Tag: Pas verschenen

Gedicht: Paul Éluard • Drie gedichten uit Capitale de la douleur

 

In het ene oog de maan, in het andere de zon van de beroemde Franse dichter Paul Éluard (1895-1952) bevat een brede selectie uit zijn bundels Capitale de la douleur (1926), La vie immédiate (1932) en Le livre ouvert (1938-1944). De vertaling is van Kiki Coumans, die ook de drie onderstaande gedichten uitzocht.

Drie gedichten uit Capitale de la douleur (‘Hoofdstad van smarten’)

Suite

Slapen, in het ene oog de maan, in het andere de zon,
Een liefde in je mond, een mooie vogel in je haar,
Uitgedost als de velden, de bossen, de wegen en de zee,
Mooi en uitgedost als een tocht om de wereld.

Vlucht door het landschap,
Tussen takken van rook en alle vruchten van de wind,
Benen van steen en sokken van zand,
Gevat bij de taille, spieren van rivieren,
En de laatste zorgen op een veranderd gezicht.

Lees verder >>

Gedicht: Gilles Boeuf • wij prijzen de logica

Uit generaties, de nieuwe bundel van dichter-fotograaf Gilles Boeuf.

wij prijzen de logica

de stamelende veelheid is een slechte luisteraar
maar ik,
ik zing yesterday
voor jou en voor iedereen en als de straten mij zien
          is het goed

als de hond zijn vacht uitschudt en de struiken mij zien en de hond ziet
me zingend door de straten gaan,
wie niet veel vraagt heeft altijd gelijk en de hond en ik
wij prijzen de logica!

wij prijzen de harde en de zachte logica, de gefluisterde logica
van een zomerkleed en de zachte haren in de hals van die vrouw, de wereldgrote logica
van dingen die we nooit begrijpen zullen en de logica van eindeloos verdriet

eindeloos verdriet dat komt en gaat, dat splijt en opdoemt soms

eindeloos verdriet
eindeloos verdriet

de stamelende veelheid geeft me alles
de logica van nat papier op straat

Gilles Boeuf (1970)
uit: Generaties (2020)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.

Gedicht: Joke van Leeuwen • Te leven en dat leven te vergeten

Uit de bloemlezing Dichter nr. 13 van uitgeverij Plint, met gedichten over dementie.

Te leven en dat leven te vergeten
met zijn gedonderjaag en doe-maar-dik
voorgoed verstrikt geraakt in eigen ik
en toch weer kleren aan en toch weer eten.

En in het hoofd een weggedreven weten
en in de ogen die verdwaalde blik
van vaag verbazen, van onvaste schrik
om wie er op bezoek zijn, hoe die heten.

Zij die hun namen kennen schuiven aan
en zitten daar van levenslust te blaken.
De zinnen die op de repeatknop staan

proberen ze welwillend af te maken.
Een kus voordat ze weer naar buiten gaan.
Zo vluchtig even een bestaan aanraken.


Joke van Leeuwen (1952)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.



Gedicht: Paul Demets • Kano

Paul Demets was vier jaar lang ‘Plattelandsdichter van Oost-Vlaanderen’, en schreef toen documentaire gedichten over “dorpsgemeenschappen, traagheid en stilte” – die nu gebundeld zijn in De aangelanden.

Demets toelichting bij het gedicht ‘Kano’: “Bij het schilderij ‘Aan de oude Leie’ (1968) van Raoul De Keyser, te zien in het Museum van Deinze en de Leiestreek. Mijn streekgenoot vertelde me graag over zijn kanotochten op de Oude Leie.”

Kano

Een omtrek maakt helder. Met trage slagen je tempo
bewaren. De oever schuift op terwijl je door het water
wordt gedragen. Alles zit in je de wereld heeft een grens
grasvlakken oevers wolken die het oppervlak bevolken.

Je glijdt over de Leie. Elk woord heb je achtergelaten.
Je wil geen vaste grond. Je lichaam helt voorover. Dieren
staan plomp in de weide en gaan in je beweging verloren.
Je houdt je als een vis schuil tussen de lissen en stolt

in je vorm van een man op het water. Je zinkt in jezelf
in de tijd en vindt oeverloos van dit landschap de bodem.
Hoe donker het in je kan zijn. Het kijken: pijn die niet
wijkt. Als je aanmeert, zijn je voeten van slijk.

Paul Demets (1966)
uit: De aangelanden (2020)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.

Gedicht: Anne-Fleur van der Heiden • Kleinste versie van mij

Uit Zaailingen, de debuutbundel van Anne-Fleur van der Heiden. Op de Coster-site ook haar gedicht ‘Champagne’, in twee versies, uit 2016 en 2020.


Kleinste versie van mij

Gewoon ademen moet niet moeilijk zijn
planten water geven en een bonsaiboom, stofzuigen
naam geven aan een kat, bed opmaken

er zijn zaailingen die in huis worden gehouden
voor wie een zonnig raam nog te donker is

de wereld bestaat uit een ander
opeten, neem de oceaan
waar vissen in elkaar
verdwijnen als matroesjkapoppen

of de aarde alles terugneemt
als je maar lang genoeg stil blijft liggen

de kleinste versie van mij
eet mij op, wanneer
ben ik gestopt met plezier, waar
staan trampolines, vroeger overal
en vandaag heb ik de meest verdrietige aardappels gegeten


Anne-Fleur van der Heiden (1987)
uit: Zaailingen (2020)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.



Gedicht: Wiel Kusters • Vroeg donker

Uit Zonder palet, de nieuwe bundel van Wiel Kusters.

Vroeg donker

Nu wordt het hier in huis opeens zo stil.
Ik leef op bladzijden die jij nooit las,
maar die ik later nog eens schrijven zal,
de laatste eerst: ik weet wat wachten was.

Heb je nog oog voor mij? Ik zie je niet
dan in het wenden, keren van het boek
dat mij nog nooit naar woorden raden liet,
tot ik het hier en nu te openen zoek.

Lees verder >>

Gedicht: Margreet Schouwenaar • Een minuut

Uit De overmaat van ontbreken, de nieuwe bundel van Margreet Schouwenaar.

Een minuut

Zestig slagen om de hemel te zien, de neerkomende
regen, die steeds lichter tikt; onregelmatig tikt.
Het is tekort. Nog niet licht. Nog niets ruikt, het gras
zwijgt. Ik spreek opnieuw de tijd aan en kijk. Het
heden reikt naar het dun gesloten gordijn, rekt naar
het vel op straat dat glinstert als scherven glas hoog
in de nacht. Ook nu is het wederom laat. De laatste slag,

Lees verder >>

Gedicht: Antjie Krog • Lux aeterna

‘Lux aeterna’ staat in Broze Aarde, de nieuwe, tweetalige bundel van de Zuid-Afrikaanse schrijfster Antjie Krog, die de structuur heeft van een requiem, en “Een mis voor het universum” als ondertitel. De Nederlandse vertaling is van Robert Dorsman en Jan van der Haar.

Lux aeterna

want dit is natuurlijk onze verzuchting:
om tot inzicht te komen:
ik ben de bedelaar
ik praat leeuws
ik sneeuw
ik ben de boom waar de zaag tegen schreeuwt –

Lees verder >>

Gedicht: Anton Korteweg • Voor de pont van Maassluis

Uit Nooit eens lekker nergens, een “autotopografische bloemlezing” uit de gedichten van Anton Korteweg, die hij schreef bij locaties waar hem onderweg, wandelend of fietsend (of zittend op een terras), iets trof. (Voorproefje hier).

(Maassluis, Veer Maassluis- Rozenburg, omstreeks 2015)

Voor de pont van Maassluis

Op een zonnige dag in september
met een stelletje andere fietsers
wachtend op de pont van Maassluis
hoorde ik een vrouw met een vachtje
van bonterig spul op haar zadel
geflankeerd door een brandweersnor
op een toon van let even goed op
aan een stel dat het ook eens een keer
op de tandem wilde proberen,
vertellen dat zij wel de baas was
in huis, maar dat hij, die daar naast haar,
mooi altijd het laatste woord had.

Lees verder >>

Gedicht: Koen Stassijns • Er is niet veel voor nodig

Uit Hemelingen, de nieuwste bundel van Koen Stassijns.

Er is niet veel nodig

Er is niet veel nodig voor een gedicht,
vaak zijn de meeste woorden overbodig.
Je dooft gewoon het licht. En in het zwart
dat zijn contouren trekt rondom je hart,
duiken enkele uitgespaarde, moeizaam
vergaarde zinnen op. Als gladde vissen
die je telkens weer uit handen glippen
wanneer je denkt: eindelijk heb ik beet.

Lees verder >>

Gedicht: Willem Thies • Mijn eigen zomer

Schoon, de nieuwe bundel van Willem Thies, is gratis te downloaden. U kunt het boek ook laten drukken voor een habbekrats.

Mijn eigen zomer

Het plein met de fonteinen, kleine erupties. Kinderen rennen,
trappen de waterstralen uit die worden afgevuurd. Honden
schudden hun kop. Iemand zit op een houten bank
en likt langs de rand van een vloeitje, een gitaarvormige hoes
aan zijn voeten.

Ze wiegelt als ze gaat
Ze giechelt als ze praat
Bloed fluit in haar lippen
Ik trippel als ze komt

Lees verder >>

Gedicht: Piter Boskma • Ik dwaalde een jeugd lang door grazige weiden



Uit Van de zoon en de zee, de nieuwe bundel van Pieter Boskma. (Voorproefje hier).

Ik dwaalde een jeugd lang door grazige weiden
met plantjes die elders al niet meer bestonden
en daar heeft de muze mij, kind nog, gevonden
en wees mij het pad dat hij voor mij bereidde:

mijn vader die dichter werd om mij te leiden
uit armoe van hart en hardheid van geest,
twee klauwen van het veelpotige beest
wiens greep maar weinigen weten te mijden.

Lees verder >>

Gedicht: Bert Vissers • Een droevig plaatje

Uit De wereld wacht op mij, de debuutbundel van zanger-dichter Bert Vissers. Het boek gaat vergezeld van een cd, waarop sommige teksten gezongen worden.

Een droevig plaatje

Mijn vrouw
doet de afwas
en staat
in haar keukenschort
onweerstaanbaar
mooi te zijn
bij het aanrecht.

Ik ga
(het zal met mijn jeugd te maken hebben)
achter haar staan
omhels haar
houd haar zoenend in haar hals
stevig vast
in een liefdevolle greep

Lees verder >>

Gedicht: F. Starik • Afscheid van een onbekende

Onlangs verscheen een bloemlezing uit de Eenzame uitvaart-verslagen van F. Starik, getiteld Dichter van dienst, uiteraard inclusief de voorgedragen gedichten (van Wim Brands, Maria Barnas, Anneke Brassinga e.v.a.). Voorproefje hier. Hieronder een gedicht van F. Starik zelf. Het bijbehorende verslag is hier te lezen.

Afscheid van een onbekende

Er is een man gestorven en ik weet niet
wie hij is. Wie hij was. Wat, waarom noch hoe.
Er is een man gestorven en ik weet niet eens waaraan.
Het doet er ook niet toe. Ik ken zijn leeftijd niet en niet zijn naam.

Lees verder >>

Gedicht: Roel Richelieu Van Londersele • Zo’n dag

Uit Hopper op de heuvel, de nieuwe, door het werk van schilder Edward Hopper geïnspireerde bundel van Roel Richelieu Van Londersele. Bij ‘Zo’n dag’ hoort het schilderij ‘Sunday’. In de bundel eveneens een Engelse versie van alle gedichten, vertaald door Paul Vincent.

Zo’n dag

de man, het naamloos uithangbord
van een straat van onbekende leegte
zonder vuur rookt hij een pauze op,
doof voor het middaglicht

Lees verder >>

Gedicht: Theo Monkhorst • Ik leef mijzelf in deze kamer

Uit Huis Huid, de nieuwe bundel van Theo Monkhorst, een cyclus over “het huis dat ik ben en waarin ik woon”.

Ik leef mijzelf in deze kamer, dit gepleisterde gewelf,
honderd jaar geleden zwetend gestuukt
door een jonge snordrager geliefd bij vrouwen
om zijn glanzende spieren.
Klaas
noem ik hem omdat hij die naam verdient
en een leven, een vrouw, drie kinderen, dromen
een huisje met een keuken, bekleed
met de stank van ui, olie en rook,
drie deuren, twee gangen, een kakdoos,
trots van een oude vrouw met grijze ogen
en rimpels van lijden rond haar mond,
de dochter van een kleine kromme man
die zich kapotwerkte in de aarde
en de trots was van zijn zwijgzame moeder
generaties geleden zodat het mij duizelt
in dit trotse huis, deze oude huid waarin ik leef

Theo Monkhorst (1938)
uit: Huis Huid (2019)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.