wiebes. ‘Burgers van Stad en Ommelanden, leen me uw oren…’ Lees verder >>

Expliciet instemmen met seks

Door Lucas Seuren

Wie, net als ik, af en toe moeite heeft met het lezen van signalen en hints van de andere sekse (of dezelfde natuurlijk) is het wellicht een goed idee om over een tijdje naar Zweden te verhuizen. Als het aan de premier ligt komt er namelijk een wet waarin geregeld wordt dat er expliciet, wederzijdse instemming moet zijn voor seks. Vragen of iemand je Wifi wil gebruiken of binnen wil komen om je etsen te bekijken is daarmee niet langer voldoende als je een vervolg wilt geven aan een romantische avond.

Het lijkt een mooi initiatief in de strijd tegen seksuele intimidatie—seks moet vrijwillig zijn—maar de wet is zo absurd dat ik er hard om heb moeten lachen en twijfelde of de berichtgeving niet van De Speld kwam. Taalgebruik laat zich namelijk helemaal niet zo gemakkelijk afdwingen, en wat juristen verstaan onder expliciete instemming komt volstrekt niet overeen met wat normale mensen onder instemming zouden verstaan. Je indekken op een manier die voor de rechter houdbaar is, zal leiden tot de meest ongemakkelijke en hilarische situaties; een romantische sitcom is er niks bij. Lees verder >>

Grapperhaus is er klaar voor

Door Guusje Jol

De nieuwe co-minister van Justitie en Veiligheid Ferdinand Grapperhaus mag dan relatief nieuw zijn op de voorgrond van politiek Den Haag, hij toont zich nu al een meester in gesprekstechniek in interviews. Zo blijkt uit een filmpje van 1 minuut en 48 seconden. Een link naar het filmpje vindt u hier.

Een reactie, geen antwoord

Na Grapperhaus’ overleg met Rutte afgelopen week stond er een legertje journalisten klaar. De eerste vraag was: ‘Goedemiddag. Hoe ging uw gesprek met eh formateur Rutte?’. Dat klinkt heel gemoedelijk. Grapperhaus laat zich dan ook verleiden tot een antwoord en staat stil bij de microfoons. Niet reageren op zo’n vriendelijke vraag staat ook niet goed. Hij antwoordt: ‘Was een heel plezierig gesprek. Goed gesprek.’

Nu hij eenmaal bij de microfoons staat, opent dat de mogelijkheid voor andersoortige, minder gemoedelijke vragen zoals de vraag in regel 5-6, gemarkeerd met pijltjes. (De vierkante haken in regels 6-7 geven gelijktijdige spraak aan.) Lees verder >>

Koen Jaspaert (1956-2017) als Algemeen Secretaris van de Nederlandse Taalunie

Door Elisabeth D’Halleweyn

Koen Jaspaert kende ik enkel van naam toen ik zitting nam in de driekoppig personeelsafvaardiging die in 1998 de beoogde nieuwe algemeen secretaris van de Nederlandse Taalunie moest ‘keuren’. Daar zat hij dan: een imposante man met priemende ogen, zware wenkbrauwen, kort stekelig haar maar wonderlijk zachte stem. ‘En?’ vroegen de collega’s na het gesprek. ‘We krijgen een geweldige nieuwe algemeen secretaris’, antwoordden we met volle overtuiging.

En dat bleek de waarheid.

Koen werd algemeen secretaris vanuit een diep verlangen zijn visie op taalbeleid in werkelijkheid te kunnen omzetten. Lees verder >>

The Toerteltax

Door Marc Kregting

1.

Nu de sociaaldemocratie met haar ‘klein BMW’tje’ zich in de prak rijdt, wordt de vraag: schuiven kiezers op? Het gedachtegoed van Marx mag omgeven blijven door immens wantrouwen en een frase over ‘die laatst overgebleven marxistische professor aan een tweederangsuniversiteit’ kan mikken op herkenning, dezelfde toonaangevende opinist Joris Luyendijk ziet Marx’ veronderstelde gedateerdheid bewegen.

De populariteit van wandeltochten rond het fenomeen groeit.

Kunnen teksten van politici zelf die wending kracht bijzetten? Ik besloot te letten op retorische strategieën in het succesvolle Graailand. Het leven boven onze stand (2016) van PVDA-voorman Peter Mertens. De titel is immers al opzichtig populistisch, terwijl de ondertitel minstens zo hard knipoogt als citaat van de Vlaamse vicepremier.

Inleider Marc Van Ranst positioneert Mertens minder als radicaal dan als redelijk: ‘Ik kies voor de menselijkheid, het mededogen, het respect, de solidariteit en het fatsoen van het gedachtegoed in de boek, zonder enig voorbehoud. There is no alternative, Tina!’ Op de achterflap garandeert deze op de barricaden gesprongen viroloog dat er aan Mertens ‘niets extreems’ is.

Mertens’ vorige titel Hoe durven ze? werd ingeleid door Dimitri Verhulst, een even ongrijpbare als cabareteske auteur met wie hij vermoedelijk hoopte te charmeren en te investeren onder jongeren. Nu Mertens een grimmige maar gerespecteerde wetenschapper naar voren schuift, lijkt er geoogst te moeten worden. Hij brengt zijn boek meer dan ooit als groepswerk, waarvoor de studiedienst van zijn partij terecht wordt bedankt. De voorman als eindredacteur?

Lees verder >>

Je eigen schaduw

Door Siemon Reker

In het nieuws is weer de eigen schaduw. Niet zozeer terug van weggeweest maar hoog op het lijstje van veelgebruikt idioom in de Tweede Kamer. Wilders (PVV) gebruikte het deze week driemaal in het debat na de mislukking van de eerste poging van Edith Schippers (VVD, CDA, D66, GroenLinks) in een poging uitgenodigd te worden om aan de formatietafel aan te schuiven. Maar al tweemaal eerder was het te horen in de korte zittingstijd van de nieuwe Kamer, eenmaal door Joël Voordewind (CU) en een keer door staatssecretaris Dekker.

Van Dale geeft twee omschrijvingen (“iets beter doen dan verwacht werd” en “voorbijgaan aan eigenbelang, afzien van persoonlijke belangen en gevoeligheden”) waarbij verrassend is dat voorbijgegaan wordt aan de oorspronkelijke lezing, ‘iets doen wat onmogelijk is’. Zó werd de uitdrukking ook voor het eerst in de Tweede Kamer gebruikt, door Relus ter Beek (PvdA, 7 februari 1979): “Ik ben bereid veel te geloven, zeker als het om deze Minister gaat, maar dit kan toch niet waar zijn, want hier wordt echt het kunststuk opgevoerd van iemand die over zijn eigen schaduw is heengesprongen.” Een kunststuk, kan niet waar zijn, iets onmogelijks. Lees verder >>