Tag: poëzie

Gedichten lezen met alles wat je in en aan je hebt

Door Marc van Oostendorp

Een probleem met veel lesboeken over poëzie is dat er net in wordt gedaan alsof gedichten eigenlijk iets gewoons zijn: taal, maar dan wat ingewikkelder, zowel qua vorm en inhoud. Je moet er even doorheen prikken, maar dan heb je ook iets waardevols. Het gevolg daarvan is dat je gedichten moet analyseren. Hoeveel er ook gebeurd is in het poëzie-onderwijs, het indringend lezen is nooit ver weg.

Het probleem daarmee is dat die opvatting niet klopt. Er is natuurlijk niets tegen close reading, maar dan toch vooral voor gevorderden – een techniek om te begrijpen waarom iets mooi is en niet een sleutel om het mooi te vinden. Geen lezer is ooit voor de poëzie gevallen vanwege het cryptogram: het was die ene regel die je op onverklaarbare wijze raakte, de stem die vanaf een bladzijde tot je sprak, de beelden die je nooit zo kan zien als voor je geestesoog.

Daarom is het goed dat de door de Utrechtse neerlandica Kila van der Starre serie ‘doeboeken’ Woorden temmen er is, waarin jonge letterkundigen en dichters samen laten zien hoe veelzijdig de poëzie is, dat het niet alleen maar een intellectuele puzzel is, maar iets dat je hele wezen raakt: hart en ziel, lichaam en geest. Onlangs verscheen het tweede deel, Van kop tot teen met Charlotte Van den Broeck en Jeroen Dera.

Lees verder >>

Corona als kans voor een sonnettenkrans

De coronakrans van Catharina van Daalen

Door Marie-José Klaver

Op 16 maart jl. ging Nederland in een intelligente lockdown vanwege het nieuwe coronavirus. Het land ging op slot en de inwoners verschansten zich de eerste weken in hun huizen en meden elkaar als de pest uit angst voor besmetting. Dichteres Catharina van Daalen schreef tijdens de coronaperiode een sonnettenkrans, getiteld Corona, een sonnettenkrans. Alle vijftien sonnetten zijn bij Tzum te lezen. Cabaretier Jan Beuving vulde op 7 maart, nog voor de isolatieperiode, een column in Trouw met een aanzet tot een sonnettenkrans. Lees verder >>

Talig vernietigend mengdier (1)

Het herfstkind in Xenomorf van Jens Meijen

Door Marie-José Klaver

Lastige vragen stelde Frits Spits onlangs in De Taalstaat de jonge dichter Jens Meijen, die de C. Buddingh’-prijs 2020 won voor zijn bundel Xenomorf (2019). De vragen waren moeilijk omdat ze zo generiek waren. ‘Ben je de woordvoerder van jouw generatie?’ vroeg Spits. Alsof de generatie van Meijen (24) zich door één dichter zou laten vertegenwoordigen.

Lees verder >>

Yves T’Sjoen over poëzie

10 weken lang gaat gepassioneerd boekenwurm en professor Wijsbegeerte Johan Braeckman in gesprek met wetenschappers van de Universiteit Gent. Met elke week een andere gast over een boek uit zijn/haar vakgebied.

Welke lessen trekken beide lezers uit hetzelfde boek? Biedt Johans perspectief een ongewone kijk op de zaak? Tot welke inzichten brengen ze de luisteraar?

In deze aflevering heeft Yves T’Sjoen, prof. moderne Nederlandse literatuur (Faculteit Letteren en Wijsbegeerte, Universiteit Gent) het over poëzie van het boek Why Poetry van Matthew Zapruder.

In God we trust

Wonen in gedichten (8)

Door Judit Gera
Dit gedicht is geschikt voor gevorderde studenten
en hoort bij de categorie Grabbelton,

In de serie Wonen in gedichten bespreekt Judit Gera, hoogleraar in Boedapest, gedichten uit de Nederlandstalige literatuur, ten behoeve van het onderwijs in de Neerlandistiek extra muros. (buiten het taalgebied. Vandaag: ‘Leefwijze’, van Ester Naomi Perquin (1980).

Lees verder >>

De vrees en beving van interpretatie

Wonen in gedichten (6)

Afbeelding: Josseolgon, Wikipedia

Door Judit Gera
Dit gedicht is geschikt voor vergevorderde studenten
en hoort bij de categorie Poëticaal,

In de serie Wonen in gedichten bespreekt Judit Gera, hoogleraar in Boedapest, gedichten uit de Nederlandstalige literatuur, ten behoeve van het onderwijs in de Neerlandistiek extra muros. (buiten het taalgebied. Vandaag: ‘Op deze onmogelijke wijze’, van Charles Ducal (1975).

Lees verder >>

Wonen in de Nederlandse taal

Wonen in gedichten (5)

Door Judit Gera
Dit gedicht is geschikt voor gevorderde studenten
en hoort bij de categorie Migranten,

In de serie Wonen in gedichten bespreekt Judit Gera, hoogleraar in Boedapest, gedichten uit de Nederlandstalige literatuur, ten behoeve van het onderwijs in de Neerlandistiek extra muros. (buiten het taalgebied. Vandaag: ‘Merwedeplein’, van Abdelkader Benali (1975).

Lees verder >>

J.W.P. [v.] D[AM] (?): To the East-India Company

Nederlandse sonnetten voor de Engelssprekende wereld (3)

Door Cornelis W. Schoneveld

? J.W.P. [v.] D[AM] (1621-1706)   

You, wealthy Folk, with cinnamons and ointments healing, 
Pearls, precious stones, and other valuables in clove,
Spread through the East, do prove the power you love,
Warehouses stacking to the full, by your wide dealing:

Now does the Briton false, intent on robbing, stealing,
Make a demand, which rightly you denied, by which he strove
To dress his naked Majesty with all your treasure trove,
So as to be th’ Ocean’s Master-in-command in feeling.

If you concede his thrift, his thirst for gold, right now,
Though still a calf, next year he’ll claim to be the cow; 
Then who can stop the wish of empty entrails wailing?

Give rather ships, crew, arms, and shot, for him to indulge.
The famished Beast will then, while soon the sails will bulge,
Fill up his famished paunch till, bursting, it’s derailing.

Lees verder >>

12 maart 2020, Amsterdam: Lyrisch Activisme: Nederlandstalige poëzie en politieke strijd sinds 1848

Donderdag, 12 maart 2020, aanvang 19u30
Perdu, Kloveniersburgwal 86, 1012 CZ Amsterdam

Entree = 5 euro (ter plaatse te betalen) – registratie is niet nodig
Met optredens van Maartje Smits en Nico van Apeldoorn (poëzie)
Bram Ieven spreekt over Henriette Roland Holst en Fyke Goorden & Tommy van Avermaete over J.F. Vogelaar

Lees verder >>

De gotiek van de leegte

Wonen in gedichten (3)

Door Judit Gera
Deze analyse is bestemd voor gevorderde studenten
en hoort bij de categorie Woord en beeld,

In de serie Wonen in gedichten bespreekt Judit Gera, hoogleraar in Boedapest, gedichten uit de Nederlandstalige literatuur, ten behoeve van het onderwijs in de Neerlandistiek extra muros. (buiten het taalgebied. Vandaag: ‘Jan van Eyck: Portret van Giovanni Arnolfini en zijn vrouw, 1434′, van Dirk van Bastelaere (1960) .

Lees verder >>

Nachtegalen op hopen van compost

De stad van de toekomst in Niemandslandnacht (2018) van Annemarie Estor

Changi Airport, Artist’s impression

Door Marieke Winkler

De stad Orb is een lichtend middelpunt in een smoezelig, composterend landschap. Een stad van kristal. Helder, schoon, zuiver. Zo lezen we in Niemandslandnacht (2018), de jongste dichtbundel van Annemarie Estor:

Orb ligt in het landschap 
als een lichtende kroon 
een roemrijke koepel, mythisch rijk.

Lees verder >>

Wonen in gedichten

Inleiding bij de reeks analyses van gedichten van de Nederlandstalige poëzie voor de internationale neerlandistiek

Door Judith Gera
Opgedragen aan A. Agnes Sneller

A. Agnes Sneller kwam eerst naar Boedapest in de jaren ‘90 om onze collega, wijlen Erzsébet Mollay, te vervangen: ze gaf Nederlandse taalkunde aan onze vakgroep Neerlandistiek van de Eötvös Loránd Universiteit. We groetten elkaar altijd vriendelijk maar slechts terloops op de gang. Voor haar vertrek naar Nederland nodigde ik haar uit voor een etentje bij ons thuis. Toen bleek dat Agnes niet zomaar een taalkundige was. Ze was ‘genderlinguïst’, een begrip waarvan ik in de jaren 90 nog geen idee had. Ze legde het zeer helder en geduldig uit. Na een hevige discussie heeft ze mij en mijn man helemaal overtuigd van de macht van taal over ons denken en gedrag. Dit was het begin van onze vriendschap. 

Lees verder >>

Kerkhofwandeling 2: een absurd vormgedicht

Door Henk Wolf

Gisteren schreef ik over twee bordjes die waarschuwen voor laaghangende dan wel laag hangende takken. Ze staan bij de ingang van een kerkhof in de buurt van ons huis. Ze zijn daar niet het enige dat me in talige zin opvalt.

Erg opvallend is ook de tekst op de bovenstaande foto. Die staat op een muurtje. Dat muurtje hoort bij een hokje waarin een computer staat. Op die computer kun je een naam intikken. Als er dan op het kerkhof iemand met die naam ligt, verstrekt het apparaat je de exacte locatie van diens graf.

Lees verder >>

Gaat er zelf in leggen

Dichter des vaderlands (6)

Door Marc van Oostendorp

Het is vast een beetje overdreven om te zeggen dat er een speciale relatie is tussen het ambt van Dichter des Vaderlands en Rotterdam. Het bureau dat een en ander organiseerde, zat in ieder geval lange tijd in die stad. De vorige Dichter woont er, Ester Naomi Perquin. Waarschijnlijk het bekendste gedicht van Ramsey Nasr uit diens tijd als Dichter, speelt zich af in Rotterdam in 2059 en is gesteld in het Rotterdams van de toekomst. En nu Jules Deelder dood is, waagt ook de momenteel ambterende Dichter, de ‘Friese Amsterdammer’ Tsead Bruinja, zich in een gedicht aan het Rotterdamse idioom:

Lees verder >>

Videogedicht: ‘Global Underground’ (Annemarie Estor)

Voor het project ‘Bewogen Verzen’ vroegen Ons Erfdeel vzw en Poëziecentrum aan negen jongeren uit de Lage Landen om poëziefilms te maken van hun favoriete Nederlandstalige gedicht. Bob van den Berg (Ede, 1991) bewerkte ‘Global Underground’ van Annemarie Estor uit de bundel Niemandslandnacht (Wereldbibliotheek, 2018).

Videogedicht: ‘Ik hou van Icarus’ (Tjitske Jansen)

Voor het project ‘Bewogen Verzen’ vroegen Ons Erfdeel vzw en Poëziecentrum aan negen jongeren uit de Lage Landen om poëziefilms te maken van hun favoriete Nederlandstalige gedicht. Justine Cappelle (Roeselare, 1995) maakte een videogedicht van ‘Ik hou van Icarus’ van Tjitske Jansen uit de bundel Het moest maar eens gaan sneeuwen (Uitgeverij Podium, 2003). ‘Bewogen Verzen’ kwam tot stand met steun van het Nederlands Letterenfonds.

(Bekijk de video op YouTube)

(Lees het bericht op de lage landen)

Bewogen verzen: Bij de gemeentekist van mevrouw P, Menno Wigman

Voor het project ‘Bewogen Verzen’ vroegen Ons Erfdeel vzw en Poëziecentrum aan negen jongeren uit de Lage Landen om poëziefilms te maken van hun favoriete Nederlandstalige gedicht. Kobe Fleerackers (Antwerpen, 1993) maakte een videogedicht van ‘Bij de gemeentekist van mevrouw P.’ van Menno Wigman uit de bundel Dit is mijn dag (Prometheus, 2014). ‘Bewogen Verzen‘ kwam tot stand met steun van het Nederlands Letterenfonds.

(Bekijk deze video op YouTube)

Een geruststellende groet van gene zijde

Door Marc van Oostendorp

‘Soms begint iemand hardop tegen iemand te praten.’ Zo begint het eerste van de twintig stukken in de nieuwe essaybundel van Guus Middag, De wereld is weer plat, ja. De poëzie van tegenwoordig. Het is een opening die Middags werkwijze kenmerkt: ineens bevindt de schrijver zich ergens, in een nieuwe onbekende wereld.

De eerste zinnen van heel veel stukken gaan over zo’n confrontatie, die meestal als plotseling wordt beschreven. ‘Het is nacht en het is stil in het grote donkere bos. Er is alleen een eekhoorn.’ ‘Ik hoorde op de radio een live-optreden van Katinka Polderman (1981).’ ‘Hoe komen wij elkaar tegen in de liefde?’ Eén keer benoemt de essayist zijn favoriete opening zelfs als die van een toevallige ontmoeting in de eerste zin van een stuk: ‘Dit is een goede zin om een verhaal mee te beginnen: “Vannacht kwam ik mijn ouders tegen.”‘

Lees verder >>

Slordig lezen met Martin Reints

Over ‘Afsluitdijk’ van Vasalis

Door Jos Joosten

Op zijn blog geeft auteur Huub Beurskens deze week zijn collega Martin Reints de vloer om eens flink los te gaan op ‘Afsluitdijk’ van Vasalis, een van haar bekendste gedichten, uit de bundel Parken en woestijnen. Lange tijd was het de bon ton om Vasalis’ poëzie weg te zetten als burgerlijk, truttig, als gerijmel – vooral uit de hoek van de mannen van het langjarige experiment was dat de teneur. Typerend een W.F. Hermans die anno 1955 oordeelde: ‘Ik vind het damespoëzie, bien-pensant en onwaarachtig, berustend op de clichés die de weldenkende mensheid gebruikt om alles wat ellendig, schaamtevol, onoorbaar en wanordelijk is te ontkennen.’

Die trend lijkt de laatste decennia behoorlijk gekeerd en Vasalis is meer en meer op haar waarde geschat – voor zover ze dat overigens door het grote publiek so wie so niet altijd al was. Zij is de enige Nederlandse dichter(es) wier complete werk gedurende haar hele leven in de boekwinkel op voorraad was.

Natuurlijk is appreciatie een individuele kwestie. De één vindt een beeld pakkend en onontkoombaar, de ander vindt het totale kitsch en troep. De een beschouwt iets als poëzie (‘De onrust in mijn darmen/herinnert me aan mijn ingewanden’) de ander niet (ik).

Lees verder >>

Onno Kosters, Duisternis

Uit mijn hoofd (2)

Door Marc van Oostendorp

(Bekijk deze video op YouTube)

Een paar maanden geleden verscheen de nieuwe bundel van de anglist en dichter Onno Kosters, Waarvan akte. Ik leerde het eerste gedicht uit de eerste afdeling uit mijn hoofd: Duisternis.

Die eerste afdeling bestaat uit allerlei gedichten vol doem en verderf. Het laatste gedicht in die afdeling heet ook Duisternis. Dat is een vertaling van een bekend gedicht (‘Darkness’) dat Byron schreef in het ‘jaar zonder zomer’, toen na een vulkaanuitbarsting op Soembawa grote delen op aarde, ook in Europa, een microklimaatverandering ondergingen die een apocalyptisch gevoel weergaven.

Lees verder >>

Jan Willem Anker, De Nederlander zegt nee

Uit mijn hoofd

Door Marc van Oostendorp

‘De Nederlander zegt nee’ komt uit de nieuwe bundel van Jan-Willem Anker, Ware aard. Het is een atypisch gedicht, maar bijna alle gedichten in Ware aard zijn atypisch. Er staan gedichten in over het leven van een vader van twee jonge kinderen in Weesp – nooit eerder werd Weesp zo uitvoerig bezongen in de wereldgeschiedenis van de dichtkunst – maar soms ontpopt de dichter zich als een klimaatdichter, of als iemand die herinneringen ophaalt aan reizen naar Europese steden in verschillende jaren in de 21e eeuw.

‘De Nederlander zegt nee’ komt uit een cyclus die, in ieder geval in vergelijking met de rest van de bundel, enorm klankrijk is. De klank is de ee, met gespreide lippen; een paar keer onderbroken door de ronde o van mond. (De andere twee gedichten gaan over de a van Mark in wie we een premier herkennen want hij lacht, en de i van Wil.)

Lees verder >>