Tag: poëzie

Het einde van de poëzie

Sinds Nel Benschop zeven jaar geleden overleed, is de poëzie verdwenen uit de alledaagse taal.  Dertig jaar geleden vlogen haar bundels en die van Toon Hermans nog de winkels uit. Ik heb niet de indruk dat ze zijn opgevolgd door andere succesdichters. Iemand als Jean-Pierre Rawie is bij hen vergeleken een sappelaar.

Bekende Nederlanders maken weleens een schilderijtje of schrijven een kinderboek; sommigen schrijven zelfs een roman; maar zijn er nog die ‘versjes’ maken?

Of, om de vraag op een andere manier te benaderen: wanneer is voor het laatst een versregel tot het algemeen taalgebruik gaan behoren sinds je hebt iemand nodig, stil en oprecht?
Lees verder >>

Laatste gedicht (4)

Iets oproepen, ‘aanwezig stellen’, wat er niet is. Een gebergte bijvoorbeeld, of iets anders waarover niet te spreken valt. Het is, sinds Mallarmé, meer dan een topos in de moderne poëzie. Voor nogal wat lezers en dichters is het de bestaansreden voor de moderne poëzie zelf. We hebben het afgeleerd om te spreken over door God of de Natuur gegeven essenties, maar de moderne poëzie heeft er een – een dubbele zelfs: haar essentie is het om te bewegen, te cirkelen rond een essentie die onkenbaar is. Ghyssaert (zie hierof hieronder) brengt ons niet voor niets in religieuze contreien: het is het Heilige der Heiligen dat gevuld is met Jahweh en dat de gelovigen niet mogen aanschouwen; de leegte wordt opgevuld met brandoffers en riten. Het lichaam van Christus wordt aanwezig gesteld in drank, toverspreuken en etenswaren; we mummelen mee en happen toe. Vissen op het droge.

De moderne poëzie, wil ik maar zeggen, wortelt in een traditie. Lees verder >>

Laatste gedicht (3)

Het oeuvre van Peter Ghyssaert, de bundel Ezelskaakbeen waarvan Inleiding tot het gebergte het slotgedicht is, slotgedichten in het algemeen – verwachtingen genoeg toen ik een gedicht ging lezen en 950 woorden nodig had toen het close werd. Te veel woorden voor wie sommige associatieve verbanden in één keer zag, te weinig voor wie vindt dat mij, stom genoeg, toch het een en ander is ontgaan. Het gedicht zelf telt 155 woorden.

Moet ik verwachtingen bijstellen? Nou en of. Lees verder >>

Laatste gedicht (2)

Dat de lezer van Inleiding tot het gebergte (zie hierof hieronder) geen gebergte tegen zal komen, ontdekt hij pas in de laatste regel. In de tweeëntwintig regels die het gedicht daarvóór telt, leest hij vanuit een wondermooie verwachting waarvan hij pas aan het eind merkt dat er niet aan zal worden voldaan. De hoofletter van ‘Kon’ – dat is het eerste wat de lezer ziet in het eigenlijke gedicht. Diezelfde hoofdletter treft hij nog twee keer aan – steeds weer in ‘Kon’. Hoewel het gedicht geen strofeverdeling kent dankzij witregels, kan het makkelijk tot strofen worden verknipt. A-A-B-A: de elementaire structuur van een sonate of een popliedje.

Lees verder >>

Financiële ondersteuning Nederlandse Poëzie Encyclopedie

Op23maart2012zijndeeerstepagina’svande ‘NederlandsePoëzieEncyclopedie’(NPE,www.nederlandsepoezie.org)onlinegeplaatsteenprojectwaaralvanaf1998researchvoor gedaanis.
DeNPE iseenonline-naslagwerkdat eenoverzichtgaat biedenvan alleNederlandstaligeprofessioneledichters,die opof vanaf1 januari1900 toten metnu actiefwaren/zijnen hun dichtbundels,verschenenin ofna 1900.Tevensbevat deNPEjaaroverzichten,met daaropallebundels uithetdesbetreffendejaar,alsmede dedichtersdie indat jaarzijnoverleden.Elkedichter enelke bundelzal ermet eeneigenpagina inwordenopgenomen Om eenindruk tekrijgenkunt ude volgendepagina’s albezoeken:MarleendeCrée,F.HarmsenvanBeek,IngmarHeytze,JeanPierreRawie,J.Slauerhoff,MaxTemmerman,VrouwkjeTuinman, M.Vasalis,SimonVestdijk,DriekvanWissenen JanWolkers: http://nederlandsepoezie.org/dichters/index.html

Vijf video’s van gedichten van P.C. Hooft

Aangestoken door een recensie die ik vond via het onvolprezen weblog De Contrabas heb ik deze week de nieuwe iPad-app gedownload met en over de sonnetten van Shakespeare. Het is een beetje een dure app, niet goedkoper dan een papieren uitgave van de sonnetten, maar een die meer biedt dan zo’n papieren uitgave: niet alleen worden alle sonnetten door briljante acteurs voorgelezen (terwijl je de tekst kunt meelezen), maar er is bovendien een grote rijkdom aan begeleidend materiaal, zowel in geschreven vorm als, ook weer, op video.


Hoe lang zal het duren voor we zoiets hebben voor het Nederlands? Bij mijn weten zijn er nog helemaal geen mooie edities voor een breder publiek. Het hoogtepunt is geloof ik de editie van Ik Jan Cremer, die vooral bestaat uit een facsimile van het typoscript en een bakje met wat begeleidend materiaal. 

Lees verder >>

Vaders, grote broers

Gisteravond een wandeling door het centrum. De hele dag regen; geslapen, gelezen. Levensgezel nog aan het werk. Het is negen uur en het blijft lang licht. Het water in de grachten.

De jongemannenbars waar ik niets meer te zoeken heb. De muziek staat te hard. Bank- en reclametuig blokkeert alle doorgangen bij Hoppe. Jasje los, dasje los. Overal elders: tafeltjes met toeristen en Carmiggeltalcoholisten.

Komrij is dood, Kopland is dood. De bijeenkomst voor Komrij was gisteren op televisie, het nieuws over Kopland komt vandaag.  Wie leest, leest nooit zo intens als tussen zijn vijftiende en zijn twintigste.   Lees verder >>

Een nieuwe lente en een nieuwe tweet

Mijn troost op Twitter heet pentametron. Wanneer ik de berichten in mijn timeline voorbij zie komen, valt me soms iets op. Getwitterd proza vormt een distichon, want mensen schrijven metrisch en ze rijmen:

Just saw a pregnant woman smoking..why? 
the angels sang a whiskey lullaby  
Another boring game involving Spain. 
You see the weirdest people on the train

Die tweets zijn altijd geschreven in het Engels en altijd geretweet (doorgestuurd) door een robot die gemaakt is door iemand die zich dus pentametron noemt. Dat verwijst naar het metrum van de versregels, die altijd jambische pentameters zijn, wat wel zeggen dat ze bestaan uit vijf keer een onbeklemtoonde lettergreep gevolg door een beklemtoonde, met aan het eind soms nog een extra onbeklemtoonde: bedam bedam bedam bedam bedam (de).
Lees verder >>

Hadewijch op Radio Amsterdam en YouTube

Voor de uitgave van Hadewijch’s Liederen zijn de bezorgers Veerle Fraeters, Louis Grijp en Frank Willaert onlangs door de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde bekroond met de Kruyskamp-prijs 2012. Hun uitgave wordt uitbundig geprezen om de uitmuntende combinatie van grote wetenschappelijkheid en even grote toegankelijkheid. Het juryrapport voor deze prijs die eenmaal in de zes jaar wordft toegekend, is te lezen op www.historischeuitgeverij.nl.

Dinsdagmiddag, 26 juni 2012, van 16.00 -17.00 uur, zijn de bezorgers Veerle Fraeters, Louis Grijp en Frank Willaert een uur lang te beluisteren in het programma Springvossen op radio Amsterdam FM: 106.8 FM | kabel 103.3. Drie korte introducties op de editeurs kunt U zien op You Tube: Veerle Fraeters, Louis Grijp en Frank Willaert.

Van Hadewijch’s Liederen zijn Franse, Duitse, Hongaarse en Spaanse vertalingen in voorbereiding.

Pas verschenen: De gedichten van P.C. Hooft

Uitgeverij Athenaeum presenteert op 19 juni

De gedichten


van P.C. Hooft

Verzorgd en uitgegeven door Johan Koppenol en Ton van Strien
Muzikale redactie en toelichting Natascha Veldhorst
Pieter Corneliszoon Hooft (1581-1647) gold in zijn eigen tijd als ‘het hoofd’ van de Nederlandse dichters. De woordspeling lag voor de hand, maar er was ook werkelijk reden om Hooft als dichter te eren: hij was een van grootste vernieuwers van de poëzie en het toneel van zijn tijd. Lees verder >>

Internationaal

Een soundscape als afsluiting dat de op het podium verzamelde dichters vijf minuten lang over zich heen moesten laten gaan. Starend naar het publiek dat weer naar hen staarde. De onbeschrijflijke blik van K. Schippers.
Het woord ‘randgebeuren’ – dankzij zijn lelijkheid heeft het een iconische kracht van jewelste.

Nu op DBNL: documentaire van De Langste Dag

Dichters lezen het werk van hun grote voorgangers (10 december 2010)

Tijdens de laatste boekenweek was de film al te zien op Cultura 24, en nu ook op de site van DBNL: een ruim 25 minuten durende documentaire over de veelbesproken poëziehappening De Langste Dag, die op 10 december 2010 werd gehouden in Pakhuis de Zwijger te Amsterdam. De documentaire biedt impressies van optredens, interviews met dichters en andere direct-betrokkenen, en impressies uit de wandelgangen.
Aan De Langste Dag deden meer dan 70 dichters mee, en er waren muzikale bijdragen van onder anderen Nynke Laverman en Felix Strategier. In vier — en tijdelijk zelfs vijf — zalen werd gedurende zes uur het werk van reeds gestorven dichters voorgelezen. De manifestatie was live op internet via vier kanalen te volgen. Inmiddels zijn ook de meeste optredens via de site van DBNL terug te kijken.

Lucebert in het Latijn

Het leek me gisteren ineens hoog tijd om Lucebert eens in het Latijn te vertalen. Volgens Piet Gerbrandy kende hij weliswaar geen Latijn, maar zijn naam is toch niet voor niets voor de helft (luce) voor de helft Romaans! Arnon Grunberg betoogde vorige week dat we meer gedichten uit ons hoofd moeten leren – om te beginnen Aan Rika van Piet Paaltjens.

Nu is er ook een andere manier om intiem vertrouwd te raken met een gedicht: door het te vertalen. Lees verder >>

Gert de Jager: Samenhang

Geest brak wet en de oude paleisdichter wist wat hij van zijn eigen Een winter aan zee moest denken: het was een roosvenster. Pom had het gezegd
De professor over de structuur van het heelal dat voor 96 procent wordt gevuld met donkere materie: wat we zien zijn de lichtjes van de kerstboom. Een prachtige, effectieve metafoor die de professorale hoop levend houdt. We komen ooit iets te weten over de kerstboom.
Pom ziet de hoge, begrensde ruimte van een kathedraal met daarin een lichtgevende cirkel. Mensenwerk zoals een dichtbundel mensenwerk is. Ergens in Het uur u staat het woord ‘ruimtevrees’. Ik ken iemand die daar last van krijgt als hij een kerk binnengaat.

Lees verder >>

Ballade

Op de poëziekalender van Meulenhoff vandaag. Met wat opeens een omgekeerd hemelvaartsgedicht blijkt te zijn: een fraaie keuze van Jansen en Schiferli. Ballade van de natte broekspijpen heet het gedicht en het is desgewenst ook hier te bezichtigen. De kalender heeft een oplage van 9000; gisteren Pfeijffer, eergisteren Bernlef. Ik voel het symbolisch kapitaal door mijn handen stromen.
Vanaf de hoge berg van mijn snobisme keek ik op zo’n kalender neer. Nu ik er een in huis heb, merk ik dat het goed uitpakt. Kalender op de werktafel; overbekende dichters uit de canon, dichters van wie ik nog nooit had gehoord. Ontdekkingen, teleurstellingen. Ik heb ooit beweerd dat het lezen van een dichtbundel nog het meest in de buurt komt van het bezoeken van een tentoonstelling. Lees verder >>

Een taalvernieler in het woordenboek

In mijn ideale wereld zou er iedere dag een boekje verschijnen als Zolang de lijm niet loslaat van Ton den Boon: een schitterend uitgegeven boekje met indrukwekkende illustraties en een goed geschreven essay waarin in detail wordt gepeuterd aan de taal van één dichter. De ondertitel van het boekje is Invloeden van Lucebert op de Nederlandse taalschat.

Den Boon is uitgever én hoofdredacteur van Van Dale én kunstverzamelaar — in de ideale wereld zou ik dat ook allemaal zijn. Lees verder >>

Gastblog: Wat niet vergeten mag worden…

Vanaf vandaag publiceert Neder-L ook gastblogs met commentaar van neerlandici op actuele onderwerpen. De eerste gastblog komt van Arie Verhagen, hoogleraar Nederlandse Taalkunde in Leiden. Heeft u een idee voor een bijdrage, neem dan contact op met redactie.neder.l@blogspot.com
Elk jaar schrijft het Nationaal Comité 4 en 5 mei een gedichtenwedstrijd uit onder scholieren. De hoofdprijs is dat de auteur van het winnende gedicht het mag voorlezen bij de nationale dodenherdenking op de Dam. Ik ben eigenlijk elk jaar onder de indruk van de kwaliteit van de gedichten; en de jury maakt dus eigenlijk altijd een goede keus. Dit jaar ging het mis. Er ontstond ophef over het winnende gedicht “Foute keuze” van de 15-jarige Auke, die op 25 april naar buiten kwam (zie bijvoorbeeld dit artikel in NRC Handelsblad). Het Centrum Informatie en Documentatie Israël en het Auschwitz-Comité kondigden een boycot aan, en standpunt-NL ging er prompt over. Op 26 april besloot het Nationaal Comité 4 en 5 mei dat het gedicht niet op de dodenherdenking zal worden voorgelezen.
Dit is het gedicht (zoals weergegeven op de bovengenoemde webpagina van de NRC):

Lees verder >>

Louis Maria Nanet, christelijk dichter

Christelijke symbolen in onze cultuur, het lijkt soms of we afscheid van ze hebben genomen, maar dan duiken ze ineens weer op, op plaatsen waar je ze niet Louis Maria Nanet, een creatie van de schrijver David Pefko, is de afgelopen maanden nogal wat aandacht besteed (zie bijvoorbeeld dit verhelderende artikel in NRC Next).

De Facebook-pagina van Nanet bestaat op het eerste gezicht uit een hoop ongein: klachten van de hypochondrische dichter over allerlei soorten van ziekten en ziektekuren, poep-, pies- kut- en lul-grapjes van allerlei al dan niet kunstzinnige jongeren, en wat niet al. Op het eerste gezicht lijkt het allemaal nogal melig, een hobby van een groep mensen die zich zo grenzenloos vervelen dat zelfs het gewone Facebook-vermaak te flauw voor ze is.

Maar sinds een paar weken verschijnen er op die Facebook-pagina gedichten uit zijn ‘magnum opus’ De vis en het water en die zijn intrigerend. Lees verder >>

Polmo en andere vergeten ezelsbruggetjes

De mens is voortdurend van alles en nog wat uit zijn hoofd aan het leren en na een tijdje gaat hij dood en is al die kennis verloren. (‘Ja, ik dacht, het wordt tijd voor een opbeurende gedachte op de zaterdagochtend.’) Ik denk bijvoorbeeld vaak aan het bijbelboek Prediker: ‘wie kennis vermeerdert, vermeerdert smart.’ (‘Als ik dood ben, is dat citaat ook alweer een vindplaats armer.’)

In de nieuwe bundel Ademhalen onder de maan van Ingmar Heytze staat een gedicht dat ook over dit onderwerp gaat en het daarom verdient uit het hoofd geleerd te worden: Lees verder >>