Tag: oudgermanistiek

De Germanen zijn dood; leve de Germanen!

Door Peter Alexander Kerkhof

Wie afgelopen maanden de kranten heeft opengeslagen, heeft daar geregeld de naam Erkenbrand zien staan. Deze naam behoort toe een studiegenootschap dat Nederland wil behoeden voor islamitische ‘omvolking’ en gelooft dat ieder volk thuis hoort in zijn eigen land. Niet alleen hun rechts-nationalistische gedachtengoed, maar ook de naam Erkenbrand roept onprettige associaties op. Het gaat hier namelijk om een Oud- of Middelnederlands woord dat zowel ‘schitterend zwaard’ als ook ‘zuiverend zwaard’ of ‘zuiverende brand’ kan betekenen. En wat te denken van de Oudgermaanse leus truvon skapjithi mahti (trouw schept macht) die het genootschap in haar wapen voert? Het is wat mij betreft een bedenkelijke kreet want aan wie of aan wat wil het genootschap dat we trouw zijn? Lees verder >>

Over de plaatsbepaling van de toponiemen in het Cartularium van Radbod

Door Gerald van Berkel

Begin dit jaar verscheen opnieuw een vertaling door Marcel Otten van een IJslandse saga. Dit keer is het de Egilssaga en ik wil deze bijdrage graag beginnen met een toepasselijk fragment uit wat Otten noemt De saga van Egil, de zoon van Kale Grim.

“Toen het herfst werd koersten ze weer naar het noorden en gingen bij Friesland voor anker.

Op een nacht bij kalm weer voeren ze een brede rivier op waar het moeilijk was om te ankeren, terwijl het snel eb werd. Landinwaarts lagen grote vlakten met bossen vlak in de buurt. De velden waren drassig omdat het hard geregend had. Ze besloten aan land te gaan, en lieten een derde van hun troep achter om de schepen te bewaken. Ze liepen langs de oever, tussen de rivier en het bos, en algauw stuitten ze op een dorp waar veel boeren woonden. Toen zij het krijgsvolk gewaar werden renden de bewoners, die weg konden komen, het dorp uit naar het land erachter, en de Vikingen gingen achter hen aan. Vervolgens stuitten de Vikingen op een tweede dorp en een derde, en alle bewoners die daartoe in staat waren, vluchtten. Het land was vlak, met weidse weiden die overal werden doorsneden door sloten waar water in stond. Ze werden gebruikt om de akkers en weiden af te bakenen, maar bij sommige waren lange palen over de sloten gelegd zodat je eroverheen kon gaan. Dwars op de palen lagen planken en zo vormden ze bruggen.

De bewoners vluchtten het bos in. Toen de Vikingen ver in het bewoonde gebied waren doorgedrongen, verzamelden de Friezen zich in het bos, en toen ze zo’n driehonderdzestig mannen bij elkaar hadden, trokken ze op tegen de Vikingen en vielen ze aan. Het werd een hard gevecht, maar het eindigde ermee dat de Friezen op de vlucht sloegen en de Vikingen hen achtervolgden…”

Deze episode uit de Egilssaga wordt gedateerd rond het jaar 955 en zij wordt vaak aangehaald vanwege de beschrijving van een Nederlands veenontginningslandschap. Lees verder >>