Tag: Poldernederlands

Hofland over taal

door Jan Stroop

Hofland“ Als ik me eenzaam voel schrijf ik een stukje over de taal en de brieven stromen binnen.”

De laatste column over taal die Henk Hofland als S. Montag schreef, heette  ‘Oorverdoving’. Hij stond op zaterdag 28 mei 2016 in de krant en ging o.a. over ‘superleuk’ een ‘nieuwe’ term om extreme waardering uit te drukken woord. Een typisch Hoflandiaanse taalcolumn: hij signaleert een nieuw verschijnsel, meestal een woord, beschrijft wat hij opgemerkt heeft en zoekt in zijn geheugenarchief naar parallelle gevallen.

Lees verder >>

’t Poldernederlands is toch echt iets aparts

door Jan Stroop
Op Wikipediavind je ook een hoofdstuk over het Poldernederlands. Dat gaat over mijn ontdekking en beschrijving van dit sub-ABN. Een intrigerende passage in die tekst is de volgende:   
“Critici van het concept Poldernederlands wijzen erop dat het verschijnsel van de lager aangezette diftong op zichzelf niet nieuw is. De verlaging van de diftongen in de Hollandse dialecten is reeds sinds de zestiende eeuw gaande, zowel in het Nederlands als in de andere West-Germaanse talen.”

Wie deze critici zijn weet ik niet, maar ’t zijn zeker geen dialectologen, want die zouden nooit gesuggereerd hebben dat de verlaging in de Hollandse dialecten te vergelijken is met de verlaging die de essentie is van het Poldernederlands. In mijn boek Poldernederlands (1998) wijs ik dat verband al met argumenten van de hand.

Lees verder >>

Tropisch Nederlands

Wie draait d’r tong?

door Jan Stroop

Surinamers spreken geen Poldernederlands. Dat constateer ik na de drie weken dat ik in Paramaribo geluisterd heb naar radio, tv, op straat en in de collegezaal (met alleen maar vrouwen!). Ik geef toe, ’t is maar een indruk, maar ik durf zo langzamerhand wel op m’n gehoor te vertrouwen.  
Door die afwezigheid van dat Poldernederlands lijkt Suriname wel wat op Vlaanderen, waar ook geen Poldernederlands gesproken wordt. Maar terwijl er in Vlaanderen ook nooit meer recente Nederlandse taalveranderingen overgenomen worden omdat de wil daartoe ontbreekt, gebeurt dat in Suriname aan de lopende band. Groetwoorden als doei doei, inclusief ’t eraan voorafgaande stadium doei, zijn niet van de lucht. Net als andere  woorden en uitdrukking in ’t alledaagse taalgebruik: fijne dag (verder of nog), klopt, plek, en zeg maar.  Maar ook meer verheven termen als naschoolse opvang kom je er tegen. Een taalverschijnsel  hoeft in Nederland maar even zijn kop op te steken of ’t duikt al op in Suriname.

Lees verder >>

Klankencyclopedie van het Nederlands (38): [ɛi]

Door Marc van Oostendorp

[ɛi] De [ɛi] is de tweeklank die Jan Stroop beroemd heeft gemaakt: het pièce de résistance van het Poldernederlands. In die variëteit van het Nederlands worden de tweeklanken allemaal wat grootser gearticuleerd. Een tweeklank is altijd in beweging: hij begint met een wat opener mond dan dat hij eindigt. In de Poldernederlandse uitspraak is vooral de opening aan het begin nog wat groter, en daardoor klinkt die klank daar als een [ai].

We vieren dit jaar ongeveer de vijftiende verjaardag van het Poldernederlands. In het voorjaar van 1998 verscheen Stroops eerste artikel. De dialectoloog Siemon Reker had al in 1993 over het verschijnsel gegeven, maar Stroop gaf het zijn naam. Sindsdien maakte de variëteit zijn opmars.
Lees verder >>