Tag: Pas verschenen

Gedicht: Bart Plouvier • Verhuizen & Zonder

Uit Over de dingen, de nieuwe bundel van Bart Plouvier.

Verhuizen

Ik heb het papier van de muren gekrabd
de bril hardhandig van de pot gerukt
de kamerplanten voorzichtig geplukt
en de tuin is uitgegraven en verpakt

mijn kinderen in dozen gestoken
mijn neonvisjes in het toilet bevrijd
mijn vrouw ligt opgerold in een tapijt
’t servies is half verpakt en half gebroken

alle huisgeheimen komen bloot
de beelden in de spiegels mogen mee
de muizen en de ratten slaan we dood

per schip verhuizen we mijn stamcafé
herinneringen moeten achterblijven
ze gaan dat weet ik zo te hard beklijven.

Lees verder >>

Gedicht: b. zwaal • drie gedichten

Uit zeesnede, de verzamelde gedichten 1984-2019 van b. zwaal.

murmelen, niet zoals de zee mummelt, maar murmelen.
scherpe steentjes die over de kiezelen rollen en
door de tong worden gedempt, waarachter zich bevinden
de gedachten.
hoe vol is hun net en ook het weefsel zelf van het net
is vol tegendraadse lijnen die naar continenten hun
verbindingen zoeken en alles herleiden binnen dit ene,
dit centrum van overleg, waaruit de tong de resultaten
spuwt.
maar ’s nachts ligt de tong stil en sluipen de gedachten
stil door hun bouwsels die zij onderwijl slopen terwijl
de tong zich liever afbijt dan te spreken werpen
achter hem de gedachten hun ankers in de vreemdste zeeën,
boren naar olie of doen otploffingen dreunen over de grote
antarcticavlakte en wordt de geest rijp voor een volgende dag.

Lees verder >>

Gedicht: Remco Ekkers • Poes

Uit De secretarisvogel schrijft, een bundeling van alle diergedichten van Remco Ekkers.

Poes

Bij ons woont een poes
of wij mogen wonen
in haar huis, zitten
op haar stoelen en bank.

We hoeven alleen maar
eten voor haar te kopen
drinken klaar te zetten
haar af en toe te strelen.

Soms worden we beloond
met kopjes of aanminnig gedoe.
Zij vangt de vliegen, jaagt
de muizen weg, steelt kaas

gooit planten om, rotzooit
met papieren, schreeuwt voor
de dichte deur, komt dan
genadig binnen, vraagt geen huur.

Remco Ekkers (1941)
uit: De secretarisvogel schrijft (2019)

———————————–

Gedicht: Elly de Waard • twee gedichten

Uit Het heterogeen, de nieuwe bundel van Elly de Waard.

Het menselijke is natuurlijk

Ik zoog de druppels van waardering
in mij op en raakte erdoor van slag

Ook aarde die te droog is, stoot de
eindelijke eerste regen van zich af –

Haar dorheid vormt een korst, een eelt
bescherming voor wat vrij daaronder speelt

Ook mijn dorst haakt naar water, maar
wordt door een enkele druppel niet verlost

Lees verder >>

Gedicht: Delphine Lecompte • Ik liet eens pruimen hangen

Uit The best of Delphine Lecompte, een bloemlezing uit haar tot nu toe verschenen bundels.

Ik liet eens pruimen hangen

Gisteren had ik honger als een paard
Maar ik was niet gezond als een vis
Dus ging ik naar buiten en stal iets oneetbaars
Het was een mythologische veerman
Die mij in een droom toesprak
Hij zei: ‘Neem de trein naar Turijn!’
‘Waarom?’ vroeg ik brutaal
‘Omdat het rijmt misschien?’ Lees verder >>

Gedicht: Bart Stouten • twee gedichten

Uit Onder de avondklok van de liefde, de vorig jaar verschenen bloemlezing uit eigen werk van Bart Stouten.

Ingecheckt voor een droom

Mijn hele rijkdom bestaat uit wit gestreken linnen:
goed ingepakte kinderjaren die blijven wegen
in de bagage die ik voor haar neus drop.

ik speel cowboy in de lounge van het luxe-hotel
en verover haar glimlach met een digitale voucher:
de herinneringen van een chaotisch zwerversleven.

Wie ik ben, vraagt de receptioniste, en kijk:
vandaag ben ik een Texaspaard dat vurig wordt
wanneer het is ingezadeld, keurig op tijd
om te verdwijnen in een lift, recht naar de hemel. Lees verder >>

Gedicht: Frans Budé • Van verre

Uit Zoveel nabijheid, de vorig jaar verschenen bundel van Frans Budé.

Van verre

Tevoorschijn komen verdwaalde trossen,
purperviolet omlijst. Hoe het daarna
geurt, dunne stengels kruipen, slingeren
naar elkaar. Voor wie tegen de avond komt,

tussen plekken gele aarde zich vertreedt,
groeit meteen het raadsel. Wat men nazoekt
in de schemer, de lipbloemige, haar half
kransstandige paarsheid, veelvuldig gedeelde

bladeren, verstuift tegen de morgen.
Het wordt sluipen naar een vogelnest,
begerig de berg opgaan, hoogten naar een bos.
Naar de verste rand in grote laarzen.

Totdat het volstaat, men afstand neemt –
waar ook alweer vandaan? En afdaalt naar

de velden. Met iele witte hoorntjes, haast
doorzichtig, tast een wijngaardslak zijn route af.

Frans Budé (1945)
uit: Zoveel nabijheid (2018)

———————————–

Gedicht: Philip Hoorne • paling

Uit Het dikke meisje en de ziener, de nieuwe bundel van Philip Hoorne.

paling

ik word genoemd een droom
zo glad effenaf perfect
niet langer ben ik phil de faling
maar phil de paling
die leeft om te worden gesnapt
en u dan weer ontglipt

fortuinen heb ik aan mezelf besteed
alle vormen uitgeprobeerd
alleen maar om te zijn wie ik nu ben
phil de paling
formerly known as phil de faling Lees verder >>

Gedicht: Ivo van Strijtem • De tuinman en de dood

Uit Een kamer met een tafel en schrijfgerei, de nieuwe bundel van Ivo van Strijtem.

De tuinman en de dood

Nooit werd ik een geschikt tuinier.
Het onkruid schaamte tiert nog welig
en ik wilde wel wieden schoffelen
en harken maar mij ontbrak het aan moed.
Of eerlijk gezegd ik kon het niet aan
het spijt me. Ik las ze graag de woorden

en de bloemen zij blaakten van verlangen
en zij stierven van verdriet. Nu echter
waaien de seizoenen door mijn hoofd in
al hun aangenaamheid. Alsof ik word
geplant en groei en herbegin.
Het is de liefde. En kijk hoe knap Lees verder >>

Gedicht: Bernard Dewulf: Ontwaken & Toen

Uit Naar het gras, de nieuwe bundel van Bernard Dewulf.

Ontwaken

Ik vond u een ochtend in ons bed.
Daar houdt de kamer ons al jaren samen.
Wij hadden weer slaapwel gezegd
en waren elk veranderd in ons lichaam.
Daar vergaten wij elkaar.

Soms werd ik wakker onder ons.
De uren liepen niet meer in de kamer.
Wij alleen lagen nog samen.
Zo gaat het nu al jaren. Geen dag dat ik u
niet terugvind waar wij waren.

Lees verder >>

Gedicht: Lilian Zielstra • Tot dusver heb ik dit geleerd

Uit Ik zag een man met een bos bloemen naar de Nieuwstad gaan, de debuutbundel van Lilian Zielstra (de net afgetreden stadsdichter van Groningen).

Tot dusver heb ik dit geleerd

Dat het beter staat om rode wijn te drinken dan witte
dat herhaald oogcontact in een menigte ongemak veroorzaakt
dat het dan meestal per ongeluk nog een paar keer gebeurt

Dat je op de roltrap rechts moet staan en links moet lopen
dat alleen kindertjes in Afrika honger hebben maar ook
dat je buitenlandse nummers niet moet opnemen

Dat goede gedichten niet rijmen
dat een echte dichter om de een of andere reden wil
dat zijn haar altijd in de war zit Lees verder >>

Gedicht: Frans Kuipers • twee gedichten

Uit Alles waait, de nieuwe bundel van Frans Kuipers. (Voorproefje uit de bundel.)

WAAR te beginnen?

Je koffers pakken is Goed.
Je hielen lichten is Goed.
Zitten op het dek van een stampende veerboot
door kermende meeuwen omgeven is Goed,
staan aan de reling als een dolende koning
tussen andere dolende koningen uitkijkend over zee is Goed
en is een Uitstekend Begin.

Lees verder >>

Gedicht: Marieke Lucas Rijneveld • De clown in wie we opgroeiden

Uit Fantoommerrie, de nieuwe bundel van Marieke Lucas Rijneveld. Hier nog een voorproefje.

De clown in wie we opgroeiden

We zeggen dat berouw een laagje margarine is op onze
boterham, vanaf nu blijft alles aan ons plakken, sussen de
schrik zijn mand weer in, braaf zijn de dingen die zonder ons
geen identiteit meer hebben. Neem de stoel die zonder gast een
stuk hout is met de leuning als vaders zwijgzame rug, dat die
rug zonder kennis van vader en vergeten om te kijken enkel
een muur maakt, de hond wat vacht, in het verval schuilt de
zelfredzaamheid. We zijn bang nu de clown in wie we opgroeiden
bij de oksels is gaan knellen, de vrolijkheid uilgelachen nu er
koortsachtig aan het poppenhuis geknutseld wordt. Wat niet
meer te lijmen is stoppen we in een schoenendoos totdat we de
schoenendoos weer nodig hebben voor schoenen of andere niet
lijmbare dingen: zelfs scherven verliezen op den duur hun breek-
baarheid. We hebben al jaren geen publiek meer maar zien nog
steeds bleek, planken in onze koppen getimmerd, en vader – bij wie
het applaus ingebouwd zit als een klapperend kattenluik – vraagt
wie er met cornflakes heeft geknoeid. Hij zegt dat de meeste muizen
die in de val lopen hun nek of rug breken en als we dromen horen
we de scharniertjes piepen, het dichtklappen van de beugel, wie
hier intrapt heeft geen huis om op te geven. In de avond snijden we
blokjes oude kaas ter grootte van ons zelfbeeld, leggen ze met een
pincet op het houten plateautje, het podium van de dood, en stellen
met het dekbed tot onze kinnen de vraag: hoe verbeeld je een
engel als het steeds maar bewolkt blijft?

Marieke Lucas Rijneveld (1991)
uit: Fantoommerrie (2019)

———————————–

Gedicht: Arjen Sevenster • De zoon & Leren lopen

Uit Bloemen in de regen, de pas verschenen tweede bundel van Arjen Sevenster.

De zoon

Ik hielp om vuur na vuur te bouwen
terwijl boven mijn hoofd de maan waste
en slonk. Ons wachten op U was een vasten,
dat in de schemering verwerd tot rouw en
twijfel en ’s ochtends omsloeg in helderheid
en hoop. Nu wil ik gaan en
door de duinen mij een doortocht banen
tot waar, als een verhaal dat fluisterend begint,
een weg zich uit het zand bevrijdt.
Die zal ik volgen tot hij breed wordt
en begaanbaar: tot waar ik metgezellen vind
en onder hen een vrouw, die met mij reist,
die van de wereld en zijn wegen weet
en mij de weg landinwaarts wijst.

*

Leren lopen

Ik zag een kind, dat leerde lopen
en zo verloren was in wat het deed,
in hoe het telkens viel en opstond,

dat het niet zag, waarheen het ging
en dat zijn Vader op hem wachtte
buiten zijn kleine, zelf getrokken kring.

Arjen Sevenster (1946)
uit: Bloemen in de regen (2019)

———————————–

Gedicht: Tom Lanoye • ongegronde eigendom

Uit vrij – wij?, het Poëzieweekgeschenk van Tom Lanoye, dat u de komende week in de boekhandel cadeau krijgt bij aankoop van een gedichtenbundel.

ongegronde eigendom (keivrij naar shakespeares ‘sonnet nr 134’)

Hierbij erken ik: hij werd jouw bezit.
En ik? De wissel op jouw willekeur.
Het onderpand van jouw vijandig bod.

Ik delg mezelf, dat wel. Ik schrijf me af.
Opdat de schat die ik bezat — van wie
Ik vrat, van wie ik kleddernat en ladderzat
De oogst heb uitgeperst en leeggezogen —
Opnieuw de markt betrad. Tot jouw profijt
En mijn gewin aan troost en mededogen.

Maar jij, de dwingeland, biedt hem niet aan
En hij, mijn hartendief, mag zich niet slijten.
Hij staat bij jou voor mijn tekort garant
En wordt voorgoed beboet voor dat tegoed. Lees verder >>

Gedicht: Tsead Bruinja • opgeblazen en uitgevouwen / opblaasd en útteard

opgeblazen en uitgevouwen’ / ‘opblaasd en útteard’ staat in Kapstok, de nieuwste, tweetalige bundel van kersverse dichter des vaderlands Tsead Bruinja.

opgeblazen en uitgevouwen

ik schiet wortel uit beide heupen
kijk tegen de muur aan
er niet overheen

dat is voor mij genoeg

ik vergroei met de stoel
waarover ik uitloop

schuur met de zandkorrels
in het cement de ringen
van mijn vingertoppen Lees verder >>

Gedicht: Pim te Bokkel • Streepjescode

Uitgezocht door Pim te Bokkel uit zijn nieuwe bundel Dit en alles en heel het heelal.

Streepjescode

Ik ruim de tafel af.

Leven is opruimen.
Zo bestaat in de sneeuwwijk ons behouden huis.

Een merel vliegt de sneeuwrand van het schuurtje aan.
Zelden laten we de dingen zijn.

We kleden de kinderen aan en gaan de duinen in.

Eenzijdig besneeuwde bomen: de streepjescode
van het bos.

Terwijl ze huilen registreren we hoe mooi het was.

Ik ben de vader die ik had.

Getweeën op de slee het klimduin af,
de hakken in het zand,
opdat we langzaam, langzaam naar beneden gaan.

Pim te Bokkel (1983)
uit: Dit en alles en heel het heelal (2019)

———————————–

Gedicht: Frank Keizer • je hebt nog altijd dezelfde trui aan uit de jaren zestig

Uit Lief slecht ding, de nieuwe bundel van Frank Keizer.

je hebt nog altijd dezelfde trui aan uit de jaren zestig.
afgedragen slobbert hij om je heen, zoals het heden om je
gediplomeerde lichaam is verwijd tot elke verwachting is
vernauwd tot een miezerige streep. je hebt de normalisering
gepast en het paste. je hebt zinnen om je heen geslagen
als dekentjes voor een onderkoelde en ze verwarmen je.
een gedeelde stijl heb je gezocht voor de dofheid van
het gebeurtenisloze en de dofheid werd stijl. o stijl
die in de hemelen zijt, geef ons ons dagelijks brood
van verandering, want de mogelijkheden werden geen
mogelijkheden, de huizen, emoties en subjectiviteit zijn
zeepbellen. je dijde erin uit en je liep erin leeg. ademde
diep in en blies weer uit. de crisis heeft alle namen
gekregen maar niet die van strijd. dus ben je kwaad.
het is al laat. en jij hebt het laat gemaakt

Frank Keizer (1987)
uit: lief slecht ding (2019)

———————————–

Gedicht: Karin Lachmising • Afgeleid & Alleen

Uit Zeven rivieren ver, de nieuwe bundel van Karin Lachmising.

Afgeleid

Ik loop in en uit
de deurkruk bewegend,
til het laken op
kruip er onder

Smer brood
roer de koffie
ook voor haar

ik verbaas mezelf nog een keer
met de stilte van het zwijgen
verleg wat woorden
neem het zwaard op
voor het toeslaat

Hij verzint maar wat
vertelt zijn verhaal
voor het begint

Hij loopt in, hij loopt uit
een deurkruk beweegt
ik hou mijn ogen dicht
wanneer hij het laken optilt.

*

Alleen

Stem ademt in
haar binnenste
Waarom zingen zij?
zij die met hun vleugels
mijn takken ontsieren

Karin Lachmising
uit: Zeven rivieren ver (2019)

———————————–

Gedicht: Arjen Duinker • 27

Uit Een goudvis, de nieuwe bundel van Arjen Duinker, met 56 gedichten die geheel uit vragen bestaan?

27

Lachen met Carla en Jelle en Febe?
En ook met Josja, met Herman Biak, met Ferial?
Heb je een en ander tegen het licht gehouden?
Ben je nu voldoende gerustgesteld
Om het te laten voor wat het is?
Wil je meer? Maar wat precies?

Heb je belangstelling voor mijn postzegels?
Maar je hebt geen zin om ervoor te betalen? Lees verder >>

Gedicht: Jan Terlouw • Vrijheid & Dictatuur

Uit Gedichte gedachten van Jan Terlouw.

Vrijheid

Als je vrij bent lijkt het vanzelfsprekend.
Je mist het pas als je het ontbeert,
en wie het je ontnam propageert
dat vrijheid gehoorzaamheid betekent.
Wie ademhaalt vindt dat niet bijzonder.
Bij ademnood ga je het pas waarderen,
het zuurstofapparaat kan het je leren.
Ongehinderd ademen dat is een wonder.

Wie vrijheid kent en koestert en behoedt,
die ademt waarlijk met gezonde longen.
De vreugde van de wet worde bezongen,
want vrijheid in gebondenheid is goed.
Je bent echt vrij wanneer je ongedwongen
naar eigen keuze doen kunt wat je moet.

*

Dictatuur

Domheid en macht, doodenge vrienden,
aartsvijanden van rede en recht.
Grote hekel aan openbaarheid,
want die verdraagt onwaarheden slecht.
Domheid en macht, eenmaal tezamen,
is het een kracht die je moeilijk doorbreekt.
Die, dat is zo dikwijls gebleken,
continu onrechtvaardigheid kweekt.

Zorg dat die twee elkaar niet omarmen,
en bewaak met veel energie,
met alle middelen die je kunt vinden,
de rechtsstaat, de grondwet, de democratie.

Jan Terlouw (1931)
uit: Gedichte gedachten (2018)

———————————–

Gedicht: Stefan Hertmans • De ratten, die afgunstig zijn

Uit Onder een koperen hemel, de nieuwe bundel van Stefan Hertmans.

De ratten, die afgunstig zijn
op vogels, vreten het aas
dat hun is toebedeeld.

Ze knagen en ze wroeten,
ze kijken daarbij niet omhoog.
Ze houden alles in het vuile
oog en bidden om ellende
voor hun beste vrienden.

Ze kweken en ze rennen,
ze kriepen en ze jennen,
ze sippen aan het sap
van lijken en proberen door
de aars van dode engelen
onophoudelijk naar Gods
blote kont te kijken. Lees verder >>

Gedicht: Jan Baeke • Wat de dag betreft

Uit Houvastvergankelijkheidsleer, de nieuwe bundel van Jan Baeke.

Wat de dag betreft

De plaats van alle toekomstige delicten, de hotelkamer
de caravan, overal waar ik de afgelopen nachten heb
doorgebracht, de lange vlucht het woord uit en Eva
met al haar ringen, alle tekens op haar bovenbeen.

Een rechterbovenbeen en Eva die zichzelf een uur
in het zwembad cadeau heeft gedaan.
Ik betaal de rekening op rekening van anderen.

‘Waarom zeg je niks over de minibar of het casino?’
Het donker neemt de vrijgekomen plekken in.
Eva is terug in de tekst die ze had durven verlaten.
‘Op een zeker punt kan je gewoon stoppen.’

We schrijven als de wegen ons scheiden.
Lieve Eva, ik blijf overal hangen en wat de dag betreft
het wordt een latertje. De dienstregeling staat in de oven.
De kleine zit thuis aan het evangelie. Kusjes, Friedrich.

Jan Baeke (1956)
uit: Houvastvergankelijkheidsleer (2018)

———————————–