Tag: poëzie

Wonen in de Nederlandse taal

Wonen in gedichten (5)

Door Judit Gera
Dit gedicht is geschikt voor gevorderde studenten
en hoort bij de categorie Migranten,

In de serie Wonen in gedichten bespreekt Judit Gera, hoogleraar in Boedapest, gedichten uit de Nederlandstalige literatuur, ten behoeve van het onderwijs in de Neerlandistiek extra muros. (buiten het taalgebied. Vandaag: ‘Merwedeplein’, van Abdelkader Benali (1975).

Lees verder >>

J.W.P. [v.] D[AM] (?): To the East-India Company

Nederlandse sonnetten voor de Engelssprekende wereld (3)

Door Cornelis W. Schoneveld

? J.W.P. [v.] D[AM] (1621-1706)   

You, wealthy Folk, with cinnamons and ointments healing, 
Pearls, precious stones, and other valuables in clove,
Spread through the East, do prove the power you love,
Warehouses stacking to the full, by your wide dealing:

Now does the Briton false, intent on robbing, stealing,
Make a demand, which rightly you denied, by which he strove
To dress his naked Majesty with all your treasure trove,
So as to be th’ Ocean’s Master-in-command in feeling.

If you concede his thrift, his thirst for gold, right now,
Though still a calf, next year he’ll claim to be the cow; 
Then who can stop the wish of empty entrails wailing?

Give rather ships, crew, arms, and shot, for him to indulge.
The famished Beast will then, while soon the sails will bulge,
Fill up his famished paunch till, bursting, it’s derailing.

Lees verder >>

12 maart 2020, Amsterdam: Lyrisch Activisme: Nederlandstalige poëzie en politieke strijd sinds 1848

Donderdag, 12 maart 2020, aanvang 19u30
Perdu, Kloveniersburgwal 86, 1012 CZ Amsterdam

Entree = 5 euro (ter plaatse te betalen) – registratie is niet nodig
Met optredens van Maartje Smits en Nico van Apeldoorn (poëzie)
Bram Ieven spreekt over Henriette Roland Holst en Fyke Goorden & Tommy van Avermaete over J.F. Vogelaar

Lees verder >>

De gotiek van de leegte

Wonen in gedichten (3)

Door Judit Gera
Deze analyse is bestemd voor gevorderde studenten
en hoort bij de categorie Woord en beeld,

In de serie Wonen in gedichten bespreekt Judit Gera, hoogleraar in Boedapest, gedichten uit de Nederlandstalige literatuur, ten behoeve van het onderwijs in de Neerlandistiek extra muros. (buiten het taalgebied. Vandaag: ‘Jan van Eyck: Portret van Giovanni Arnolfini en zijn vrouw, 1434′, van Dirk van Bastelaere (1960) .

Lees verder >>

Nachtegalen op hopen van compost

De stad van de toekomst in Niemandslandnacht (2018) van Annemarie Estor

Changi Airport, Artist’s impression

Door Marieke Winkler

De stad Orb is een lichtend middelpunt in een smoezelig, composterend landschap. Een stad van kristal. Helder, schoon, zuiver. Zo lezen we in Niemandslandnacht (2018), de jongste dichtbundel van Annemarie Estor:

Orb ligt in het landschap 
als een lichtende kroon 
een roemrijke koepel, mythisch rijk.

Lees verder >>

Wonen in gedichten

Inleiding bij de reeks analyses van gedichten van de Nederlandstalige poëzie voor de internationale neerlandistiek

Door Judith Gera
Opgedragen aan A. Agnes Sneller

A. Agnes Sneller kwam eerst naar Boedapest in de jaren ‘90 om onze collega, wijlen Erzsébet Mollay, te vervangen: ze gaf Nederlandse taalkunde aan onze vakgroep Neerlandistiek van de Eötvös Loránd Universiteit. We groetten elkaar altijd vriendelijk maar slechts terloops op de gang. Voor haar vertrek naar Nederland nodigde ik haar uit voor een etentje bij ons thuis. Toen bleek dat Agnes niet zomaar een taalkundige was. Ze was ‘genderlinguïst’, een begrip waarvan ik in de jaren 90 nog geen idee had. Ze legde het zeer helder en geduldig uit. Na een hevige discussie heeft ze mij en mijn man helemaal overtuigd van de macht van taal over ons denken en gedrag. Dit was het begin van onze vriendschap. 

Lees verder >>

Kerkhofwandeling 2: een absurd vormgedicht

Door Henk Wolf

Gisteren schreef ik over twee bordjes die waarschuwen voor laaghangende dan wel laag hangende takken. Ze staan bij de ingang van een kerkhof in de buurt van ons huis. Ze zijn daar niet het enige dat me in talige zin opvalt.

Erg opvallend is ook de tekst op de bovenstaande foto. Die staat op een muurtje. Dat muurtje hoort bij een hokje waarin een computer staat. Op die computer kun je een naam intikken. Als er dan op het kerkhof iemand met die naam ligt, verstrekt het apparaat je de exacte locatie van diens graf.

Lees verder >>

Gaat er zelf in leggen

Dichter des vaderlands (6)

Door Marc van Oostendorp

Het is vast een beetje overdreven om te zeggen dat er een speciale relatie is tussen het ambt van Dichter des Vaderlands en Rotterdam. Het bureau dat een en ander organiseerde, zat in ieder geval lange tijd in die stad. De vorige Dichter woont er, Ester Naomi Perquin. Waarschijnlijk het bekendste gedicht van Ramsey Nasr uit diens tijd als Dichter, speelt zich af in Rotterdam in 2059 en is gesteld in het Rotterdams van de toekomst. En nu Jules Deelder dood is, waagt ook de momenteel ambterende Dichter, de ‘Friese Amsterdammer’ Tsead Bruinja, zich in een gedicht aan het Rotterdamse idioom:

Lees verder >>

Videogedicht: ‘Global Underground’ (Annemarie Estor)

Voor het project ‘Bewogen Verzen’ vroegen Ons Erfdeel vzw en Poëziecentrum aan negen jongeren uit de Lage Landen om poëziefilms te maken van hun favoriete Nederlandstalige gedicht. Bob van den Berg (Ede, 1991) bewerkte ‘Global Underground’ van Annemarie Estor uit de bundel Niemandslandnacht (Wereldbibliotheek, 2018).

Videogedicht: ‘Ik hou van Icarus’ (Tjitske Jansen)

Voor het project ‘Bewogen Verzen’ vroegen Ons Erfdeel vzw en Poëziecentrum aan negen jongeren uit de Lage Landen om poëziefilms te maken van hun favoriete Nederlandstalige gedicht. Justine Cappelle (Roeselare, 1995) maakte een videogedicht van ‘Ik hou van Icarus’ van Tjitske Jansen uit de bundel Het moest maar eens gaan sneeuwen (Uitgeverij Podium, 2003). ‘Bewogen Verzen’ kwam tot stand met steun van het Nederlands Letterenfonds.

(Bekijk de video op YouTube)

(Lees het bericht op de lage landen)

Bewogen verzen: Bij de gemeentekist van mevrouw P, Menno Wigman

Voor het project ‘Bewogen Verzen’ vroegen Ons Erfdeel vzw en Poëziecentrum aan negen jongeren uit de Lage Landen om poëziefilms te maken van hun favoriete Nederlandstalige gedicht. Kobe Fleerackers (Antwerpen, 1993) maakte een videogedicht van ‘Bij de gemeentekist van mevrouw P.’ van Menno Wigman uit de bundel Dit is mijn dag (Prometheus, 2014). ‘Bewogen Verzen‘ kwam tot stand met steun van het Nederlands Letterenfonds.

(Bekijk deze video op YouTube)

Een geruststellende groet van gene zijde

Door Marc van Oostendorp

‘Soms begint iemand hardop tegen iemand te praten.’ Zo begint het eerste van de twintig stukken in de nieuwe essaybundel van Guus Middag, De wereld is weer plat, ja. De poëzie van tegenwoordig. Het is een opening die Middags werkwijze kenmerkt: ineens bevindt de schrijver zich ergens, in een nieuwe onbekende wereld.

De eerste zinnen van heel veel stukken gaan over zo’n confrontatie, die meestal als plotseling wordt beschreven. ‘Het is nacht en het is stil in het grote donkere bos. Er is alleen een eekhoorn.’ ‘Ik hoorde op de radio een live-optreden van Katinka Polderman (1981).’ ‘Hoe komen wij elkaar tegen in de liefde?’ Eén keer benoemt de essayist zijn favoriete opening zelfs als die van een toevallige ontmoeting in de eerste zin van een stuk: ‘Dit is een goede zin om een verhaal mee te beginnen: “Vannacht kwam ik mijn ouders tegen.”‘

Lees verder >>

Slordig lezen met Martin Reints

Over ‘Afsluitdijk’ van Vasalis

Door Jos Joosten

Op zijn blog geeft auteur Huub Beurskens deze week zijn collega Martin Reints de vloer om eens flink los te gaan op ‘Afsluitdijk’ van Vasalis, een van haar bekendste gedichten, uit de bundel Parken en woestijnen. Lange tijd was het de bon ton om Vasalis’ poëzie weg te zetten als burgerlijk, truttig, als gerijmel – vooral uit de hoek van de mannen van het langjarige experiment was dat de teneur. Typerend een W.F. Hermans die anno 1955 oordeelde: ‘Ik vind het damespoëzie, bien-pensant en onwaarachtig, berustend op de clichés die de weldenkende mensheid gebruikt om alles wat ellendig, schaamtevol, onoorbaar en wanordelijk is te ontkennen.’

Die trend lijkt de laatste decennia behoorlijk gekeerd en Vasalis is meer en meer op haar waarde geschat – voor zover ze dat overigens door het grote publiek so wie so niet altijd al was. Zij is de enige Nederlandse dichter(es) wier complete werk gedurende haar hele leven in de boekwinkel op voorraad was.

Natuurlijk is appreciatie een individuele kwestie. De één vindt een beeld pakkend en onontkoombaar, de ander vindt het totale kitsch en troep. De een beschouwt iets als poëzie (‘De onrust in mijn darmen/herinnert me aan mijn ingewanden’) de ander niet (ik).

Lees verder >>

Onno Kosters, Duisternis

Uit mijn hoofd (2)

Door Marc van Oostendorp

(Bekijk deze video op YouTube)

Een paar maanden geleden verscheen de nieuwe bundel van de anglist en dichter Onno Kosters, Waarvan akte. Ik leerde het eerste gedicht uit de eerste afdeling uit mijn hoofd: Duisternis.

Die eerste afdeling bestaat uit allerlei gedichten vol doem en verderf. Het laatste gedicht in die afdeling heet ook Duisternis. Dat is een vertaling van een bekend gedicht (‘Darkness’) dat Byron schreef in het ‘jaar zonder zomer’, toen na een vulkaanuitbarsting op Soembawa grote delen op aarde, ook in Europa, een microklimaatverandering ondergingen die een apocalyptisch gevoel weergaven.

Lees verder >>

Jan Willem Anker, De Nederlander zegt nee

Uit mijn hoofd

Door Marc van Oostendorp

‘De Nederlander zegt nee’ komt uit de nieuwe bundel van Jan-Willem Anker, Ware aard. Het is een atypisch gedicht, maar bijna alle gedichten in Ware aard zijn atypisch. Er staan gedichten in over het leven van een vader van twee jonge kinderen in Weesp – nooit eerder werd Weesp zo uitvoerig bezongen in de wereldgeschiedenis van de dichtkunst – maar soms ontpopt de dichter zich als een klimaatdichter, of als iemand die herinneringen ophaalt aan reizen naar Europese steden in verschillende jaren in de 21e eeuw.

‘De Nederlander zegt nee’ komt uit een cyclus die, in ieder geval in vergelijking met de rest van de bundel, enorm klankrijk is. De klank is de ee, met gespreide lippen; een paar keer onderbroken door de ronde o van mond. (De andere twee gedichten gaan over de a van Mark in wie we een premier herkennen want hij lacht, en de i van Wil.)

Lees verder >>

Vrouwelijke Utrechtse dichters op straat

Door Kila van der Starre

Afgelopen zaterdag publiceerde Trouw een artikel over straatpoëzie in Utrecht (‘Dichtend door de Domstad’, 29 juni 2019). Een onderwerp dat ik graag voorbij zie komen in de media, onder andere omdat ik als literatuurwetenschapper, werkzaam bij Moderne Nederlandse Letterkunde aan de Universiteit Utrecht, onderzoek doe naar straatpoëzie.

In mijn proefschrift over ‘poëzie buiten het boek’ gaat één van de zes casushoofdstukken over straatpoëzie. In het kader daarvan richtte ik begin 2017 de website Straatpoezie.nl op: een crowdsourcingwebsite waarop met behulp van het publiek een inventarisatie wordt gemaakt van alle gedichten die te lezen zijn in de openbare ruimte van Nederland en Vlaanderen. De interactieve kaart bevat ondertussen meer dan 2.300 straatgedichten, waaronder meer dan 160 in Utrecht.

Lees verder >>

Zwemmen in talen: Nederlandstalige poëzie in internationaal perspectief

Teksten functioneren in een netwerk van teksten. Nederlandstalige gedichten kunnen buiten het taalgebied, al dan niet in vertaling, in aanraking komen met anderstalige teksten. De multilinguïstische associaties die dat oplevert, worden uiteraard door lezers tot stand gebracht. Ook parateksten markeren echter vaak een internationale relatie en in de gedichten zelf kan er sprake zijn van intertekstuele verwijzingen. Het boekproject is gericht op de constructie van internationale relaties vanuit transhistorisch perspectief met de Nederlandse lyriek als uitgangspunt. Het is de bedoeling van Zwemmen in talen om gedichten uit de Nederlandse literatuur met gedichten uit andere literaturen in verband te brengen (of vice versa).

Neerlandici, maar dus ook onderzoekers en lezers van anderstalige literaturen, zijn welkom om een korte abstract van 100 woorden voor te leggen uiterlijk op 1 augustus. Voorstellen kunnen worden verstuurd naar contact@poeziecentrum.be. De omvang van de bijdrage is 2500 woorden, inleverdatum 30 november. Poëziecentrum is de uitgever van de opstellenbundel.

Zwemmen in talen, een initiatief van de Gentse onderzoeksgroep POWEZIE, staat onder de redactie van Carl de Strycker, Désirée Schyns, Yves T’Sjoen en Kornee van der Haven. 

Instagrampoëzie in de klas

In het nieuwe nummer van Levende Talen Magazine schreven Jeroen Dera (Radboud Universiteit) en Kila van der Starre (Universiteit Utrecht) een artikel over het gebruik van Instagrampoëzie in het voortgezet onderwijs.

Ze betogen dat deze vorm van poëzie vanwege de aansluiting bij de leefwereld van jongeren bijzondere handvatten biedt om poëzie centraal te stellen in de klas. Aan de hand van het zogenaamde RES-model van Nicholas Mazza lichten ze vervolgens een didactiek toe waarmee dit soort gedichten in het onderwijs betekenisvol gebruikt kunnen worden.

Dera en Van der Starre onderstrepen met hun bijdrage een recente trend in de neerlandistiek, namelijk die waarin universitaire onderzoekers hun onderzoeksinteresses uitdrukkelijk vertalen naar het voortgezet onderwijs. Klik hier om hun artikel te lezen.

voordat de vangboot van helder weer uitvaart

Over het werk van b. zwaal

Door Marc van Oostendorp

“Beschouw jij jezelf als een oeuvrebouwer?” vroeg Arnoud van Adrichem van het literaire tijdschrift Parmentier in 2006 aan de dichter b. zwaal. “Ik bouw graag,” antwoordde zwaar, “en voeg voortdurend dezelfde stenen toe, niet aan een kathedraal maar aan een dijk van een waterkering. Handgevormde stenen, omwille van hun eigenheid.”

Dat is in veel opzichten een verhelderend antwoord. Bijvoorbeeld vanwege de verwijzingen naar dijken en waterkeringen, want er is geen Nederlandse dichter in wiens werk het water én het land om het water heen zo’n belangrijke rol spelen. Maar ook om het beeld dat hij oproept. Zwaal bouwt inderdaad aan een oeuvre, zij het niet aan een oeuvre met een vooropgezet plan, maar aan een dijk van handgevormde individuele stenen.

Of misschien moeten we zeggen: bouwde aan een oeuvre, want een paar maanden geleden verscheen de bundel zeesnede. gedichten 1984-2019, en dat zeesnede de titel zou worden van het verzameld werk, dat wist zwaal al in 2006. Wel beweerde hij toen dat dit verzameld werk pas in 2025 zou uitkomen, maar 2019 is natuurlijk ook een beter jaar, 25 jaar na het debuut fiere miniature.

Lees verder >>

Poëzie tegen de breekbare vaasjes

Door Marc van Oostendorp

“Waarom ik lees en schrijf”, lees ik en schrijft Piet Gerbrandy aan het begin van zijn essaybundel Grondwater, “zal voor mijzelf altijd tot op zekere hoogte een raadsel blijven.” Om iets later in die eerste alinea een deel van de verklaring toch te geven: “Het zijn de handelingen zelf die me in een stemming en ritme brengen waarbij ik me blijkbaar thuisvoel.”

Veel van de essays in deze bundel gaan over dat ritme. De stukken zijn elders verschenen, maar samen vormen ze een antwoord op de vraag: waarom lezen en schrijven? Vanwege een ritme waarbij de mens zich thuisvoelt.

Grondwater is te lezen als een pleidooi voor grootse gedichten die proberen te bewegen en de lezer in beweging te brengen, die niet als breekbare vaasjes op de bladspiegel hangen, maar de mist in durven te gaan. Niet voor niets staan er ook stukken in over zwemmen, lopen en fietsen, allemaal bewegingen die Gerbrandy gaat maakt, en die hij steeds verbindt met de poëzie.  Lees verder >>

The river told me

Door Jos Joosten

Ik doe mijn goede voornemen voor 2019 – het spijt me, Wouter Roelants – toch nog steeds een beetje gestand: eerst lezen wat ik heb en dan pas nieuw kopen. Helemáál lukken doet dat niet, maar ik ontdek nu steeds nog dingen die al veel eerder lagen te wachten. Gelukkig is poëzie voor de eeuwigheid, nietwaar? Dus is de pas anderhalf jaar dat Eigen terrein van Frouke Arns verscheen een kruimel.

Eigen terrein bevat de gedichten die Arns schreef als Nijmeegse stadsdichter. Het is nogal een precair genre, dit soort poëzie Op Afroep Te Schrijven Ter Gelegenheid Van Een Gelegenheid. In het ergste geval is het resultaat ongeveer zo spontaan als de festiviteiten tijdens een bezoek van Zijne Majesteit.

Arns’ stadsgedichten had ik (dan ook) zo goed als gemist – en ik ben (dan ook) heel blij verrast met deze bundel. Dit is poëzie die ook een eigen leven ná het stadsgedicht waard blijkt. Arns’ gedichten zijn zelfs zodanig de moeite waard, dat ik me niet stoorde aan de korte tekstjes ter toelichting, die vaak immers de ultieme libidokiller zijn in dichtbundels.

Meteen het openingsgedicht had me te pakken. Lees verder >>