Tag: poëzie

Hei da lieve druppel water

Dit gedicht komt uit de bundel Gedichten, gezangen en gebeden die Gezelle te Brugge publiceerde in 1862. De bundel was bedoeld om Vlaamse katholieke studenten geestelijke ontspanning én leiding te geven. Ook al bevat dit gedicht op het eerste gezichten enkel een virtuoze beschrijving van een waterdruppel, ongetwijfeld gaat het hier ook om de ziel, die haar kristallen zuiverheid verliest zodra zij zich op het aardse richt.

(Bekijk deze video op Facebook.)

Traagzaam trekt de witte wagen

Deze week leest Frank Willaert gedichten van Guido Gezelle voor. Vandaag een gedicht uit Gezelles Kerkhofbloemen, een brochure met een episch-lyrisch verslag van de begrafenis van Gezelles leerling Eduard van den Bussche in het dorpje Staden bij Roeselare op 5 mei 1858. Gezelle stelde de brochure samen in de dagen die onmiddellijk volgden op de begrafenis.

(Bekijk deze video op YouTube.)

 O ’t ruischen van het ranke riet

“De populariteit van Gezelle staat op een laag pitje”, liet de Brugse schepen van Cultuur zaterdag optekenen in de krant. In afwachting dat men in Brugge besluit er wat aan te doen, draagt de Antwerpse hoogleraar Frank Willaert alvast een klein steentje bij door deze week elke dag een gedicht van Gezelle op Facebook te zetten. Met toestemming van Willaert plaatsen wij ze door.

Vandaag “O ’t ruischen van het ranke riet” uit Gezelles eerste bundel Dichtoefeningen van 1858.

(Bekijk deze video op YouTube.)

Decembergedicht

Door Ömer Demirözcan

Het is december, de maand van de feestdagen. Sinterklaas vraagt of we het afgelopen jaar lief zijn geweest; kerst is een tijd voor bezinning en met oudjaarsavond hebben we het over goede voornemens. December is vooral een maand waarin we reflecteren en verder kijken. Alice Nahon moedigt ons in haar gedicht aan om vaker terug te kijken naar ons handelen. Ik wens iedereen een mooie feestdagen en een gelukkig nieuwjaar waarin we vaker stilstaan en nadenken over wat we doen.

Lees verder >>

Werklozenpoëzie

Door Renaat Gaspar

In Roosendaal werden tijdens de grote depressie van de jaren ’30 in de brievenbus van bepaalde huizen blaadjes met gedichten bezorgd, niet met poëzie van bekende schrijvers maar met verzen van eigen maaksel.

Hieronder staan vier gedichten van werklozen in Roosendaal uit de periode tussen 1932 en 1933 en één uit de latere jaren ’30. Vermoedelijk zijn de eerste vier ontstaan in het najaar van 1932; toen nam het aantal werklozen in Nederland plotseling zeer sterk toe, van ca. 280.000 naar ca. 400.000 in 1933.  Het vijfde dateert van na 1934, toen de spelling-Marchant was ingevoerd. Deze verzen werden destijds bij de huizen van gegoede medeburgers bezorgd en naderhand weer opgehaald. Prijs naar goeddunken. Een aalmoes dus. Lees verder >>

2000ste gedicht aangemeld op Straatpoezie.nl

Persbericht Universiteit Utrecht

Literatuurwetenschapper Kila van der Starre, verbonden aan de Universiteit Utrecht, heeft voor het eerst op grote schaal in kaart gebracht welke gedichten te lezen zijn in de openbare ruimte van Nederland en Vlaanderen. Met behulp van crowdsourcing is nu het 2000ste gedicht aangemeld op de door haar opgerichte site Straatpoezie.nl.

2000ste gedicht

Op 20 november 2018 is het 2000ste gedicht aangemeld op de interactieve kaart van Straatpoezie.nl. Literatuurwetenschapper Kila van der Starre lanceerde die site bijna twee jaar geleden, tijdens de Poëzieweek 2017. Ze deed dit in het kader van haar proefschrift aan de Universiteit Utrecht over ‘poëzie buiten het boek’. Op de kaart van Straatpoezie.nl staat ieder rood label voor een gedicht. Ook kan men in de database zoeken op titel van gedicht en naam van dichter. Lees verder >>

POWEZIE – onderzoeksgroep aan de UGent

Bericht Universiteit Gent

De faculteitsraad Letteren en Wijsbegeerte (Universiteit Gent) heeft vorige week het besluit genomen een universitaire onderzoeksgroep op te richten met aandacht voor de studie van poëzie. Het academisch expertisecentrum POWEZIE legt zich toe op het wetenschappelijke onderzoek naar en het gesprek over poëzie in transnationaal, transhistorisch en multidisciplinair perspectief. Een van de doelstellingen is onderzoekers verbonden aan de faculteit, met expertise op het gebied van poëzieonderzoek, samen te brengen en een platform te bieden. Naast academici werkzaam in verschillende taalafdelingen participeren onderzoekers verbonden aan universiteiten in binnen- en buitenland in het samenwerkingsverband. Lees verder >>

Het wit van de pagina

Nultaal (2)

Door Jan Renkema

Zonder nul is er geen wiskunde. Zonder niets is er geen communicatie. Want niets in taal is niet niets, maar iets. In deze serie een verkenning van onder meer: de stilte, de spatie, de betekenis van de punt, wat er gebeurt tussen ‘navel’ en ‘truitje’, het inhoudsloze gesprek, ‘Dat hebt u mij niet horen zeggen,‘E 621’ op een verpakking en verbale reddingsvlotten. Niets?zeggend, nee: Iets!zeggend.

Er bestaan honderden definities van taal. Voor mij staat op nummer 1: Speech is but broken light upon the depth of the unspoken van de dichter George Eliot. Om het eens lelijk te zeggen: taal is het topje van de ijsberg in de zee van het niet gesprokene. Bij ‘speech’ denken we in eerste instantie aan gesproken taal, maar geldt dit ook voor geschreven taal? Lees verder >>

Mooie dingen en rituele schijn: poëzie als politiek wapen

Door Evelyne Shamier

Thierry Baudet. Bron: Wikimedia

Aan Thierry Baudet.

U lijkt zich bij de Algemene Politieke Beschouwingen te hebben opgeworpen als een ambassadeur van de Nederlandse poëzie. Het zal een tegenvaller zijn geweest dat collega-Kamerleden niet onder de indruk waren van uw voordracht en uw suggestie dat het kabinet ‘weinig grossiert in poëtisch taalgebruik’. Ofschoon op dit gebied weinig gegrossierd wordt in de huidige formatie, is er geen sprake van poëtisch pionieren. Zo reciteerden uiteenlopende politieke partijen vóór uw tijd met grote regelmaat de versregels ‘tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren’. Ongetwijfeld is op een gegeven moment ook in Den Haag het besef gekomen dat het gedicht ‘Het huwelijk’ (1910) van Willem Elsschot meer omvat dan die twaalf gevleugelde woorden. Zoals letterkundig neerlandica Maaike Meijer in In tekst gevat (1996) beargumenteert, voert het gedicht ons in deze passage mee met de fantasie van een man die zijn ouder geworden echtgenote wil doodslaan. Zowel Adriaan van Dis als Tom Lanoye schreef een tegengedicht vanuit het perspectief van de vrouw; zo kan het ook. Lees verder >>

De dood van het gedicht?

Door Fabian Stolk

In de NRC van maandag 10 september 2018 vraagt iemand, die klaarblijkelijk getergd is, zich (maar doordat zijn vraag in de landelijke avondkrant is afgedrukt, vraagt hij in principe ook heel Nederland) af waarom een gedicht van Ester Naomi Perquin, vigerend de Dichter des Vaderlands, ‘gedicht’ mag heten. Dat gedicht stond afgedrukt in de NRC.

De vraagsteller lijkt overigens minder een vraagsteller dan een retorische-vraagsteller want het antwoord lijkt in zijn vraag besloten. De gewraakte tekst van Perquin wordt, zo legt hij uit, niet gekenmerkt door metrum, niet door [eind]rijm, niet door binnenrijm, niet door structuur, niet door wat ook maar dat de tekst op een echt gedicht zou doen lijken. Perquin is evenwel geen poëzievernieuwer, want de ingezonden-briefschrijver suggereert op dat een dergelijke vraag ‘tegenwoordig’ vaak in hem opwelt. Lees verder >>

Een dichter kan best zonder emoji

Door Marc van Oostendorp

Wat hoort er allemaal bij een gedicht? Horen leestekens erbij? De typografie? De grootte van de letters? Experimentele dichters in de jaren vijftig gebruikten geen hoofdletters, punten of komma’s. Dat betekende iets, zoals het bij bepaalde dichters in de negentiende eeuw paste om juist overal beletsel- en uitroeptekens (….!) te plaatsen. Aan het begin van de twintigste eeuw schreef Paul van Ostaijen gedichten die hun betekenis verliezen als je alle woorden in hetzelfde lettertype schrijft.

Maar horen daarom smileys – die anders gebruikte dubbele punten en haakjes sluiten 🙂 –, of moderner nog: emoji (🙂), in een gedicht thuis? Dat is een vraag naar de grenzen van de taal. Emoji zijn een manier om een snufje lichaamstaal toe te voegen aan de altijd wat droge schrijftaal. Tot niet zo lang geleden waren de grenzen tussen schrijf- en spreektaal absoluut. Waar je bij het spreken je taal kon nuanceren door mild met je hoofd te schudden, of ineens woedend je vuist te ballen, moest je het op papier doen met je volzinnen. Emoji lossen dat probleem volgens sommigen op, vooral natuurlijk voor het soort snelle communicatie via Facebook Messenger of WhatsApp waarvoor ze zijn ontworpen. Lees verder >>

Een mention door de Raad voor Cultuur

Door Kila van der Starre

Dit jaar publiceerde de Raad voor Cultuur een adviesrapport aan de sector ‘letteren en bibliotheken’ met de titel De daad bij het woord.

Onder het kopje ‘De letteren zijn overal’ parafraseert de Raad een van de conclusies uit mijn onderzoeksrapport Poëzie in Nederland (2017) en verwijst naar dat rapport in een voetnoot. Erg gaaf om te zien dat mijn onderzoeksresultaten worden gebruikt! Op pagina 50 staat te lezen: Lees verder >>

De wereld in een angstig pak vla

Door Marc van Oostendorp

De poëzie – als ze je eenmaal heeft aangeraakt, als het eenmaal je leven is gaan doordringen, dan kom je er nooit meer vanaf en blijft ze ieder moment bij je, waar je ook bent. De lichte waas die er van vroeger zo precieze woorden waaiert, is voortaan ook bij je als je om vijf uur ’s ochtends voor de koelkast staat.

En denkt aan de titel van een gedicht van Rodaan Ali Galidi: “Op een nacht in zijn herfst opende Zorro de koelkast. De vla trilde van angst. Zorro voelde de pijn van de vla en zei tegen hem dat hij hem niet op zou eten en alleen wat sap wilde drinken. Voor die vla zong Zorro dit lied.”

Jonge mensen moeten alleen even aangeraakt worden, iemand moet ze even uitleggen wat je moet met zulke taal – dat het niet raar of moeilijk is dat taal op een andere manier gebruikt wordt dan je gewend bent – maar juist fijn. Lees verder >>

‘Carlo “de Veroveraar” da C.’ van Ester Naomi Perquin, verfilmd door een scholier

Dichter des Vaderlands Ester Naomi Perquin meldt op Twitter:


Milans inderdaad briljante filmpje staat hier.

Veldeke ontsluit archief Limburgstalige poëzie van Veldgewas

Schrijver en dichter Wim Kuipers startte zo’n zeven jaar geleden samen met collega-schrijver Har Sniekers met Veldgewas. Deze e-mailservice voor Limburgstalige poëzie kreeg door de jaren heen een schare aan vaste lezers en tientallen Limburgse dichters stuurden werk in. Inmiddels zijn vele honderden gedichten verzameld en rondgestuurd, zowel gedichten rondom bepaalde thema’s en actuele gebeurtenissen als heel persoonlijk werk. Tot een gedegen inventarisatie van al die poëzie was het tot nu toe niet gekomen. Dialectvereniging Veldeke Limburg heeft daarom in samenspraak met Wim Kuipers besloten al die gedichten te ordenen en op haar website te ontsluiten voor een breed lezerspubliek. Lees verder >>

Pas verschenen: Kila&Babsie, woorden temmen


Veel mensen zouden meer poëzie willen lezen en schrijven, maar weten niet goed waar te beginnen. Het nieuwste boek van dichtersduo Kila&Babsie (Kila van der Starre en Babette Zijlstra) nodigt de lezer uit om op toegankelijke wijze met gedichten aan de slag te gaan.

Voor het poëzie-doe-boek woorden temmen kozen Kila&Babsie hun 24 lievelingsgedichten uit. Van Eva Gerlach, Hans Faverey en Annie M.G. Schmidt, tot Rodaan Al Galidi, Maud Vanhauwaert en Paul Rodenko. Die gedichten combineerden ze met speelse lees-, denk-, doe en schrijfopdrachten en koppelden ze aan 24 tijden en locaties, zodat je op ieder moment, waar dan ook, met poëzie bezig kunt zijn. Lees verder >>

O fonkelende taalfontein

Door Marc Kregting

Ik heb me altijd verzet tegen de predestinatie van teksten. Dus ook tegen theorie dat een rechtopstaand boek grotere kans maakt ontdekt te worden dan een liggend boek. Toch betrap ik me erop in de bibliotheek geregeld een titel mee te pikken die meer liet zien dan de rug alleen.
Zo kwam ik achter het bestaan van Alsof er niet is gebeurd. Een jaar nieuws in gedichten. Daar leerde ik uit dat 25 Vlaamse collega’s voor de radio wekelijks op de actualiteit poëtisch commentaar hebben geleverd dat wilde voorbijgaan aan de waan van de dag.

Het is ijdel van mij te spreken over ‘collega’s’, omdat ik jaren geleden ben gestopt met het schrijven van gedichten. Daar waren allerlei redenen voor, maar de aanleiding was een gelegenheidsgedicht waar mij alles aan gelegen was er iets geslaagds van te maken. Lees verder >>

‘Iets nieuws, iets nieuws’

C.O. Jellema’s verlangen naar oorspronkelijkheid in poëzie van Menno Wigman

Door Louisa van der Pol

“Had ik maar iets nieuws, iets nieuws te zeggen.” Met deze regel uit zijn gedicht ‘Tot besluit’, uit: Dit is mijn dag 2004, lijkt Menno Wigman een verlangen naar originaliteit uit te drukken. Een originaliteit die onbereikbaar lijkt want, zo begint en eindigt het gedicht, “Ik ken de droefenis van copyrettes,”. Zijn laatste bundel, Slordig met geluk 2016, die kort voor zijn overlijden genomineerd werd voor de Ida Gerhardt Poëzieprijs, lijkt een, zoals Maria Barnas de bundel typeert in de Volkskrant van 30 januari 2016, “relaas van een magistraal falen” te zijn.

Toch kan de zin, met de nadrukkelijke herhaling “iets nieuws, iets nieuws”, moeilijk opgevat worden alsof de dichter met tegenzin kopieert. Zijn kopiëren is een bewuste keuze. Zo memoreert Arjan Peters in de Volkskrant van 1 februari 2018 een uitspraak van de dichter dat hij gedichten schreef met “daarin haren en stukjes nagel van bewonderde voorgangers”, want “poëzie zien doet poëzie schrijven.” De vraag is dan wel hoe en waarom hij een bepaalde tekst of gedachte van een ander een plaats gaf in eigen poëzie. Of, met andere woorden, wat is de functie van de intertekstualiteit van andere teksten in zijn werk? Die vraag komt heel sterk op bij het lezen van zijn gedicht ‘Afscheid van mijn lichaam’ uit: Slordig met geluk, dat vrijwel geheel een kopie is van C.O. Jellema’s gedicht ‘Waarom niet, lichaam’ uit: Droomtijd 1999. Om de diepere betekenis van Wigmans werk te achterhalen is het zinvol beide gedichten met elkaar te vergelijken. Lees verder >>

Zonder auteur geen bundel

Door Marc van Oostendorp

Wat is een dichtbundel? Volgens de bloemlezers Chrétien Breukers en Dieuwertje Mertens is het iets dat ‘dood’ is: “poëzie leeft buiten de bundels”, schrijven zij in de inleiding van hun bloemlezing Dichters uit de bundel (2016), “online op Facebook en weblog, op straat, in bloemlezingen en bovenal op podia”.

Jeroen Dera en Carl De Strycker stelden de essaybundel Bundels van het nieuwe millennium samen. Volgens hen is daar nog steeds sprake van, bijvoorbeeld omdat in een recent onderzoek van Kila van der Starre 95 procent van de respondenten ‘bundels in de boekhandel’ aan kruiste bij de stelling ‘ik vind die teksten poëzie’, “de hoogste score van alle categorieën”. Lees verder >>

Gedichten en getallen

Speciaal voor de Poëzieweek 2018 ging de website Cultuurindex Nederland op onderzoek uit. In De Staat van Cultuur 3 staan namelijk wel veel cijfers over de letterensector, maar cijfers over poëzie zijn er veel minder. Wat weten we precies over poëzie in Nederland? Met toestemming van de Cultuurindex herplaatsen wij deze infographic hieronder.

Download hier de infographic ‘Gedichten en getallen’ als pdf Lees verder >>

Jeroen Dera: Waarom gedichten lezen?

Omdat het poëzieweek is en omdat hij net een nieuw boek heeft uitgebracht (‘Bundels van het nieuwe millennium’) sprak ik met mijn collega Jeroen Dera van de Radboud Universiteit Nijmegen over de vraag waarom het juist nu belangrijk is om poëzie te lezen.