Tag: poezen

Poezengedicht 6: Hubert Gregorius van Vrijhoff – Op de kat van Laura

• Toelichting onderaan.

Op de kat van Laura

My lust maegt Laurae’s kat te roemen.
Een kat, vol deugden waert te noemen.
Een kat, den grootsten lofzang waert.
Een kat, zo schoon van kleur, als staert.
Een kat, die nimmer is ’t onvreden.
Een kat, noit spoorloos in haer reden.
Een kat, die Poëzy verstaet.
Een kat, die altoos lolt op maet.
Een kat, die d’ondeugt noit zal pryzen.
Een kat, zo wys als zeven Wyzen.
Een kat, van een volmaekten leest.
Een kat, waer voor Joli steets vreest. Lees verder >>

Poezengedicht 5: Gerrit Komrij – Je kat

• Vandaag is het de zesde sterfdag van Gerrit Komrij.

Je kat

Vanmiddag gaf je je kat een kopje en likte haar
Staart schoon, toen ze plotseling naar je opkeek,
Zoals je daar op je knieën zat, en merkbaar
Aangedaan zei ze: ‘Jongen, wat zie je bleek.’

Ze merkte niet meer hoe je naar haar terugkeek,
Want ze kneep haar ogen toe, en legde haar kop
Plat over haar voorpoten heen. Even streek
Je haar huid nog glad en hield toen verslagen op.
Lees verder >>

Poezengedicht 3: C. Buddingh’ – Sammie

Sammie

Mijn allergrootste vriend is Sammie Buddingh’,
die vluchteling, zeggen we, uit ’t woonwagenkamp:
zijn vader stuurde hem elke dag uit bedelen,
maar wat hij ook meebracht, hij kreeg stank voor dank.

En toen kwam hij bij ons, braafste aller katers,
met zijn melancholieke eekhoornstaart.
Vanaf ’t begin prezen wij hem uitbundig
en zo is hij tenslotte tot rust geraakt.
Lees verder >>

Poezengedicht 2: Rutger Kopland – Oeloembo, een kat

Oeloembo, een kat

Hij had zijn kleine gewoontes
als wij, maar groter
van onverschilligheid.

Hij hield in de winter van
kachels, ’s zomers van
vogeltjes.

Ziek en even onverschillig voor
de dood als voor ons.
Hij stierf zelf wel.

Rutger Kopland (1934-2012)

———————————–

Poezengedicht 1: Aad Nuis – Voor de poes

Voor de Poes

Goed, ik ben een kaal dier, flarden aan het lijf
Hoog op de poten, brein omslachtig, spieren stijf,
Geen oor voor geritsel, voor buit te weinig aandacht
Ik trap in eigen vallen, ik deug niet voor de jacht.

Zo is dat. Ik hou van hoekig en onaf
Maar óók van jacht, perfecte sprongen, spel.
Jij gaat niet verder dan je kunt. Ik wel.
Ik reik naar wat niet kan als een giraf.
Lees verder >>